1 juli, Amsterdam: slavernijherdenking en Keti koti-festival

Het logo van Keti Koti.
Het logo van Keti koti.

In 2013 is het honderdvijftig jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte en de ketenen werden verbroken (“keti koti”). In plaats van de activiteiten in het kader van de slavernijherdenking dit jaar extra te stimuleren en meer geld ter beschikking te stellen, heeft het afbraakkabinet Rutte II een jaar geleden juist de rijkssubsidie ingetrokken van de organisator van de herdenking, het slavernij-instituut NINSEE. Dat stuitte op flink wat protest. Met veel moeite is NINSEE er toch in geslaagd om de herdenking doorgang te laten vinden.

Bigi spikri-optocht
Maandag 1 juli, 10:30 uur
Leidseplein, Amsterdam

Nationale herdenking afschaffing slavernij
Maandag 1 juli, 13:00 uur
Oosterpark, Amsterdam

Keti koti-festival
Maandag 1 juli, 14:30 uur
Oosterpark, Amsterdam

De nationale herdenking in Amsterdam begint met een optocht, genaamd “bigi spikri”, “grote spiegel”. Vroeger gebruikten Surinaamse vrouwen de ruiten van etalages van winkels in Paramaribo als spiegels om zichzelf in te kunnen bewonderen. Dat was van groot belang voor het versterken van hun zelfbeeld. Van oudsher is de optocht bedoeld om trots, zelfrespect en eigenwaarde uit te stralen. Na de officiële herdenking bij het nationale slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark vindt daar aansluitend een breed opgezet Keti koti-festival plaats, met muziekoptredens, beeldende kunst, poëzie, films, debat, en een informatiemarkt. Doorbraak roept iedereen op om aan de herdenking deel te nemen.

De Nederlandse slavernij is op 1 juli 1863 door de staat afgeschaft, maar niet uit anti-racistische motieven. In tegenstelling tot Groot-Brittannië kende Nederland geen abolitionistische beweging. De Engelsen moesten de Nederlanders met veel moeite overhalen om de slavernij af te schaffen, zoals ook de Amerikanen de Nederlandse staat na de Tweede Wereldoorlog onder druk moesten zetten om eindelijk eens op te houden met de koloniale oorlog tegen Indonesië. De afschaffing kwam vooral voort uit kille economische motieven. Er waren vanwege de afschaffing van de slavenhandel structureel te weinig slaven om de plantages in Suriname draaiende te kunnen houden.

Dit jaar wordt niet alleen herdacht dat de slavernij anderhalve eeuw geleden is afgeschaft. Ook is het honderdveertig jaar geleden dat de eerste Hindoestaanse contractarbeiders vanuit India naar Suriname kwamen. Ze werden onder valse voorwendselen geronseld om het zware werk op te knappen dat voorheen door slaven werd verricht. Die waren verplicht om na de afschaffing van de slavernij nog eens tien jaar op de plantages te blijven werken. Bovendien werden niet zij, maar hun voormalige eigenaren financieel schadeloos gesteld. De overeenkomsten tussen de afgeschafte slavernij en de daarna ingevoerde contractarbeid bleken in de koloniale praktijk bijzonder groot, ondanks de toch ook aanwezige verschillen. In het verzet van Hindoestaanse contractarbeiders tegen het Nederlandse kolonialisme speelden vrouwen een belangrijke rol.

Monarchie

Het stoppen van de subsidie aan het NINSEE aan de vooravond van de herdenking van honderdvijftig jaar afschaffing van de slavernij laat niet alleen zien aan welke kant het kabinet staat. Het maakt ook duidelijk dat het in de strijd tegen racisme en kolonialisme risicovol is om financieel met handen en voeten gebonden te zijn aan de overheid. Dat kan al snel leiden tot inkapseling en zelfcensuur, zeker in tijden waarin anti-racistische standpunten welhaast taboe zijn verklaard. Op de herdenking komt minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken namens het kabinet een toespraak houden, zoals eerder ook al de toenmalige rechts-populistische minister Rita Verdonk dat mocht komen doen. Blijvende subsidie-inkomsten heeft dat in ieder geval niet opgeleverd.

Ook de kersverse koning Willem-Alexander en prinses Maxima komen naar de herdenking. Ze zullen vast te horen krijgen hoe nobel het was dat Willem-Alexanders voorvader koning Willem III in 1863 de slaven de vrijheid gaf. Maar de Nederlandse monarchie is juist altijd nauw verbonden geweest met koloniale overheersing. Het koningshuis heeft enorm geprofiteerd van de rijkdommen die in de Nederlandse koloniën bijeen werden geroofd, en van de slavenarbeid die daar moest worden verricht. En binnenkort stappen de nieuwbakken koning en prinses in de Gouden Koets, waarop aan de buitenkant onverbloemde koloniale propaganda is te zien. Het paneel “Hulde der koloniën” verbeeldt hoe koloniale onderdanen vol ontzag en diep buigend goederen komen aanbieden aan de vorstin. Zo waren toen de verhoudingen. Maar dat verhaal over de roofstaat aan de Noordzee zal Willem IV op 1 juli vast niet te horen krijgen.

Harry Westerink