|
woensdag 23 december 2009 |
Hier een samenvatting van een discussiestuk van de Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht (AAGU) over hoe vorm te geven aan de strijd tegen migratiebeheersing. Daaronder een reactie van Doorbraak.
De enige keuze: inzet voor open grenzenEr zijn in Nederland veel (lokale) groepen die zich bezighouden met de ondersteuning van vluchtelingen. Op het eerste gezicht lijkt dat allemaal heel mooi, maar we vragen ons regelmatig af wat diverse organisaties en groepen bezielt in de keuzen die zij maken. Waarom samenwerken met Justitie? Waarom meewerken aan 'vrijwillige' terugkeer? Waarom zwijgen over misstanden? Waarom niet pleiten voor het onvoorwaardelijke recht om te blijven voor alle vluchtelingen?
We twijfelen over het algemeen niet aan de goede bedoelingen van de betreffende mensen. Maar te vaak zien wij goedbedoelende mensen in de praktijk optreden als apologeten, legitimeurs of verlengstukken van het huidige vluchtelingenbeleid en de (justitiële) uitvoering daarvan. Al dan niet bewust laten ze zich inzetten om daaraan een 'humaan' gezicht te geven en tegelijkertijd de vluchtelingen kalm te houden. Wie haar of zijn inzet beperkt tot het bepleiten van een 'humanisering' van het beleid of van detentie-omstandigheden, of meent er goed aan te doen om mensen te helpen bij 'vrijwillige' terugkeer, die belandt al snel in het vaarwater van overleg en samenwerking met Justitie en aangrenzende instanties. Een consequente inzet voor de rechten van vluchtelingen kan volgens ons maar tot één keuze leiden: de inzet voor open grenzen en het recht op vrijheid van beweging voor iedereen, en daarmee voor de onvoorwaardelijke afwijzing van het huidige vluchtelingenbeleid en alle instanties die zich bezighouden met de uitvoering daarvan. |
|
Lees meer...
|
|
|
dinsdag 22 december 2009 |
|
Nederland zou zo’n beetje bezwijken onder de last van de importbruiden, als je minister Eberhard Van der Laan van Wonen, Wijken en Integratie moet geloven. E-Quality, een “kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit” bracht een factsheet uit waaruit blijkt dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. Dat het allemaal analfabeten en kanslozen uit Marokko en Turkije zouden zijn, wordt stevig weersproken door de factsheet: “Minder dan 1 op de 5 gezinsmigranten komt uit Turkije plus Marokko, en van hen is ongeveer de helft vrouw. Turkse en Marokkaanse ‘importbruiden’ vormen 10 procent van alle huwelijksmigranten.” “Ja maar”, hoor je Verdonk, Wilders en Van der Laan al roepen, “van de niet-westerse allochtonen trouwde 60 procent met een partner van dezelfde etnische herkomst”. In verreweg de meeste gevallen is dat echter geen huwelijksmigrant, maar iemand die al in Nederland woont. Met name onder jongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst is het ‘importeren’ van bruidegommen en bruiden de laatste jaren sterk gedaald.
E-Quality zet in haar factsheet steeds de beeldvorming tegenover de feiten: “Beeldvorming: huwelijksmigratie brengt vooral laag opgeleide vrouwen naar Nederland. Feit: 75 procent van degenen die in het buitenland examen doen om als huwelijksmigrant te worden toegelaten, heeft een opleiding op meer dan basisschoolniveau. Van de Turkse en Marokkaanse vrouwelijke huwelijksmigranten heeft 38 procent minimaal een mbo-opleiding als zij in Nederland aankomen.”
Vrouwen blijken vaker niet aan de inkomens- en leeftijdseisen te kunnen voldoen dan mannen. De (tijdelijke) daling van de huwelijksmigratie betekent dus vooral een lager aantal ‘importbruidegommen’. De overheid voerde reeds allerlei maatregelen in tegen huwelijksmigratie, zoals de Wet Inburgering Buitenland, een inkomenseis van 120 procent van het minimumloon en een leeftijdsgrens van 21 jaar. Deze anti-immigratiemaatregelen werden officieel onder meer genomen om ‘huwelijksdwang’ tegen te gaan. De onderzoekers die door E-Quality aangehaald worden, vonden geen aanwijzingen dat de hogere minimumleeftijd heeft geleid tot meer weerbaarheid tegen huwelijksdwang. Gedwongen huwelijken zijn de onderzoekers sowieso niet tegengekomen. Die bevindingen kunnen er volgens de onderzoekers op wijzen dat het beleid de omvang van huwelijksdwang heeft overschat. Goed onderzoek naar de omvang ontbreekt. De onderzoekers spreken van een verandering in de richting van “modern gearrangeerde huwelijken” in Turkije en Marokko: de ouders spelen nog wel een rol, maar de jongeren krijgen de kans elkaar echt te leren kennen en mogen zelf beslissen. Toch troffen de onderzoekers nog wel enkele huwelijken aan die onder grote sociale druk tot stand kwamen. Daarbij was er echter geen verschil tussen jonge en oudere paren.
Het is belangrijk de feiten tegenover de beeldvorming te zetten, zoals E-Quality doet. Dat zal echter niet helpen tegen mensen met PVV-denkbeelden. Die partij maakt herhaaldelijk duidelijk dat ze perse onderscheid wil maken tussen ‘moslims’ en ‘niet-moslims’. Ze wil een immigratiestop uit ‘moslim-landen’. Feiten doen daarbij niet terzake. Beleidsmakers - die overigens steeds verder richting PVV opschuiven - moeten nog wel met de feiten rekening houden, omdat ze wettelijk gezien geen onderscheid mogen maken tussen ‘moslims’ en ‘niet-moslims’. Van der Laans uitlatingen, zoals die in de Telegraaf van 7 juni 2009 over “de constante instroom van laag opgeleide nieuwkomers in het kader van de gezinshereniging” die “een zware wissel trekt op de inburgering en onze spankracht te boven gaat”, geven weinig hoop dat hij gevoelig is voor feiten. Interessanter dan feiten die overheid en PVV ervan zouden moeten overtuigen dat er een diverse groep huwelijksmigranten is die allemaal lijden onder het onterecht negatieve beeld over ‘importbruiden’, is dan ook wat E-Quality meldt over de (on)mogelijkheden van vrouwen als ze hier zijn gekomen. De inburgeringscursussen die ze dan volgens de wet moeten volgen, en waar Van der Laan zo op inzet, bieden veel vrouwen niet wat ze zoeken. De beeldvorming over ‘importbruiden’ blijkt daarbij een belangrijke rol te spelen. Uit het E-Quality-onderzoek blijkt dat veel capaciteiten en talenten van huwelijksmigrantes verloren gaan. Dat komt enerzijds door hun eigen gebrek aan zelfvertrouwen of doorzettingsvermogen, maar ook door de lage verwachtingen die de Nederlandse samenleving en instanties van hen hebben. Ze worden ondergewaardeerd en dat leidt ertoe dat ze hun ambities terugschroeven. De beeldvorming maakt zo zichzelf waar. Ook dat vat E-Quality weer overzichtelijk samen. “Beeldvorming: Vrouwelijke huwelijksmigranten willen geen betaald werk. Zij zijn sterk gericht op moederschap en gezin. Feit: De meerderheid van de huidige generatie huwelijksmigrantes wil werken. Zij zijn ontevreden als zij worden ingedeeld in een inburgeringstraject dat vooral op hun rol als moeder is gericht.” De eerste jaren van huwelijksmigranten zijn moeilijk door de achterstand op hun echtgenoot(e) die de taal en de weg in het land (beter) weten. Juist in die periode kunnen migranten een warm ondersteunend welkom gebruiken en onterechte negatieve beeldvorming missen als kiespijn.
Willem Slaapmaat |
|
|
maandag 21 december 2009 |
FNV-voorzitter Agnes Jongerius heeft zich opnieuw de woede op de hals gehaald van het strijdbare deel van de vakbeweging. In oktober 2009 hoonden veel FNV-ers haar weg, toen ze openlijk toenadering zocht tot de PVV van Geert Wilders. De laatste dagen ligt Jongerius weer onder vuur, ditmaal wegens de achterkamertjespolitiek en de nederlagenstrategie van de FNV-top in de strijd tegen het AOW-plan van de regering.
In een interview met de GPD-kranten liet Jongerius en paar dagen geleden weten: “Als een meerderheid van het parlement kiest voor een verhoging van de AOW-leeftijd, heb je je daar bij neer te leggen.” Daarop brak binnen de FNV de pleuris uit. Na een crisisberaad kwam de FNV-top op 20 december met een verklaring die de hoog opgelopen gemoederen moet sussen. Daarin stelt men dat de FNV haar verzet tegen het AOW-plan niet heeft gestaakt, in tegenstelling tot “de indruk” die zou zijn ontstaan in de media. Eerst je erbij neerleggen en dan toch misschien weer niet, onder druk van de achterban. Het is duidelijk dat Jongerius en de rest van de vakbondstop aan het zwalken is.
Doorbraak steunt het streven naar een linkse, strijdbare en democratische vakbeweging. Wij zijn solidair met arbeiders, organizers en andere strijdbare vakbondsleden die zich van onderop verzetten tegen de bureaucratische en corporatistische top-down structuur die de Nederlandse vakbonden kenmerkt. De arbeiders behoren zelf het beleid van hun bonden te bepalen, niet de vakbondstop. “Wij zijn de FNV, wij besluiten en jullie voeren uit. Als je dat als voorzitter van de FNV niet wil uitvoeren, dan is daar het gat van de deur”, aldus FNV Vecht voor je recht, een netwerk waarin actieve FNV-ers samen werken aan een vakbeweging “die het verband legt tussen alle aanvallen die sinds 2000 in Nederland en de rest van Europa op de neo-liberale agenda zijn gezet. Een strijdbare vakbeweging die niet langer meewerkt aan de gefaseerde afbouw van werknemersrechten, maar die in de aanval gaat voor een sociaal en rechtvaardig Nederland en Europa.” Het netwerk ziet voor de FNV alleen een uitweg “als er een andere voorzitter komt. Dan kan er schoon schip gemaakt worden en kan er met overtuiging een andere weg worden ingeslagen.”
Harry Westerink |
|
|
vrijdag 18 december 2009 |
Het leek zo mooi in 2007: een hele Nigeriaanse bende mensenhandelaren zou in één keer opgerold zijn in het kader van operatie Koolvis. Een Nederlands politieteam pakte samen met Nigeriaanse, Spaanse en Italiaanse collega’s 11 mannen op die betrokken zouden zijn bij het ronselen van Nigeriaanse meisjes. Die meisjes moesten van hun ronselaars asiel aanvragen in Nederland. Zodra ze dan in de opvang zaten, werden ze door de mensenhandelaren opgepikt en elders in Europa gedwongen om in de prostitutie te werken.
De aanpak van mensenhandel heeft grote prioriteit in Nederland. Operatie Koolvis leek de kroon op het werk te zijn. Sinds het oppakken van de bende was de handel in Nigeriaanse meisjes nagenoeg tot stilstand gekomen. Andere landen wachtten gespannen de afloop van de zaak af om eventueel de Nederlandse werkwijze over te nemen. Helaas: opnieuw is het Nederlandse justitieapparaat niet in staat gebleken om mensenhandelaren adequaat aan te pakken. Eerder dit jaar blunderde Justitie al door een verdachte mensenhandelaar verlof te geven om zijn pasgeboren kind te bezoeken. En weg was ie. Zonder verdachte geen veroordeling. De vrouwen die door deze lieden tot prostitutie gedwongen zijn, staan in de kou.
De realiteit is dat het Nederland nauwelijks lukt om mensenhandelaren te veroordelen. En als het al lukt, dan wordt een groot deel van de verdachten niet veroordeeld voor mensenhandel. Soms wel voor andere strafbare zaken die ermee samenhangen, zoals illegale werknemers in dienst hebben, verboden wapenbezit, drugshandel of belastingontduiking. In de Koolviszaak had Justitie alles uit de kast gehaald om tot een solide zaak te komen. Alles werd in het werk gezet om de slachtoffers zover te krijgen om aangifte te doen tegen hun pooiers en handelaren. Zo werden een Nigeriaanse ervaringsdeskundige en een Nigeriaanse dominee ingeschakeld. Op de manier van werken van deze Nigerianen hield Justitie echter onvoldoende controle, waardoor de rechtbank oordeelde dat de slachtoffers mogelijk ongeoorloofd beïnvloed waren in hun verklaringen. Dat leidde ertoe dat mensensmokkel wel bewezen geacht werd, maar mensenhandel - het tot prostitutie dwingen van de vrouwen - niet. De hoofdverdachten kregen een magere vier en viereneenhalf jaar gevangenisstraf opgelegd. Een aantal handlangers kreeg tussen de een en twee jaar. De overige vijf verdachten werden vrijgesproken.
Het treurige is dat al in 1996 bekend was dat er op grote schaal Nigeriaanse meisjes uit de asielcentra verdwenen. De toenmalige staatssecretaris van justitie, Schmitz, suste destijds de verontruste media en politici. Er zou geen reden tot bezorgdheid zijn. Ook VluchtelingenWerk deed laconiek over de verdwijningen, terwijl er toen al duidelijke signalen waren dat de meisjes in de gedwongen prostitutie waren terechtgekomen. Begin 2000 werd bekend dat meer dan de helft van de meisjes die uit bordelen werden bevrijd, opnieuw in de gedwongen prostitutie terecht kwamen. Dertien jaar verder is de overheid nog steeds volstrekt onvoldoende in staat om slachtoffers te beschermen en daders een halt toe te roepen.
Ellen de Waard |
|
|
vrijdag 18 december 2009 |
Wat doe je als christelijke partij die de godsdienstvrijheid wil beschermen, maar ook een hekel heeft aan de islam? Je laat je “wetenschappelijk instituut” een studie uitvoeren waarin je wat platitudes over “vrede” mengt met algemeenheden over “de islam”, die aanvult met wat Jezus-quotes om uiteindelijk tot de conclusie te komen: buitenlanders deugen niet. Zo werkt de ChristenUnie.
Een donkergroen weiland, gehuld in de schaduw van onheilspellende wolken op de achtergrond. Daartussen ingeplakt een plaatje van een vrouw met een hoofddoek. Haar blik is naar beneden gericht. Ze laat haar gezicht niet zien, maar stampt onhoudbaar op ons af. De donkere wolken trekt ze met zich mee. Dat is het beeld waarmee de ChristenUnie haar net verschenen islamstudie presenteert, met de duidelijke titel “Voorwaarden voor vrede”. Gert-Jan Segers, directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie, greep de kans om zijn eigen bijdrage te leveren aan het debat rond “de komst van de islam, de integratie van moslims en de identiteit van Nederland”.
"Voorwaarden voor vrede." Dus er is oorlog? Nee, zegt Segers. Maar er is wel onvrede. Onvrede over lage lonen, lange werktijden en passieve politici? Nee. Volgens Segers is er onvrede over moslims in Nederland, over het gebrek aan een Nederlandse identiteit en over “haatprekende imams, een boerka, radicaliserende moslims en de vermeende onverenigbaarheid van westerse en islamitische waarden”. Het debat over moslims in Nederland is te verwarrend en onduidelijk en levert niks op, zegt Segers. Hij wil, vanuit een christelijk perspectief, duidelijkheid scheppen over de eisen die “we” moeten stellen aan migranten en de plichten die “we” moeten vervullen ten opzichte van deze migranten. Zijn conclusie is weinig verrassend en nog minder nieuw: we moeten “een hand uitsteken” naar degenen “die willen meedoen” en een “pedagogisch tikje” geven aan degenen die “ons de rug toekeren”. |
|
Lees meer...
|
|
|
dinsdag 15 december 2009 |
Op aanraden van staatssecretaris Nebahat Albayrak van Justitie heeft de ministerraad begin december 2009 ingestemd met een volgende stap om het leven van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) verder te verzieken. Ze kunnen nu nog sneller gedeporteerd worden.
Op zich is dit eigenlijk geen nieuws. Het is simpelweg de volgende maatregel tegen vluchtelingen in een ellendig lange reeks van vaak onmenselijke wetten die is begonnen met het ingaan van de eerste Vreemdelingenwet in 1849. Met als voorlopig dieptepunt de bewust gecreëerde onveilige omstandigheden in de Schipholbajes, die ertoe leidden dat 11 vluchtelingen verbrandden. Kwestie van "adequaat handelen", aldus de toenmalige minister Rita Verdonk.
De meeste nieuwe wetten tegen vluchtelingen worden recht gepraat met nationalistische doemscenario's waarin ons volle land of onze economie het niet meer aan zou kunnen, en we bedolven dreigen te worden onder een vloedgolf van criminelen, leugenaars, bedriegers, aanranders, werkelozen, oorlogsmisdadigers en profiteurs. Bij de amv's gooit de regering het dit keer eens over een andere boeg: uitzetten zou voor "hun eigen bestwil” zijn.
Amv’s worden bijna per definitie afgewezen en krijgen zelden een vluchtelingenstatus. De zaak wordt meestal al ver voor hun achttiende afgehandeld. Maar omdat ze dan nog niet officieel volwassen zijn, worden ze nog niet direct gedeporteerd. Ze krijgen opvang tot hun achttiende verjaardag. En ondertussen wordt er hard gewerkt aan hun "vrijwillige terugkeer" naar bijvoorbeeld familie of een opvanghuis in het land van herkomst.
Maar wanneer ze eenmaal 18 jaar zijn geworden, verdwijnen de amv’s vaak spoorloos, zodat ze niet gedeporteerd kunnen worden. Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat ze zich uit de voeten maken, aangezien ze hun hele hebben en houden en vaak ook hun leven op het spel hebben gezet om hun land te ontvluchten en Nederland te bereiken. Logisch dat ze niet gaan zitten wachten tot ze teruggeschopt worden naar de plek waar ze juist vandaan zijn gevlucht.
Vanaf hun achttiende maakt de overheid hen illegaal. Weer op de vlucht, dit keer ín Nederland, belanden ze in erg moeilijke en kwetsbare posities. Armoede, dakloosheid, uitbuiting en prostitutie liggen op de loer. Daarom hebben dezelfde welwillende beleidsmakers die hen illegaliseren, nu bedacht dat het “in het belang van het kind is om waar mogelijk in de eigen vertrouwde omgeving op te groeien en zo te voorkomen dat zij in Nederland of elders in Europa in de illegaliteit belanden”. En dus moet er voortaan binnen een jaar beslist worden over de asielaanvragen van amv's, en kunnen ze vervolgens direct naar “de eigen vertrouwde omgeving” gedeporteerd worden. Nou, is dat even netjes. Nederland is al zo’n feest voor jonge vluchtelingen. En dan worden ze voortaan nog snel "naar huis gebracht" ook, om de letterlijke woorden van Albayrak te gebruiken.
Sandor Schmits |
|
|
maandag 14 december 2009 |
Op 30 en 31 oktober 2009 organiseerde de breed georiënteerde grassroots-organisatie London Citizens (LC) voor leden en geïnteresseerden een training over de kunst van het organiseren en over succesvol gebleken tactieken. Namens Doorbraak ging Harko Wubs naar Groot-Brittannië om eraan deel te nemen. Doorbraak wilde meer weten over LC, en inspiratie en ideeën opdoen voor nieuwe effectieve vormen om sociale strijd te organiseren. Een persoonlijk verslag.
Ik was al op de hoogte van de successen rondom de LC-campagne Strangers into Citizens. Een indrukwekkend resultaat: duizenden mensen hadden ze op straat weten te krijgen om een legale status te eisen voor ongedocumenteerde Londenaren. En het beste van alles was nog wel dat veel van de demonstranten geen 'dagjesmensen' waren die even hun stem kwamen laten horen nadat ze een oproep hadden gelezen van de betreffende organiserende club. Een heel groot gedeelte van de aanwezigen was daadwerkelijk georganiseerd, of kende op zijn minst iemand die georganiseerd was, familie, vrienden, of collega's. Onder meer kerken, moskeeën, scholen, zelforganisaties en vakbonden hebben zich met woord en daad verbonden aan de organisatie LC. En goed georganiseerd zijn betekent natuurlijk dat de kans dat een dergelijke campagne na de eerste de beste geslaagde actie weer in elkaar zakt een heel stuk kleiner is. En dat is wat je moet hebben, als je daadwerkelijke verandering wilt bewerkstelligen. |
|
Lees meer...
|
|
|
maandag 14 december 2009 |
Elk jaar weer vieren miljoenen Nederlanders op 5 december een nogal eigenaardig en oubollig kinderfeest. De hoofdrollen in dat feest zijn weggelegd voor een oude, witte, wijze, strenge, op een paard zittende christelijke pseudo-heilige, met een lange baard en een mijter, en een aantal dommige, olijke, kinderlijk in het rond springende pseudo-zwarte knechten, met dikke lippen, kroeshaar, grote oorringen, en een kostuum dat doet denken aan huisbedienden van eeuwen geleden. Miljoenen Nederlanders zijn dol op het feest. Wie er kritiek op levert, tast hun zelfbeeld aan, hun gevoel van Nederlander zijn. Wie het aanvalt, kan rekenen op hun tomeloze ergernis en woede. Het feest van Sinterklaas en Zwarte Piet wordt beschouwd als het boegbeeld van de veronderstelde Nederlandse cultuur. Buitenstaanders en buitenlanders moeten met hun poten van die traditie afblijven, zo vinden ze. Met hun emotionele en religieus aandoende verering van de oudhollandse allerheiligendag van 5 december lijken miljoenen Nederlanders soms wel wat op godsdienstwaanzinnigen.
In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw had de strijd tegen racisme flink wat invloed, meer dan nu in elk geval. Vooral zwarte Nederlanders voerden toen actie tegen Zwarte Piet, de zwarte knecht van de witte baas, de racistische karikatuur die is overgebleven uit de koloniale tijd en elk jaar opnieuw wordt gereproduceerd. Maar gelukkig is de strijd tegen dit racisme de laatste jaren weer wat opgelaaid, mede door toedoen van een kritisch project van de kunstenaars Annette Krauss en Petra Bauer. Hoewel een minderheid, blijken er in Nederland toch flink wat Sint en Piet-critici rond te lopen. Zo probeerde een man op 5 december 2009 in Deventer een Zwarte Piet met een spons af te schminken en weer wit te maken. Een mooie symbolische actie tegen de blackface-traditie, een soort racistische travestie waarbij witten zich zwart schminken om de rol van de domme, primitieve en dansende “neger” te kunnen spelen. Stel je eens voor dat dit zou leiden tot een heuse beweging van activisten die jaarlijks in december massaal met doeken en sponzen Zwarte Pieten gaan afschminken. In Amsterdam-Zuidoost hebben veel ouders uit de Surinaamse en Antilliaanse hoek al jarenlang geen zin om hun kinderen te confronteren met het Zwarte Piet-racisme. Ze proberen dan om een alternatief anti-racistisch kinderfeest te organiseren. Er broeit kennelijk wat. Zo sprak onlangs ook de bekende zangeres Anouk zich in het openbaar uit tegen "het racistische baggerfeest” van Sint en Piet.
Op 3 december ging de film “Read the masks. Tradition is not given” van Krauss en Bauer in Utrecht in première. In 2008 werd hun protestmars tegen Zwarte Piet afgelast wegens massale scheldpartijen en bedreigingen . Dankzij de film laaide de discussie over het feest in de media onlangs weer wat op. “Is Zwarte Piet een racistisch fenomeen?”, vroeg Volkskrant-journalist Peter de Graaf aan historicus Albert van der Zeijden, medewerker van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. “Nee, Zwarte Piet heeft van oorsprong niets te maken met een zwarte slaaf of het koloniale verleden. Sterker nog, de eerste knechten van Sint waren blank”, aldus de Sinterklaas-deskundige. “Maar Sinterklaas is ook de spiegel van de samenleving”, moest hij toegeven. “Na de oorlog ging Zwarte Piet onbeholpen praten en kreeg hij kroeshaar met dikke lippen. Dat kan best met het koloniale verleden te maken hebben. In de hoofden van mensen is de knechtenrol meer voor zwarten dan voor blanken.” Met andere woorden: volgens de historicus heeft de figuur Zwarte Piet na de Tweede Wereldoorlog nog een extra racistisch tintje gekregen. Zeker gezien die koloniale opwaardering van net 60 jaar geleden zou het niet moeilijk moeten zijn om hem af te schaffen. Maar volgens de meeste Nederlanders moeten de critici niet zeuren. Het feest zou nu eenmaal “onze” oude traditie en “onze” cultuur zijn. Punt uit. En daarom zou Zwarte Piet niet mogen worden afgeschaft. Gelukkig is in de loop van de menselijke geschiedenis gebleken dat lang niet iedereen dit soort bekrompen redeneringen aanhangt. Op de eeuwenlange traditie van vrouwenonderdrukking en homohaat is terecht veel kritiek geleverd. Op die cultuur zijn veel mensen niet trots meer. Waarom dan wel op de koloniale traditie van Zwarte Piet?
Harry Westerink |
|
|
maandag 14 december 2009 |
Filmcafé Onderbelicht organiseert in Nijmegen in samenwerking met Doorbraak een filmtrilogie met maatschappelijke films uit en over Turkije. We worden tegenwoordig overweldigd door politici en opiniemakers die het alleen nog maar hebben over ongewenst gedrag van “allochtonen” en de noodzaak dat ze inburgeren in Nederland. Tijd om de rollen om te draaien en ons eens te verdiepen in een land waar tot voor kort nog zo gretig goedkope arbeidskrachten vandaan gehaald werden. Wat weten we in Nederland eigenlijk over Turkije? Wat weten we over de linkse beweging in dat land? Wat gebeurde er in 1968? En welke politieke filmmakers heb je daar? In de Nijmeegse afdeling van Doorbraak zijn relatief veel Turkse Nederlanders actief en die hebben een aantal films voorgedragen. Bij twee van de voorstellingen wordt een introductie verzorgd. Kom dus kijken naar drie bijzondere films.
Woensdag 18 november 2009: “Sürü” (met introductie door Cengiz Caglar) (Turkije, 1978, 123 minuten, drama. Regie: Zeki Okten, scenario: Yilmaz Guney.)
Een oude herder, wiens schapen per trein naar Ankara gebracht moeten worden, schrijft alle rampspoed toe aan zijn zwijgzame en ongelukkige schoondochter Berivan. Een indrukwekkend document van een zowel menselijke als maatschappelijke tragedie. - Deze voorstelling zal worden bijgewoond door de beginnende Turkse filmmaker Cengiz Caglar van stichting Raywan. Hij zal vertellen over de politieke aspecten van het leven en de films van de legendarische filmmaker en scenarist Guney.
Woensdag 2 december 2009: “Reise der Hoffnung” (Zwitserland/Turkije, 1990, 110 minuten, sociaal drama. Regie: Xavier Koller.)
Reisverhaal over bedrogen Turkse boeren op weg naar het Beloofde Zwitserland. We volgen een vader en een moeder die met een van hun zeven kinderen hun boerderijtje verlaten voor de lange reis naar het Zwitserse chocoladeparadijs. Het begint veelbelovend maar spoedig maken ze kennis met de Zwitserse grenspolitie en de koehandel in Turkse plattelandsbewoners als werkkrachten voor de fabrieken van het welvarende Zwitserland. De film kreeg in 1991 een Oscar voor de beste niet-Engelstalige film, maar is in Nederland nauwelijks meer te zien of te huren. Gebaseerd op een ware geschiedenis.
Woensdag 16 december 2009: “Devrimci Gençlik Köprüsü” (met introductie door Bektas Ugural) (Turkije, 2007, 84 minuten, documentaire. Scenario: Bahriye Kabadayı.)
In 1968 bouwde een groep studenten een brug over de Zap-rivier bij Hakkari, de meest oostelijke Koerdische stad in Turkije. Het was een protest tegen de grote investeringen die gedaan werden bij de bouw van de brug over de Bosporus in Istanbul, en tegen de ongelijkheid tussen oost en west. - Met een korte inleiding van Doorbraak-activist Bektas Ugural.
De drie films zijn te zien in: De Klinker (in de Grote Broek) Van Broeckhuysenstraat 46, Nijmegen Telefoon: 024-3605208 Aanvang: 20:00 uur
Vooraf is er steeds vanaf 18:30 uur de gelegenheid om soep en brood te eten in het soepcafé. |
|
|