|
vrijdag 07 augustus 2009 |
Van 10 tot en met 12 augustus 2009 wordt in de Rai te Amsterdam de vijfde internationale bijeenkomst van de World Congress of Families (WCF) georganiseerd. De WCF is een bekend netwerk van machtige christelijke groeperingen die bekend staan om hun anti-feministische, homofobe en transfobe kijk op de wereld en hun houding tegen abortus. Fundamentalistische groepen die deel uitmaken van dit netwerk zijn onder andere Human Life International, Family Research Council, United Families International, Priests for Life, Concerned Women of America en Americans United for Life. Deze groepen zijn vooral in Noord-Amerika bekend om hun conservatieve en anti-mensenrechten georiënteerde gedachtegoed.
Een selectie van uitspraken die voortkomen uit deze groeperingen: “Homosexual behaviour/lifestyle is an unhealthy and harmful practice that leads to injury, disease and early death for its participants” en “Research confirms that homosexuals molest children at rates vastly higher than heterosexuals”. (Marcia Barlow, United Families International Guide to family issues. Sexual orientation: UFI; 2004).
Hiernaast voeren deze organisaties actief campagne tegen de rechten van de vrouw door onder meer vrouwen te bedreigen die abortusklinieken bezoeken en de medewerkers die daar werken.
Tijdens de eerste week van augustus zal er een van de grootste bijeenkomsten van homoseksuelen ter wereld in Amsterdam plaatsvinden: de Canal Pride. De stad Amsterdam heeft samen met bedrijven campagne gevoerd om te laten zien hoe homovriendelijk de stad is, hoe tolerant zij staat tegenover de seksuele keuzes van mensen en hoe welkom mensen van verschillende seksuele voorkeuren zijn in Amsterdam. Het is ironisch dat de week na deze festiviteiten van tolerantie, als het geld van de Canal Pride binnen is en de tolerantie verkocht is, de WCF met haar intolerantie als commerciële mogelijkheid door Amsterdam en haar bedrijven aangegrepen wordt.
Naast de eerder genoemde Amerikaanse organisaties van de WCF participeren er ook verschillende Nederlandse organisaties in het congres. Dit zijn Prisma, Woord en Daad, Vereniging Groot Gezin, Netwerk Landelijke Ouder Organisaties, European Large Families Confederation, en Chris (De Hoop). Verschillende leden van de SGP en ChristenUnie zullen als sprekers aanwezig zijn en minister Rouvoet zal het openingswoord voeren. Wij vragen deze groeperingen om hun positie publiekelijk kenbaar te maken en of zij inderdaad hun Amerikaanse partnerorganisaties steunen in hun homofobe en anti-feministische denkbeelden. Als zij dit in Nederland niet doen, waarom participeren zij dan in de WCF en nemen zij geen afstand van deze Amerikaanse organisaties?
Wij geloven in tegenstelling tot de organisatoren van de WCF in de vrijheid van het individu en de mogelijkheden die een ieder moet hebben om zich binnen de maatschappij te kunnen ontwikkelen. Wij spreken ons daarom uit tegen de WCF die openlijke haatcampagnes organiseert tegen specifieke groepen die de fundamentalistische regels van de WCF overtreed. We spreken ons ook uit tegen de manier waarop de WCF mensen mobiliseert om de rechten van individuen onderuit te halen. Wij vragen iedereen en met nadruk de media om vraagtekens te plaatsen bij de organisatie van de WCF in Amsterdam. Daarbij vragen wij de gemeente van Amsterdam en de RAI of zij de ideeën van dit congres ondersteunen en expliciet te maken waarom zij dit congres faciliteren.
Wij zullen in ieder geval een tegengeluid laten horen en roepen anderen die ook staan voor de vrijheid van de mens met ons mee te doen.
Ondertekend door: QueerNL, (
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
), Noodles, Noticias, Latijns Amerika Centrum, SGPnee, Doorbraak, Transgender Netwerk Nederland.
Lees hier meer over de WCF. |
|
|
dinsdag 28 juli 2009 |
De PVV haalde bij de Europese verkiezingen 17 procent van de stemmen en vier zetels. Dat is een schrikbarende uitslag. Sommige Europese geestverwanten van de PVV deden het eveneens goed, maar anderen verloren juist fors. Een innige samenwerking tussen de extreem-rechtse partijen in een Europese fractie ligt vooralsnog niet in het verschiet.
Bij de Europese verkiezingen konden 376 miljoen mensen uit 27 lidstaten een stem uitbrengen. Slechts 162 miljoen van hen deden dat daadwerkelijk. Vooral de conservatieve partijen wonnen. Sociaal-democratische partijen wisten niet te profiteren van de economische crisis en kregen grote klappen. Hoewel de extreem-rechtse partijen nagenoeg niets te melden hadden over Europese issues als de economische crisis en de klimaatverandering, wisten ze toch 37 zetels binnen te slepen, met name door de racistische agenda die ze voerden. Maar dat blijft een schijntje, afgezet tegen het totaal van 785 Europese zetels. |
|
Lees meer...
|
|
|
woensdag 22 juli 2009 |
Het Duitse boek “Never work alone” biedt de lezer een verzameling van teksten die allemaal betrekking hebben op organizing, een nieuwe visie op vakbondswerk. De theorie achter de praktijk, de voorlopers van het organizingmodel, de ontwikkeling ervan en recente voorbeelden uit de praktijk komen in de bundel aan bod. Organizing heeft zijn wortels in het gedachtegoed van de Amerikaan Saul Alinsky. Volgens hem moesten mensen van onderop met elkaar macht opbouwen, om zodoende verandering teweeg te brengen. Zijn visie werd gekenmerkt door een pragmatische kijk en een nadruk op werken binnen het bestaande systeem. Eind jaren 90 vond organizing haar weg naar de Amerikaanse vakbond SEIU. De methode werd vertaald naar de realiteit van de vakbeweging en met succes toegepast in de “Justice for janitors”-campagne, waarin schoonmakers - veelal migranten - samen hun eisen kracht bijzetten met behulp van directe actie. En in Nederland leverde organizing onlangs een mooie overwinning op voor de schoonmakers op Schiphol.
Idealiter verloopt het organizingproces als volgt. Organizers worden ingezet in een of meerdere objecten en proberen vervolgens in kaart te brengen hoeveel mensen er werken en hoe het eraan toegaat. Er worden gesprekken aangegaan met werknemers om duidelijk te krijgen wat hun problemen en hun eisen zijn, en er wordt gekeken waar de “leaders” zitten, de invloedrijke charismatische werknemers. Vervolgens wordt er een “plan to win” gemaakt door de organizers, waarin de nadruk wordt gelegd op kleine behapbare overwinningen, als stapjes naar het behalen van de grote eisen. Ondertussen probeert men een steeds groter gedeelte van de arbeiders te activeren en hun eisen kracht bij te laten zetten door directe actie: langsgaan in delegaties, flyeren, picketlines, demonstraties. Wat activisten vooral zou moeten aanspreken in dit model is de toenadering die er vanuit de vakbond wordt gezocht met bredere sociale bewegingen, de organisatie van arbeiders in democratisch gekozen “organizing committees” en het streven van de organizers om de werknemers zo’n groot zelfvertrouwen bij te brengen dat ze na verloop van tijd hun eigen organizers zijn geworden.
Het boek kenmerkt zich door een zeer open houding ten opzichte van het eigen onderwerp. Organizing is geen geschenk uit de hemel, maar slechts een model dat naar gelang de context aangepast kan worden. Niettemin focust het boek vooral op het presenteren van organizing als model, en niet zozeer op de discussie erover, die hopelijk in de beweging eromheen wel aanwezig is. Is het van te voren opstellen van een “plan to win”, bijvoorbeeld, niet in strijd met de autonomie van de “organizing committees”? Hoe het ook zij, het boek is, voor wat het wil zijn, uitermate geslaagd: de theorie en de ontwikkeling van het organizingmodel worden helder gepresenteerd en aangevuld met zeer inspirerende informatie over daadwerkelijk gevoerde campagnes, zoals die van arbeiders bij het Duitse Lidl. Uit het gepresenteerde materiaal kunnen we makkelijk de aanzetten destilleren tot een discussie over vakbondswerk in het algemeen, en organizing in het bijzonder.
“Never work alone. Organizing – ein Zukunftmodell für Gewerkschaften”, Peter Bremme, Ulrike Fürniss en Ulrich Meinecke. Uitgeverij: VSA-Verlag, € 19,80. ISBN: 9783899652390.
Gábor Kovács |
|
|
maandag 20 juli 2009 |
In de obscure blaadjes van extreem- en populistisch rechts komt hun ware aard naar boven. Haat tegen niet-westerse migranten en Joden voert de boventoon. Daarbij geven de publicaties een aardig kijkje in het verknipte leven van menig bruinhemd: onderlinge ruzies zijn aan de orde van de dag.
Fucking great! Onlangs vluchtte volgens de nieuwsbrief van Stichting Taalverdediging de eerste Nederlander het land uit, omdat hij “de taalverloedering in Nederland niet meer kon aanzien”. De man ergerde zich zodanig aan het gebruik van de Engelse taal alhier dat hij verkaste naar Zweden. Daar kan de “taaluitwijkeling” zijn geluk niet op, want “Zweeds is er de voertaal met weinig uitheemse woorden erin”. Ook reclameteksten zijn er tot zijn grote genoegen enkel in het Zweeds. Op de opmerkelijk actie van de man past maar één reactie: bye bye, zwaai zwaai, en opgerot. En dat er nog maar vele taalverdedigers mogen volgen. |
|
Lees meer...
|
|
|
donderdag 16 juli 2009 |
Iedereen heeft het druk, druk, druk. Veel mensen hebben daardoor nauwelijks nog tijd voor politieke activiteiten. Ook binnen Doorbraak heerst een schrijnend gebrek aan tijd. Veel activisten zoeken voor zichzelf oplosssingen, terwijl het feitelijk een collectief probleem is dat samenhangt met de huidige fase in de kapitalistische ontwikkeling die onder meer gekenmerkt wordt door een grote mate van flexibilisering.
Waar hebben we het met z’n allen druk mee?
De drukte in ons leven wordt voor een groot deel veroorzaakt door de economische en politieke omstandigheden, en mogelijk gemaakt door de technologische ontwikkelingen. Vrijwel iedereen moet betaald werken tegenwoordig, zowel mannen als vrouwen. Tweeverdiener zijn is voor de meeste mensen allang geen luxe meer. Daarbij moeten velen zich voortdurend bijscholen via cursussen, steeds bij uitzendbureaus of opdrachtgevers langs voor nieuw flexibel werk, en langere afstanden reizen omdat de loonarbeid en boodschappen steeds verder weg zijn. Ook de zorgtaken vereisen meer en meer tijd. Allerlei handige huishoudapparaten hebben ons weliswaar werk uit handen genomen, maar ze moeten wel betaald en gerepareerd worden. Ook moeten kinderen steeds meer en verder vervoerd worden naar de speciaal gekozen scholen en clubs, en moeten ouders bezocht worden in bejaardentehuizen in een andere stad. Studenten moeten steeds sneller studeren en vaak meerdere studies afronden om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De meeste studenten zien zich daarnaast ook nog eens financieel gedwongen om een of meer ‘bijbaantjes’ te nemen. Allemaal zijn we verder steeds meer tijd kwijt aan het uitzoeken welke verzekering we zullen nemen, welk merk telefoon en welk internet. En daarnaast zijn er natuurlijk ook de leuke verlokkingen die ons afleiden van politiek, zoals ontelbare tv-netten, dvd’s, internet, videogames, hobbies, mobiele telefoons, uitgaan, en meerdere vakanties per jaar. |
|
Lees meer...
|
|
|
woensdag 15 juli 2009 |
Op 31 mei 2009 organiseerde de Turkse Federatie Nederland (TFN) in Utrecht een congres met als speciale gast Devlet Bahçeli, de leider van de Turkse extreem-rechtse partij MHP. Doorbraak vroeg het Utrechtse college van B&W in een brief om maatregelen tegen de omstreden bijeenkomst. Tientallen anderen volgden dat voorbeeld.
Het congres vond plaats in zalencentrum De Vechtsebanen. Naast Bahçeli stond ook een aantal vooraanstaande Grijze Wolven-musici op het programma, waaronder Mustafa Yildizdogan die onder meer een lofzang heeft geschreven op voormalig MHP-leider Alparslan Türkes. De organisatoren lieten weten te rekenen op de komst van 2.000 Grijze Wolven, uit binnen- en buitenland. |
|
Lees meer...
|
|
|
dinsdag 14 juli 2009 |
Het verhaal in Stevo Akkermans boek “De inboorling” is fictief, maar wel gebaseerd op een historisch gegeven: de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling van 1883 . Hoofdpersoon Jozef Muskiet vindt na het overlijden van zijn moeder diverse brieven van zijn overgrootvader waaruit blijkt dat die onderdeel uitmaakte van de tentoonstelling. Akkerman werkt twee verhaallijnen af: Muskiets zoektocht naar zijn verleden, en het levensverhaal van zijn overgrootvader Frederik Boksteen.
Muskiet is volledig in de Nederlandse samenleving geïntegreerd. Hij heeft een baan en een Nederlandse vriendin. Zijn moeder woont in een bejaardenhuis en krijgt daar te maken met het racisme van de andere bewoners, witten. Muskiet neemt haar klachten echter niet serieus en denkt dat ze aan het dementeren is. Na haar overlijden vindt hij tussen haar spullen zijn overgrootvaders brieven. Hij ontdekt een verleden waar hij niets van af weet en eigenlijk ook niets van af wil weten. Zijn moeder heeft hem altijd voorgehouden dat hij zich netjes moet aanpassen aan de Nederlanders en de Nederlandse samenleving. Toen hij naar de basisschool ging, waarschuwde ze hem er nog wel voor dat de Nederlanders bang voor hem zouden kunnen zijn, want er woonden toen nog niet veel Surinamers in Nederland.
Grootvader Boksteen is een vrijgelaten slaaf. Hij probeert een eigen bestaan op te bouwen en zijn twee vrouwen en kinderen te onderhouden. Hij mag dan zijn vrijgelaten, maar echt vrij voelt hij zich niet. De Nederlanders bepalen nog steeds zijn leven. Zo maken priesters hem wijs dat Jezus het niet toestaat om van twee vrouwen tegelijk te houden. Op een gegeven moment wordt hij samen met 27 andere Surinamers meegelokt naar Amsterdam. Ze zouden koning Willem III mogen gaan bedanken voor hun bevrijding van de slavernij. Veel Surinamers zagen de koning destijds als hun persoonlijke bevrijder, waardoor een langdurige historische band met het Nederlandse koningshuis is gegroeid. De 28 Surinamers worden echter tentoongesteld aan de Nederlanders en Willem III kijkt bij de openingsceremonie niet naar hen om. “De inboorling” is een boek om in één ruk uit te lezen. Akkerman zet zijn lezers aan tot nadenken over de koloniale geschiedenis en het racisme tegenover de vrijgelaten slaven.
“De inboorling”, Stevo Akkerman. Uitgeverij: Nieuw Amsterdam, € 16,50. ISBN: 97890468805428.
Roel Nagel |
|
|
woensdag 01 juli 2009 |
Op 14 maart 2009 stemde een meerderheid op het PvdA-congres in met de integratieresolutie “Verdeeld verleden, gedeelde toekomst”. De in totaal maar liefst 392 moties en amendementen hadden slechts tot enkele minieme wijzigingen geleid. In de nota wordt verwezen naar rapporten waarin het stemmenverlies van de partij van de laatste jaren geweten wordt aan het onvoldoende aanhaken bij de veranderende maatschappelijke sfeer. Via de harde aanpak probeert de PvdA de verloren witte stemmen nu terug te winnen. De partij koerst snel richting onversneden nationalisme. Hoe de auteurs van de nota hun vertrekpunt omschrijven is ronduit bizar, alsof er in Nederland een burgeroorlog woedt. Er wordt zelfs gesproken over “een opstand van de behoudende massa tegen de complexe, multiculturele samenleving”. Zo stellen ze in de resolutie: “De aanslagen van 11 september 2001, de moord op Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh brachten aan het licht hoe kwetsbaar het samenleven in Nederland was. Te veel oude Nederlanders en te veel nieuwe Nederlanders hadden met de rug naar elkaar toe geleefd. De schok van 9/11 werd over de hele wereld en dus ook in Nederland heftig gevoeld. En die schok wreekte zich hier onder meer in wantrouwen tussen oude en nieuwe Nederlanders.” De zogenaamde mislukte integratie wordt zo linea recta in verband gebracht met nationale en internationale misdaden. Zelfs de moord op Pim Fortuyn, die politiek gezien natuurlijk helemaal niet in het rijtje past, wordt er zonder enige schroom tussen gezet. De auteurs produceren een tweedeling in de samenleving door het gebruik van de termen “oude en nieuwe Nederlanders”. Niemand weet wat die termen betekenen. Niemand kan aangeven wie er bij “de oude Nederlanders” horen en wie bij “de nieuwe”. In de resolutie is het antwoord daarop in elk geval niet te vinden. Zo wil de PvdA zich vrijwaren van de beschuldiging van racisme. Maar de partij zet de deur naar dat racisme wel wagenwijd open. |
|
Lees meer...
|
|
|
dinsdag 30 juni 2009 |
Stel: je bent bakker. Maar ineens mag je geen meel meer kopen omdat je rood haar hebt. Of je bent dokter, maar je mag geen ziekenhuizen meer in, omdat je bij het strand woont. Gek? Niet echt. Sinds 1 juli 2008 mogen Iraniërs en Nederlanders met een Iraanse achtergrond bij bepaalde locaties in Nederland niet meer naar binnen en worden ze geweigerd bij meerdere universitaire opleidingen. Om deze discriminatie en stigmatisering tegen te gaan, sleept de actiegroep Iraanse Studenten de Nederlandse staat nu voor de rechter.
Kawe Bitaraf is student. Hij heeft een Iraanse achtergrond, maar niet eens een Iraans paspoort. Bitaraf is Nederlander. En net als elke andere Nederlander wil hij zelf kunnen bepalen wat hij doet met zijn leven en bijvoorbeeld kunnen kiezen welke studie hij wil doen. Maar dat mag niet. Negen masteropleidingen, waaronder delen van kernfysica, wiskunde en scheikunde, staan voor hem niet open. Want in de ogen van de Nederlandse overheid is hij loyaal aan het Iraanse regime en zou hij de kennis die hij daar op zou doen, ter beschikking kunnen stellen aan het Iraanse atoomprogramma. Behnam Taebij heeft hetzelfde probleem. Hij is promovendus aan de TU Delft. Hij doet onderzoek naar de technologische ontwikkelingen rondom kernenergie. Maar ineens mag hij bij de kernreactor in Delft niet meer naar binnen. Hem wordt de toegang geweigerd bij in totaal vijf locaties. Net als Nassar Kalantar, hoogleraar kernfysica in Groningen, die vergaderingen met collega's moet afzeggen omdat ze in gebouwen worden gehouden die hij niet meer mag betreden. Alle drie hebben ze een Iraanse achtergrond en vallen ze onder de “Sanctieregeling Iran 2007” die moet voorkomen dat Nederlandse kennis op het gebied van kernfysica kan bijdragen aan Iraanse pogingen om een nucleaire bom te maken. Politiestaat
Het is schandalig en absurd zoals alleen Iraniërs de vrijheid wordt ontnomen om kennis op te doen over nucleaire technologie. Beter zou de hele kerntechnologie afgeschaft kunnen worden. Nucleaire technologie is nu eenmaal onlosmakelijk verbonden met verspreiding (proliferatie) van de technologie om kernwapens te maken. Dat is op zich al een reden om kerntechnologie uit te bannen. Want die technologie, zo stelde de anti-kernenergiebeweging al in de jaren 70, brengt een politiestaat dichterbij. Immers, om de gevaarlijke technologie en nucleaire installaties tegen terrorisme te beschermen zijn zeer zware beveilingen nodig, zoals constante informatie-inwinning over mensen die mogelijk een gevaar vormen en beperkingen van vrijheid. De Iraniërs ondervinden het aan den lijve.
Willem Slaapmaat |
Beeldvorming
De regeling werd van kracht in juli 2008. Hij is ontworpen door minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken in reactie op VN-resolutie 1737. Die resolutie roept landen op om voorzichtig om te gaan met gevoelige informatie rond de productie van kernwapens, om zo te voorkomen dat Iraanse onderdanen die informatie door kunnen spelen naar het Iraanse regime. Nederland is het enige land dat deze oproep gebruikt om Iraniërs en mensen met een Iraanse achtergrond systematisch uit te sluiten. Iraniërs in Nederland worden weggezet als potentiële spionnen, een mooie bijdrage aan de sowieso al ellendige beeldvorming rond vluchtelingen en migranten. Terwijl de regeling natuurlijk volstrekt onzinnig is. Want het is duidelijk dat deze regeling niet alleen stigmatiserend en discriminerend is, maar ook nog helemaal ineffectief. Mocht het Iraanse regime inderdaad zo gek zijn op Nederlandse kennis, dan zouden ze het vast ook wel voor elkaar krijgen om een student zonder officiële Iraanse achtergrond naar Nederland te sturen. Sowieso komen de meeste experts die aan het Iraanse atoomprogramma werken uit Pakistan. En dan is er nog de vraag of de CIA niet zelf per ongeluk een paar jaar geleden Iran van deze cruciale informatie heeft voorzien.
Bitaraf zegt dan ook terecht: “Deze regeling is het meest belachelijke idee waar ik ooit van heb gehoord.” Samen met Taebij en Kalantar heeft hij de Nederlandse staat gedagvaard over de regeling. In een brief aan de minister legt hun advocaat uit dat zijn cliënten “en met hen de Iraanse gemeenschap, zich gediscrimineerd en gestigmatiseerd voelen. Velen van hen zijn juist gevlucht voor het huidige regime. Nu moeten alleen zij, omdat ze Iraans zijn, een ontheffing aan laten vragen door de universiteit. Dit terwijl anderen, Noord-Koreanen, Indiërs, Pakistanen, Israëliërs, ex-veroordeelden voor terroristische activiteiten of aanhangers van het regime in Iran die niet zelf Iraans zijn, geen ontheffing hoeven aan te vragen.”
Petitie
Bitaraf en zijn collega’s begonnen al vroeg met hun campagne, nog voordat de regeling in werking trad. En ze krijgen ook steun van niet-Iraniërs, op de universiteit en daarbuiten. Een petitie werd getekend door duizenden mensen, uit Nederland, Duitsland, Frankrijk, Iran, de VS, Litouwen, Canada, en veel andere landen. Want hun strijd heeft ook een internationale dimensie. “Nederland wil zich als kennisland profileren om buitenlandse studenten aan te trekken”, zegt Bitaraf. “Maar dat stelt dus niks voor.” Ook de retoriek van mensenrechten en gelijkheid, die Nederlandse politici internationaal graag naar voren brengen, wordt door maatregelen zoals deze niet bepaald geloofwaardiger.
Het proces tegen de Nederlandse staat is nog niet begonnen, maar de positie van de actiegroep lijkt sterk. De regeling maakt duidelijk inbreuk op rechten die zijn vastgelegd in de grondwet en de gelijke behandelingswetgeving. De lijst van internationale verdragen die overtreden worden is lang. Maar dat hoeft helaas niet al te veel te betekenen. Bitaraf blijft voorzichtig: “We hebben sowieso gelijk. Nu gaat het erom gelijk te krijgen.”
Gregor Eglitz |
|
|