De Peueraar 11/12, juli/augustus 1991

Auteur: Eric Krebbers


(boekrecensie)

Huilen met de wolven

Al eeuwenlang is de Westerse samenleving gespecialiseerd in het uitroeien van andere culturen. Miljoenen en miljoenen Indianen zijn van de aardbodem verdwenen door ons oneindige geweld. De overgebleven individuen vind je bijna uitsluitend terug in totaal onderworpen toestand. Ze worden uitgebuit, misbruikt en geïsoleerd. De laatste resten van hoogstaande menselijke beschavingen dreigen te verdwijnen, en de laatste nazaten ervan vind je terug in de fabrieken en op de plantages van grote Westerse multinationals. Zwoegen voor de overwinnaars, vergeten door iedereen... Een bekend verhaal, denk je. Hoewel... de meeste mensen willen er niets van weten.

Nog erger is het gesteld met het bewustzijn van mensen met betrekking tot het uitroeien van dierenculturen. Ontelbare diersoorten, zijn al helemaal of bijna helemaal verdwenen. Hoeveel kuddes zijn er niet afgeschoten? Hoeveel bossen zijn er met bewoners en al tegen de grond gegaan? Hoeveel dierengemeenschappen zijn zonder meer voor de lol, de sport kapotgemaakt? Ook hier geldt dat de nazaten terug te vinden zijn in fabrieken en plantages van de kapitalistische bedrijven. Geïsoleerd, ontdaan van hun eigen cultureel verleden. Alleen nog gewaardeerd om hun productie-capaciteiten, hun eetbare lichaam of nageslacht. Opgesloten in de bio-industrie, niet in staat om hun karakter te ontwikkelen of om samen gemeenschappen te vormen.

Barbara Noske probeert in haar boek "Huilen met de wolven" na te gaan hoe de dieren tot dingen geworden zijn. Dingen in handen van de Westerse mensheid. Dingen in ons denken. Tegelijkertijd onderzoekt ze wegen hoe dieren hun persoonlijkheid terug kunnen krijgen. Hoe wij kunnen leren dieren niet langer als dingen maar als individuen te gaan zien.

Domesticatie

In de eerste drie hoofdstukken bekijkt ze de materiële aspecten van de mens-dier relatie, de manier waarop mens en dier met elkaar omgaan. Ecologisch en economisch. Ze beschrijft vooral de domesticatie. Dat is het maken van huisdieren uit vrije dieren. Het blijkt dat gedomesticeerde dieren een relatief nieuw verschijnsel in de geschiedenis van de mensheid zijn. En dat het maar een van de vele manieren is waarop mens en dier met elkaar om kunnen gaan. Zo lees je dat de Australische Aboriginals een groot aantal dieren toelaten in hun huishoudelijk domein: wallaby's, opossums, emoes, muizen, ratten, jonge vogels en dingo's. Slechts deze laatste soort wordt behandeld vergelijkbaar met onze huisdieren, met name de hond. De andere dieren wonen eenvoudigweg in hetzelfde huis, geheel onafhankelijk en gerespecteerd.

Meer dan 90 procent van de menselijke geschiedenis waren er geen gedomesticeerde dieren (of planten). Hetgeen natuurlijk niet wil zeggen dat mens en dier toen los van elkaar leefden. Integendeel, altijd hebben alle soorten in een vorm van samenhang met elkaar geleefd. Noske toont aan dat pas relatief kort geleden deze samenleving overging in een op macht gebaseerde maatschappij, waar alleen de mens baat bij denkt te hebben.

Kapitalisme

Het huidige kapitalisme heeft een grote voorkeur voor grootschaligheid, automatisering, rationalisatie en managementcontrole over productie en arbeidsprocessen. Het management neemt haar toevlucht tot studies naar een zo groot mogelijke efficiëntie. Ze probeert haar controle op het arbeidsproces te vergroten. Dit noemt men vaak humanisering van de arbeid. In feite maakt het de arbeiders tot automaten en aanhangsels van machines en computers.

Net zo gaat het met de dierlijke "arbeiders" in bijvoorbeeld de bio-industrie. En net zoals het gemaakt worden tot aanhangsel van een machine de mens ontmenselijkt, ontdierlijkt dit proces het dier. Hun nakomelingen worden gezien als het product van hun arbeid, en dat product wordt hen net als de menselijke arbeiders afgenomen. Ook dierlijke arbeiders worden slechts gewaardeerd om hun productie-capaciteiten. Slechts de billen van bepaalde koeien lijken nog maar van belang. Het levensplezier of het gezichtsvermogen van kalfjes doet er niet toe, net als bij menselijke arbeiders.

De dieren raken totaal vervreemd van hun mededieren en ze zijn al generaties lang niet meer in staat hun cultuur door te geven. Zo weten moederdieren niet meer hoe ze hun jongen dienen op te voeden omdat ze zelf geen contact met hun moeder of vader hebben gehad. Net als menselijke slaven proberen ouders soms hun jongen dit tranendal te besparen door hen zelf te doden. Ze raken daarnaast volledig gestoord door de isolatie. Tenslotte raken ze ieder contact met de buitenwereld kwijt doordat ze, anders dan menselijke arbeiders, 24 uur per dag moeten produceren. Van een privé-leven is geen sprake.

Noske beschrijft ook de gevolgen van dit dier-industrieel complex voor de mens. Deze specifieke mens-dier relatie heeft grote gevolgen voor de Derde Wereld (honger), het milieu (verzuring), de menselijke arbeiders in deze industrie (die ziekten oplopen), de menselijke consument (die totaal vervreemd raakt van haar gevoelens en ook nog lichamelijk ziek wordt van het eten van de vergiftigde lichamen van de dieren) en voor de wetenschap (wegens de onzinnigheid van dierproeven).

Rechtvaardigingen

In hoofdstuk vier kijkt ze naar de rechtvaardigingen van dit alles. Ze laat zien dat ons wereldbeeld door en door hiërarchisch is. Mens boven dier, cultuur boven natuur, man boven vrouw,, geest boven lichaam. Al deze denkwijzen zijn met elkaar verweven (men noemt ze wel het patriarchaat), en Noske speurt naar hun oorsprong. En daarbij gaat ze terug naar het verre verleden. Ook laat ze enige andere wereldbeelden zien die niet zo hiërarchisch zijn. Het hoofdstuk sluit ze af met een beschouwing van de moderne wetenschap die volgens haar uitgaat van het idee dat de natuur mechanisch, inert en wet-gebonden is. Kortom, een verzameling dingen zonder eigen wil.

Vervolgens gaat ze in op het eeuwige vraagstuk of iets "van nature" is of door de cultuur "aangeleerd". Ze toont aan dat die scheiding in feite niet te maken is. Volgens haar heeft deze discussie vooral betekenis - in onze cultuur - doordat we cultuur hoger achten dan natuur. De dominante groepen in de samenleving benoemen de meer ondergeschikte dan ook altijd als natuur. Zwarten, dieren, vrouwen, gekken, allemaal zijn ze van nature dom en ondergeschikt. En allemaal worden ze door hun natuurlijke driften bestuurd en zijn ze niet in staat iets hoogstaands als cultuur te produceren. Althans, zo willen de mensen met macht ons doen geloven.

Noske vindt dat de feministische reactie daarop niet zou moeten zijn dat vrouwen ontkennen bij de natuur te horen, noch dat vrouwen zich als volledig door hun vrouwelijke natuur bepaald moeten gaan zien, maar dat ze moeten accepteren dat we allemaal, mens en dier, cultuur en natuur bepaald zijn.

Verschillen tussen mens en dier

Ze laat dan ook zien dat de verschillen tussen mens en dier helemaal niet zo groot zijn als wel beweerd wordt. We worden immers allemaal door onze culturen en door de natuur bepaald. Ze beschrijft de zogenaamd uniek-menselijke eigenschappen die je ook bij dieren kunt terugvinden. Denken, bewustzijn, zelfbewustzijn, taal, cultuur, gemeenschapszin, gebruik maken van gereedschappen, het maken van gereedschappen, persoonlijke karakters, enzovoorts. Zo beschrijft ze de taal van de walvis(achtigen), die bestaat uit heel gecompliceerde en regelmatig herhaalde zangpatronen. Het doet volgens haar denken aan volksliedjes die worden verzonnen en die in de loop. van hun bestaan langzamerhand veranderen naarmate zij zich door de gemeenschap bewegen. Ze beschrijft de taal en het werktuiggebruik van apen en de waanzinnig ingewikkelde en informatieve dansen van bijen die elkaar vertellen waar voedsel te vinden is.

Ze maakt duidelijk dat mensen deze handelingen meestal interpreteren alsof dieren ze "van nature" uitvoeren. Alsof heel veel dingen die dieren doen niet cultureel bepaald zijn. Dit is een manier van kijken naar dieren die Westerse mensen ook heel lang op andere menselijke volkeren toegepast hebben. We kijken vanuit een van tevoren bepaalde idee dat dieren machines zijn. Op dezelfde manier zijn in feite eeuwenlang ook niet-westerse volkeren beschreven: ze worden geregeerd door primitieve driften, zijn niet in staat creatief vorm te geven aan hun eigen leefwereld. Vanzelfsprekend zijn dieren geen mensen. Maar het zijn ook geen dingen. Dieren hebben hun eigen culturen, wereldbeelden, enzovoorts.

Contact

In het laatste hoofdstuk doet Noske een voorzichtige poging de culturen van dieren te begrijpen. Ze probeert zich in te leven in hun wereld, bijvoorbeeld door zich rekenschap te geven van hun specifieke mogelijkheden van communicatie. Want net zoals mensen in het Westen altijd andere volkeren dom hebben genoemd die hun taal niet spraken, zo worden nu nog dieren on-intelligent genoemd als ze de menselijke vorm van communiceren niet beheersen.

Ze beschrijft enige voorbeelden van communicatie tussen mens en dier, namelijk die situaties waarin dieren mensenkinderen opgevoed hebben. Telkens opnieuw bleek dat de dieren hun taaluitingen zoveel mogelijk aanpasten zodat ook het mensenkind kon "meepraten". Zo bootste een jongetje dat door gazellen was opgevoed de oorsignalen van de gazellen na met zijn aangezichtsspieren en bepaalde staarttekens met vingerbewegingen, omdat hij geen staart had en zijn oren met haar bedekt waren. De gazellen schenen geen moeite te hebben met het decoderen van deze tekens, hetgeen betekent dat het kind en de gazellen onderling hun eigen taal gemaakt hadden. Deze gazellen maatschappij bestond uit sociale patronen waaraan alle leden, ook de jongen, zich moesten houden. Alle individuen hadden sociale verplichtingen en moesten gehoorzaam zijn aan bepaalde sociale regels.

Natuurlijk is het onmogelijk totaal te weten te komen wat dieren denken. Maar dat kan je van je medemens ook niet, en bij dieren is het alleen wat moeilijker: onze vormen van cultuur en van denken zouden wel eens grotendeels onvertaalbaar kunnen blijken. Ik wil dit waanzinnig intrigerende boek met een voorbeeld hiervan afsluiten. Maar niet voordat ik getypt heb dat ik hoop dat veel mensen ook iets gaan doen met de radicale politieke boodschap van Barbara Noske.

Het voorbeeld betreft de walvis, een bijna uitgeroeide soort. Zeker de helft van de tijd horen en spreken de walvis(achtigen) (voor ons) ultrasone klanken, en het zou dus best kunnen zijn dat de betekenis dragende patronen daarbinnen ons totaal ontgaan. Verbeeld je wat een dolfijn, die met een ander over de menselijke spraak praat, zou kunnen zeggen: "God, die mensen kunnen niet eens een geluid boven de acht kHz maken zonder kunstmatige middelen en zij babbelen op zo'n lage frequentie dat ik er nauwelijks enige structuur in kan ontdekken". Door middel van hun sonar (hun geluidpeilend vermogen) maken walvissen en dolfijnen akoestische beelden van de wereld, dat wil zeggen, zij brengen hun omgeving in kaart in termen van akoestisch-ruimtelijke eenheden: zij kunnen zien met geluid. Bovendien kunnen zij met hun sonische uitrusting binnenin andere individuen kijken, individuen zijn dus eigenlijk doorzichtig voor hen. Walvisachtigen kunnen zich bewust worden van de lichamelijke toestand van anderen: zij kunnen gezondheid, welzijn, kanker, zwangerschap en dergelijke in anderen waarnemen. Diverse wetenschappers denken dat zij zich ook bewust zijn van de innerlijke staat van de ander, dat zij dus niet alleen kennis van buitenaf maar ook een kennis van binnen uit hebben. Zij ontvangen beelden van de seksuele ,opwinding, van het enthousiasme van de ander. Hun eigen mentale en lichamelijke gesteldheden zijn uiteraard op dezelfde wijze inzichtelijk voor hun metgezellen. De wereld waarin de dolfijnen leven moet een wereld zijn waar de bewijslast bij het horen ligt en waar sociale relaties gebaseerd zullen zijn op het bewustzijn dat je innerlijk een open boek is voor anderen. Zij leven dus in een volstrekt andere realiteit dan wij en het is maar de vraag of we elkaar ooit echt zullen kunnen begrijpen. In ieder geval is respect tot die tijd zonder meer op zijn plaats.

NB. Een consequentie van het denken zoals dat in dit boek naar voren komt zou mijns inziens een totaal afscheid van iedere vorm van humanisme moeten zijn. Humanisme is ondanks zijn positieve klank letterlijk een vorm van ras-sisme! Voer voor discussie freaks.

Huilen met de wolven, Barbara Noske. Uitgeverij: Van Gennep, 39,50.

Terug