De Peueraar 19, maart 1992

Auteur: Harry Westerink


(boekrecensie)

Tussen verbeelding en macht

Dit boek heeft al de nodige opschudding veroorzaakt in actievoerend Nederland. Er zijn al uitgebreide recensies verschenen in de bladen NN 103, en Lekker Fris 27. Voor een gedetailleerdere beschrijving verwijzen we daar naar. "Tussen verbeelding en macht" is een onderzoek naar 25 jaar nieuwe sociale bewegingen in Nederland. Het is een van de zeldzame boeken die serieus en diep ingaat op de geschiedenis, rol en aard van actiebewegingen, vanaf midden jaren zestig tot het begin van de jaren negentig. Het boek bevat drie inleidende hoofdstukken over sociale bewegingen in het algemeen, en zeven andere hoofdstukken die respectievelijk de milieu-, de vredes-, de solidariteits-, de kraak-, de vrouwen-, de homo/lesbo- en de gekkenbeweging tot onderwerp hebben. Een zeer ruim scala aan bewegingen dus; in feite is dit de eerste keer dat in Nederland wordt geprobeerd om het geheel aan bewegingen, om geheel actievoerend Nederland in kaart te brengen. Misschien zijn dergelijke pogingen wel eeuwig gedoemd om te mislukken. De dierenstrijd-beweging komt slechts zeer ten dele aan de orde in het hoofdstuk over de milieubeweging. Zo 'zullen er nog wel meer voorbeelden zijn aan te wijzen van gebreken en onvolkomenheden. Niettemin is het de schrijvers gelukt om heel veel boven tafel te halen.

Onder beweging verstaan de schrijvers: "Sociale bewegingen zijn een samenhangende reeks van gebeurtenissen geproduceerd in interactie met tegenstanders en gedragen door een netwerk van actoren met politieke doelen die hierbij hoofdzakelijk gebruik maken van niet-institutionele middelen." Uit deze definitie blijkt meteen de wetenschappelijke opzet van het boek. De auteurs zijn in meerderheid medewerkers of (ex-)studenten aan de Universiteit van Amsterdam. Wie een smeuïg boek verwacht met scenetaal, heftigheid en inside information, die komt bedrogen uit. Je kunt ook inhoudelijke bezwaren tegen dit soort gedepolitiseerde definities aanvoeren. Waarom zou je op grond van bovenstaande definitie niet ook de fascistische beweging in je onderzoek betrekken? Formeel gezien vallen zij ook onder het begrip beweging van de auteurs. Als niet-ingewijde in de terminologie van de politicologische wetenschap moet je nogal wat wegslikken bij het lezen van gortdroge, afstandelijke beschrijvingen van mensen en gebeurtenissen die juist, en dat maakt het behoorlijk schrijnend, springlevend, ludiek, betrokken en kleurrijk zijn (of waren). Af en toe kreeg ik de neiging om uit te roepen: "Ja maar, het gaat over ons, over mij, en daar staat beschreven, dat lijkt wel van een andere planeet." Ach ja, dat is nou eenmaal de emotieloze ivoren toren van de wetenschap.

Grappig genoeg zitten er aan deze nadelen tegelijk ook voordelen. De nuchterheid, de cijfers, de tabellen, de statistieken, de definities en citaten uit andere literatuur zorgen ervoor dat je een althans enigszins betrouwbaar, op feiten gebaseerd beeld krijgt van de stand van zaken in actievoerend Nederland. De kijk van actievoerders blijkt nogal eens overmatig subjectief gekleurd, met name als er naar het verleden wordt teruggeblikt. Dan wordt men overvallen door nostalgie en een "toen kon alles"-gevoel. Het onderzoek prikt wat dat betreft flink wat mythes door. De auteurs komen tot de verrassende conclusie dat sociale bewegingen in de jaren tachtig (nog) zeer actief zijn geweest: zowel het aantal acties als het aantal aanhangers lag in de jaren tachtig veel hoger dan in de jaren zestig. Weg dus met dat "jaren zestig"-sprookje! Een kanttekening zou ik er toch wel bij willen maken: het onderzoek is puur kwantitatief van aard. Het is de vraag of de diepgang, de kwaliteit, de verrassing, de zin in het nieuwe aan het eind van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig nog voldoende groot zijn. Dat valt veel moeilijker te meten dan aantallen en hoeveelheden!

Een van de bijlagen in het boek heeft mij buitengewoon geprikkeld, namelijk een overzicht van actievormen en strategieën van bewegingen. Zo keurig op een rijtje had ik de mogelijkheden en keuzen van actievoerders nog nooit gezin. Het overzicht is hieronder opgenomen. Voortaan kun je als activist veel sneller communiceren met je collega's. Dan zeg je: "Zullen we nummer 72 of nummer 84 doen?"

C. Demonstratieve strategiën

D. Confrontatieve strategieën

confrontatief legaal

confrontatief-illegaal, maar geweldloos

symbolisch geweld

E. Gewelddadige strategieën

Tussen verbeelding en macht, Jan Willem Duyvendak, Hein-Anton van der Heijden, Ruud Koopmans, Luuk Wijmans (red.). Uitgeverij: SUA, 39,90.

Terug