De Fabel van de illegaal 52/53, zomer 2002

Auteur: Eric Krebbers


Geen tranen om dood van Fortuyn

Pim Fortuyn heeft met zijn racistische uitspraken veel haat gezaaid. Dat bleek eens te meer uit de 10 dagen durende nationalistische orkaan die direct na zijn dood op 6 mei 2002 opstak. Alles wat links was werd bedreigd, zonder dat men daar bij machte was om te reageren. Toen de storm ging liggen, bleek er een ongekende parlementaire ruk naar rechts te hebben plaatsgevonden.

Direct na de moord op Fortuyn werd Nederland beheerst door één vraag: was de dader een vluchteling of migrant, of erger nog: een moslim? Er is de afgelopen 10 jaar door beleidsmakers, politici en opiniemakers zo'n door en door racistische en nationalistische sfeer gecreëerd dat iedereen het wist: als het geen blanke is, dan breekt de pleuris uit. De onderhuidse dreiging van racistisch geweld, die inmiddels 'normaal' geworden is in onze samenleving, was een avond lang voor iedereen overduidelijk voelbaar. Er hing een pogromstemming in de lucht. Er ging daarom een zucht van verlichting door kringen van migranten, vluchtelingen en linksen toen bekend werd dat de vermoedelijke dader een witte man was.

Driekleur

Pogroms bleven gelukkig nog uit, maar Nederland werd wel ondergedompeld in een 10 dagen durende krankzinnige orgie van nationalisme en aanvallen op links, die uiteindelijk uitmondde in een parlementaire ruk naar rechts. In de media, bij stille tochten, bloemenzeeën en condoleanceregisters werd steeds bezworen dat de moord "on-Nederlands" zou zijn. Overal doken de driekleuren op om de vermeende "veramerikanisering" van de politiek een halt toe te roepen. "Moordenaar van het volk", stond gekrast onder een foto van de vermoedelijke dader, die door voorbijgangers bespuugd werd. De mensenmassa's gingen de straat op om Nederland te beschermen, nu "de democratie" aangevallen was, en de natie haar "maagdelijkheid" en "onschuld" verloren had. Fortuyn werd postuum uitgeroepen tot "Neerlands hoop in bange dagen" en "verlosser van het vaderland" die "ons zou bevrijden uit het moeras van immigratie en criminaliteit". "Jij gaf ons weer hoop", stond te lezen op een spandoek bij zijn begrafenis. Fortuyn zou een "goddelijke opdracht" gehad hebben, zo werd beweerd in deze vlaag van religieus fanatisme, en nu "voor ons gestorven" zijn. "Ook deze messias is dood", jammerde men. "Dat het niet voor niets zal zijn." Ook de leden van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) spraken over "het offer" dat hun leider "voor ons gebracht" had. Iemand scandeerde zelfs: "Pim is de nieuwe Jezus", waarop de massa antwoordde: "Jaaaaa!".

Fortuyn werd direct tot martelaar verklaard en zelfs vergeleken met John F. Kennedy, Martin Luther King, Malcolm X en Desiderius Erasmus. In zijn nagedachtenis werd de verkiezingscampagne stilgelegd. Maar de stille tochten en de begrafenis werden door LPF tot pure propagandabijeenkomsten gemaakt. Ook in de media gingen de rechts-populisten gewoon door, zonder dat iemand hen nog werkelijk wilde of durfde tegen te spreken. Sterker nog, zelfs verklaarde tegenstanders wilden in Fortuyn plotseling geen racist meer zien en begonnen te spreken over zijn "verkwikkende" ideeëngoed. Fortuyn wilde onder meer bezuinigen op onderwijs en gezondheidszorg, mensen de WAO uitgooien, milieuwetten afschaffen en de grenzen sluiten. Hij minachtte moslims en vrouwen, en zelfs een flink deel van de kandidaten op zijn eigen lijst. De man die minister Borst "erger dan Bin Laden" noemde, wilde "de puinhopen van paars" aanpakken met een nog veel rechtser beleid. Sommigen zeiden dat Fortuyn belangrijke problemen aankaartte, maar misschien niet altijd met de juiste oplossingen kwam. Maar hij problematiseerde migranten en niet het racisme, de uitkeringen en niet de armoede. Hij had het over een gebrek aan veiligheid, maar niet over solidariteit. Maar zijn problemen waren de onze niet, niet die van links. Toch noemden LPF-ers Fortuyn "een held" die "de signalen van deze tijd begreep". Iedereen leek het er na de moord over eens: we moeten nu verder "in de geest van Pim". Het poldermodel van paars kon de vuilnisbelt op, want waarom zou men nog langer een consensussfeer in stand houden als links zo goed als verdwenen is? De sociaal-democratie als beheersingsmodel was verleden tijd. Fortuyn heeft laten zien dat de bevolking inmiddels ook voldoende direct via de media bespeeld en beheerst kan worden.

Samenzwering

Er kwam na de moord een heksenjacht op gang tegen links en de media. Iedereen die Fortuyn ooit in de extreem-rechtse hoek had geplaatst, waar hij inderdaad thuishoorde,(1) zou hebben bijgedragen aan zijn "demonisering" en dus medeschuldig zijn aan zijn moord. Net als het begrip "politiek correct" is "demonisering" inmiddels een wapen om het bekritiseren van de hernieuwde opkomst van extreem-rechts onmogelijk te maken. Media ontvingen dreigbrieven en een aantal journalisten kreeg flinke klappen. Op diverse plekken op internet werd beweerd dat de media grotendeels in handen zouden zijn van "de joden". In het rechts-populistische wereldbeeld leeft het idee van een grote "linkse" samenzwering van media, gevestigde politiek en gesubsidieerde buitenparlementaire actiegroepen. Het zou een samenzwering zijn tegen "het Nederlandse volk" om "criminelen en migranten" de hand boven het hoofd te houden. Fortuyn zou voor de machthebbers een gevaar hebben gevormd, en daarom zou men in "achterkamertjes" besloten hebben om hem te laten elimineren, zo werd wel gespeculeerd. "Melkert moordenaar", was zodoende overal te horen, en: "Stop de linkse dictatuur". Leefbaar Nederland-coryfeeën als Henk Westbroek en Fred Teeven en LPF-leiders als Mat Herben en Peter Langendam stookten dat vuurtje steeds weer op. "De kogel kwam van links" en "Links is schuldig aan de moord", zeiden ze. "Links moet dood" en "Links gaat er aan" was ook te horen in de straten van Rotterdam. Er hing daar dagenlang een dreigende sfeer. "Wie niet mee klapt is een linkse" en "Wie links stemt is een moordenaar". Vlak voor de verkiezingen deed advocaat Spong er nog snel een schepje bovenop door een rechtszaak aan te kondigen tegen journalisten, politici en actievoerders die Fortuyn "gedemoniseerd" zouden hebben.

Al snel werd bekend dat de mogelijke dader actief was geweest in een milieu-organisatie. Daarna kwam de Telegraaf iedere dag met nieuwe onthullingen, die aannemelijk moesten maken dat zowat de halve milieubeweging medeplichtig was aan de moord op Fortuyn en aan vele andere misdrijven. En dat zou zelfs gelden voor GroenLinks, want "Rosenmöller is ook zo'n milieu-activist". Milieu-organisaties werden overspoeld met bedreigingen. De rechts-populisten grepen de gelegenheid aan om hun pijlen te richten op heel links en anti-racistisch actievoerend Nederland. "De volkswoede komt over extreem-links. Daar ligt het gevaar, niet bij ons", dreigde LPF-er Langendam. Intimidaties en vernielingen waren aan de orde van dag. Justitie hielp een handje bij deze bijltjesdag en criminalisering van links door plotseling 3 activisten op te pakken die 2 maanden eerder een vanilletaart naar Fortuyn zouden hebben gegooid. Daarbij werd gesuggereerd dat ze banden zouden hebben met de dader van de aanslag.

Korreltje zout

De meeste actiegroepen besloten zich maar even stil te houden. De aangekondigde demonstratie tegen racisme op 11 mei in Rotterdam werd afgelast. Sommigen stelden verklaringen op waarin men zich distantieerde van de moord en drongen er vervolgens bij andere groepen en individuen op aan om die mede te ondertekenen. Maar met zulke verklaringen plaatst men zichzelf in een verdachtenbankje. Bovendien werken zulke verklaringen als een selectiemechanisme. Want wie niet tekent maakt zich extra verdacht. Daarbij hoeft links helemaal geen verantwoording af te leggen aan de gevestigde orde. "Fysiek geweld tegen personen behoort niet tot het repertoire van de Nederlandse actiebeweging", zo stond in een verklaring die mede werd opgesteld door actieblad Ravage. Wie zoiets ondertekent veroordeelt zichzelf tot pacifisme en machteloosheid. Politiek geweld heet nu plotseling "on-Nederlands" te zijn, maar in werkelijkheid is het net als elders ook in Nederland altijd aanwezig in de maatschappij en de politiek. Om maar een voorbeeld te noemen: de Nederlandse staat en Europa weren en deporteren dagelijks met grof geweld vluchtelingen, en daar vallen regelmatig doden bij. En laten we ook het racistische geweld vanuit de bevolking naar aanleiding van 11 september niet vergeten. Radicaal-links kan sowieso niet pacifistisch zijn, want bij revolutionaire omwentelingen zal de staat zeker niet vanzelf haar geweldsmonopolie afstaan. En ook bij anti-fascistische acties vallen wel eens klappen. Wie zegt dat politieke moorden in principe onacceptabel zijn, die moet eens langs komen bij de jaarlijkse herdenking van de anti-fascistische verzetsstrijdster Hannie Schaft. Vertegenwoordigers van alle politieke richtingen eren dan een vrouw die in koelen bloede nazi's neerschoot. Wat vanzelfsprekend niet wil zeggen dat de moord op Fortuyn okee was. De politieke omstandigheden zijn in Nederland momenteel niet zodanig dat moord te rechtvaardigen is. Daarbij geldt over het algemeen ook dat een politieke moord structurele misstanden nauwelijks kan wegnemen. Gelukkig waren er ook meer offensieve geluiden in verklaringen te lezen, zoals: "Wij benadrukken de noodzaak om ook na de verkiezingen door te gaan met het bij elkaar brengen van een brede en actieve beweging tegen racisme."

Helaas is Fortuyns rechts-populisme ook in sommige actiekringen in vruchtbare aarde gevallen. Ravage gaf bijvoorbeeld al in maart te kennen blij te zijn met Fortuyn omdat hij de corrupte gevestigde politiek aanviel. Hij zou zeker geen racist zijn. Over de geplande demonstratie tegen Fortuyn van de anti-racisme organisatie Nederland Bekent Kleur schreef de redactie dan ook: "Nederland Bekent Sleur, die al jaren in een diepe vormcrisis verkeert bij gebrek aan serieus bedreigende extreem-rechtse activiteiten, grijpt de halve appel met beide handen aan. De subsidie voor 2003 is weer veilig gesteld." (2) Na de moord beweerde Ravage-redacteur Alex van Veen dat de "controversiële uitspraken" van Fortuyn "met een korreltje zout" moesten worden genomen en dat hij dus geen racist was. "Wat bezielt clubs als de Internationale Socialisten en De Fabel van de illegaal om op een dergelijke wijze een man als Fortuyn neer te zetten? Wat voor belang hebben ze daarbij?", vroeg hij zich af.(3) Het voor de hand liggende antwoord op deze vraag is vanzelfsprekend: de anti-fascistische strijd. Maar dat voldoet voor Van Veen kennelijk niet meer. Het lijkt erop dat ook hij in de ban is geraakt van de dezer dagen vaak geopperde samenzwering van politici, media en gesubsidieerde actievoerders. LPF-kopstuk Herben ging zelfs zover om te suggereren dat gesubsidieerde actievoerders die straks door toedoen van Fortuyn wellicht hun baantjes kwijt gaan raken, in sommige gevallen zelfs van moord niet zullen terugschrikken.

Faire manier

Van Veen vond verder dat anti-racisten Fortuyn geen racist hadden mogen noemen. Ze hadden hem op een "faire manier" moeten bestrijden en zijn vrijheid van meningsuiting moeten respecteren. Maar wanneer Fortuyn kans gezien had om zijn woorden via regeringsbeleid werkelijk in daden om te zetten, dan hadden die voor flinke groepen mensen dodelijk kunnen uitvallen. De zwaar bewaakte grenzen rond Europa zijn nu al verantwoordelijk voor duizenden doden. Wat als men zou gaan proberen ze volledig dicht te metselen, onder druk van het in heel Europa opkomende extreem-rechts? Verder had De Fabel van Van Veen ook niet mogen schrijven dat in maart in Rotterdam een derde van de kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen heeft gestemd op extreem-rechts, op Fortuyns Leefbaar Rotterdam dus. Ook door anderen is wel gezegd dat de Fortuyn-stemmers geen racisten zijn. "Een groot deel van de kiezers van LN zal Fortuyns racisme verafschuwen. Velen van hen zullen slechts hun stem willen laten horen over sociale problemen in Nederland", aldus bijvoorbeeld de Internationale Socialisten. Het dogma dat "de bevolking", "de gewone mensen" in principe "goed" zijn, en dus geen racisten, houdt grote delen van links in een wurggreep. Nadat 1,3 miljoen kiezers op de racist Fortuyn gestemd hadden, kwam daarom ook vanuit links direct weer de paternalistische uitleg van "de proteststem". De "gewone mensen" zouden hooguit niet weten wat ze doen als ze op een racist gaan stemmen. Maar hoe kwam het dan dat Fortuyn in de opiniepeilingen steevast steeg nadat hij racistische uitspraken had gedaan, en weer daalde wanneer hij zich een tijdje minder grof uitliet over migranten en de islam?

Noten

Terug