De Fabel van de illegaal 79, najaar 2006

Auteur: Cihan Ugural


De Armeense genocide in Nederland

Eind september 2006 hebben het CDA en de PvdA enkele kandidaten geschrapt van de lijst voor de komende verkiezingen. De kandidaat-Kamerleden weigerden de realiteit van de Armeense genocide tijdens de Eerste Wereldoorlog te erkennen, waarschijnlijk vooral om hun Turkse achterban niet voor het hoofd te stoten.

Tekening van Turkse moordpartij op ArmeniŽrs. Volgens Turkse nationalisten gaat het om Armeense propaganda
Het blijkt sinds kort een regel van de twee partijen dat kandidaten de Armeense genocide door het Turks-Ottomaanse bewind moeten erkennen. Maar waarom is PvdA-Kamerlid Nebahat Albayrak, de nummer twee op de PvdA-lijst, dan nog niet van de lijst gehaald? Ook zij deed immers een aantal twijfelachtige uitspraken.(1) Ze beweerde dat er geen objectieve bronnen waren die de genocide bevestigen, suggereerde dat historici er nog niet over uit waren en ze haalde het aantal slachtoffers met zowat de helft naar beneden. Daarbij vroeg ze zich ook af of de ArmeniŽrs destijds niet met de vijand geheuld hadden. Alsof dat massamoord zou kunnen rechtvaardigen. Waarschijnlijk mag Albayrak blijven omdat ze goed is voor 200 duizend stemmen. Het CDA heeft Nihat Eksi alsnog op de lijst geplaatst. Waarschijnlijk ook als 'window dressing'. Door hun inconsequente beleid zijn beide partijen weinig geloofwaardig.

Geen wetenschap

Het niet erkennen van de Armeense genocide is een politieke keuze, en geen wetenschappelijke opvatting. Dat de meerderheid van de Turken de genocide niet erkent, hangt samen met de dominantie van nationalistische ideologieŽn in Turkse kringen. Als een kandidaat-Kamerlid van Turkse afkomst zijn Turkse achterban wil behouden, dan kan hij de genocide eenvoudigweg niet erkennen. Voor deze politici is het behoren tot "een natie" dus belangrijker dan hun politieke kleur. Aan de andere kant hebben de kandidaat-Kamerleden ook te maken met de politieke partijen waarvoor ze in het parlement willen gaan zitten, en die staan er op dat ze de realiteit erkennen. Ontkennen is dus ook niet mogelijk. Uiteindelijk is er maar ťťn uitvlucht, en dat is zeggen: "Er moet een onafhankelijke commissie komen die zal moeten onderzoeken of het een genocide was of niet".

De Turkse overheid heeft tot op de dag van vandaag de genocide niet erkend, en in veel gevallen juist ontkend.(2) Via de voortdurende staatspropaganda heeft men de meerderheid van de bevolking doen geloven dat er geen genocide is geweest, maar slechts een deportatie. Bovendien zou er tijdens die deportatie wegens de oorlogsomstandigheden wederzijds gemoord zijn tussen ArmeniŽrs en Turken. Sommigen gaan zelfs zo ver om te beweren dat niet de Turken, maar de ArmeniŽrs genocide zouden hebben gepleegd, en we dus eigenlijk zouden moeten spreken van een "Turkse genocide".

Vijanden

"De enige vriend van een Turk is een Turk". Met dit soort leuzen heeft het Turkse nationalisme de bevolking het gevoel aangepraat dat alle niet-Turken vijanden zouden zijn. Die vijanden zouden de gebeurtenissen van destijds met de ArmeniŽrs vooral graag als genocide willen bestempelen om Turkije en de Turken aan te vallen. Maar deze vijanden zouden geen bewijzen hebben, want er bestaat geen vooraf genomen regeringsbesluit met als doel genocide. Toen echter in 1915 het besluit werd genomen om de ArmeniŽrs te deporteren, heerste er in Turkije een racistische sfeer tegenover niet-moslims, een klimaat dat daden van vernietiging stimuleerde. De ArmeniŽrs werden gedeporteerd door soldaten, en daarom is het toenmalige Ottomaans-Turkse bewind verantwoordelijk voor de daden van vernietiging, het lijden en de grote tragedies die ontstonden.

Noten

Terug