Migranten en werklozen tegen elkaar uitgespeeld

Geplukt voor een hongerloontje, door Polen of werklozen
De discussie rond Oost-Europese migranten in Nederland laait steeds weer op. Ook recent weer, toen het ging om de vraag of Roemenen en Bulgaren Nederlandse aardbeien en asperges mogen aanraken. Door de Haagse politiek worden de migranten gebruikt om groepen tegen elkaar uit te spelen. Tegelijkertijd komen de tegenstrijdigheden van het neo-liberale denken steeds weer duidelijk naar voren.

Wie de laatste paar maanden naar de supermarkt is geweest, wordt overspoeld door ‘echt Hollandse’ aanbiedingen: voor een paar maanden van het jaar lijkt de nationale trots zijn ogen vooral te richten op onschuldige asperges en aardbeien. Maar niet alleen asperges en aardbeien, ook veel van de andere producten van de Nederlandse agrarische industrie worden meestal door migranten onder beroerde omstandigheden geplant, gewaterd, geplukt, gestoken, gedraaid, geslacht, gesneden, verpakt en vervoerd. De laatste jaren zijn het vooral arbeiders uit Oost-Europa, maar het uitbuiten van buitenlandse seizoensarbeiders is natuurlijk een echt Hollandse traditie.

Hard Werkende Buitenlanders

De Oost-Europeanen, voor een groot deel Polen, zijn een lastige groep migranten voor rechts Nederland. Ze werken veel en hard, zodat ze maar moeilijk als profiteurs kunnen worden weggezet. Velen van hen gaan uiteindelijk weer terug naar Polen als ze daar werk kunnen vinden, of naar andere EU-landen als ze de kans krijgen. Dus voor tsunami’s of importbruiden hoeft niet gevreesd te worden. Maar ja, het blijven buitenlanders, en elke mogelijkheid om een groep als zondebok neer te zetten, moet nu eenmaal aangegrepen worden.

Zo doet minister Henk Kamp van Sociale Zaken zijn uiterste best om de zogenaamde arbeidsmigranten als probleemgroep neer te zetten. In een recente brief aan de Tweede Kamer geeft hij aan dat de migratie uit het oosten “een aantal positieve effecten heeft”, om het vervolgens voornamelijk over knelpunten, problemen, overlast, misstanden en criminaliteit te hebben. In de brief beschrijft Kamp zijn plannen om de migranten nauwkeuriger te registreren, van uitkeringen en sociale voorzieningen uit te sluiten en zelfs – ondanks het “Europa zonder grenzen” – uit te zetten.

Toegegeven, hij heeft het ook over criminele uitzendbureaus die migranten uitbuiten en onderbetalen. Maar deze misstanden zijn volgens Kamp kennelijk ook de schuld van de migranten zelf – ze “nemen genoegen” met lagere lonen, langere arbeidstijden en slechtere arbeidsomstandigheden waardoor ze “aantrekkelijker” worden voor werkgevers dan Nederlandse arbeiders. Dat de arbeiders dermate onder druk staan dat ze niet tegen hun baas in durven te gaan, wil Kamp niet zien. Voor de legale uitbuitingspraktijken van uitzendbazen en agro-industrie heeft de minister logischerwijs geen oog.

Kamp maakt zich overigens niet alleen druk over de Polen, maar ook over Roemenen en Bulgaren die naar Nederland komen. Waar de Polen al als tweederangs arbeiders behandeld worden, zitten de Roemenen en Bulgaren nog een niveautje lager. Ze mogen wel naar Nederland komen, maar hier pas werken wanneer een werkgever voor hen een tewerkstellingsvergunning aanvraagt. Zo raken ze volledig afhankelijk van hun werkgever, waardoor ze natuurlijk nog “aantrekkelijker” worden voor diezelfde bazen. Kamp vindt dat er al te veel Polen in Nederland zijn en dat de Bulgaren en Roemenen daarom maar beter thuis kunnen blijven. Hij wordt niet moe te verklaren dat er genoeg werklozen in Nederland zijn die het werk van de Roemenen kunnen overnemen, en dat hij zich niet voor kan stellen dat er noch in Nederland noch in de andere Europese landen geen mensen te vinden zijn die hetzelfde werk kunnen doen.

Werklozen

Kamp gebruikt zo de migranten om de druk op werklozen verder op te voeren. Want als er een bevolkingsgroep is waar het kabinet Bruin I een grotere hekel aan heeft dan aan buitenlanders en migranten, dan zijn het wel mensen zonder betaalde baan. Met regelmaat worden er manieren verzonnen om mensen verplicht “aan het werk te zetten”. Uitkeringen zijn al lang geen universeel recht meer, maar worden óf helemaal niet verstrekt, óf alleen aan mensen die “een tegenprestatie” leveren in de vorm van sneeuw ruimen of enveloppen dichtlikken. De wensen en vaardigheden van de mensen zelf zijn niet belangrijk. Iedereen moet zich maar voegen naar wat de markt vraagt. Met zijn aanval op Roemenen en Bulgaren probeert Kamp dus eigenlijk te zeggen: zie je wel, er is werk, en dat kunnen jullie werklozen makkelijk zelf doen.

De kans om zowel werklozen als migranten te bashen, is voor Kamp kennelijk zo aantrekkelijk dat hij zelfs stevig protest vanuit zijn eigen achterban accepteert. Aardbeien- en aspergetelers, en ook de werkgeversvereniging VNO-NCW, kwamen in opstand tegen de minister. Ze willen namelijk helemaal geen werklozen in dienst nemen die zich niet van hen afhankelijk laten maken en daardoor minder makkelijk uit te buiten zijn. En ze zijn bang dat de Polen die nu nog in Nederland werken, straks niet meer willen komen omdat ze ook in Polen banen kunnen vinden of in Duitsland gaan werken. Ook daar mogen Polen en andere Oost-Europeanen inmiddels namelijk zonder tewerkstellingsvergunning aan de slag, wat eerder nog niet mogelijk was. Straks staan de uitzendbazen in Nederland zonder mensen en moeten de boeren ineens hun eigen aardappels oogsten.

Disciplinering

Zoals gewoonlijk huilen de bazen natuurlijk vooral krokodillentranen. Toch laat hun reactie zien hoe belangrijk het voor hen is dat zij toegang houden tot een grote reservepool aan arbeiders die makkelijk tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. Wanneer deze reservepool zou opdrogen, dan zouden de arbeiders makkelijker zelf kunnen kiezen waar ze wel en vooral ook niet willen werken. Werkgevers zouden onder druk komen te staan om inderdaad goede banen aan te bieden, want anders zou er niemand zijn die het werk aan zou nemen. Kamp opperde zelfs dat de boeren dan maar voor betere arbeidsomstandigheden zouden moeten zorgen als ze geen Nederlanders kunnen vinden die het werk willen doen. Voor een neo-liberale politicus uit het kabinet Bruin I is dat wel een opmerkelijke suggestie. Dat hij als minister er zelf voor kan zorgen dat het minimumloon wordt verhoogd, dat mensen niet onder het minimumloon moeten werken en dat er beter wordt toegezien op slechte arbeidsomstandigheden, boeit hem niet. Integendeel: mensen laten werken onder het minimumloon is inmiddels overheidsbeleid.

Door te dreigen dat er straks geen buitenlandse arbeiders meer zijn, wil Kamp de bazen betrekken bij zijn strijd tegen werklozen. In een klimaat waarin mensen met een uitkering per definitie als profiteurs worden gezien, is het voor Kamp alleen maar handig als werkgevers openlijk om arbeidskracht smeken. Het bevestigt het beeld dat werkloosheid de schuld van de werkloze is, en niet een integraal en onmisbaar onderdeel vormt van de kapitalistische economie. Hoe meer de verantwoordelijkheid bij het individu gelegd kan worden, hoe makkelijker de verdere inkortingen op de uitkeringen en de disciplineringsmaatregelen die ermee gepaard gaan, gerechtvaardigd kunnen worden. Door de concurrentie tussen Oost-Europese migranten en Nederlandse werklozen aan te wakkeren en daarbij ook de werkgevers onder druk te zetten, schept de minister de voorwaarden om zowel de migranten als de werklozen nog meer te controleren en te disciplineren.

Wat Nederlandse werklozen en Oost-Europese arbeidsmigranten gemeen hebben, is dat ze door de politiek en door het bedrijfsleven gezien worden als passieve objecten. Werklozen “worden gestimuleerd”, “geactiveerd”, en “geïntegreerd”. De migranten werken niet, maar “worden tewerkgesteld”. Ze wonen niet, maar “worden gehuisvest”. En ze leren niet, maar “worden voorgelicht”. Naar de migranten zelf wordt niet geluisterd, en naar werklozen al helemaal niet meer. Helaas zijn de migranten vaak zo afhankelijk van hun bazen dat ze nauwelijks voor zichzelf op durven te komen, en worden werklozen afhankelijk gemaakt van de staat. Maar wat zou er gebeuren als bijvoorbeeld alle Polen in Nederland voor een paar dagen zouden staken en daardoor de gehele Nederlandse voedselindustrie zouden lamleggen? We moeten manieren vinden om te laten zien dat het uiteindelijk de bazen zijn die afhankelijk zijn van migranten en werklozen. Zonder hen zullen de aardbeien uiteindelijk namelijk echt wegrotten.

Gregor Eglitz