De Peueraar 21, mei 1992

Auteur: Harry Westerink


(boekrecensie)

"Daar moet ik alles mee doen"

Voor veel Nederlanders, dat wil zeggen voor de mensen met een hoger inkomen, is de koopkracht de afgelopen jaren gestegen. Compact discs, mountainbikes en andere begerenswaardige goederen vinden gretig aftrek, terwijl het contrast met de mensen aan de onderkant van de samenleving zich steeds scherper aftekent. De maatschappelijke tweedeling in een arme en een rijke groep mensen is meer en meer een feit aan het worden. Ruim 800.000 ouderen, werklozen, arbeidsongeschikten en eenoudergezinnen moeten het stellen met een minimumuitkering. Zij proberen ieder op hun eigen manier de eindjes aan elkaar te knopen.

In "Daar moet ik alles mee doen" wordt in 16 interviews een beeld geschetst van de manier waarop de minimumlijders proberen rond te komen. Volledige deelname aan de consumptiemaatschappij is voor hem niet weggelegd. Wel is het mogelijk en eigenlijk onvermijdelijk om de consumptie-cultuur, waaraan anderen hun geluk schijnen te ontlenen, op enige afstand gade te slaan. De minima kunnen ongestraft etalages en televisie-reclames bekijken, of huis aan huis verspreide catalogussen met mooie meubels en nieuwe geluids-techniek van de voordeur naar de papierbak dragen. Er wordt een beroep gedaan op de creativiteit van arme mensen. Ze dienen zich zo min mogelijk te spiegelen aan kopend Nederland, want dan zal het spookbeeld van torenhoge schulden en bijbehorende rente opdoemen. In plaats daarvan moeten ze proberen hun leven zinvol in te richten zonder veel geld uit te geven.

Het is een goede zaak dat in dit boek de minima zelf aan het woord komen. In de schier eindeloze reeks rapporten en nota's over de minimumlijder gaat deze vaak schuil achter grafieken en statistieken. Het gaat om verschillende mensen in uiteenlopende situaties, en dat komt in het boek uitstekend tot uitdrukking. Een minpunt is, vind ik, dat alleen de "nette armen" aan de orde komen. De mensen die zich niet meer conformeren aan de normen en waarden van deze samenleving, zijn niet in beeld gebracht. Dat zijn mensen die zich niet storen aan overheidsregels, de koelbloedig en in hun eigen voordeel rekenende minima, en mensen die voor kortere of langere tijd op straat belanden, de zwervers en thuislozen.

"Daar moet ik alles mee doen", Jeanet Kullberg, Robbie Goossens, Edwin de Vos. Uitgeverij: Variant, 17,50.

Terug