De Peueraar 42, februari 1994

Auteur: Harry Westerink


(Dwarsligger)

Stem tegen, stem Dwarsligger (lijst 0)!

De verkiezingen zijn in aantocht, en ik voel me melig worden. Alsof ik straks naar een te vaak vertoond circusnummer ga zitten kijken. Een beetje kriegelig ben ik ook. En de slappe lach komt opzetten. Wat moet ik nou, de komende tijd?

Misschien moet ik ook maar een politieke partij oprichten. Een Leidse partij. Gewoon van mezelf. Ik heb al jaren geen behoefte om op een volksvertegenwoordiger te stemmen. Ze bekijken het maar. Ik heb geen krant die de nuance zoekt. Ik denk zwart-wit. Ik ben een of andere boze buurtbewoner. Een soosganger. Een uitgestotene. Ik lijd aan een minimum. Een minimum aan macht, geld, mogelijkheden. Of zoiets. Democratie? Vergeet het maar, vandaag de dag. Stemmen? Op de een of andere pief, vago en/of hotemetoot zeker, die denkt dat hij of zij mijn belangen kan behartigen. Ik ken die lui nauwelijks. Weet ik veel. Dus stem ik er niet op. En als ik ze wel zou kennen, dan zou ik ook niet stemmen. Vooral dan niet. Volksverlakkerij, dat is het.

Maar een eigen partij, dat trekt me wel. Kan ik lekker op mezelf stemmen. Op de kieslijst van mijn partij zou maar één naam prijken. Die van mezelf: H. Dwarsligger. Een prachtig gezicht zou het zijn. Een partij met één kandidaat, en wat voor één. Ja, inderdaad, arrogantie hoort erbij. Andere kandidaten zou ik niet toelaten in mijn partij. Ik zou zelfs geen leden hebben. Dat geeft maar een hoop rompslomp: contributie innen, vergaderingen uitroepen, wat een gedoe. Het geld en de handtekeningenlijst om mee te mogen doen aan de verkiezingen zou ik zo op tafel kunnen leggen. Geen probleem, joh! Eerst bijzondere bijstand aanvragen bij de soos. Gewoon zeggen dat je zonder politiek niet kunt leven. Dan schuiven ze wel wat. En daarna even tien mensen voor de gek houden ("Hier uw handtekening zetten, graag, het is voor het Wereldnatuurfonds, de zeehondjes, de wezen en weduwen, de driezitsbank, het Fonds ter Verheffing van Zielige Stumperds, en, als u nog twijfelt, het is tegen de hondepoep, de zure regen, mensen die raar doen, de armoede op de Zuidpool, de gokkasten, de kinderlokkers, en ook nog tegen de Vereniging tegen alles en iedereen waar u altijd tegen was"). Daar trappen ze zo in. Leer mij het volk kennen. Achterlijk zijn ze. Ik ben er verdomme zelf lid van, van het volk. En van mijn partij. Het enige lid.

Hoe mijn partij heet? O, je bedoelt wie ik ben? Wat ik wil? Ja, kijk, ik ben natuurlijk wel links, hè. Ik ben geen verontruste en zogenaamd fatsoenlijke burger die de katjes in het donker knijpt en op de CD of de CP'86 stemt. Ik ben hartstikke links en ik wil heibel trappen in de gemeenteraad. Maar dat mogen ze niet weten. Naar buiten toe stel ik me zo keurig mogelijk op. Dat wil zeggen: vóór de verkiezingen. Dat doen andere partijen ook. Beloven gouden bergen en smeren daarna je kop in met stront. Na de verkiezingen. Dus waarom zou ik de boel niet verneuken? Bovendien: met een links smoel trek je geen stemmen meer. Ze lachen je vierkant uit.

Ik voer m'n eigen verkiezingscampagne, bescheiden en toch krachtig. Ik lieg oprecht om gekozen te worden. Anderen ouwehoeren links en doen rechts. Ik draai het om. Ik probeer iedereen tevreden te stellen: beetje liberaal, beetje christelijk, beetje sociaal-democratisch. Van alles wat. Alleen het scherpe linkse laat ik achterwege. Dat bewaar ik voor het geval dat ik in de raad kom. Leidse Democraten '94 noem ik m'n partij. Of Leiden Leeft. Want dooien stemmen niet. Moet lukken. Als Leiden Weer Gezellig in de raad kan komen, waarom ik dan niet.

Stel dat ik word gekozen. Dat wordt gieren en brullen. Ze zullen niet weten wat ze met me aan moeten. De ene keer zit ik in m'n nakie, op m'n blote kont op het pluche der macht. Dan zeg ik: "De armen worden uitgekleed." De andere keer ga ik in het kader van de autoluwe binnenstad op m'n motor door de raadszaal scheuren. Kunnen ze ook eens meemaken hoe weinig overlast dat veroorzaakt. Of ik huur een legertje taartengooiers in. Een slapstick uit de dertiger jaren, daar heb ik zin in. Het hele duffe zooitje op z'n gat. Taart tot achter hun oren. Effe lekker afreageren, dat lucht op. Want die lui met hun jasje en dasje en sokje en rokje, dat zijn geen mensen, hoor. Dat zijn etalagepoppen van C&A. Echt wel.

Er zullen ook wel zeikerige opmerkingen gemaakt worden. Zit ik uitgebreid ludiek te doen, zeggen ze: "Dat deden ze in de jaren zestig al, dat is uit de tijd." Ook de nette linkse dames en heren, hoor. Die zijn als de dood voor mij. Die willen serieus genomen worden. Maar ik antwoord: "Hoezo, ouderwets, jullie zitten toch ook al tientallen jaren te lullen? Mag ik dan eens op m'n kop gaan staan?" Ik zou best een doorslaand succes kunnen worden. Een clown of een goochelaar, met een uitzinnig enthousiast publiek. Want wat denk je: ik ben een doorgeefluik van iedereen die in de hoek zit waar de klappen vallen. Ik vertegenwoordig hen niet, ik bied hen aan om mee te spelen in het theater der democratie. En zo breng ik de buitenparlementaire oppositie in de raad. Wat een ongekende luxe. Dolle pret.

Op het moment dat ik zo'n keurig raadslid met een ingedommelde achterban dreig te worden, stap ik op. Dan is het mooi genoeg geweest. Ik wil geen trouwe schare volgelingen die braaf ja knikken. Of die niet eens weten wie ik ben of wat ik doe. "Het was alleen maar toneel, ik wilde ook eens acteren in de tragikomedie der Leidse gemeenteraad", zeg ik tegen de teleurgestelde menigte. "Stel jezelf maar verkiesbaar en stem op jezelf. Stem op een ander. Of stem niet. Maar geef je politieke strijd nooit uit handen. Laat niet een ander de zaakjes voor jullie opknappen. Dat hebben jullie wel gedaan. En daar had ik gemakkelijk misbruik van kunnen maken."

Misschien zullen ze kwaad op me worden. Maar ik denk dat mijn gedrag een van de weinige manieren is om duidelijk te maken dat je 'de' democratie niet aan anderen moet overlaten. Democratie is geen kwestie van één keer in vier jaar een hokje rood maken. Democratie maak je zelf, elke dag. Die zit in je tenen, in je vingers, achter je ribbenkast en onder je hersenpan. Of die zit nergens, ook niet in de Leidse gemeenteraad.

Terug