Lokaal Kabaal 12, december 1995

Auteur: Eric Krebbers


"Tussen Geest en Woude" belangrijk voor milieu-activisten

Stadsecoloog schreef ecologische geschiedenis van Leiden

"Tussen Geest en Woude", zo heet de syllabus die stadsecoloog Gerrit Jan de Bruyn begin dit jaar schreef voor gebruik aan de Leidse universiteit. De Bruyn beschrijft daarin de verbanden tussen de sociale en ecologische geschiedenis van de regio. Een schat aan kennis voor de regionale milieu-activist.

"We hoeven niet zo angstig met onze duinen om te gaan. Je hoeft niet elk jaar zand op te spuiten. Laat die duinen hun gang maar gaan, wellicht schuiven ze dan zelfs nog wat richting zee." De Bruyn is voorstander van een veel dynamischer en kleinschaliger natuurbeheer dan nu gebruikelijk is. Men denkt, wat hem betreft, nog steeds teveel aan dijken neergooien en zand opspuiten. Recht toe, recht aan.

Overstromen

"Men gaat er altijd prat op Nederland op de zee bevochten te hebben. Maar de natuur heeft deze streek zelf aan de zee ontworsteld. De mens heeft dat juist steeds in gevaar gebracht. Bijvoorbeeld door het afgraven en ontwateren van het veen. Daardoor ontstonden enorme plassen. Later moesten die weer ingepolderd worden." Naarmate we de natuurlijke processen beter snappen, kunnen we volgens De Bruyn de natuur veel meer haar gang laten gaan. Voorzichtig, want er wonen hier veel mensen.

"Van mij mag de oude Rijn best nu en dan een poldertje onderstromen, zo erg is dat niet," vindt De Bruyn. Dat brengt een nieuw laagje grond en hoognodige voedingsstoffen in de polder. Maar, helaas, tegenwoordig ook gif uit Duitsland. Zulke nieuwe laagjes zijn trouwens hard nodig omdat Nederland daalt en de zeespiegel stijgt door het broeikaseffect.

Tegenstanders van zo'n nieuwe aanpak vind je in kringen van dijkenbouwers. Er is veel geld te verdienen aan grootschalige natuurbeheersing. Toch wint de nieuwe denkwijze aan terrein, niet in de laatste plaats vanwege de veel lagere kosten.

Kennis

De bewoners van de Leidse regio beschikten al eeuwen geleden over ontzettend veel gedetailleerde kennis van de plaatselijke natuurlijke processen. Dat was nodig om te overleven. Het leven in de regio werd bepaald door de oude Rijn en de Noordzee. De streek bestond uit kreken en bossen en de getijden hadden er vrij spel. Men wist precies wanneer eb en vloed waren, onder meer om te bekijken welke kreek wanneer bevaarbaar was. Stormvloeden werden voorspeld opdat men het op tijd hogerop kon zoeken. De bossen en moerassen boden ook veiligheid. Ze waren ontoegankelijk voor vijanden die niet bekend waren met de streek. Met de juiste kennis was het een vruchtbare en goed leefbare streek.

Bio-regionalisme

Ook nu zouden we veel meer moeten weten van de natuur in onze streek. We zouden kunnen proberen in harmonie te leven met de plaatselijke ecologische systemen, waar we uiteindelijk volledig afhankelijk van zijn. Dat is ook het uitgangspunt van een relatief nieuwe radicale stroming in de Amerikaanse milieubeweging: het bio-regionalisme. Onder het motto "Living in place" probeert men in een streek te wortelen. De activisten nemen het op tegen bedrijven en overheden die er de natuur en het systeem kapotmaken. Bio-regionalisten willen de natuur in hun streek weer diverser laten worden. Dat komt de levensvatbaarheid ten goede. De beweging kent zeker een element van "terug naar de natuur", maar het gebruik van kleinschalige hoogwaardige technologiën wordt niet afgewezen. Ook vindt men dat regio's qua voedsel veel meer selfsupporting zouden kunnen zijn. Regio's zouden gebruik kunnen maken van hun sterke punten en díe gewassen verbouwen die er ecologisch gezien het best passen. Dus geen kastomaten. Een historisch ecologische studie als die van De Bruyn is voor aankomende bio-regionalisten van groot belang.

Breestraat

De Bruyn laat zien dat de natuur in onze streek ook de politiek beïnvloed heeft. Zo vermoedt hij dat de gezamenlijke strijd tegen het water vroege vormen van democratie bevorderde. Ook blijkt dat de rijken steeds de veiligere hogere delen van Leiden inpikten. De duurdere winkels vind je nog steeds op de Breestraat, op de hogere zuidoever van de oude Rijn, en de armere aan de laaggelegen Haarlemmerstraat.

Terug