De Fabel van de illegaal 43, januari/februari 2001

Auteur: Gerrit de Wit


(Boekrecensie)

Racistische wetenschap

In het boek "Volkseigen. Ras, cultuur en wetenschap in Nederland 1900-1950" schetsen diverse auteurs een beeld van de sociale wetenschappen in Nederland voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze laten zien dat de scheidslijn binnen de wetenschap tussen nationaal-socialistische opvattingen en de ogenschijnlijk minder agressieve en minder politiek geïnspireerde theorieën erg vaag was, in ieder geval wat betreft de grondslagen ervan. Zo kende ook Nederland in het interbellum een groot aantal artsen, antropologen, biologen, psychiaters en andere wetenschappers die meenden dat de mensheid veel te winnen had bij een radicale bevolkingspolitiek. Hierbij werden ideeën over eugenetica, zuivering en positieve selectie moeiteloos gecombineerd met denkbeelden over raciale ongelijkheid. Veel wetenschappers maakten onbevangen gebruik van termen als "volksaard", "volksstam", "raseigenaardigheden", "zuiverheid", en "bloed". Toch werden ze doorgaans beschouwd als respectabele onderzoekers.

Enkele van deze wetenschappers uitten kritiek op de antisemitische en racistische propaganda van nazi-Duitsland. Ze veroordeelden de gewelddadige rassenpolitiek daar. Desondanks bleven ze meestal trouw aan de opvatting dat mensen naar uiterlijk in te delen waren in "rassen" en zelfs in "lagere en hogere rassen", en hanteerden ze ook onderzoeksmethoden als schedelmeting.

Een van deze wetenschappers, de Leidse hoogleraar J.A.J. Barge, stelde tijdens een lezing eind november 1940 de grondslagen van de nazistische rassenleer aan de kaak. Hij verweerde zich tegen allerlei nationalistische en racistische interpretaties en theorieën waarin een relatie werd gelegd tussen "ras" en "geest". Vanwege zijn kritische houding tegenover de nazistische rassenleer werd Barge in 1942 ontslagen. Ondanks zijn schijnbaar anti-racistische opstelling beschreef Barge de uiterlijkheden van sommige bevolkingsgroepen als "primitief" en "grof". Sommige groepen mensen moesten volgens Barge worden beschouwd als "overblijfselen van oude, niet voor hoogere ontwikkeling vatbare, verdrongen elementen". Barge was niet de enige. Vrijwel geen enkele tegenstander van het nazisme ging zo ver resoluut te breken met het denkbeeld dat er een verband zou bestaan tussen "ras" en "volkskarakter", huidskleur en intelligentie, schedelvorm en "temperament".

Volkseigen. Ras, cultuur en wetenschap in Nederland 1900-1950, Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Uitgeverij: Walburg Pers, 39,50. ISBN: 9057301350.

Terug