De Fabel van de illegaal 50/51, voorjaar 2002

Auteur: Sarah Bracke


Vechten voor "de fundamenten van het geloof"

2001 was het jaar waarin het woord fundamentalisme deel ging uitmaken van onze dagelijkse woordenschat. Een voorzetje werd in het voorjaar al gegeven door de affaire rond de homofobe uitspraken van imam el-Moumni, en 11 september betekende ongetwijfeld de grote doorbraak van het inmiddels zeer populaire begrip. Na 11 september nam het aantal racistische uitingen tegen moslims, vluchtelingen en migranten snel toe. Opiniemakers sprongen daarop in en waarschuwden alle "moslims en fundamentalisten" dat "er grenzen zijn aan de tolerantie" van de Nederlanders. Racistische uitingen en redeneringen worden zo via het gebruik van de term fundamentalisme steeds meer geaccepteerd. Maar waar staat fundamentalisme nu werkelijk voor?

Het fundamentalisme kwam aan het begin van de twintigste eeuw voort uit het Noord-Amerikaanse protestantisme. De modernisering en industrialisering waren volop aan de gang, en moderniserende stromingen binnen de kerken wilden het traditionele geloof aanpassen aan de ingrijpende veranderingen in de samenleving. Dit lokte verschillende vormen van verzet uit, dat zich organiseerde binnen bijbelinstituten en op conferenties en cursussen. Men publiceerde kranten, pamfletten en boeken, en wist uiteindelijk vaste voet aan de grond te krijgen in de kerken. Er waren verschillende van zulke stromingen die "het herstel van het geloof" nastreefden. Een daarvan, "de fundamentalisten", schaarde zich rond het ideeëngoed dat tussen 1910 en 1915 gepubliceerd werd in een serie van meer dan 70 essays, getiteld "The Fundamentals". "Een fundamentalist", zo zei een redacteur van een van hun kranten, "is een persoon die bereid is te vechten voor de fundamenten van het geloof." Vanaf 1915 beperkte de beweging van fundamentalisten zich niet meer tot de eigen organisaties en clubs, maar vocht men in kerken, scholen en de hele publieke sfeer van de Noord-Amerikaanse samenleving. Het geloof kon alleen hersteld worden via een terugkeer naar de "letterlijke" tekst van de bijbel. Een tekst die, zoals bekend, flink patriarchaal van aard is.

De waarheid

Volgens sommige godsdienstwetenschappers en historici zou men het woord "fundamentalisme" moeten reserveren voor deze specifieke protestantse beweging. De beweging noemde zichzelf immers zo, werd door anderen zo genoemd, en er was geen sprake van de hele lading die er tegenwoordig aan kleeft. Zeker als men fundamentalisme ziet als de manier waarop een deel van de protestantse gelovigen zich tot de bijbel verhoudt, en een "letterlijke" lezing van de tekst voorstaat, dan is het niet correct om dit begrip zomaar binnen andere godsdiensten te gebruiken. Katholieke, joodse en moslimgelovigen hebben namelijk andere verhoudingen tot hun basisteksten en tradities. Maar om het fundamentalisme goed te begrijpen moet men verder kijken dan die verhouding tot de teksten.

Het Noord-Amerikaanse protestantse fundamentalisme kwam immers niet ineens uit de lucht vallen, maar was verbonden met een reeks ingrijpende maatschappelijke veranderingen aan het einde van de negentiende eeuw, zoals de modernisering, industrialisering en secularisering. Het fundamentalisme ontstond indertijd in het geïndustrialiseerde noordoosten van het land, en niet, zoals vaak aangenomen wordt, in het armere, agrarische en meer traditionele zuiden. Het fundamentalisme is dus eerder een product van de moderniteit dan van de traditie. Het is pas als de traditionele wereld voorgoed verloren is gegaan dat het fundamentalisme de kop op steekt.

Een hedendaagse Noord-Amerikaanse fundamentalistische predikant beschrijft het ontstaan van zijn stroming zo: "Fundamentalisme is een fenomeen van de Noord-Amerikaanse kerken, maar het kwam voort uit theologische problemen die hun oorsprong in Europa vinden. Modernisme of liberalisme had haar oorsprong in Europa, en meer bepaald in Duitsland, in de negentiende eeuw en was niets meer dan een toepassing van het rationalistische denken van die tijd op het christendom. Anti-christelijke denkers zoals Darwin, Hegel en Marx stonden aan de voorhoede van een beweging die God onttroonde en de mens in zijn plaats zette. Het resultaat was tragisch: de bijbel werd simpelweg als een ander, door mensen gemaakt, boek beschouwd." Fundamentalisten verwijten de modernisering het verlies van het geloof en smeden plannen om die modernisering een andere wending te geven. Dat ze daartoe soms een nostalgisch beroep doen op "de traditie" wil niet zeggen dat ze simpelweg een terugkeer naar vroeger beogen. Niet "de traditie" is hun wapen, maar "de waarheid". Een "waarheid" die vaak ook "de traditie" als een afwijking beschouwt van hoe het "eigenlijk" zou moeten.

Liberalisme als zonde

Tegelijk met het protestantse fundamentalisme ontwikkelde zich in Europa het katholieke "integralisme". Die breed gedragen beweging binnen de kerk verzette zich tegen "de ketterijen van de moderne tijd". Het modernisme werd door paus Pius X in die tijd zelfs omschreven als "de synthese van alle ketterijen". De beweging pleitte voor een herstel van autoriteit en "objectiviteit". Ook werd bedacht en vastgelegd dat de paus "onfeilbaar" is. "Liberalisme is een zonde", heette een boekje dat toen populair was in integralistische kringen, en dat sinds een aantal jaar weer verspreid wordt via internet.

Ook buiten de westerse wereld, binnen andere religieuze tradities, zien we gelijksoortige bewegingen. In de islam bijvoorbeeld ontstaan eveneens groepen die zich meer en meer op "de waarheid" beroepen en zich afzetten tegen het liberalisme en modernisme. In 1928 werd in Egypte de Moslim Broederschap opgericht door Hasan al-Banna, die naar eigen zeggen tijdens zijn studie in Caïro geconfronteerd werd met "de decadentie" en "de golf van atheïsme en schunnigheid" die de Arabische wereld overspoelde. De Broederschap legde zich niet enkel toe op geloofsactiviteiten, maar ook op onderwijs en gezondheidszorg. Zij wisten een heel netwerk van sociale diensten op te bouwen, en konden op behoorlijk wat steun van de bevolking rekenen. Het voortdurende brute geweld van de koloniserende machten maakte dat de islamitische fundamentalisten het modernisme konden voorstellen als iets dat eenzijdig opgelegd werd door het westen aan de Arabische wereld. Anders dan bij het christelijke fundamentalisme, is anti-imperialisme steeds een van de belangrijke mobiliserende elementen van het islamitische fundamentalisme geweest.

Moral majority

De Noord-Amerikaanse fundamentalisten zagen zich als de herstellers van de christelijke beschaving en godsdienst. Ze meenden dat de samenleving hen rechtmatig toebehoorde en slechts tijdelijk door "vreemden" bezet was. Ze hadden het gevoel met een groepje uitverkorenen een vijandige wereld te bevechten. Maar rond 1925 werd duidelijk dat ze hun oorlog zouden verliezen en verloren ze dat heroïsche gevoel. Ze kregen in de gaten dat de nieuwe moderne seculiere cultuur door de meerderheid gedragen werd. De fundamentalisten trokken zich terug en gingen zichzelf zien als "vreemden", als de buitenstaanders in een verder seculiere wereld. De fundamentalistische kerken en organisaties werden zo tot een onopvallend deel van het conservatieve religieuze en politieke landschap. Ze concentreerden zich op de eigen gemeenschap en op de individuele evangelisatie, het zieltjes redden. Zo zou het geloof tenminste "bewaard" blijven totdat het weer mogelijk zou worden om de samenleving te beïnvloeden.

Pas in de jaren 70 kregen de Noord-Amerikaanse fundamentalisten weer de kans om naar buiten treden. Een minderheid wilde echter liever uit de politieke sfeer blijven omdat die teveel om compromissen zou vragen. Wie wel naar buiten trad, zou volgens hen geen fundamentalist meer zijn. Men sprak daarom in dat geval liever van "evangelisten". Die gingen deel uitmaken van de bredere, sterk opkomende evangelische bewegingen. Zij hielden massale bijeenkomsten in sporthallen, en hun tv-predikanten konden op grote belangstelling rekenen. Begin jaren 80 ontstond vanuit die kringen de Moral majority-coalitie, op initiatief van de bekende predikant Jerry Falwell. In diezelfde tijd begaven ook fundamentalistische stromingen binnen andere religieuze tradities zich weer in de publieke sfeer om te vechten voor een "herstel van het geloof". In katholieke kringen gingen fundamentalisten zich sterker organiseren tegen de vernieuwingsideeën van de jaren 50 en 60 van het tweede Vaticaanse concilie. Dat leidde ertoe dat in 1978 de uiterst conservatieve paus Johannes Paulus II aan de macht kwam.

Het meest treffende voorbeeld van de manier waarop fundamentalisten het geloof wilden terugbrengen in de publieke sfeer, was ongetwijfeld de Iraanse Revolutie van eind jaren 70. Ayatollah Khomeini gebruikte de massale onvrede over het door het westen gesteunde dictatoriale regime van de Sjah om ook direct een einde te maken aan de secularisering en modernisering. In leidende kringen in het westen werd geschokt gereageerd. Men had aangenomen dat het islamitisch fundamentalisme niet veel meer was dan een overblijfsel uit pre-moderne tijden dat als sneeuw zou smelten voor de zon van de moderniteit. Maar dat klopte dus niet, en het fundamentalisme werd daarop door de westerse regeringen meer en meer gezien als een actieve vijand van de modernisering die dus ook actief bestreden moest worden.

Racistische projectie

Die bestrijding van het fundamentalisme richtte zich echter uitsluitend tegen de islamitische variant, de christelijke bleef buiten beschouwing. Men zei op te komen voor de scheiding tussen kerk en staat, en vaak ook voor vrouwenrechten. Maar het feminisme heeft ons geleerd om extra aandachtig te zijn wanneer westerse witte mannen "vrouwenrechten" inzetten ter rechtvaardiging van hun politiek. In het huidige multiculturele debat misbruiken opiniemakers vrouwenrechten nog steeds zo.1

Ook als het gaat over de scheiding tussen kerk en staat, wordt er vooral gewezen op het gevaar van het islamitische fundamentalisme. Daarbij wordt zelden erkend dat veel westerse staten zelf nauw verbonden zijn met een of andere vorm van christendom. Zo kan het christelijk fundamentalisme uit het zicht blijven. En wanneer het nu en dan toch zichtbaar wordt, kan het doorgaans rekenen op een veel grotere tolerantie. De laatste twee decennia is de invloed van het christelijk fundamentalisme sterk gegroeid. Neem de banden van de Noord-Amerikaanse presidenten vader en zoon Bush met fundamentalistische of uiterst conservatieve kerken, de hernieuwde sterke neiging van het Vaticaan om zich met de wereldpolitiek te bemoeien, of het stijgende ledenaantal van evangeliserende bewegingen. Maar dergelijke ontwikkelingen worden door een meerderheid van de westerse bevolking snel gerelativeerd. Men ziet de dreiging liever uitgaan van de moskee, de islamitische school of het theehuis om de hoek. Die eenzijdige projectie van fundamentalisme op de islam dient vooral het westerse zelfbeeld. Want wie zich kan voordoen als de grote bestrijder van het fundamentalisme, die kan zich meteen opwerpen als beschermer van het rationalisme en humanisme, ja, van "de westerse beschaving".

Fundamentalisme en feminisme

Regelmatig wordt beweerd dat armoede de belangrijkste voedingsbodem is voor fundamentalisme. Fundamentalistische groepen bieden weliswaar vaak een steunend sociaal netwerk aan armen, maar ze hebben ook veel rijke en middenklasse aanhangers. Weerzin tegen de modernisering, dat is veeleer het verbindende element bij zulke bewegingen. De modernisering heeft de verhoudingen tussen de seksen ingrijpend veranderd. En dat werd vanaf de jaren 60 wereldwijd zichtbaar door de successen van de feministische beweging. Het fundamentalisme van de Moral majority in de VS kan gezien worden als een reactie daarop. Predikant Falwell verklaarde bijvoorbeeld ooit: "Het is verbazend wat we leerden van de feministen en de andere kant. Mensen van de burgerrechtenbeweging hebben de ruggengraat gehad om voor hun rechten op te staan, en christenen zouden ook zo'n ruggengraat moeten hebben."

Terwijl christelijke en islamitische fundamentalistische stromingen lijnrecht tegenover elkaar staan, en allemaal menen "de waarheid" in pacht te hebben, weten ze elkaar goed te vinden in hun afwijzing van het feminisme. In hun afkeer van de modernisering zijn ze een. Dat bleek bijvoorbeeld op de laatste VN-bevolkingsconferentie, toen er een alliantie ontstond tussen het Vaticaan en islamitische fundamentalistische stromingen. Dit monsterverbond verzette zich op de recentste VN-vrouwenconferentie tegen het gebruik in de eindverklaringen van het woord "gender". Met "gender" wordt aangeduid dat de geslachten sociale constructies zijn. Maar daar was de alliantie het niet mee eens. Mannen zijn mannen en vrouwen zijn vrouwen, dat zou de natuurlijke ordening zijn en uitdrukking van Gods wil.

Noot

Terug