De Fabel van de illegaal 59, zomer 2003

Auteur: Eric Krebbers


Een rechts pleidooi voor meer immigratie

"De ondergang van het Romeinse rijk was een vergrijzingsprobleem", beweerde president Nout Wellink van De Nederlandse Bank (DNB) op 16 april 2003 tijdens een discussiebijeenkomst in de Balie.1 Om de kennelijk opnieuw dreigende "vergrijzing" tegen te gaan pleit Wellink de laatste jaren steeds nadrukkelijker voor het toelaten van grote aantallen arbeidsmigranten. Hebben migranten en radicaal-links er uit onverwachte hoek een bondgenoot bij gekregen?

Politici en opiniemakers prijzen regelmatig hun rechtse voorstellen aan met een beroep op het schrikbeeld van "de vergrijzing". De komende jaren zou de bevolking voor een steeds groter deel uit gepensioneerden gaan bestaan die onderhouden moeten worden door een teruglopend percentage werkenden. Begin 2000 stelden demografen van de Verenigde Naties dat Europa tot 2025 maar liefst 135 miljoen migranten zou moeten toelaten om die "vergrijzing" te compenseren.2 Wellink zit op dezelfde lijn.

Opwaartse druk

Om "de vergrijzing" tegen te gaan wil Wellink in de eerste plaats krachtiger loonarbeid opdringen aan ouderen en vrouwen.3 Daarover zijn op de EU-top van maart 2000 in Lissabon overigens al verstrekkende afspraken gemaakt. Ten tweede moet van DNB de arbeidsproductiviteit sterk omhoog. Dat wil zeggen dat werknemers voor hun baas meer moeten gaan produceren in dezelfde tijd en tegen hetzelfde loon. Omdat beide doelstellingen volgens Wellink niet voldoende zullen helpen tegen "de vergrijzing", wil hij ook arbeiders importeren. Immigratie is voor hem gewoon "een vorm van internationale handel".4 En die mensenhandel zou nu al hard nodig zijn omdat de Nederlandse economische groei geremd zou worden door een tekort aan personeel, wat weer tot ongewenste hoge loonstijgingen zou leiden. En daardoor zou "onze" concurrentiekracht afbrokkelen.

Arbeidsmigranten zijn zeer voordelig voor de arbeidsmarkt en de werkgevers, weet Wellink. Zo zouden ze bijvoorbeeld "mobieler" zijn, sneller bereid om te verhuizen als elders werkgevers hen kunnen gebruiken. Arbeidsmigranten "smeren de wielen van de arbeidsmarkt", schrijft Wellink. Ook zouden arbeidsmigranten bijdragen aan "een gematigde loonontwikkeling. Dit mechanisme speelt een rol in een goed werkende arbeidsmarkt waarin migranten bereid zijn te werken tegen een relatief laag loon. In tijden van economische groei (en arbeidsmarktkrapte) kan migratie ervoor zorgen dat de opwaartse druk op de lonen niet te groot wordt." Immers, arbeidsmigratie vergroot het arbeidsaanbod. Daardoor kunnen werknemers minder looneisen stellen. Voor jou 10 anderen, kan een werkgever dan immers makkelijker zeggen.

Daarbij, zo zegt Wellink, "hebben immigranten als groep over het algemeen een relatief gunstige leeftijdsopbouw. Indien migranten werkzaam zijn, zullen zij doorgaans nettobetalers voor de pensioenvoorzieningen zijn". Kortom, het geld dat migranten betalen aan de pensioenfondsen wordt uitgekeerd aan autochtone ouderen. Zo wil Wellink de stijgende pensioenkosten afwentelen op migranten, precies zoals de opleidingskosten van arbeidsmigranten in principe ook afgewenteld worden op de landen van herkomst. Voor de oude dag van hun eigen ouders in het land van herkomst moeten de arbeidsmigranten daarnaast zelf nog eens extra geld overmaken.

Kapitaal

Duidelijk is dat Wellink niet redeneert vanuit de belangen van migranten. Integendeel, hij praat over migranten alsof het voorwerpen zijn die door "ons" geïmporteerd kunnen worden al naargelang de behoefte van "onze" bedrijven, "onze" voorzieningen, en "onze" welvaart. Voor Wellink is migratie een middel om de lonen laag en de winsten hoog te houden, en een middel om belastingen en premies te kunnen heffen zonder tegenprestatie te hoeven leveren. Rechtvaardigheid speelt daarbij geen enkele rol. Dat de welvaart wereldwijd al eeuwen steeds oneerlijker verdeeld wordt, is voor DNB geen probleem, maar eerder een handige bijkomende achtergrondvariabele die ertoe bijdraagt dat mensen uit de arm gemaakte landen sneller bereid zijn om tegen zeer lage lonen in Nederland te komen werken.

Niet bepaald een nieuwe bondgenoot dus voor radicaal-links. Want hoewel Wellink een lans lijkt te breken voor een vrijere migratie, gaat het hem uiteindelijk alleen om de belangen van het kapitaal. Radicaal-links is daarentegen werkelijk een voorstander van vrije migratie. Uitgangspunt daarbij is de strijd tegen het kapitalisme, het patriarchaat, het racisme en tegen het tot voorwerp maken van anderen. Het gaat radicaal-links erom dat wereldwijd iedereen zelf kan bepalen hoe en waar men wil leven.

Puntensysteem

De werkgeversorganisatie VNO-NCW is enthousiast over Wellinks voorstellen. Minder blij zijn allerlei conservatieve politici, opiniemakers en wetenschappers. Bij het woord migratie slaan die op tilt, en weten dan alleen nog maar modebegrippen als "criminaliteit" en "mislukte integratie" uit te kramen. Ook de regering en de bonden reageren steevast afwijzend. Die zien nog voldoende ouderen, vrouwen, werklozen en WAO-ers om de arbeidsmarkt op te jagen. En bovendien zijn migranten veel vaker werkloos, redeneren ze. Als de arbeidsmarkt die mensen kennelijk niet goed kan gebruiken, waarom zou je er dan nog meer van binnenhalen?

Maar daar weet Wellink wel antwoord op. Selectie aan de poort via een streng "puntensysteem" zou ervoor kunnen zorgen dat alleen bruikbare migranten binnenkomen, arbeiders waar de arbeidsmarkt en de bedrijven behoefte aan hebben. "Mensen die bij voorbaat al kansloos zijn, moet je niet binnenlaten", verklaart hij keihard.1 Die mensen moeten het maar uitzoeken en in armoede blijven leven. Vrij is de migratie die Wellink voor ogen heeft dus niet. Wellink: "De ervaringen van Australië, immigratieland bij uitstek, tonen bijvoorbeeld aan dat met een selectiesysteem arbeidsmigranten net zo succesvol op de arbeidsmarkt kunnen zijn als autochtonen." Volgens hem is het echter een probleem dat in Nederland "de sociale voorzieningen vrij genereus zijn". Zijn plannen werken namelijk alleen als er een "voldoende activerend sociaal zekerheidssysteem" komt. Ofwel een systeem dat migranten dwingt alle aangeboden werk te accepteren, hoe slecht de betaling en de werkomstandigheden ook zijn. "Je moet de toegang tot de sociale zekerheid de eerste jaren moeilijk maken",1 voegt de bankpresident toe. Zelf ontvangt hij jaarlijks 370.000 euro van de Nederlandse staat.

Progressieve kritiek

Wellink verwacht niet dat er veel migranten zullen komen uit de nieuwe Oost-Europese EU-lidstaten. Die "vergrijzen" namelijk zelf ook. En de Oost-Europeanen zullen minder geneigd raken tot migratie wanneer de loonverschillen met West-Europa af gaan nemen. Daarom richt Wellink zijn blik vooral op Azië en Afrika. Migratie veroorzaakt daar echter wel een "braindrain", werpt men vaak tegen vanuit 'progressieve' hoek. Wellink antwoordt daarop meestal gevat dat Nederland ook laag opgeleide arbeidsmigranten nodig heeft.

De 'progressieve' wetenschapper Doomernik 5 is het er niet mee eens dat bedrijven straks opnieuw arbeidsmigranten gaan binnenhalen, gebruiken en weer afdanken, om dan vervolgens de samenleving op te schepen met de kosten. Net als vroeger de gastarbeiders werden "binnengehaald om moeizaam functionerende industrieën op de been te houden, zoals de textielindustrie en de scheepsbouw. Vervolgens kreeg je een dip in de conjunctuur. Die bedrijven bleken niet levensvatbaar en verhuisden naar landen waar de lonen lager waren", zegt Doomernik, en "wij bleven zitten met werkloze gastarbeiders, die inmiddels hun gezinnen hadden laten overkomen." 6 Alsof gastarbeiders en hun gezinnen lastige voorwerpen zijn waar "wij" niet om gevraagd hebben. Hij wil daarom de bedrijven verantwoordelijk stellen voor "het hele traject. Wie weet, doen ze dan meer moeite voor de werklozen." Met zijn progressieve en conservatieve critici verschilt Wellink uiteindelijk alleen van mening over hoe "ons" eigen belang het beste gediend is, en waarbij "ons" voornamelijk verwijst naar de rijken.

Noten

Terug