De Fabel van de illegaal 75, maart/april 2006

Auteur: Harry Westerink


Rechter schiet te klein gat in Koppelingswet

Op 24 januari 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRB) in de rechtszaak van een Ghanees gezin tegen de gemeente Zaanstad de voorlopige uitspraak van 8 augustus 2005 bevestigd dat kinderen zonder verblijfsvergunning recht kunnen hebben op een bijstandsuitkering. Het internationale kinderrechtenverdrag, dat alle kinderen recht op inkomen en onderdak toekent, gaat volgens de rechter namelijk boven de Koppelingswet, die kinderen zonder verblijfsvergunning juist van dergelijke rechten uitsluit. Toch zet de raad de regels van de administratieve apartheid veel te weinig opzij.


Sociale Zaken van de gemeente Rotterdam (foto: Pauline Krebbers)
Volgens het in 1995 in werking getreden kinderrechtenverdrag moet de overheid migranten- en vluchtelingenkinderen in de eerste plaats als kinderen beschouwen, en niet als "vreemdelingen" of "illegalen". Het belang van die kinderen moet dus voorop gesteld worden. En als wetten in strijd blijken met het verdrag, dan moeten ze worden veranderd. Maar in 1998 voerde de overheid de Koppelingswet in die kinderen zonder verblijfsvergunning juist uitsluit van allerlei rechten. Het ComitÚ voor de Rechten van het Kind, dat toeziet op de naleving van het verdrag, verzocht de regering in 2004 dan ook om in het "vreemdelingenbeleid" meer rekening te houden met kinderrechten. Dat verzoek werd botweg genegeerd. Het is helaas niet mogelijk om individueel een klacht in te dienen over de schending van de rechten in het verdrag en daarom leek het een papieren tijger te blijven. Maar nu heeft de rechter het alsnog ingezet tegen de uitsluiting van kinderen zonder verblijfsvergunning en is er een gaatje in de Koppelingswet geschoten.

Veiliger leven

Toch moet niet te vroeg worden gejuicht. De CRB wil namelijk alleen een bijstandsuitkering geven aan kinderen zonder verblijfsvergunning die "rechtmatig in Nederland verblijven", maar die door de Koppelingswet geen recht op voorzieningen hebben. Kinderen van wie de ouders verblijfsvergunningen hebben aangevraagd en die de beslissing daarop hier mogen afwachten. Maar "illegale" kinderen die geen aanvraag hebben lopen, worden door de CRB wel uitgesloten van de rechten die het verdrag hen niettemin uitdrukkelijk toekent. Volgens de rechter zou namelijk "het vreemdelingenbeleid ernstig worden doorkruist" als ook "illegale" kinderen een inkomen zouden krijgen.

De uitspraak is onder meer van belang voor vluchtelingengezinnen die een herhaalde asielaanvraag hebben gedaan. Jaren geleden kregen vluchtelingen ook bij zo'n aanvraag nog gewoon onderdak en inkomen. Maar dat werd afgeschaft om vluchtelingen te ontmoedigen die door willen procederen. Het enige recht dat er voor hen nog overbleef, was de status van "een rechtmatig verblijf", dus zonder recht op woonruimte, geld en andere voorzieningen. De CRB-uitspraak moet zodoende worden opgevat als een pleidooi om het vroegere opvangbeleid voor herhaalde asielaanvragers een heel klein beetje opnieuw in te voeren. Het toont vooral aan hoezeer het vluchtelingenbeleid de laatste 25 jaar is verhard. Pas na een onzekere en zich voortslepende rechtszaak kent de CRB een paar vluchtelingenkinderen weliswaar wat geld toe, maar geen onderdak en andere hulp. En hun ouders en andere volwassen vluchtelingen blijven net als voorheen uitgesloten van alle voorzieningen.

Steun in de rug

Stan Meuwese, directeur van de kinderrechtenorganisatie Defence for Children International Nederland (DCI-NL),(1) vindt de uitspraak niettemin "een welkome opsteker". Hij is "tevreden over de expliciete erkenning van de zorgplicht van de staat, naast die van de ouders. De rechter benadrukt bovendien dat de kinderen geen invloed kunnen uitoefenen op de keuzes die ouders maken om ergens al dan niet legaal te verblijven. Dat is juist iets dat DCI-NL steeds onder de aandacht brengt: beschouw kinderen niet alleen als juridisch aanhangsel van hun ouders, maar erken hun zelfstandige rechten. En tenslotte put ik ook hoop uit het belang dat de rechter hecht aan het aanvaarden van verblijf door de staat. Ik denk dat er veel kinderen zijn in Nederland die weliswaar niet officieel zijn toegelaten, maar waarvan ook iedereen weet dat ze niet uitgezet kunnen worden."(2)

Volgens Meuwese en Pim Fischer, de advocaat van het Ghanese gezin, valt er ook op andere terreinen van "de minimale basisvoorzieningen voor het kind" nog veel te winnen. Met de uitspraak zou bijvoorbeeld een recht op electriciteit en water afgedwongen kunnen worden, wat verstrekkende gevolgen kan hebben voor de zorgplicht van alle gemeenten waar kinderen zonder verblijfsvergunning leven. Als de rechter meer rekening gaat houden met het kinderrechtenverdrag, dan zou ook de strijd tegen het opsluiten van illegaal gemaakte kinderen in gevangenissen een steun in de rug kunnen krijgen. Tegen die opsluiting voeren de Raad van Kerken, DCI-NL en andere organisaties actie.(3)

Intimidaties

Sinds de voorlopige uitspraak van augustus 2005 zouden al honderden aanvragen zijn ingediend voor een kinderuitkering.(4) Veel gemeenten reageerden afwachtend of zelfs meteen afwijzend. De gemeente Rotterdam maakte het helemaal bont door zelfs bij vluchtelingengezinnen thuis op bezoek te komen en hen onder druk te zetten om de aanvraag weer in te trekken. Sociale Zaken-ambtenaren deelden daar ongeveer 30 gezinnen botweg mee dat hun aanvragen niet in behandeling zouden worden genomen, omdat ze sowieso zouden worden afgewezen. Als men de aanvragen toch zou willen doorzetten, zo dreigden de ambtenaren, dan zou de gemeente alle informatie over de gezinnen doorgeven aan de IND. Bang geworden, trokken de vluchtelingen hun aanvragen weer snel in. Hun positie is zo kwetsbaar dat ze ook na de definitieve CRB-uitspraak het risico blijven lopen ge´ntimideerd te worden door ambtenaren. Om aanvragers ook in de toekomst bij te staan wil De Fabel van de illegaal graag meer weten over de ervaringen van vluchtelingengezinnen met de kinderuitkering in andere gemeenten.

Na druk van De Fabel en enkele PvdA-, SP- en GroenLinks-leden (5) heeft de gemeente Leiden eind 2005 haar eigen beleid aangepast. Een paar gezinnen met kinderen zonder verblijfsvergunning hebben van de gemeente inmiddels een uitkering van zo'n 230 euro per maand toegekend gekregen. Merkwaardig genoeg heeft de gemeente dat bedrag per familie uitgekeerd, dus ongeacht het aantal kinderen. Dat zou wel eens in strijd kunnen zijn met de CRB-uitspraak, die uitgaat van een bedrag voor elk kind afzonderlijk, overeenkomstig de bijstandsnorm voor alleenstaanden van 18 tot 21 jaar.

Noten

Terug