De Fabel van de illegaal 85/86, zomer 2007

Auteur: Gerrit de Wit


Gedeporteerde Congolezen vastgezet en mishandeld

De overheid wil alle vluchtelingen die buiten het generaal pardon vallen zo snel mogelijk deporteren, ook naar landen waar ze grote kans lopen om bij aankomst opgepakt en gemarteld te worden. De Democratische Republiek Congo is zo’n land.


Eind mei 2007 meldde het Congolese journaal dat een forse delegatie van het Nederlandse ministerie van Justitie in de hoofdstad Kinshasa was aangekomen. Daar spraken de ambtenaren met een generaal van de immigratie- en veiligheidsdienst DGM (1) en met de minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid. Het overleg ging over de gedwongen terugkeer van Congolese vluchtelingen.

In theorie is Congo een democratie onder leiding van president Joseph Kabila. Maar de veiligheidsdiensten treden nog steeds hard op tegen politieke opposanten. Daarvan worden er talloze gearresteerd en vastgezet, en alleen al in 2007 vielen bij de gewapende acties van de veiligheidsdiensten honderden doden. De Nederlandse overheid sluit daar moedwillig de ogen voor en stelt dat gedeporteerde Congolezen geen enkel gevaar lopen. Docu Congo, een Nederlandse solidariteitsorganisatie die zich hard maakt voor de rechten van Congolese vluchtelingen, is echter in het bezit van veel getuigenissen waaruit het tegenovergestelde blijkt.(2) Zo maakte de organisatie het verhaal bekend van een man die in juni 2005 vanuit Engeland werd gedeporteerd. Bij aankomst in Kinshasa werd hij meteen vastgezet door een veiligheidsdienst. Hij zat tot eind 2005 opgesloten en daarna belandde hij in de staatsgevangenis. De officiële aanklacht luidde “aantasting staatsveiligheid tijdens verblijf in het buitenland”. Een andere afgewezen Congolees overkwam precies hetzelfde toen hij een maand later Engeland uitgezet werd.

Sterfhuizen

In februari 2006 kreeg de solidariteitsorganisatie betrouwbare inlichtingen dat in de staatsgevangenis van Kinshasa Congolezen gevangen zaten na uitzetting uit een Europees land. Docu Congo sprak met een van hen. Naar eigen zeggen werd die man in 2003 Nederland uitgezet en na aankomst in Kinshasa door een veiligheidsdienst voor ettelijke maanden gevangen gezet en gemarteld. Ook beschikt Docu Congo over een verklaring van een Congolese vluchtelinge die in februari 2007 met drie van haar kinderen vanuit Londen werd uitgezet naar Kinshasa. Bij aankomst moest ze aan de DGM een verblijfsadres opgeven. Daar werd ze de volgende dag opgehaald voor ondervraging. Ze werd meteen opgesloten en meerdere keren verkracht. Na een maand werd ze overgebracht naar een gevangenkamp, waar ze na enkele weken met hulp uit wist te ontsnappen. In Congo zijn martelingen in gevangenissen van de veiligheidsdiensten gemeengoed. Eind 2005 bracht de in Congo aanwezige VN-missie MONUC nog een schrikbarend rapport uit over de “onaanvaardbare” situatie in de gevangenissen. Sommige detentiecentra zouden door een gebrek aan voeding en door de slechte hygiëne en gezondheidszorg “ware sterfhuizen” zijn. Maar dat is de Nederlandse regering kennelijk een biet. De deportatiemachine moet doordraaien.

Noten

Terug