Gebladerte-reeks 3![]()
Auteur: Harry Westerink
Brief aan alle vermiste kameraden
Hallo voormalige kameraden!
Merkwaardige aanhef,
dat besef ik.
Bij gebrek aan beter
spreek ik jullie op deze manier aan.
Jullie zijn uit mijn zicht verdwenen
zonder afscheid te nemen.
Ik weet nauwelijks wat jullie op dit moment doen.
Waarschijnlijk betaald en hard werken.
Jullie kennen nu,
neem ik aan,
de klappen van de zweep
die de crisis van het kapitalisme uitdeelt.
En jullie proberen daar met alle mogelijke moeite
aan te ontkomen,
vermoed ik,
door steeds hoger op de maatschappelijke ladder te klimmen,
zodat jullie gemakkelijker kunnen ontsnappen
uit de greep van de heersende klasse
en daar misschien wel
uiteindelijk
zelf deel van gaan uitmaken.
Dat lukt jullie aardig,
denk ik,
of zie ik het te somber in.
In elk geval, vroegere kameraden,
jullie verlieten de strijd van alledag.
Jullie gingen weg van de plek waar ik politiek actief was en ben.
Ik bleef een tijdje staan waar ik stond,
deed wat ik goed vond
en verschoof later steeds meer,
na allerlei inzichten en ervaringen,
radicaal en integraal
en ook lief en creatief
naar revolutionair en buitenparlementair links.
Weet je wel,
dat zijn de chaoten en terroristen
waarover ze in de kranten schrijven.
Misschien zijn jullie ook verschoven,
maar niet met mij mee,
vrees ik.
Jullie hebben eerder een ruk naar rechts gemaakt.
Jullie zijn sociaal-democraten geworden
of gebleven.
Lekker in het centrum van de macht.
Wie weet.
Als dat niet zo is,
neem me dan niet kwalijk.
Laat me weten of ik een vergissing heb gemaakt.
Ik betwijfel het,
maar ja, vergissen is menselijk.
Dus,
laat ik mijn brief anders beginnen.
Waarde gevallenen
Nou nee, dat is het ook niet.
Dat klinkt nogal overtrokken,
melodramatisch,
nietwaar.
Alsof jullie echt hebben gestreden.
Alsof jullie met inzet van jullie leven
het kwade hebben overwonnen,
stel je voor,
en uiteindelijk in het harnas zijn gestorven
of zoiets.
O nee, het was allemaal veel gewoner,
het was meestal puur hobby-isme.
Weg dus met al dat heldhaftige, dat al te tragische.
Maar gevallen zijn jullie wel,
vind ik,
voorzover ik jullie ken,
voorzover ik me jullie herinner.
Ja, best wel,
best wel een beetje.
Zo heet dat toch?
Best wel gevallen
over de hoge verwachtingen,
de vrijblijvende inzet,
de goedgelovigheid,
het opvallende gebrek aan moed en scherpte,
het ver-van-m'n-bed-karakter van jullie politiek,
de opgeklopte eigenwaan,
de verkapte liefdadigheid.
Gestruikeld over zóveel hindernissen
dat jullie tenslotte zijn blijven liggen
of zijn teruggelopen naar veilige oorden.
Niettemin gun ik jullie nog steeds
het voordeel van de twijfel.
Wees dankbaar, zou ik zeggen,
want jullie hebben het eigenlijk niet verdiend,
geloof ik,
nou ja,
dat weet ik niet zeker.
De meesten onder jullie niet,
denk ik.
Sommigen zijn duidelijk de verkeerde kant opgegaan.
Anderen hebben geen richting gekozen
en dus de weg van de minste weerstand gevolgd.
Een enkeling zal nog wel eens dromen
over een rel of een aanslag,
schat ik in,
maar niemand zal in ernst nog spreken over revolutie.
Ik wel,
dus ja,
hier scheiden zich onze wegen.
Vooruit, ik noem jullie
Geachte afwezigen
Ik groet jullie die er nu niet zijn,
die nu niet samen met mij strijden
en met te weinig anderen.
Jullie die wij misschien nodig zouden kunnen hebben,
die ons zouden kunnen steunen,
ware het niet
dat wij nu steun en troost ontvangen van anderen.
Jullie afwezigen,
linkse schimmen en politieke fossielen,
jullie die niet meer schouder aan schouder staan.
Vroeger gebeurde dat nog wel eens twee, drie keer per jaar.
Jullie die het gewoon verdommen om solidair te zijn,
die belangrijkere dingen aan het hoofd hebben,
zoals vriend, vriendin, kind, carrière en kassa.
Jullie zijn vervaagd, versteend, verwaterd of verwaaid,
onbereikbaar geworden.
En ook al kon ik met jullie praten,
op dit moment,
het zou vaak,
al te vaak,
tevergeefs zijn,
verwacht ik.
Eens stonden we op een kruispunt bij elkaar.
Toen gingen we elk onze eigen weg.
Het is niet anders.
Ook al zouden jullie aanwezig zijn,
dan nog waren jullie afwezig.
Dus eigenlijk moet ik het beter formuleren.
Beste mensen
Ja, dat klopt wel,
geloof ik,
hoewel,
beste, wat is beste?
Zijn jullie de beste mensen?
Zou ik jullie eigenlijk niet anders moeten noemen?
Bijvoorbeeld behoorlijk goede mensen
of niet al te beroerde mensen,
mensen met een enigszins verstandig
en af en toe,
hoewel eerder niet dan wel,
principieel gedrag.
Maar om dat nou aan te duiden met het woord "beste",
nou nee.
Dus dan maar
Mensen
Lekker neutraal toch.
Wel grappig ook.
Je hebt altijd gelijk
en iedereen voelt zich aangesproken.
Het is wat slap,
ach ja, jammer dan.
Mensen,
Ik heb jullie ontmoet,
ooit.
Waar zijn jullie nu?
Wie zijn jullie?
Jullie worden vermist.
De laatste restjes actievoerders zoeken jullie.
Leven jullie nog
of zijn jullie omgekomen in de strijd
voor het behoud van de tweede auto,
de derde TV,
het vierde bankstel,
het vijfde servies
en het zesde bed.
Neem me niet kwalijk als ik cynisch en kwaadwillend overkom,
maar ik heb het al zo vaak meegemaakt
dat mensen politiek afhaken, aftakelen, afbranden
en dan het hoofd in de schoot leggen.
Mensen,
jullie worden niet meer door de politie gezocht,
maar door anderen,
door ons namelijk,
door de zoveelste nieuwe generatie
met toch nog en telkens maar weer levensvreugde en strijdbaarheid.
Gezocht door een nieuwe lading gemarginaliseerden en uitgerangeerden,
de steuntrekkers en armoedzaaiers van de jaren negentig.
Mensen,
we maken ons ongerust.
Geef toch een teken van leven.
Waar houden ze jullie verborgen?
Hoe hebben ze jullie gegijzeld
in het systeem van likken naar boven en trappen naar onderen?
Of is het jullie eigen keuze geweest
om mee te doen met de wereldwijde klopjacht?
Werden jullie gedwongen door de omstandigheden?
Moesten jullie gewoon wat te eten hebben?
Ik weet het niet.
Laat daarom ergens een boodschap achter.
Smokkel een brief langs de grenspost
van rijk naar arm,
van wit naar zwart,
van man naar vrouw,
van hetero naar homo.
Stuur een koerier naar de onderlaag van de samenleving.
Pas op, het is daar nogal donker.
Verdwaal niet.
Bel ons,
maar noem geen namen of adressen
of andere concrete informatie.
Gebruik codes en schuilnamen,
want we worden afgeluisterd
en o ja,
stuur niets over de post.
Brieven worden opengemaakt en gelezen
en wie weet ook gekopieerd en in dossiers gestopt
en als bewijsstuk gebruikt
bij deelname aan een zogenaamde criminele vereniging.
Artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht,
dat kennen jullie zeker niet.
Dat is een nieuwe vorm van criminalisering
die er in jullie actietijd nog niet was.
Maar nu wel.
Als jullie geen gevaar willen lopen,
fax of e-mail ons alleen
voorzover jullie geen feiten en gegevens noemen.
Ook wij gaan met de tijd mee.
En vergeet niet
dat wij in het verzet zitten,
zoals in die andere oorlog
die nu zo'n verkoopsucces is.
En in het andere geval,
als jullie zelf het gevaar zijn geworden,
dat zou vervelend zijn,
als jullie onze tegenstanders zijn geworden,
dan hebben we geen enkele verwachting meer,
dan laten jullie de bewustzijnsindustrie op volle toeren draaien,
dan manipuleren jullie anderen,
dan maken jullie winst ten koste van alles dat ons dierbaar is.
Geef dat dan aan ons door.
Dan weten we waar we aan toe zijn.
Dan beseffen we tegen wie we vechten,
tegen wie we behoren te vechten.
Mensen,
ik ga een einde maken aan deze brief.
Ik zou willen dat ik nog een wens kon uiten,
een mooie gedachte of een hartversterker.
Maar dat lukt me niet.
Misschien zien we elkaar nog eens,
heel misschien,
waarschijnlijk nooit meer,
vrees ik,
of veel te weinig
op een discussie-avond of onder een spandoek.
Misschien wel in de metro,
gewoon ergens op straat of in een winkel.
Dan zullen we vreemden zijn geworden
die elkaar mijden als de pest.
Met vriendelijke groet en misschien tot ziens