Reactie ambtsbericht Iran

Op donderdag 26 juni bespreekt de Tweede Kamer het nieuwe ambtsbericht van Buitenlandse Zaken over Iran en de conclusies die staatssecretaris Schmitz daaraan verbonden heeft. Vlak voor het ambtsbericht werd vrijgegeven besliste het kabinet dat IraniŽrs uitgezet kunnen worden. Wel moet "zorgvuldig" gekeken worden naar de uitzetting van vrouwen, Baha'i (religieuze minderheid), dienstweigeraars en deserteurs. Volgens het ambtsbericht (en Schmitz) echter lopen dienstweigeraars en deserteurs geen gevaar bij uitzetting.

Het ambtsbericht geeft toe dat er in Iran onverminderd sprake is van politieke repressie. Wezenlijke kritiek op het regime wordt nog immer niet geduld. Sinds de verkiezingen staan de islamitisch waarden en normen weer meer op de voorgrond en groeit de druk op christenen. De rechtsgang is wèl verbeterd, aldus het ambtsbericht, er zijn nu termijnen waarbinnen arrestanten voor de rechter moeten worden gebracht. Al geeft het ambtsbericht zelf toe dat die termijnen in de praktijk soms niet worden gerespecteerd en dat verdachten door de opsporingsdiensten regelmatig onder druk worden gezet om bekentenissen af te dwingen. Ook weet Buitenlandse zaken bijvoorbeeld dat veel rechtszittingen plaatsvinden zonder aanwezigheid van een raadsman en dat de islamitische strafwet voorziet in de oplegging van lijfstraffen. Het is duidelijk: Buitenlandse Zaken heeft de ernstige kritiek op de vorige ambtsberichten enigzins verwerkt in deze nieuwe versie. En dan toch de conclusie dat nu meer Iraniërs uitgezet kunnen worden. Hoe kan dat toch?

Volgens het ambtsbericht heeft "het regime zijn positie geconsolideerd; de repressie is in het algemeen afgenomen." De oppositie is dus zodanig lamgeslagen en geïntimideerd dat het regiem minder mensen hoeft te vermoorden om de wind eronder te houden. Er zijn volgens Buitenlandse Zaken maar 66 executies geweest in 1996. (Amnesty weet er 110.) Een verbetering van de mensenrechten is dit niet te noemen. Integendeel, het ambtsbericht geeft bijvoorbeeld zelf toe dat "er weer sprake is van een oplopende druk op journalisten en intellectuelen. Doelwit van mensenrechtenschendingen zijn potentiële opposanten." (cursief SKIA)

Hoewel potentiële opposanten en individuele intellectuelen gevaar lopen, komt daadwerkelijke oppositie er volgens het ambtsbericht goed van af: "Het enkel in bezit hebben dan wel verspreiden van verboden materiaal, waaronder satellietschotels, speeches op tape of video, literatuur die beledigend wordt geacht voor de islam zoals de Duivelsverzen van Salman Rushdie, oud beeld en geluidmateriaal van de Shah leidt in de praktijk hooguit tot de oplegging van een geldboete." Ook mensen die alcohol drinken en vrouwen die geen hoofddoek dragen komen er volgens het ambtsbericht met een boete van af. In Iraanse kranten staat echter dat vrouwen die niet islamitisch gekleed gaan de zweep krijgen. Wellicht denkt het ministerie dat dit bij de Iraanse cultuur hoort?

Één van de belangrijkste bezwaren tegen het ambtsbericht is dat Buitenlandse Zaken uitgaat van de Iraanse wetten, niet van de praktijk. Het ambtsbericht concludeert nota bene zelf dat die nogal eens verschillen. Daar komt bij dat de terreur in de praktijk niet alleen van overheidszijde komt. Ook aan de overheid gelieerde groepen als de Hezbollah houden de schrik erin. Dat wordt in het ambtsbericht volledig buiten beschouwing gelaten. Volgens het ambtsbericht hebben "de afgelopen periode voor zover bekend geen politieke processen plaats gevonden". Weggelaten wordt bijvoorbeeld dat november 1996 12 personen zijn geëxecuteerd die beschuldigd werden van het organiseren van de bevolkingsopstand in Islamshahr. Vaak worden politieke critici zonder politiek proces worden vastgehouden of vermoord. Het komt ook voor dat ze onder het mom van drugssmokkel worden opgepakt.

De Nederlandse staat zegt tegenwoordig bij uitzettingen tegen de Iraanse asielzoekers dat ze in Iran hooguit 3 maanden celstraf krijgen. In het nieuwe ambtsbericht staat dat "arrestanten en gevangenen de kans lopen gefolterd te worden" en het geeft toe dat een uitgezette Iraniër mishandeld werd, toen hij na aankomst in Iran 10 dagen vastgehouden werd. Hoeveel marteling is voor de Nederlandse overheid acceptabel?

Volgens het nieuwe ambtsbericht hebben Iraniërs die vanuit andere Europese landen werden teruggestuurd geen problemen gehad. Met name Zweden zou honderden Iraniërs hebben uitgezet. Onvermeld blijft dat Zweden in praktijk sinds het Mykonos-proces geen Iraniërs meer heeft uitgezet. Buitenlandse Zaken zegt dat het Iraanse regime de uitgezette asielzoekers als economische vluchtelingen beschouwt. Ze zou geen enkel bezwaar hebben tegen economische migratie. In werkelijkheid worden asielzoekers "erger dan het aidsvirus" genoemd. Dat stond op 9 maart in de officiële Iraanse krant Keyhan. Asielzoekers zouden zich "vanaf het moment dat ze vluchten hebben aangesloten bij de doden."

Als het over China gaat, wordt er in de politiek steeds heel duidelijk een verband gelegd tussen mensenrechtenschendingen en handel. In het geval van Iran wordt daar niet over gesproken, terwijl Nederland voor 1,3 miljard gulden olie per jaar importeerd uit Iran. Het ziet ernaar uit dat de medewerkers van Buitenlandse Zaken, die de ambtsberichten produceren, de economische belangen van Nederland niet willen schaden.

Petra Schultz, Ahmed Pouri, Steunpunt Kerkasiel Iraanse Asielzoekers (SKIA)
24 juni 1997


Terug