Doorbraak 3, oktober 2009

Auteur: Harko Wubs



Domestic workers willen rechten en respect

Lisa Mendiola is een huishoudelijk werkster zonder verblijfspapieren. In 2006 richtte ze samen met een aantal collega’s de organisatie United Migrant Domestic Work (UMDW) op. Ondanks hun benarde levenssituatie zien de domestic workers kans om samen te strijden voor werkvergunningen, verblijfsrecht en respect. UMDW wordt steeds sterker. Een interview met Mendiola over haar leven en haar strijd.
Domestic workers solidair met Schiphol-schoonmakers. (Foto: Eric Krebbers)


Wat deed je ertoe besluiten om naar Nederland te komen en hoe ging dat?

“Ik ben geboren op de Filippijnen in 1954. Ik kwam 12 jaar geleden naar Nederland. Thuis hadden we grote financiële problemen. Ik wilde mijn kinderen scholing geven, maar kon dat niet betalen. Er kwamen steeds meer rekeningen binnen en we moesten ook ons huis nog betalen. Mijn man had geen werk en ondertussen zagen we dat steeds meer families om ons heen het beter kregen doordat ze een familielid in Europa hadden. Zo iemand werkt dan voor de hele familie. Er zat al familie van mij in Nederland en ik had al eens een uitnodiging gekregen om ook over te komen. Ik vond het een verschrikkelijk moeilijke beslissing omdat mijn ouders al oud waren, en ik ook met mijn broer erg close was. Maar ik dacht: als anderen het kunnen, dan kan ik het ook. En dus ben ik gegaan. Op het vliegveld besefte ik dat ik niet zomaar weer terug zou kunnen komen. Ik maakte een afspraak met mezelf: ik kom pas terug als ik mijn doel bereikt heb. En dat was dat ik mijn schulden zou hebben afbetaald en mijn kinderen naar school kon sturen.”

“Ik wilde eigenlijk naar Italië, maar zover ben ik nooit gekomen. Ik zag hoe mooi Nederland was en dat de mensen aardig waren en bovendien goed Engels spraken. Nederland is ook veilig. Misschien niet overal, maar in Amsterdam in elk geval wel. Bovendien is hier erg veel behoefte aan schoonmaaksters, en dus besloot ik om hier te blijven. Ik had ingeschat dat ik ongeveer vijf jaar zou blijven. Maar inmiddels zit ik hier dus al 12 jaar. Je vergeet dat de levenskosten hier veel hoger zijn. Zeker illegaal moet ik veel meer betalen voor huisvesting. Ook gebeuren er steeds weer dingen aan het thuisfront waardoor ik toch weer langer in Nederland moet blijven om geld verdienen. Zo werd mijn broer bijvoorbeeld ziek. Hij moest naar het ziekenhuis en daar moest natuurlijk ook weer geld voor komen. Toen hij op het punt stond te overlijden, heeft hij me nog gebeld en gevraagd of ik naar de Filippijnen wilde terugkomen. Ik wilde dat ontzettend graag doen, maar het kon niet, want dan zou ik nooit meer terug naar Nederland kunnen komen. Dat was het moeilijkste moment van mijn verblijf hier. Ook mijn vader is intussen overleden en ook die heb ik dus niet meer kunnen zien. Mijn moeder is 85 en wacht nog steeds op de dag dat ik terugkeer. Ze hoopt dat ze dan nog leeft. Maar ik zie mezelf nog niet snel teruggaan. Mijn kinderen hebben mijn steun hard nodig. Mijn zoon heeft een kind gekregen en daar draag ik nu ook de zorg voor.”

Hoe waren je eerste dagen hier?

“Mijn zus woonde hier al. Ze wilde dat ik me de eerste dagen in dit nieuwe land goed zou vermaken. Maar ik dacht alleen maar aan thuis en wilde dus direct geld gaan verdienen. Ik vond in een tijdschrift een werkgever waarbij ik aan de slag kon. Die betaalde me echter te weinig en dus ben ik daarna andere werkgevers gaan zoeken. Als je iemand hebt gevonden die positief over je werk is, dan gaat het balletje rollen. Dan tippen ze hun vrienden over je en dan heb je al snel flink wat werk.”

Hoe bevalt het werk? En hoe bevallen je werkgevers?

“Veel van mijn werkgevers zijn aardig. Sommigen hebben me geholpen om mijn familie hierheen te halen toen ik 50 werd. Dat was erg aardig. Ze zagen dat ik eenzaam was. Maar het werk is zwaar en je bent erg afhankelijk van hen. Als zij op vakantie gaan, verdien je niets en ze kunnen je ook zomaar ontslaan. Soms hebben we onenigheden. Ik vind het erg belangrijk - nog belangrijker dan het inkomen - om een goede relatie met hen te hebben. Ze moeten je vertrouwen. Als ik nieuwe werkgevers krijg, praat ik altijd eerst uitgebreid met hen. En daarna mogen ze me nog testen. Na drie dagen mogen ze zeggen of ik aan hun wensen voldoe. En als dat niet het geval is, dan is dat ook geen probleem. Dan ga ik weer weg. Maar als ik wel voldoe, dan moeten ze zich aan hun afspraak houden en me aannemen. Desondanks voel je bij sommigen dat ze je toch steeds op de vingers blijven kijken en dat ze je continu aan het werk willen houden. Die willen elke cent terugzien en eisen veel te veel. Zulke werkgevers maken een zeer gedetailleerde lijst en zeggen dan steeds: doe dit en doe dat! Daar kan ik echt niet tegen. Ik ben de schoonmaker! Ik doe het werk al 12 jaar en ik weet dus precies hoe ik een huis moet schoonmaken. Ik leg hen dan uit hoe ik gewend ben om te werken en dat leidt soms tot discussies. Ik probeer daarbij heel duidelijk te zijn: ik ben een schoonmaakster en heb ook mijn waardigheid als arbeidster en als mens. Je kunt mij vertrouwen. Behandel mij dus met respect. Ik respecteer mijn werkgevers ook.”

Je komt voor jezelf op. Durven alle domestic workers zo duidelijk naar hun werkgevers toe te zijn? Of krijgen zij dan problemen?

“Sommigen zijn inderdaad bang om hun werk te verliezen. Ze gaan daarom niet op problemen in. Maar werkgevers die geen weerwoord krijgen, kunnen hun domestic workers makkelijker uitbuiten. Mij overkomt dat niet omdat ik duidelijk ben en communiceer met de werkgevers. Het gaat me niet alleen om het geld. Het belangrijkst is een goed contact. Dat inspireert me om mijn werk goed te doen. Een van de belangrijkste taken van onze organisatie UMDW is om de domestic workers duidelijk te maken welke rechten ze hebben zodat ze zich daarop kunnen beroepen. Daarnaast eisen we een werkvergunning en betere werknemersrechten.”

Samen vechten voor gelijke rechten

Er borrelt iets onder de huishoudelijk werkers en werksters zonder verblijfspapieren. Rijke Nederlanders maken al jarenlang graag en vrijblijvend gebruik van hun goedkope diensten. “Domestic workers” worden ze ook wel genoemd. Doorbraak vindt dat ze eerlijk betaald moeten worden en werknemersrechten moeten krijgen. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe kunnen arbeiders strijden voor gelijke rechten als ze verbannen zijn naar de schaduwen van de samenleving? Doorbraak wil de domestic workers bijstaan in hun strijd. Het is belangrijk om verzet op te bouwen tegen de illegalisering en uitbuiting van arbeiders en arbeidsters. En om hen bij te staan in het verbeteren van hun vaak schrijnende levensomstandigheden. Centraal staan vanzelfsprekend de zelforganisaties van de domestic workers en de lijnen die zij zelf uitzetten. United Migrant Domestic Work heeft vijf eisen:
  • 1. Erkenning van het werk van de domestic workers als normaal werk dat valt onder de schoonmaak-cao;
  • 2. Toegang tot sociale zekerheden (pensioen, vakantiegeld, ziektewet) die andere arbeiders ook hebben;
  • 3. Recht om te wonen;
  • 4. Toegang tot de gezondheidszorg;
  • 5. Verlengbare werkvergunningen.
Wat deed jou besluiten om je te organiseren? En om UMDW op te richten?

“Hartproblemen. Ik moest naar een ziekenhuis. Ze hielpen me daar de eerste keer wel, maar zeiden dat ze voortaan mijn verzekeringspapieren wilden zien. Anders zouden ze me niet meer helpen. Maar die heb ik natuurlijk niet. Ze zeiden ook dat ik voortaan eerst naar mijn huisarts moest gaan. Maar als je je daar wilt inschrijven, moet je je adres opgeven en dat mag weer niet van de huiseigenaar. Want die verhuurt zijn huis immers illegaal. Ik besefte dat ik meer rechten nodig had. Dat ik serieus wilde worden genomen. Ik werd ook boos toen onze huiseigenaar ons oplichtte en we op straat belandden.”

“Ik ben begonnen bij ngo’s, maar kwam er na verloop van tijd achter dat de domestic workers het zelf moeten doen. Dat we onszelf moeten organiseren. Daarom hebben we UMDW opgericht. Ik vind het natuurlijk prima als ngo’s het voor ons opnemen en ons steunen, maar als domestic workers moeten we ook een eigen stem hebben. We moeten zelf georganiseerd zijn en benoemen wat we willen, voelen en denken. Zelf onze eisen opstellen. Wij weten zelf het beste waar het om gaat en wat we nodig hebben. Ngo’s en andere instanties hebben ook andere belangen en ze kunnen achter je rug beslissingen nemen of andere prioriteiten stellen. Daarom moeten we het zelf doen en ons niet achter anderen verschuilen. Maar dat is natuurlijk wel erg moeilijk.”

“Toen ik met de organisatie begon, wist ik van niets. Iemand wilde ons wel computerles geven en ‘s avonds ging ik zelf leren op internet. Excel, powerpoint, alles! Ik heb nu zes certificaten gehaald. Dat maakt me enthousiast, actief en energiek. Het geeft me een nieuw leven. Ik ben ook naar internationale conferenties geweest waar over onze zaak gesproken werd. Daardoor verloor ik een baan, maar dat heb ik er voor over. Als we dit echt willen doen, dan moeten we het goed doen. Nu is het zaak om zoveel mogelijk domestic workers te organiseren. Ze hoeven niet allemaal bij onze organisatie. Het is ook prima als ze hun eigen organisaties oprichten. Wij kunnen en willen hen daarbij helpen. Ze mogen gebruik maken van ons pand. Er zijn ook al andere organisaties van domestic workers waarmee we samenwerken, de Ghanezen bijvoorbeeld. Gezamenlijk hebben we nu ook contact met de vakbond. Er is dus veel in ontwikkeling, er wordt over ons gesproken en op ons gelet. Dit is het moment om in actie te komen.”

Maar hebben je collega’s wel zin in al die onrust? Willen ze niet liever snel geld verdienen en naar huis gaan?

“Dat is inderdaad een veel gehoorde reactie. Veel domestic workers denken dat ze binnen een jaar weer terug gaan. Maar na een jaar zijn ze er nog. Ik denk dat we tot dusver nog niet duidelijk genoeg zijn geweest. We moeten nog harder bij hen op de deur kloppen. Ik ben hier al 12 jaar en toch heb ik de hoop niet verloren dat we ooit nog eens erkend worden.”

De zelforganisaties van domestic workers vechten voor werkvergunningen en werknemersrechten. Maar zouden de werkgevers nog steeds zo vriendelijk zijn als jullie succes hebben? Dan zitten ze aan jullie vast.

“Ik heb een paar werkgevers gevraagd of ze onze strijd willen steunen. Sommigen staan wel achter ons, maar durven niet naar buiten te treden omdat ze dan boetes krijgen. Ze hebben immers illegaal van onze diensten gebruik gemaakt. Maar als we in onze eisen opnemen dat werkgevers geen boetes meer krijgen wanneer ze ervoor uitkomen dat ze illegale werkkrachten hebben ingehuurd, dan durven sommigen van hen misschien wel samen met ons naar buiten te treden. Dat is dus nog een punt waarvoor we vechten. Maar sommige van onze werkgevers zijn bekende Nederlanders. En die willen niet met ons in verband gebracht worden. En ook van de anderen weten we niet hoe ze zullen reageren als onze doelen en eisen werkelijkheid zouden dreigen te worden.”

Het politieke klimaat zit jullie niet erg mee. Nederland verrechtst snel. Volg je de Nederlandse politiek en hebben jullie overwogen om de strijd breder te trekken? Bijvoorbeeld via de anti-racistische beweging of eventueel via feministische hoek?

“Ik kan natuurlijk niet met de overheid praten. Ik weet dat de situatie nu moeilijk is, maar ik kan niet zoals de ngo’s met regeringsvertegenwoordigers om de tafel gaan zitten. We moeten ons gewoon op onze zaak focussen. Uiteindelijk maakt het politieke klimaat voor ons niets uit. Wij kunnen toch moeilijk onszelf negeren? We werken hard en we vormen geen problemen. Anti-racisme is een andere zaak. Wij zijn arbeiders. We hebben normaal werk. We willen erkend worden voor wat we doen en we willen een legale status. Er zijn trouwens ook veel mannen aan het schoonmaken en dus kan het niet over de feministische boeg. Wij focussen ons op onze status en onze rechten omdat we arbeiders zijn.”

Hoe zie jij jezelf het liefste over vijf jaar?

“Ik nam het initiatief tot onze campagne en dus blijf ik waarschijnlijk nog wel even. Over twee of drie jaar zullen we zien waar we staan. Dit jaar moeten we de domestic workers organiseren. Dat is het doel. Wat ik uiteindelijk wil, is dat we werkvergunningen krijgen. Ik zal zo blij zijn als ik naar huis terugga en we dat voor elkaar hebben gekregen. Ik ben dan zelf veel te oud en zal er dan weinig profijt van hebben. Maar ik zal zo blij zijn voor de anderen.”

“Verder zou ik graag willen dat we een bankrekening konden openen. Nu hebben we altijd los geld liggen en dat wordt wel eens gestolen. Dat is mij ook gebeurd. Ik hoop dat de regering onze status zal respecteren en dat we gelegaliseerd worden. Dat ze erkennen dat we bijdragen aan de samenleving en dat huishoudelijk werk een hele belangrijke taak is in de samenleving.”

Terug