Solidariteit van de arme wijken en het platteland van Brazilië met Gaza

CC: BY-NC-ND.)
De Braziliaanse sociale bewegingen besteden al decennialang aandacht aan solidariteit met Palestina, maar de afgelopen tien jaar spannen zij zich daar nog meer voor in, speciaal in verband met de BDS-campagne (Boycot, Desinvestering en Sancties-campagne) na de oproep daartoe van Palestijnse organisaties in 2005. Ondertussen neemt echter ook de economische en militaire samenwerking van Brazilië met Israël toe.
Van 2003 tot 2016 was de sociaal-democratische Arbeiderspartij (Partido dos Trabalhadores, PT) in Brazilië aan de macht. Na de afzetting van president Dilma Rousseff in 2016 was Michel Temer president, totdat de extreem-rechtse Jair Bolsonaro in 2019 aantrad. Onder de PT-regering erkende Brazilië in 2010 formeel de staat Palestina en heeft zij regelmatig Israëlische militaire acties veroordeeld. Niettemin is het regeringsbeleid de afgelopen twintig jaar steeds wisselvalliger geworden, waarbij Brazilië principiële bevestigingen van solidariteit met Palestina combineert met het aanhalen van de politieke en economische banden met Israël. Zelfs in de PT-jaren, maar vooral onder de regering-Bolsonaro, kocht Brazilië veel wapens van dit land aan, bleef het olie exporteren naar de apartheidsstaat en verkocht het meer landbouwproducten – wat allemaal heeft bijgedragen aan het in stand houden van de Israëlische bezetting van Palestina.
Al decennialang werken het Braziliaanse militair-industriële complex, de agro-industrie, rechtse politici en evangelisch-zionistische lobbygroepen samen om de banden tussen Brazilië en Israël te versterken. Zij praten de handel met Israël goed onder het mom van “technologische partnerschappen” en “klimaatvriendelijke landbouw”, en leiden zo de aandacht af van de misdaden van het Israëlische regime.
De tegenstrijdigheid tussen de met de mond beleden solidariteit met Palestina en de versterking van de economische banden met Israël is niet speciaal iets Braziliaans. In feite hebben maar heel weinig landen in de wereld hun handel met Israël stopgezet of zelfs alleen maar verminderd. Zelfs nu nog, nadat bijna iedereen erkent dat Israël een apartheidsbeleid voert waarover het Internationaal Gerechtshof in 2004, 2024 en 2025 duidelijke uitspraken heeft gedaan, en waartegen de overgrote meerderheid van de landen van de wereld (waaronder Brazilië) in 2024 een resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft gesteund.
De solidariteitsbewegingen in Brazilië zijn vaak ontstaan in de favela’s (arme wijken in de grote steden), en zij komen voort uit organisaties voor betere huisvesting en klimaatrechtvaardigheid, en tegen wanbeleid van bedrijven, en uit studentenverenigingen, vakbonden en organisaties van landloze kleine boeren. Zij hebben belangrijke campagnes gevoerd, waarin zij verbanden legden tussen het militarisme van Israël en het staatsgeweld, de aantasting van het milieu en de grootschalige chemielandbouw in Brazilië zelf. Door de genocide in Gaza en door de steeds verdere uitbreiding van de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever is het dringend noodzakelijk geworden om de medeplichtigheid van de Braziliaanse overheid en het bedrijfsleven aan het licht te brengen. Ondertussen zijn ook de gewone kranten en televisiezenders door alle verschrikkelijke beelden op de sociale media van de genocide meer aandacht gaan besteden aan het bittere lot van de Palestijnen.
Dit uitgebreide artikel beschrijft de belangrijkste banden tussen Brazilië en Israël en hoe daartegen in verzet te komen via lokale acties. Het bekijkt ook nauwkeurig enkele overwinningen die pro-Palestijnse campagnes hebben weten te behalen en de problemen die de verdere ontwikkeling van de strijd in de weg staan.

De militaire, economische en diplomatieke betrekkingen van Brazilië met Israël
Sinds het midden van de twintigste eeuw combineert Brazilië praktische samenwerking met Israël met het napraten van allerlei argumenten en redeneringen van deze staat. In 1947 speelde de Braziliaanse diplomaat Oswaldo Aranha, die toen voorzitter was van de Algemene Vergadering van de VN, een belangrijke rol bij de aanname van het plan om Palestina op te delen in twee verschillende landen: VN-resolutie 181. Zionisten waren enthousiast over dit voorstel, en de Arabische staten verzetten zich heftig. Om er een tweederde-meerderheid voor te kunnen krijgen stelde Aranha de stemming daarover uit, en lobbyde hij er flink voor. Daar was Israël hem vele jaren later nog steeds uitgesproken dankbaar voor.
In het begin van de jaren zestig, onder de linkse president João Goulart, had Brazilië een vriendschappelijk contact met Israël gericht op praktische samenwerking, zonder al teveel aandacht voor ideologische kwesties of politieke berekening. Het ging vooral om technische samenwerking. De militaire dictatuur (1964-1985) haalde de banden met Israël verder aan via wapenhandel en uitwisseling van militaire kennis en via kernenergie. Vier maanden na de staatsgreep van 1964 sloten beide landen een overeenkomst, en later ook nog in 1966, 1967 en 1974.
Na het einde van de dictatuur bleef Brazilië handel drijven met Israël en militaire en technische kennis uitwisselen, terwijl het tegelijkertijd de Palestijnen symbolisch ondersteunde. Wel zijn de diplomatieke betrekkingen van Brazilië met Israël – afhankelijk van welke regering aan de macht was – behoorlijk veranderd, hoewel die relatie pas zeer recent daadwerkelijk is verslechterd. In de periode 2000-2010 veranderde in heel Latijns-Amerika het buitenlandse beleid over de Israëlisch-Palestijnse “kwestie” aanzienlijk. Dat had alles te maken met de opkomst van linkse en centrum-linkse regeringen in heel Latijns-Amerika in wat de “roze golf” wordt genoemd, die een reactie was op het falende neo-liberale beleid van het westen. Het kwam ook door de grotere economische en politieke samenwerking van elf grote landen in het zuiden van de wereld (BRICS) en het zelfbewuste buitenlandse beleid van Brazilië. Niettemin bleven Brazilië, Argentinië en Mexico, landen met een grote economie, hun fraaie woorden over Palestijnse rechten combineren met verklaringen over Israëls “recht op veiligheid” om zowel de kool als de geit te sparen. Zij spraken dan over “evenwicht” en “het bevorderen van vrede”, in plaats van openlijk kritiek te leveren op Israëls beleid of sancties af te kondigen.
Sociaal-democratische en rechtse presidenten vanaf 2003
Als opkomende grote macht streefde Brazilië tijdens de eerste en tweede ambtstermijn van president Lula (2003-2010) naar meer diplomatieke invloed in het Midden-Oosten, en toonde het veel aandacht voor de Palestijnse belangen. In december 2010 erkende Brazilië uiteindelijk de staat Palestina. Maar terwijl Venezuela en Bolivia er in 2009 voor kozen om de betrekkingen met Israël op te schorten, hield Brazilië zijn contacten met Israël aan, met als gevolg dat de meeste Latijns-Amerikaanse landen het voorbeeld van deze regionale grootmacht volgden.
Zo nam het Brazilië van Lula in 2007 het initiatief tot een vrijhandelsverdrag tussen Mercosur (Zuid-Amerikaans handelsblok) en Israël. In dat jaar nam de handel tussen Brazilië en Israël met dertig procent toe. De Braziliaanse agrobusiness (export van vlees en soja, import van kunstmest en landbouwgif) en de oliebedrijven profiteren hier het meest van. Het zijn dan ook deze twee sectoren van de economie die alsmaar aandringen op goede betrekkingen met Israël, ongeacht wie er aan de macht is. Tegelijkertijd zijn precies zij verantwoordelijk voor veel milieuproblemen en schendingen van de mensenrechten op het Braziliaanse platteland. Bovendien steunen zij extreem-rechtse politici.
Tijdens het presidentschap van Jair Bolsonaro (2019-2023) schaarde Brazilië zich openlijk achter Israël. Zo opende het in 2019 een handelskantoor in Jeruzalem, overwoog het zijn ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te verhuizen (wat uiteindelijk niet doorging) en sloot het zich aan bij de lobbygroep Israel Allies Foundation (Israëlische Bondgenoten Stichting), tot tevredenheid van de Braziliaanse conservatieve evangelisten en het grote bedrijfsleven. In de vier jaar dat Bolsonaro aan de macht was, schoot de export van landbouwproducten en aardolie naar Israël omhoog van 315 miljoen euro tot 1.560 miljoen euro, bijna een vervijfvoudiging. Daarna, in 2023, in de tweede Lula-periode, daalde dit bedrag tot ongeveer 560 miljoen euro.
Toen Lula in 2023 opnieuw aan de macht kwam, keerde Brazilië terug tot zijn vroegere politiek van pappen en nathouden. Tijdens de opening van de Algemene Vergadering van de VN in dat jaar sprak Lula over het belang van het oplossen van “de Palestijnse kwestie” en de “erkenning van een levensvatbare en onafhankelijke Palestijnse staat”, maar tegelijkertijd zette hij zijn diplomatieke betrekkingen met Israël voort en weigerde hij diens regering een apartheidsregime te noemen. Na het begin van de Gaza-oorlog in oktober 2023 verscherpte de regering-Lula haar kritiek op Israël. In februari 2024 vergeleek Lula tijdens de top van de Afrikaanse Unie in Addis Abeba het Israëlische optreden in Gaza met de genocide door de nazi’s. Israël verklaarde daarop Lula tot “persona non grata” (ongewenst persoon), waarop Brazilië onmiddellijk zijn ambassadeur uit Israël terugriep en besloot de Israëlische ambassadeur niet te erkennen. Sinds het begin van de genocide heeft Brazilië benadrukt dat het de Palestijnse staat en het internationaal recht blijft steunen, en heeft het zijn kritiek op de regering-Netanyahu verder aangezet. Het is echter doorgegaan met handel en militaire samenwerking.
Zo kwam in de eerste tien maanden van Israëls genocide (oktober 2023 – juli 2024) negen procent van de ruwe olie van Israël uit Brazilië. Ook met tankers die vertrokken na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof over genocide in januari 2024. In heel 2024 is de olie-export naar Israël met ruim vijftig procent gestegen ten opzichte van 2023. De belangrijkste betrokken bedrijven zijn Shell en de Braziliaanse staatsoliemaatschappij Petrobras. Verder importeerde Brazilië in 2023 voor ongeveer 1.200 miljoen euro goederen uit Israël, waarvan 45 procent voor kunstmest en elf procent voor pesticiden. Daarnaast kocht het ook landbouwtechnologie aan, zoals irrigatiesystemen en drones voor verspreiding van kunstmest.

De groene schijnheiligheid van Israël
Israëlische landbouwtechnologiebedrijven verspreiden de mythe dat zionistische kolonisten in Palestina “de woestijn laten bloeien” en promoten hun irrigatietechnologieën en woestijnlandbouw als mondiale oplossingen voor klimaatverandering en voedseltekorten. Zij stellen Israël voor als een wereldleider op het gebied van duurzaamheid en innovatie, om op deze manier de werkelijke schade aan de natuur en de systematische schendingen van de mensenrechten van de Palestijnen te verbloemen.
Zo is de firma Netafim, een van Israëls grootste agro-industriële bedrijven die veel naar Brazilië exporteert, een pionier op het gebied van druppelirrigatie-technologie. Het bedrijf doet zichzelf voor als een redder in nood voor de wereldwijde waterschaarste en klimaatproblemen en heeft het over “efficiëntie”, “duurzaamheid” en “voedselzekerheid”. Netafim straalt zo milieuverantwoordelijkheid uit. Maar hetzelfde bedrijf levert irrigatiesystemen aan illegale Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, waar de kolonisten Palestijnen van hun land verjagen en die zich meester maken van hun water. Zijn wereldwijde reputatie als milieuvriendelijk bedrijf dient als een schild tegen kritische vragen over zijn medeplichtigheid aan de wandaden van de Israëlische kolonisten.
Een ander Israëlisch agroconcern, het bedrijf Adama, is een van ’s werelds toonaangevende producenten van landbouwchemicaliën. Het bedrijf promoot zijn kunstmest en bestrijdingsmiddelen als hulpmiddelen voor “duurzame” landbouw die de opbrengsten verbeteren en eveneens de schade aan het milieu tot een minimum beperken. Maar in feite bederft het intensieve gebruik van landbouwchemicaliën de grond en verdringt het lokale landbouwsystemen.
Een derde voorbeeld van Israëlische greenwashing is het staatsbedrijf Mekorot, dat zich bezig houdt met ontzilting van zeewater en met irrigatie en dat zijn kennis en producten ook in het buitenland verkoopt. Ondertussen is het bedrijf betrokken bij “waterapartheid”: het aftappen van Palestijnse waterbronnen voor Israëlische nederzettingen, het beperken van de toegang van Palestijnen tot hun water en het gebruik van waterschaarste voor politieke controle. Hoewel Mekorot dankzij campagnes tegen het bedrijf er tot nu toe niet in geslaagd is om zijn spullen in Brazilië te verkopen, is het sterk aanwezig in andere delen van Latijns-Amerika en in Afrika.
Wapenhandel
In de periode 2010-2019 heeft Brazilië zijn aankoop van Israëlische straaljagers, drones, raketten en commandosystemen opgevoerd. In 2024 heeft het voor ten minste 143 miljoen euro militaire machines, wapens en munitie uit Israël besteld. Het werkelijke bedrag ligt waarschijnlijk veel hoger, omdat in deze cijfers de aankopen van deelstaten en gemeenten niet zijn meegenomen en omdat veel contracten geheim zijn. Daarnaast worden spullen die in theorie ook voor niet-militair gebruik geschikt zijn onder andere rubrieken genoteerd. Maar zelfs volgens de officiële cijfers vormen militaire machines en kernreactoren de op twee na grootste posten van aankopen uit Israël, na landbouwchemicaliën en kunststofproducten.
De invoer van Israëlische wapens zou in 2024 nog groter zijn geweest zonder de acties ertegen. Toen het Braziliaanse leger in dat jaar onderhandelingen startte over een deal ter waarde van honderddertig tot honderdzeventig miljoen euro voor zesendertig zelfrijdende houwitsers (lichte kanonnen gemonteerd op een vrachtwagen) van het Israëlische bedrijf Elbit Systems, kreeg de campagne hiertegen aandacht in de mainstream media en schrapte de regering het contract met Elbit.
Een dochteronderneming van Elbit, AEL Sistemas, in Porto Alegre in het zuiden van Brazilië, produceert Braziliaans legermaterieel met behulp van Israëlische technologie, met steun van de federale overheid en andere instanties, en exporteert militaire onderdelen naar Israël. Een andere Elbit-dochter, Ares Aeroespacial e Defesa, in de staat Rio de Janeiro, maakt sinds 2017 op afstand bediende wapens voor het Braziliaanse leger. Enige tijd geleden maakten solidariteitsgroepen verzenddocumenten openbaar waaruit bleek dat een Braziliaans bedrijf zestig ton stalen staven naar Israël wilde verschepen, mogelijk voor militair gebruik. Deze onthullingen leidden tot protesten in de betrokken havenstad en in Rio de Janeiro en tot de nodige aandacht in de media.
De opschorting van de aankoop van Elbit-houwitsers is een teken van een recente verandering van het regeringsbeleid. Niettemin heeft de Braziliaanse regering tot nu toe geen belangrijke militaire of landbouwproducten overeenkomsten met Israël teruggedraaid, en zich ook niet teruggetrokken uit de vrijhandelsovereenkomst tussen Mercosur en Israël.

Verzet en solidariteit
Sociale bewegingen in Brazilië hebben altijd sympathie gehad voor de strijd van de Palestijnen, maar concrete solidariteit ontstond er door de overeenkomst van de behandeling van Palestijnen door Israël met de bejegening van zwarte en inheemse bevolkingsgroepen en mensen uit de favela’s in Brazilië. Zwarte bewegingen in Brazilië merkten hoe het leger onderdrukkingstechnieken van Israël toepast in hun land. Weliswaar kent Brazilië geen apartheidswetten, zoals Israël, maar het gebruikt wel veel geweld tegen bevolkingsgroepen die niet wit zijn, wat alles te maken heeft met zijn koloniale verleden.
Daarnaast zijn er ook economische motieven. Zo gaf Bolsonaro bijvoorbeeld toestemming om goud te winnen in de gebieden met inheemse bevolking. Iets wat tot dan toe verboden was geweest, vanwege de enorme milieuvervuiling die dat met zich meebrengt en het gewelddadige gedrag van de goudzoekers. Wat Israël betreft zien we dat de economische crisis van 2008 de reden was om meer Palestijns land in beslag te nemen om zijn economie op te peppen. Beide gevallen laten zien hoe koloniaal gedrag zoals verdrijving, moord en vernietiging van de lokale cultuur niet alleen politieke, maar ook economische wortels heeft.
In Braziliaanse favela’s tasten operaties van de militaire politie en computergestuurde controles de rechten van de bewoners aan en is het normaal geworden dat de politie mensen doodschiet “uit zelfverdediging”. In de bezette Palestijnse gebieden zorgen checkpoints, gezichtsherkenning en invallen in woningen voor vergelijkbare mensenrechtenschendingen. Het is een voorbeeld van hoe Brazilië doctrines en technologieën van Israël overneemt en er “smart city”-pakketten en drones aankoopt die in de praktijk uitgetest zijn. Het richt zich daarbij op controle van speciale bevolkingsgroepen, in plaats van op hun structurele achterstelling, en verbergt het onrecht dat het pleegt achter verhalen over “efficiëntie”, “modernisering” en “risicobeheer”.
Mega-evenementen, zoals de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro en enkele andere grote Braziliaanse steden, hebben de “militarização do cotidiano” (militarisering van het dagelijks leven) verergerd. De uitzonderlijk strenge veiligheidsmaatregelen, zoals gepantserde patrouilles, commandocentra, cameranetwerken en datagestuurd politietoezicht in de favela’s, bleven na de Spelen bestaan. De uitzonderingstoestand werd permanent en daarmee ‘normaal’ in de “risicozones”, lees: in de bruine en zwarte wijken, die zo verworden tot laboratoria voor bestuurlijke experimenten.
In deze sfeer ontstond in 2005 de Braziliaanse BDS-beweging met een gezamenlijke oproep van meer dan honderdzeventig Palestijnse organisaties die een einde eisten aan de bezetting en kolonisatie door Israël, het afschaffen van zijn apartheidsregime en respect voor het recht op terugkeer van de vluchtelingen. De BDS-beweging stimuleerde lokale campagnes van vakbonden, studenten- en academische verenigingen en groepen in de favela’s en op het platteland. Zij oefende druk uit op openbare instellingen, pleitte voor culturele boycots en bekritiseerde het aanbestedingsbeleid van de overheid. Op deze manier kreeg Palestina een plaats in de bredere en al langer bestaande strijd tegen racisme, militarisering, de agro-industrie, mijnbouw, oliewinning en het kappen van oerwoud. In februari 2006 riep de CUT (Central Única dos Trabalhadores), de grootste federatie van vakbonden in Latijns-Amerika, de regering op om het voorgestelde vrijhandelsverdrag van Mercosur met Israël op te zeggen.
In 2009 leidde de CUT een campagne tegen een overeenkomst van het waterleidingsbedrijf van São Paulo met de Israëlische firma Mekorot, waarbij niet alleen arbeiders van dit bedrijf betrokken waren, maar ook kleine boeren in de regio. Enkele jaren later, in 2014, sloegen de Movimento dos Atingidos por Barragens (MAB, Beweging van Mensen die Getroffen zijn door Dammen) en de Movimento dos Pequenos Agricultores (MPA, Beweging van Kleine Boeren) de handen ineen om een overeenkomst tussen Mekorot en de deelstaat Bahia te voorkomen. Ondertussen heeft de leiding van de Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra (MST, Beweging van Landloze Kleine Boeren) landhervorming en verzet tegen grootschalige landbouw, mijnbouw, oliewinning en vernietiging van het oerwoud gekoppeld aan solidariteit met Palestina, omdat zij beide beschouwt als strijd tegen kapitalisme en militarisme.
In 2010 kwam er een BDS-groep op die zich speciaal richtte tegen militarisering en die campagne voerde tegen Elbit Systems. De groep haalde de banden tussen solidariteitsgroepen voor Palestina en bewegingen in de favela’s en zwarte stedelijke gemeenschappen aan en nam deel aan de activiteiten van 25 juli, de dag voor de rechten van zwarte vrouwen in Latijns-Amerika. Zij vergeleek het racistische politieoptreden en de onrechtvaardigheid op het gebied van huisvesting in Brazilië met de bezetting van Palestina door Israël. In 2014 behaalde de BDS-beweging in Brazilië een belangrijke overwinning door een voorgenomen uitbreiding van Elbit in Porto Alegre tegen te houden.
Voor Palestijnse solidariteitsnetwerken en Braziliaanse sociale bewegingen is de verkoop van Braziliaanse aardolie aan Israël een belangrijk aandachtspunt in hun campagnes. Zij hebben daarom contact gezocht met de vakbonden van oliearbeiders. De grootste vakbondsfederaties op dit gebied, de Federação Única dos Petroleiros (FUP) en de Federação Nacional dos Petroleiros (FNP), riepen in mei 2025 de regering op om de olie-export naar Israël stop te zetten. Op dit moment (oktober 2025) lijkt de levering van ruwe olie en afgeleide olieproducten aan Israël aanzienlijk te zijn afgenomen. Maar vermoedelijk bereikt Braziliaanse olie Israël via driehoekshandel, waarbij de olie in tussenliggende landen wordt overgeladen. Vandaar dat acties voor een officieel, degelijk gecontroleerd embargo doorgaan.
Braziliaanse BDS-groepen vinden het opbouwen van coalities erg belangrijk en werken daarom vaak samen met linkse partijen, bijvoorbeeld met de Partido Socialismo e Liberdade (PSL, Partij voor Socialisme en Vrijheid), die de BDS-campagne steunt, en in 2018 opriep tot een verbod op de aankoop van Israëlische wapens.
Ondanks de ontwikkeling van de BDS-beweging boekte zij vóór het begin van de genocide door Israël in Gaza in 2023 geen grote resultaten door de diepgewortelde economische en diplomatieke belangen. Maar toen iedereen de genocide van Israël in Gaza elke dag live op het scherm kon volgen, begon de publieke opinie te verschuiven en werd de BDS-beweging sterker door een reeks campagnes en demonstraties. Zo verbraken verschillende universiteiten in Brazilië hun overeenkomsten met Israëlische universiteiten.
In juni 2025 ondertekenden meer dan vijftienduizend mensen, waaronder grote namen uit de kunst-, muziek- en politieke wereld, een petitie voor serieuze sancties tegen Israël, waaronder een volledig militair embargo en beëindiging van de vrijhandelsovereenkomst. In augustus kondigde Mauro Vieira, minister van Buitenlandse Zaken, eindelijk voor het eerst aan dat de regering economische maatregelen tegen Israël overwoog, zoals een herziening van de vrijhandelsovereenkomst en de wapenexport. Aangezien de regering echter onvoldoende werkelijke maatregelen neemt, voeren maatschappelijke organisaties in zowel Brazilië als Palestina de druk op om de officiële betrekkingen tussen Brazilië en Israël te verbreken.

De tegenaanval en onze grote taak
Twee belangrijke zionistische lobbyorganisaties die actief zijn in Brazilië zijn de Israel Allies Foundation (IAF) en de Confederação Israelita do Brasil (CONIB). De IAF heeft een Braziliaanse afdeling die bestaat uit conservatieve en evangelische parlementariërs. Deze verzetten zich tegen BDS-moties en pleiten voor goede relaties met Israël. De CONIB bemiddelt tussen pro-Israël groepen en de overheid, verdedigt culturele banden met Israël, vecht kritische artikelen in de media aan en bestrijdt wetenschappelijke rapporten.
Naast het dreigen met rechtszaken proberen pro-Israëlische netwerken zoals de IAF en CONIB kritiek op Israël voor te stellen als “antisemitisch haatzaaien”. Volgens de Braziliaanse wetgeving is antisemitisme strafbaar. Er bestaat echter geen officiële definitie van het begrip. Zionistische groeperingen dringen aan op een brede toepassing van de term antisemitisme om zo solidariteit met de Palestijnen te onderdrukken. Een rechts congreslid heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend in deze richting. Anti-zionistische joden hebben zich echter succesvol tegen dit initiatief verzet.
Brazilië is de grootste economie van Zuid-Amerika en behoort tot de tien grootste economieën ter wereld. Zodoende speelt het ook een belangrijke rol in de BRICS. Verder heeft het ook sterke economische banden met Israël. Daarom is Brazilië in principe in staat om Israël tot de orde te roepen, maar dan moet het wel een punt zetten achter zijn medeplichtigheid, in de vorm van wapenhandel, verkoop van landbouwproducten en olie-export. Het betekent ook dat de Braziliaanse solidariteitsbeweging met de Palestijnen in de positie verkeert om hen daadwerkelijk te kunnen helpen bij het stopzetten van de oorlog, mits zij voldoende druk kan opbouwen. Vandaar het belang van intensieve samenwerking met vakbonden, de anti-racistische beweging, feministische organisaties, studentenbonden, activisten voor klimaatrechtvaardigheid en groepen die actief zijn in de favela’s en op het platteland, door landhervorming, rechtvaardige huisvesting, milieubescherming, enzovoort, te blijven koppelen aan de bevrijding van Palestina. Want het apartheidsregime van Israël en de genocide in Gaza is geen uitzonderlijk probleem ver weg, maar het gevolg van dezelfde logica van gewelddadige onderdrukking van allerlei bevolkingsgroepen die we ook in Brazilië aantreffen.
Andressa Oliveira Soares
(De meningen in dit artikel zijn uitsluitend die van de auteur en geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten of opvattingen van TNI weer.)
Dit is een verkorte versie van “From the Favelas and Rural Brazil to Gaza”, dat in november 2025 verscheen op de website van TNI. Bewerking en vertaling: Jan Paul Smit.
