Waarom Nederland in elkaar dondert (hint: het is kapitalisme)

“Voor die bedrijven lijkt het logisch om meer te investeren in manieren om infrastructuur sneller sneeuw- en ijsvrij te maken. Toch loont dat niet altijd de moeite”, aldus de NOS gisterochtend. Nederland valt langzaam uit elkaar. Treinen vallen uit bij lichte sneeuw. Het drinkwater is vervuild. Computernetwerken zijn vatbaar voor aanvallen. Infrastructuur lijkt steeds vaker te maken te hebben met problemen. Hoe komt dat?
Allereerst: is er wel iets aan de hand? Jazeker. Als het alleen ging om treinen in de sneeuw, viel het nog wel mee, maar Nederland krijgt steeds meer te maken met falende infrastructuur. Zo is er ook schade aan bijvoorbeeld bruggen.
Over het algemeen is infrastructuur in Nederland toe aan renovatie. Veel werken uit de jaren vijftig, zestig en zeventig zijn aan het einde van hun leven en zullen vervangen of gerenoveerd moeten worden. Zolang dat niet is gebeurd, worden ze steeds gevaarlijker.
Ook gaat het niet goed met drinkwatertoevoer. In Amersfoort is eind vorig jaar een kookadvies ingevoerd nadat de enterokokkenbacterie gevonden was. Hetzelfde gebeurde in Utrecht in november.
Ook digitale infrastructuur is zwak. Vorig jaar lag het Openbaar Ministerie heel juli plat, omdat ze computers tot augustus niet aan het internet konden verbinden, met enorme gevolgen. Om het OM ben ik niet per se rouwig, maar het illustreert.
Naast de acute problemen zijn er ook vrezen voor andere vitale infrastructuur, zoals bijvoorbeeld het stroomnet. Daar bestaat de vrees dat in de nabije toekomst, net zoals in Spanje en Portugal vorig jaar, grote storingen kunnen optreden.
Hoe is dat allemaal ineens zo? Het is niet “ineens”. De infrastructurele problemen waar we nu mee kampen, zijn het gevolg van vele kleine beslissingen, genomen over jaren. Vaak gaat het om opgehoopt achterstallig onderhoud.
Zo ging het bij waterbedrijf Vitens om een gat in de dakbedekking als gevolg van achterstallig onderhoud, waardoor de enterokokkenbacterie in het drinkwaterreservoir kon komen. Vandaar het kookadvies voor Utrecht in november.
Bij de fysieke infrastructuur zoals bruggen gaat het ook om achterstallig onderhoud. Als bezuinigingsmaatregel stellen gemeenten geregeld onderhoudswerkzaamheden uit. Ook is de levensduur van bruggen vaak te rooskleurig ingeschat bij de bouw.
En ook bij het spoor gaat het om een besparingsslag (of zoals ProRail het noemt: een kosten-batenanalyse). ProRail wil niet te veel geld uitgeven aan iets dat maar enkele dagen per jaar een voordeel geeft, zoals verwarmde wissels.

Dit geldt ook voor bijvoorbeeld Schiphol: daar investeren ze minder in het ijsvrij maken van vliegtuigen. Dan doen ze een beroep op de kaartprijs, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk vooral om de winstmarge. Hoe minder onderhoud, hoe meer winst.

En bij publieke organisaties gaat het niet per se om winst, maar om het zoveel mogelijk dingen bereiken met zo min mogelijk geld. Onderhoud van infrastructuur valt niet heel erg op en is daarom minder ‘sexy’ voor (borstkloppende) bestuurders, maar niet minder belangrijk.
Bij computersystemen wordt steeds vaker gecentraliseerd. Computersystemen worden meer en meer verbonden, waardoor systemen vatbaarder worden voor verlies van data. Gecentraliseerde computers zijn vaak goedkoper, maar zijn ook een doel voor aanvallen.
Bij elk onderhoud geldt natuurlijk een kosten-batenanalyse. Het is inefficiënt (zonde van werk en materiaal) om elke maand een nieuw dak op je drinkwaterreservoir te bouwen. Maar die berekening kan ook te nauw vallen. Hoe langer je zonder onderhoud voortgaat, hoe groter de kans dat er iets misgaat.
Hoe groter de nadruk van een organisatie op winstmaximalisatie (in plaats van het leveren van een publieke dienst), hoe meer zo’n organisatie het randje zal opzoeken als het gaat om onderhoud en inspectie. En daarmee hoe groter de kans dat een onverwachte omstandigheid roet in het eten gooit.
Want een kosten-batenanalyse bij onderhoud en inspectie is in feite gokken. Je gokt dat een voorspelde levensduur klopt, en dat je er zolang niets mee hoeft te doen. En hoe meer geld je wil besparen, hoe meer risico je neemt met die kosten-batenanalyse.
Daarbij telt mee dat door klimaatverandering steeds minder sneeuw wordt verwacht, waardoor bedrijven en organisaties zich steeds minder voorbereiden op koude omstandigheden. Die dus nog steeds kunnen voorkomen. Statistiek is geen toekomstvoorspelling.
Het gaat echter niet alleen om een pure kosten-batenanalyse. Het heeft ook te maken met zogenaamde deregulering: er zijn steeds minder kwaliteitsregels waar bedrijven zich aan moeten houden. Verminderde arbeidsinspectie (en zwaardere werkdruk) hebben al tot doden geleid.
En dan zijn dit veelal incidenten. Een treinuitval op een sneeuwdag of een waterkookadvies is nog geen ramp. Maar als meerdere systemen tegelijkertijd falen, dan kan dat wel degelijk catastrofale gevolgen hebben, zoals in 2021 in Texas, waar de stroom uitviel.
De stroomstoring van 2021 in Texas, waarbij tussen de 200 en 700 mensen zijn omgekomen, was een samenkomst van verschillende omstandigheden. Gasturbines waren niet voorbereid op winters weer, regels rond reservecapaciteit waren afgeschaft, net als regulatie rond wintervoorbereiding.
Toen men de verwarming in Texas aandeed vanwege het koude weer, donderde het systeem in elkaar en viel de stroom uit. Maar niet alleen dat. Door de samenloop van verschillende gebreken was de fysieke stroominfrastructuur van Texas ernstig en grootschalig beschadigd.
In dat geval was er sprake geweest van een “complete systems collapse”, een totaalfalen van het systeem, waardoor de stroom niet enkele dagen, maar misschien wel weken uit was geweest, terwijl belangrijke delen van de fysieke infrastructuur hersteld zouden moeten worden. Met dramatische gevolgen.
In Texas was het dus een kwestie van minuten voordat dat was gebeurd. En als dat was gebeurd, dan waren ook weer andere systemen gefaald. Zoals transport, ziekenhuizen, computersystemen… Het had tot een “cascading failure” kunnen leiden.
Dit soort gevallen zijn vaak niet te voorspellen. Al deze systemen komen pas samen als het een keer misgaat. En vaak is dat door een onverwachte externe druk, zoals een plotselinge sneeuwstorm, hittegolf of overstroming. Dan pas zie je hoe vatbaar het systeem echt is.
De overheid zou hierin een rol kunnen spelen, door strenge regels te stellen aan het bijhouden van infrastructuur. Maar de politieke realiteit is dat dat niet gaat gebeuren. De huidige politiek is fel gekant tegen “regeldruk”, dus we hoeven daarop niet te wachten.
In plaats daarvan krijgen we een informatieboekje thuisgestuurd over hoe om te gaan met noodsituaties. Noodsituaties zoals extreem weer, overstromingen en stroomuitval die allemaal te voorkomen zijn.
Want hoogwater is niet te voorkomen (op de korte termijn), maar dijkdoorbraken wel. Sneeuwval kunnen we niet voorkomen, maar we kunnen infrastructuur er wel tegen wapenen. De uitval van één elektriciteitscentrale kan niet voorkomen worden, maar een “systems collapse’ wel.
Dus als je het noodboekje ziet, weet dan: die verantwoordelijkheid op ons afwentelen is (naast veel anders) ook een bezuinigingsmaatregel. Een bezuinigingsregel waarin duizend keer per dag wordt gegokt met onze veiligheid. Het is wachten tot dat misgaat.
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)
