Poten af van Groenland

Ooit vrij, onderdrukt, opnieuw opgestaan – de lange strijd van de Inuit voor autonomie.
Groenland is het grootste eiland ter wereld, met een oppervlakte van ruim 2,16 miljoen vierkante kilometer, en een populatie van ongeveer 58 duizend mensen. Het landschap wordt gedomineerd door fjorden, gletsjers, bergen en uitgestrekte ijsvlaktes die het binnenland vrijwel ontoegankelijk en onbewoond maken. Voor velen lijkt Groenland een leeg en koud eiland, ver weg van de bewoonde wereld, terwijl er een levendige gemeenschap bestaat. In internationale media verschijnt het vaak als strategisch object of geopolitiek speelbord.
Wie voorbij het ijs kijkt, ziet geen leegte, maar een gemeenschap in wording. Een samenleving die gevormd werd door eeuwenoude kennis, koloniale onderdrukking, culturele beschadiging en een langzaam maar vastberaden herstel van autonomie. Het verhaal van Groenland is geen randverhaal, maar een voorbeeld waarin kolonialisme, zelfbeschikking, economie en geopolitiek samenkomen.
Het grootste deel van de bewoners bestaat uit Inuit, de oorspronkelijke bewoners van het Arctische gebied. Hun kennis van zee, ijs, jacht en klimaat is niet alleen cultureel erfgoed, maar een praktische levensvoorwaarde. Inuit leven ook in Noord-Canada, Alaska en Siberië. In Groenland wonen zij vrijwel uitsluitend langs de kust, van Nanortalik in het zuiden tot Qaanaaq in het uiterste noorden, in kleine dorpen en steden zoals Nuuk, Sisimiut en Ilulissat.
De komst van de Inuit
Rond het jaar 985 arriveerden Noorse Vikingen onder leiding van Erik de Rode in Groenland. Zij stichtten nederzettingen en leefden er enkele eeuwen. Overleven was zwaar en tegen 1400–1450 werden de laatste Noorse nederzettingen verlaten.Tussen ongeveer de jaren 1000 en 1200 migreerden de Thule, een bevolkingsgroep met een hoogontwikkelde Arctische cultuur uit Noord-Canada en Alaska, naar Groenland. Zij waren de directe voorouders van de huidige Inuit. De Thule brachten essentiële kennis en technologieën mee: efficiënte jachttechnieken op zee, visvangst, navigatie over zee-ijs en het bouwen van seizoensgebonden nederzettingen.
Na het verdwijnen van de Noorse nederzettingen in de vijftiende eeuw bleven de Inuit de enige vaste bewoners. Inuit organiseerden hun samenleving in kleine, flexibele gemeenschappen langs de kust. Besluitvorming gebeurde collectief. Jacht, voedselopslag en verdeling werden gezamenlijk gepland. Traditionele kennis over natuur en klimaat werd zorgvuldig doorgegeven. Deze manier van leven legde de basis voor een samenleving die gebouwd was op veerkracht, solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid.
Europese kolonisatie en Deense overheersing
In 1721 begon de Deense kolonisatie van Groenland. Missionarissen en handelaren vestigden zich langs de kust en brachten het eiland onder Deens gezag. Handel, walvisvangst en religie werden strikt gecontroleerd. Inuit hadden nauwelijks inspraak in bestuur of economie en werden afhankelijk gemaakt van koloniale handelsstructuren.
In de twintigste eeuw verhardde Denemarken zijn beleid onder het mom van modernisering. Dorpsverplaatsingen, internaten en marginalisering van de Inuit-taal verzwakten gemeenschapsstructuren, kennisoverdracht en sociale netwerken. Deze periode wordt door veel Inuit en onderzoekers omschreven als culturele genocide. Toch verdween de Inuit-identiteit niet. In families, dorpen en jachtgemeenschappen bleef kennis bestaan. Vanaf de jaren 1970 groeide het politieke bewustzijn en het verzet tegen de Deense overheersing.
Autonomie en zelfbestuur
In 1979 kreeg Groenland Home Rule, een eerste belangrijke stap richting zelfbestuur. Het eiland kreeg bevoegdheden over onderwijs, gezondheidszorg en sociale diensten, terwijl Denemarken controle behield over defensie en buitenlandse politiek.
De doorbraak kwam met de Self-Government Act van 2009. Deze wet erkent de Inuit expliciet als een gemeenschap met recht op zelfbeschikking. Groenland kreeg ruime bevoegdheden over natuurlijke hulpbronnen, justitie, milieu, infrastructuur, onderwijs en cultuur. De inkomsten uit visserij en mijnbouw kwamen volledig toe aan de Groenlanders zelf. De wet voorziet ook expliciet in de mogelijkheid van volledige onafhankelijkheid via referendum.
Autonomie werd hiermee geen symbolisch begrip, maar een concreet bestuursmodel. Dorpen en steden kregen opnieuw ruimte om beslissingen te nemen op basis van lokale kennis en behoeften. Traditionele waarden en modern bestuur bestaan naast elkaar. Tegelijk blijft de economische afhankelijkheid van Denemarken en van de internationale markten een structurele uitdaging.
Het leven in steden en dorpen
Steden zoals Nuuk, Sisimiut en Ilulissat functioneren als centra voor onderwijs, werk, administratie en onderzoek. Ze herbergen ook een klein aandeel Denen en andere migranten. Dorpen blijven echter cultureel en ecologisch cruciaal. Hier wordt kennis over jacht, taal en tradities actief doorgegeven en blijft het gemeenschapsleven centraal staan.
De belangrijkste taal is Kalaallisut, naast Deens dat gebruikt wordt in administratie, onderwijs en media. Beslissingen binnen dorpen worden vaak gezamenlijk genomen, bijvoorbeeld over jachtplanning of visserijactiviteiten. Deze gedeelde besluitvorming versterkt sociale cohesie en weerspiegelt oudere vormen van zelforganisatie.
Economie en relatie met Denemarken
Tijdens de koloniale periode leverde Groenland directe winst op voor Denemarken via walvisvangst, pels en handelsmonopolies. Na 1953, toen Groenland formeel een provincie van Denemarken werd, veranderde dit beeld. Het eiland werd economisch eerder een investering dan een winstbron. Denemarken investeerde zwaar in infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen.
Vandaag ontvangt Groenland jaarlijks een toelage van ongeveer 470 miljoen euro van Denemarken. Dit bedrag is essentieel voor het functioneren van de publieke sector en van de basisvoorzieningen. Tegelijk vormt het een structurele afhankelijkheid die het debat over volledige onafhankelijkheid complex maakt.
Met Home Rule en zelfbestuur beheert Groenland nu eigen visserij en grondstoffen. Visserij vormt de ruggengraat van de economie. Mijnbouw – waaronder zeldzame aardmetalen, ijzer en uranium – wordt gezien als mogelijke sleutel tot economische zelfstandigheid, maar brengt ook risico’s met zich mee: ecologische schade, buitenlandse invloed en blootstelling aan grillige wereldmarkten. Denemarken behoudt strategische invloed via defensie en diplomatie, maar economische beslissingen liggen steeds meer bij Groenlandse instellingen. Autonomie is dus reëel, maar nog onvolledig.
Kinderen wegnemen en culturele schade
Een van de pijnlijkste erfenissen van de koloniale en post-koloniale periode is de grootschalige uithuisplaatsing van Groenlandse kinderen. Zowel in Groenland als in Denemarken werden kinderen uit hun gezinnen geplaatst op basis van een beoordelingssysteem dat nauwelijks rekening hield met de culturele achtergrond, taal of sociale normen van de Inuit-gemeenschappen. Families die traditioneel samenleefden en kennis overdroegen, werden zo uit elkaar gerukt, vaak voor lange periodes.
Tot begin 2025 belandde ongeveer vijf tot zeven procent van de Groenlandse kinderen in instellingen of pleegzorg, tegenover ongeveer één procent van Deense kinderen. Dit verschil illustreert dat de systemen structureel oneerlijk waren en een cultureel ontwrichtend effect hebben. Kinderen verliezen vaak taalvaardigheid, culturele kennis en gemeenschapsbanden, waardoor er intergenerationeel trauma ontstaat. Ouders en grootouders worden uitgesloten van de opvoeding en de sociale controle binnen dorpen, waardoor de kennisoverdracht en gemeenschapsstructuren ernstig worden verstoord.
De gevolgen van deze uithuisplaatsingen zijn diepgaand. Ze beïnvloeden nog steeds sociale cohesie, identiteitsgevoel en psychologisch welzijn binnen dorpen en gezinnen. Veel jongeren en volwassenen ervaren een gevoel van vervreemding of culturele breuk. Tegelijkertijd zijn er verhalen van veerkracht: familiebanden werden hersteld waar mogelijk, en gemeenschappen werken actief aan het doorgeven van taal, jachttradities en culturele rituelen om het verloren gegane deel van hun erfgoed weer te versterken.
De Groenlandse diaspora
Naast de inwoners van Groenland zelf, bestaat er een aanzienlijke Groenlandse diaspora in Denemarken, die naar schatting tussen 17.000 en 18.500mensen telt. De migratie begon vooral in de tweede helft van de twintigste eeuw, vaak om onderwijs, werk of medische voorzieningen te verkrijgen. Veel jonge Groenlanders verhuisden naar stedelijke centra zoals Kopenhagen, Aarhus, Odense en Aalborg, en bouwden daar een leven op ver van hun oorspronkelijke dorpen en gemeenschappen.
Hoewel velen formeel geïntegreerd zijn, ervaren Groenlanders in Denemarken verschillende uitdagingen. De baanloosheid ligt hoger dan bij de Denen, en ook armoede en sociale uitsluiting komen vaker voor. Daarnaast ervaren sommigen racisme en discriminatie of een gevoel van culturele ontworteling, waardoor de banden met de eigen identiteit en gemeenschap onder druk worden gezet.
Toch blijft de diaspora cultureel en politiek actief. Gemeenschapscentra, verenigingen en culturele evenementen in steden dragen bij aan het behoud van taal, tradities en sociale netwerken. Jongeren combineren vaak moderne stedelijke levensstijlen met een bewust behoud van hun culturele erfgoed. Veel Groenlanders in Denemarken onderhouden nauwe banden met familie op Groenland en volgen actief de politieke ontwikkelingen op het eiland. De diaspora vormt daarmee een brug tussen Groenland en Denemarken. Ze illustreert ook hoe migratie en globalisering culturele gemeenschappen complex maken: identiteit en verbondenheid worden zowel getest als versterkt door afstand. Tegelijk laat de diaspora zien dat Groenlanders, waar ze ook wonen, een diepgeworteld gevoel van collectieve verantwoordelijkheid en verbondenheid behouden.
Actuele geopolitieke druk
Groenland ligt strategisch tussen Noord-Amerika en Europa en speelt een sleutelrol in het Arctische gebied. Door klimaatverandering worden nieuwe zeeroutes toegankelijk en neemt de economische en militaire belangstelling voor het noorden toe. De aanwezigheid van zeldzame aardmetalen vergroot die belangstelling verder. Hierdoor is Groenland een geopolitiek knooppunt geworden.
Sinds hij weer president is doet Donald Trump opnieuw uitspraken over het “overnemen” van Groenland. Dat veroorzaakt internationale verbazing en kritiek, maar raakt in Groenland een gevoelige snaar. Ze herinneren aan eeuwen waarin anderen over het eiland beslisten, zonder de bewoners te raadplegen. De reactie in Groenland is opvallend eensgezind. Alle vijf politieke partijen, van links tot rechts, publiceerden een gezamenlijke verklaring: “Wij willen geen Amerikanen zijn – wij willen Groenlanders zijn, en beslissen over onze toekomst.”
Ook maatschappelijke organisaties mengen zich in het debat. De voorzitter van de grootste vakbond benadrukt dat autonomie niet louter een politiek ideaal is, maar een dagelijkse realiteit. Europese regeringen en NAVO-partners benadrukken dat alleen Groenland en Denemarken over de toekomst van het eiland mogen beslissen. Recente peilingen uit 2025 tonen aan dat 84 procent van de Groenlanders uiteindelijk volledige onafhankelijkheid steunt, terwijl steun voor een buitenlandse overname verwaarloosbaar is. Deze episode maakt duidelijk dat zelfbeschikking voor Groenlanders geen abstract principe meer is, maar een actief verdedigd recht.
Jongeren en toekomst
Jongeren spelen een sleutelrol in het herwaarderen van taal en cultuur, maar ook in het kritisch bevragen van oude machtsstructuren. Tegelijk dragen jongeren een zware verantwoordelijkheid. Zij zullen moeten omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, economische herstructurering en mogelijke onafhankelijkheid. Hun positie als brug tussen verleden en toekomst maakt hen tot een centrale factor in het voortbestaan van een autonome Groenlandse samenleving. Dorpsgemeenschappen blijven hierbij belangrijk als sociale en culturele ankerpunten, terwijl steden kansen bieden op onderwijs, werk en internationale verbindingen.
Besluit
Het verhaal van Groenland is geen eenvoudig succesverhaal en geen afgerond proces. Het is een verhaal van verlies en herstel, van onderdrukking en langzaam herwonnen zeggenschap. Vandaag staat er opnieuw een samenleving die haar eigen stem heeft hervonden. Daarom: poten af van Groenland. Niet als slogan alleen, maar als principe. Vrijheid kan worden afgenomen, maar ook stap voor stap worden heropgebouwd. Vrijheid verdwijnt pas echt wanneer een inheemse gemeenschap haar cultuur, taal en tradities verliest. Daarom is het behouden en doorgeven van die cultuur net zo belangrijk als zelfbestuur. Vandaag wordt die vrijheid opnieuw herwonnen. In de geest van “naalakkersuutit pillugit” – zij die zichzelf regeren – groeit het verzet op elk mogelijk niveau om externe krachten duidelijk te maken dat ze hun poten moeten thuishouden.
Paul Siperius
(Sociaal-cultureel agoog en activist.)
Beperkte bronnenlijst
- IWGIA – Indigenous Peoples and Rights: Greenland
- ArcticToday – Child placement and welfare systems
- (Inter-)nationale pers (The Guardian, De Morgen, VRT, Mo*, …), 2025–2026
