Aanval op Iran: wat valt er nog te zeggen?

Raketaanval op Lamerd, een stad in Zuidwest-Iran, op 28 februari 2026. (Foto: Tasnim News Agency/CC: BY.)

In Minab, een kleine stad in het zuiden van Iran, kwamen op een gewone ochtend honderdzeventig kinderen naar school. Toen het stof was neergedaald, waren er minstens 148 van hen gedood. De raketten die hen hadden getroffen, waren Amerikaans. De inlichtingen die het doelwit hadden uitgekozen, kwamen mogelijk van Israël. De rechtvaardigingen, die regeringswoordvoerders later in Washington en Tel Aviv gaven, waren “veiligheid” en “vrijheid”. De bekende woorden.

Maar laten we nauwkeurig zijn over wat er is gebeurd. In de vroege uren van zaterdag 28 februari voerden de VS en Israël gezamenlijk een luchtcampagne tegen Iran, waarbij ze nucleaire en militaire installaties en woningen van de leiders van het land bombardeerden. Zij slaagden erin de hoogste leider, Ali Khamenei, om te brengen. Binnen een paar uur sloot de Iraanse Revolutionaire Garde de Straat van Hormuz, aan het begin van de Perzische Golf, waar een vijfde van alle aardolie die de wereld gebruikt doorheen gaat. Vervolgens troffen raketten Amerikaanse bases in de regio. Drie Amerikaanse militairen kwamen om het leven. In Iran telde de Rode Halve Maan aan het einde van de eerste dag 201 doden en 747 gewonden in 24 provincies – een aantal dat sindsdien alleen maar is gestegen. Zoals je kon verwachten, kregen we te horen dat we ons schrap moesten zetten voor een uitbreiding van het conflict.

Maar er is een detail waar we stil bij moeten staan, een speciale bijzonderheid, die elke officiële rechtvaardiging voor deze oorlog tenietdoet: de dag voordat de bommen vielen, zat de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken in Genève en stemde hij in principe in met het volledig afbouwen van de uraniumvoorraden. Een diplomaat uit Oman verklaarde dat een vredesakkoord binnen handbereik was. De onderhandelingen waren niet vastgelopen, maar boekten juist vooruitgang. Toch zijn de bommen gevallen. Er is hier dus geen sprake van een diplomatiefiasco. Dit is moord met voorbedachte rade op diplomatie. Het vertelt ons iets heel belangrijks over het werkelijke doel van deze oorlog.

Het draaiboek is al oud. Dertig jaar lang waarschuwingen over een Iraans kernwapen dat er nooit is gekomen. Een “dreigend gevaar” dat is bedacht om te voldoen aan de eisen van het internationaal recht, hoewel verschillende regeringen de afgelopen jaren zoveel minachting hebben getoond voor deze eisen, die ze zelf aanvoelen als een rare erfenis uit het verleden. Voor de leugens voorafgaand aan de invasie van Irak in 2003 waren tenminste nog een minister Colin Powell nodig, een onduidelijk flesje en een soort van vertoning voor de Veiligheidsraad. Deze keer vond Trump een bericht op sociale media en een ultimatum van 45 minuten voldoende. Een speciale vertoning was niet meer nodig, omdat het publiek niet langer overtuigd hoeft te worden. Of beter gezegd: het publiek is volgens de politici van geen betekenis meer.

Bedenk dat 75 procent van de Amerikanen tegen de aanvallen was, volgens een peiling van Reuters/Ipsos. Bedenk dat de Europese regeringen – met de eervolle uitzonderingen van die van Spanje en Noorwegen – elke schijn van een onafhankelijk oordeel hebben opgegeven en verklaarden dat de crisis het gevolg was van Iraans weigering in te stemmen met Trumps eisen, in plaats van het een illegale oorlogsdaad tegen een VN-lidstaat te noemen. De Franse, Duitse en Britse regeringen, de zogenaamde bewakers van de “op regels gebaseerde internationale orde” wanneer Rusland een ander land aanvalt, reageerden nu tegenovergesteld, omdat de aanvaller nu hun machtige beschermheer is. Zoals een analist het uitdrukte: zelfs de gebruikelijk schijnheilige praatjes blijven achterwege, je hoort alleen wat onduidelijk gemompel.

Het punt is niet dat de Iraanse regering boven kritiek verheven zou zijn. Dat is ze niet. Het punt is dat geen van de opgegeven redenen voor deze oorlog ook maar enigszins deugt. Zoals het nucleaire programma van Iran; daar werd juist over onderhandeld om tot een oplossing te komen. Of het verwijderen van de opperste leider; diens dood zal waarschijnlijk het regime juist versterken, in plaats van het ten val te brengen. De Iraanse grondwet is precies gemaakt voor een situatie zoals we nu hebben. Die is namelijk gebaseerd op een zorgvuldige studie over hoe staten instorten en hoe dat te voorkomen. Of het vernietigen van de samenwerking van Hezbollah, Hamas en Syrië met Iran; die is al ernstig verzwakt. Het gaat hier om een oorlog waarvan de bedenkers niet weten hoe de overwinning er uit moet zien, die geen grondtroepen hebben, en geen plannen voor de dag na de oorlog. Ze gaan er gewoon vanuit dat anderen de gevolgen van de oorlog wel zullen dragen.

Die gevolgen komen, zoals altijd, voor rekening van de kinderen in Minab, de gezinnen in Teheran, Isfahan en Ahvaz, de arbeiders in het zuidelijk halfrond, die hogere prijzen voor voedsel en brandstof zullen moeten betalen als de brandstof duurder wordt door de sluiting van de Straat van Hormuz, de Afrikanen die deze oorlog niet zijn begonnen, daar niet over zijn geraadpleegd en wier protesten hun regeringen zullen aanhoren en vervolgens naast zich neer zullen leggen.

Dit is het punt waarop een website als Africa is a Country zou moeten verwijzen naar een lange geschiedenis van verzet en solidariteit. Dat hebben we tot nu toe altijd gedaan, en we meenden het. Maar vandaag voelt het moeilijker. Niet omdat er geen gevoelens van solidariteit meer leven, maar omdat er iets is verschoven – iets in de relatie tussen wat gewone mensen denken en willen, en wat er daadwerkelijk in de wereld gebeurt.

Er is op dit moment geen anti-oorlogsbeweging van betekenis. Er zijn individuen die geschokt zijn, intellectuelen die schrijven, burgers die hun afgevaardigden bellen. Maar wat vroeger de weerzin van de bevolking omzette in politieke druk – de massale protesten, het aantal slachtoffers dat de oorlog gevoelsmatig dichtbij bracht, de oproep voor militaire dienst die duidelijk maakte hoe je persoonlijk betrokken zou raken bij de oorlog – dat hebben de machthebbers systematisch weggewerkt. Dit is geen gewoon imperialisme, maar super-imperialisme: oorlogen gevoerd met vliegdekschepen, precisiewapens en het afluisteren van allerlei elektronische signalen, waarbij drie lijkzakken naar huis komen in plaats van drieduizend. Niet genoeg om de binnenlandse rust te verstoren. Niet genoeg om het soort verdriet te veroorzaken dat regeringen weet te stoppen.

Elk leven dat door oorlog verloren gaat, is verschrikkelijk. Maar vooral de 148 kinderen van Minab, wier namen we voor het grootste deel nooit zullen kennen en wier dood in het westerse nieuws genoemd wordt als een ongelukkig maar onvermijdelijk gevolg van een ingewikkelde militaire operatie. Waarna het nieuws verder gaat met het volgende item.

We weten op dit moment niet hoe deze oorlog zich zal ontwikkelen. Misschien komt er al snel een staakt-het-vuren, vanwege een dreigende economische ramp, misschien sleept die zich nog heel lang voort, misschien loopt die uit op een Derde Wereldoorlog.… Wat op dit moment wel duidelijk aan het worden is, is dat we in een periode aangeland zijn van een vorm van onmenselijkheid, van wreedheid die maar doorgaat en doorgaat, omdat de huidige oorlogen van de grote, rijkere landen hun machthebbers bijna niets kosten. Een wereld die telkens wat verder wegzakt in barbaarsheid, omdat instemming van gewone mensen met de volgende oorlog er niet meer toe doet. Omdat de macht een manier heeft gevonden om oorlog te voeren zonder de prijs te betalen die oorlog vroeger politiek zo kostbaar maakte. Dat is wat de bommen in Minab ons vertellen, en waar ze voor bedoeld waren.

William Shoki

De oorspronkelijke tekst “What is there left to say?” stond in de nieuwsbrief van Africa is a Country van 2 maart 2026. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.