“Minafest” van de Dolle Mina’s is een mooie eerste stap

Het is jaren geleden dat ik een boek in één dag heb uitgelezen, maar met “Minafest” is dat wel gelukt. Ik had het boek al enkele dagen liggen, maar voelde nog niet de rust om erin te beginnen. Maar toen gaf ik er een paar dagen geleden toch prioriteit aan en kon ik het nauwelijks nog wegleggen. Ik was gewoon ontzettend nieuwsgierig naar dit boek. Ik had de hergeboren Dolle Mina’s tot nu toe vooral van de zijlijn geobserveerd, maar was niet echt actief geworden. Enerzijds was ik ontzettend enthousiast over de enorme energie waarmee ze vrij plotseling losbarstten en feministische strijd weer hoog op de agenda plaatsten. Anderzijds was ik iets terughoudend over het soort feminisme waar ze voor stonden.

Dit boek past uiteindelijk goed in dat beeld. Ik wil deze recensie beginnen met lof omdat er heel veel lovenswaardig is aan dit boek. Daarna bespreek ik twee kritiekpunten en ik eindig met een kort stukje over mijn hoop met betrekking tot de ontwikkeling van de Dolle Mina’s.

Maar voordat ik met mijn lofzang begin eerst nog even wat punten over de vorm van het boek. Het is erg aansprekend ontworpen, met foto’s en tekeningen die de tekst begeleiden. Het is ook niet geschreven door één persoon, maar door een verzameling van verschillende auteurs. Dat maakt het wat lastiger om algemene claims te maken over wat de auteurs vinden. Het onderstreept echter wel dat de Dolle Mina’s een groep mensen zijn die zich in gezamenlijke actie weten te vinden, maar uiteindelijk verschillende ervaringen, analyses en meningen hebben. Het is indrukwekkend hoe de makers van dit boek de meerstemmigheid van de Dolle Mina’s op deze manier weten weer te geven.

Lofzang

Dus laten we beginnen met alles dat echt geweldig aan dit boek is, en dat is best een waslijst. Zoals gezegd, las ik dit boek in één dag uit. Dat op zichzelf zegt al heel veel. Het is zeker geen saai boek dat droge theorie uitwerkt. In plaats daarvan verweven de Dolle Mina’s theorie, persoonlijke verhalen, geschiedenis, gedichten, foto’s en tekeningen tot een indrukwekkend geheel. Het boek is verdeeld in de verschillende speerpunten van de Dolle Mina’s: veiligheid, zelfbeschikking, gelijkwaardigheid en beeldvorming. Daarnaast is er nog een deel over mannen en eindigt het boek met de eisen van de Dolle Mina’s.

De verschillende bijdragen sleurden me mee in een reeks van verschillende emoties. Verhalen van pijn, humeur, strijdlust, woede, verwarring en verdriet. Alles kwam ik hierin tegen. Dat maakte het boek duidelijk leuker om te lezen dan veel andere non-fictie teksten die toch snel droog en onpersoonlijk kunnen worden. En dat deed niets af aan de inhoudelijke sterkte van het boek. Er waren zeker wat kleine puntjes van onenigheid met enkele auteurs, maar over het algemeen legden ze onderwerpen goed uit, ook voor mensen die nog niet veel voorkennis hadden. Ik heb zelf bijzonder genoten van de verhalen van de originele Dolle Mina’s, die naast de vermakelijkheid van sommige van de ludieke acties ook een inzicht in de oorsprong en context van de Dolle Mina’s van toen gaven.

Een laatste puntje dat ik positief wil uitlichten, staat op de laatste pagina van het boek. En nee, dit is geen grap dat ik blij was er doorheen te zijn. Daar was oprecht nog een parel verstopt, namelijk het Dolle Mina Thuisfront. Op deze laatste pagina zijn korte indrukken en gedachten over de Dolle Mina’s verzameld, van allerlei Mina’s en afdelingen door het hele land. Eentje ervan is van het Dolle Mina Thuisfront, de groep Mina’s die niet naar acties op straat kan komen, maar wel een bijdrage levert. Aan dit soort activisme meer expliciet aandacht geven lijkt me een belangrijke stap, niet alleen voor de Dolle Mina’s, maar voor alle activistische groepen. De focus is vaak op fysieke samenkomsten en acties op straat, maar veel mensen kunnen hier niet aan meedoen om verschillende redenen, zoals ziekte, fysieke afstand tot grotere steden of zorgtaken die je thuis houden. Dat die groep mensen desondanks mee kunnen doen, is geweldig en dient meer aandacht te krijgen.

Kritiek

Er zijn een boel kleine punten waar ik iets over zou kunnen zeggen (zoals bijvoorbeeld de term “azc-er” in een van de bijdragen, die toch erg ontmenselijkend voelde voor mij en waar ik liever vluchteling had gelezen), maar het voelt niet heel nuttig om die allemaal langs te gaan. In plaats daarvan wil ik twee punten meer aandacht geven die mij bijzonder belangrijk lijken, omdat ze meer om beginselen gaan dan om een oppervlakkiger meningsverschil.

Intersectionaliteit

Intersectionaliteit is iets dat de Dolle Mina’s serieus nemen. Er zijn bijdragen in “Minafest” die dat concept uitleggen, en er wordt solidariteit geclaimd met alle vrouwen en genderdiverse personen. Dat is goed en hoe het hoort. Ik denk echter dat de Dolle Mina’s hierin nog kunnen groeien (en laten we eerlijk zijn, welke beweging kan dat niet?). Ik wil een voorbeeld geven van waar ze nog wel wat intersectioneler bezig mogen zijn: abortus.

De Dolle Mina’s willen dat abortus gratis en toegankelijk wordt voor iedereen die het nodig acht. Dat wil ik ook. In “Minafest” wordt ook goed de vinger op de zere plekken gelegd: dat het nog niet uit het strafrecht is, dat extreem-rechtse groepen proberen om dit recht terug te draaien, dat er nog steeds stigma of onwetendheid over bestaat, dat de toegankelijkheid tot abortus nog veel en veel beter kan. Wat niet wordt besproken, is de andere kant van “baas in eigen buik”: dat sommige mensen de mogelijkheid wordt ontnomen om een kind te krijgen dat ze wel willen hebben.

Om deze andere kant te snappen is het goed om te beseffen waarom mensen al dan niet besluiten om een kind te krijgen. Vaak zijn het overwegingen over of ze in staat zijn om er goed voor te zorgen. Wat als het kind behoeften heeft waar ik als ouder niet aan kan voldoen? En hier wordt de vraag over of je een kind wilt hebben een groter onderwerp dan toegang tot abortus. Een centraal vraagstuk dat dan naar boven komt, is sociale zekerheid: is de plek waar ik woon gezond en groot genoeg voor een kind? Kan ik kind en inkomen regelen combineren? Heb ik de emotionele en praktische steun om voor een ander mens te zorgen? Baas in eigen buik betekent dus ook dat je niet bang hoeft te zijn dat je je een kind financieel niet kunt veroorloven als je dat wilt.

Dat vraagstuk wordt nog eens op scherp gezet als de mogelijkheid wordt meegenomen dat een kind chronisch ziek kan zijn, of op een andere manier beperkingen heeft. Kun je die extra zorg bieden, zowel wat betreft tijd als ook geld? Ik denk dat dit het punt is waar baas in eigen buik, de eis van reproductieve rechtvaardigheid, niet alleen om abortus mag gaan. Om even wat dure woorden te gebruiken: de strijd voor abortus is tegen de dwang om een kind te moeten krijgen omdat de natie of de economie dat nodig heeft (natalisme). De strijd om een kind te kunnen krijgen als je dat wilt, is de strijd tegen een systeem dat bepaalt dat jouw kinderen een last zijn voor de natie of de economie omdat ze dom, niet-wit, arm en/of gehandicapt zijn (eugenetica). Baas in eigen buik is een geweldige leus omdat die de strijd tegen zowel natalisme als ook eugenetica kan samenbrengen, maar dan moeten ook beide benoemd en actief bestreden worden.

Voorbij het individualisme

Mijn favoriete bijdrage was die van Anja Meulenbelt. Ik denk dat dat vooral aan mij ligt, en dat ik vind dat ze belangrijke punten goed bespreekt, zoals klasse. Wellicht is het ook de manier van denken en schrijven die ik herken, aangezien we blijkbaar allebei best wat marxistische scholing hebben gehad. Ik wil haar bijdrage nog even in het licht zetten, omdat ze – denk ik – een centrale belemmering van feministische strijd bespreekt: het individualisme. Met individualisme bedoel ik dat te veel wordt gekeken naar wat een individu heeft bereikt of kan bereiken. Het idee dat het succes van enkele vrouwen per se de bevrijding van alle vrouwen betekent, lijkt me een misvatting.

In sommige delen van “Minafest” wordt ook duidelijk geprobeerd om dat individualisme te doorbreken door bijvoorbeeld het persoonlijke (zorgtaken en machtsrelaties in liefdesrelaties en gezinnen) politiek te maken. Dat inzicht van het feminisme klopt nog steeds, is zo belangrijk, en we zien daarin het doorbreken van het individualisme, omdat het niet alleen om de keuzes van het individu gaat, maar ook om hoe de samenleving als geheel ons zogenaamde privéleven vorm geeft.

Helaas steekt dit individualistische denken soms toch nog de kop op in “Minafest”. Zoals bijvoorbeeld in deze formulering: “Echte gelijkwaardigheid is pas bereikt als we niet over de rug van een andere vrouw omhoog klimmen, maar de ladder voor iedereen rechtzetten.” Dit benoemt heel goed het punt dat echte emancipatie niet over de rug van anderen kan gebeuren, iets dat nog te vaak gebeurt en waar juist intersectioneel denken tegen waarschuwt. Alleen denk ik dat het doel niet moet zijn dat iedereen een eerlijke kans krijgt om in een toppositie in de maatschappij terecht te komen, omdat, zou ik willen zeggen, dat altijd over de rug van anderen gebeurt. Een boven bestaat alleen omdat er een beneden is, en zolang we deze hiërarchie niet achter ons laten, zijn we nooit echt gelijkwaardig.

De eis aan het einde van het boek dat er meer vrouwen op topposities moeten komen, is dan ook niet iets waar ik voor sta. Ik moet denken aan een panelgesprek waar ik recent bij was. Een spreker noemde dat het nieuwe kabinet-Jetten een vergelijkbaar aantal vrouwen en mannen had (ik heb even geteld en het zijn 11 mannen en 7 vrouwen, dus er is nog ruimte voor verbetering). Wat dit alles volledig negeert, is of die politici ook beleid gaan voeren dat gelijkwaardigheid bevordert. Dit kabinet heeft al aangekondigd om de sociale voorzieningen en zekerheid te gaan slopen (tegen de afspraken van het vorige kabinet met de vakbonden in) en het wrede asielbeleid van de fascist Faber te willen vastleggen. Dat heeft niks, maar dan ook echt niks met gelijkwaardigheid te maken.

Ik denk bij topposities snel aan dit soort politici, maar ook managers en kapitalisten, en van dat soort topposities wil ik gewoon af (ik sta ervoor open dat Mina mij uitlegt dat ze iets anders bedoelt met toppositie, en dat er hier een misverstand is). Dat betekent natuurlijk niet dat individuen geen erkenning voor hun prestatie, expertise of vaardigheden mogen krijgen. Alleen moet dit niet op kosten van anderen gaan, of betekenen dat anderen diegene moeten gehoorzamen. Herkenning, respect en gezag: ja, maar nooit macht om over anderen te beslissen.

Dit individualisme houdt ook verband met een ander punt, namelijk dat er erkenning van invloedrijke en genegeerde vrouwen uit het verleden moet zijn. Dat is een inderdaad een belangrijke uitdaging van de patriarchale geschiedschrijving die over grote mannen gaat. Ik denk echter dat we nog een stapje verder mogen gaan, want een focus op invloedrijke vrouwen blijft nog snel steken in het zoeken naar uitzonderlijke individuen. Het laat daardoor het overgrote deel van alle vrouwen (en andere mensen) buiten beeld. Hoe kun je een geschiedenis schrijven waar het leven van de brede bevolking van de samenleving in duidelijk wordt? En welke rol speelden gewone vrouwen hierin? (1) Ik denk dat dit pas een echte uitdaging is voor de hiërarchieën die door mannen gedomineerd worden.

Conclusie

De Dolle Mina’s benoemen vaker hun ambitie om solidair te zijn met alle vrouwen en genderdiverse mensen, en ik geloof hen dat ze dat menen. Ik denk wel dat ze nog veel werk te verzetten hebben om dat ook echt te doen. Ze spreken zich al duidelijk uit voor trans vrouwen en voor Palestina. Ook doen ze de moeite om bijdragen van vrouwen van kleur in “Minafest” op te nemen, en spreken ze bewust over intersectionaliteit. Dat zijn belangrijke eerste stappen en ik juich die alleen maar toe. Mijn hoop is dan ook dat de Dolle Mina’s zich ook in de toekomst leergierig opstellen en kritisch naar zichzelf kijken, zodat ze uiteindelijk echt solidair zijn met alle vrouwen en genderdiverse personen.

Minafest”, Dolle Mina. Uitgeverij: Luitingh-Sijthoff, € 17.50, ISBN: 9789021063157.

Nickname

Noot

  1. Misschien zou deze zin moeten luiden: welke rol speelde gender hierin, aangezien de systemen van sekse en gender historisch nogal zijn veranderd en hiermee moet in historisch onderzoek rekening gehouden worden. De vraag moet dan niet alleen zijn: “wat hebben vrouwen gedaan?”, maar ook “wie was toen eigenlijk vrouw?” en “wat betekende het om vrouw te zijn?

Aanvulling door de redactie. De Dolle Mina-bundel kent ook een apocrief artikel, getiteld “Nieuwe Mina’s, oude lessen” en geschreven door Rocher Koendjbiharie en Tamara Hartman. Waarom het niet werd opgenomen in “Minafest” lees je hier en hier.