Over de krachtige alliantie van autonome bonden en bewegingen achter de algemene staking tegen ICE in Minnesota (deel 1)

Vrijdag 23 januari vindt er in het Amerikaanse Minnesota een algemene staking plaats tegen de bezetting door de fascistische ICE-troepen van president Trump. Achter de stakingsoproep zit een krachtige alliantie waaraan al langere tijd gebouwd wordt, van een groeiende reeks autonome vakbonden en sociale organisaties, waarbij de grote landelijke bewegingen als Occupy, Black Lives Matter en die rond de klimaatcrisis ook een grote rol spelen. “Het belangrijkste verhaal van de arbeidersbeweging dit moment speelt zich af in Minnesota – het zou weleens het model kunnen zijn dat we allemaal nodig hebben”, zo luidt de titel van een artikel uit maart 2024 van Sarah Jaffe dat we hieronder vertaald hebben. Dat verhaal gaat over de “strategische samenwerking van grote netwerken van vakbonden en maatschappelijke groeperingen in Minnesota die al meer dan tien jaar samenwerken om hun collectieve kracht te benutten”.

Andrea Villanueva zat vijf dagen geleden aan de onderhandelingstafel om een nieuw contract uit te onderhandelen voor haarzelf en vijfhonderd andere schoonmakers in de detailhandel, die enkele van de meest herkenbare winkels in de Twin Cities schoonmaken. Een groep beveiligers, eveneens lid van Villanueva’s vakbond SEIU Local 26, was in hetzelfde gebouw ook aan het onderhandelen. In de loop van de dag kwamen de werkers elkaar tegen in de gangen, waar ze stopten om elkaar aan te moedigen en hun solidariteit te betuigen.

Local 26 is slechts een van de vele vakbonden en maatschappelijke organisaties in Minneapolis en St. Paul die hun onderhandelingen voor nieuwe contracten – en, in sommige gevallen, stemmingen over stakingen – hebben afgestemd op een deadline van 2 maart. Die datum is bewust gekozen om hun invloed te maximaliseren en gezamenlijk vastgestelde gemeenschapseisen binnen te halen op vier belangrijke gebieden: waardig werk, stabiele huisvesting, een leefbare planeet en goede scholen.

Die deadline is vandaag, en een doorlopende actieweek, die waarschijnlijk zal bestaan uit duizenden stakende werkers, straatprotesten en kunst- en theaterevenementen, staat op het punt te beginnen.

Bij deze collectieve inspanning worden de achtduizend leden van Local 26 vergezeld door duizenden anderen: leraren en onderwijsondersteunend personeel, zorgwerkers uit twaalf verpleeghuizen, werkers van parken en openbare diensten, buschauffeurs, bouwvakkers, restaurantpersoneel en maatschappelijke groeperingen die zich inzetten voor huisvesting en klimaatrechtvaardigheid. Vóór 2 maart hadden vijftienduizend werkers een stakingsstemming gehouden, en hoewel sommigen van hen inmiddels een akkoord hebben bereikt, is het mogelijk dat zo’n tienduizend werkers deze week alsnog het werk neerleggen.

Ze zijn lid van groepen zoals SEIU Local 26, St. Paul Federation of Educators (SPFE), SEIU Healthcare Minnesota & Iowa, Amalgamated Transit Union (ATU) Local 1005, CTUL, Inquilinxs Unidxs por Justicia, Minnesota Federation of Teachers (MFT) Local 59, LIUNA Local 363, Minnesota AFL-CIO, UNITE HERE Local 17, AFSCME Local 3800, CWA Local 7250, Unidos MN, ISAIAH, en vele anderen.

Verenigd rond de vraag “Wat kunnen we samen bereiken?” besloot deze brede dwarsdoorsnede van de arbeidersklasse van Minnesota in de aanval te gaan. Maandenlang ontwikkelden ze een reeks leidende principes, wat op zijn beurt mogelijk werd gemaakt door jarenlange relatieopbouw tijdens straatprotesten en overlappende crises.

Kort nadat we die dag spraken, voelden Villanueva en haar collega’s die collectieve kracht werkelijkheid worden: na maanden onderhandelen bereikten ze een voorlopig akkoord met hun ‘werkgevers’. De staking die ze hadden afgesproken om op 4 maart te beginnen, was niet meer nodig: ze sleepten een verhoging van het basisloon met zeventien procent binnen, een verbeterd zorgplan, meer betaald verlof en voor het eerst betaalde feestdagen op Thanksgiving en Kerstmis.

De volgende dag bereikten ook de beveiligers die vlakbij op hetzelfde terrein aan het onderhandelen waren, een akkoord. Dat omvatte loonsverhogingen tot zevenentwintig procent, door de ‘werkgever’ betaalde 401k-pensioenplannen en een betaalde feestdag op Juneteenth.

Wat er in de Twin Cities gebeurt, zou een krachtig model kunnen zijn voor de arbeidersklasse overal: een bewegingsecosysteem waarvan de leden diep solidair zijn over verschillen heen, dat strategisch denkt en bouwt voor de lange termijn terwijl het zijn huidige macht maximaliseert. Een beweging die begrijpt dat werkers ook huurders, buren en mensen zijn die een leefbare stad en een leefbaar klimaat willen – en dat ze hun macht exponentieel kunnen vergroten door samen op te trekken.

“We hebben keer op keer geleerd”, legde Greg Nammacher, voorzitter van Local 26, uit, “dat wanneer we ieder voor zich proberen te strijden voor rechtvaardigheid, we niet zo succesvol zijn als wanneer we samen, over de grenzen van onze verschillende organisaties heen, voor rechtvaardigheid strijden.”

“Ergens is het ook leuk, om allemaal samen te zijn”, vertelde Villanueva me.

Villanueva werkt al bijna zestien jaar voor een bedrijf genaamd Carlson Building Maintenance, en de laatste zes jaar maakt ze een van de luxe Lunds & Byerlys-supermarkten schoon. Ze verdiende net iets meer dan het minimumloon (16,07 dollar per uur, terwijl het minimum in de stad 15,57 dollar is) en had moeite om haar zorgverzekering te betalen – en haar kosten waren hoog.

Toen corona voor het eerst Minnesota trof, vertelde ze me dat ze het virus opliep en geïntubeerd moest worden. “Ze zeggen dat ik daardoor wat gaten in mijn longen heb. En nu, als ik werk, voel ik me soms buiten adem”, zei ze in het Spaans. “Nadat je covid hebt gehad, ben je niet meer dezelfde.” Ze kon vier maanden niet werken en de enige steun die ze kreeg, zei ze, was van de vakbond. Het bedrijf “noemde ons helden en essentieel, maar in die tijd hebben ze nooit geholpen”.

Er hangt veel af van haar vermogen om gezond te blijven. Villanueva en haar man onderhouden haar ouders in Mexico, evenals haar schoondochter en zevenjarige kleindochter, over wie ze trots praat: “Ze doet het heel goed op school. Ze zegt tegen me dat ze dokter wil worden als ze groot is.” Een betere zorgverzekering zal een groot verschil voor haar maken, en ze is ook blij dat ze voor het eerst doorbetaalde feestdagen heeft.

“Onze leden hebben de afgelopen jaren zoveel moeilijkheden doorstaan, als essentiële werkers in de frontlinie van de pandemie. En om nu deze doorbraken te zien op het gebied van pensioen en loon is gewoon zo betekenisvol voor de mensen die zoveel hebben opgeofferd voor deze sectoren”, zei Nammacher. “Dus we zijn erg trots op de stappen vooruit, maar we zijn ook absoluut duidelijk: dit zijn slechts enkele van de stappen die nodig zijn om onze gemeenschap echt te verbeteren.”

Info over de actieweek in maart 2024.

Strategische gokken en vele modellen

Debatten over politieke en vakbondsorganisatie draaien vaak om het vinden van het enige juiste en ware model dat voor iedereen zou werken. Maar de vakbonden en maatschappelijke organisaties in Minnesota die de deadline van 2 maart stelden, laten zien dat dergelijke discussies vaak de verkeerde vragen stellen. Hun model is eerder een verzameling van vele modellen tegelijk.

Deels omdat de kracht van deze strategie in haar veelvoudigheid ligt, kan het moeilijk zijn om er in eenvoudige bewoordingen over te schrijven. Door samen gecoördineerd te bewegen in plaats van in de pas te lopen, hebben deze vakbonden en maatschappelijke groeperingen invloed kunnen uitoefenen op machtige besluitvormers in de politiek en de privésector die hen anders misschien hadden genegeerd, terwijl ze gaandeweg experimenteerden met diverse tactieken.

In plaats van iedereen in één handelwijze te proberen te persen, denken en handelen de groepen in deze alliantie ecologisch, zoals Rodrigo Nunes dat in zijn boek “Neither Vertical nor Horizontal: A Theory of Political Organization” noemt. Op deze manier organiseren, suggereert Nunes, betekent “samenwerking verkiezen boven concurrentie, gemeenschappelijke middelen en wederzijds voordelige relaties koesteren, en strategieën ontwikkelen met een breed veld van andere actoren in gedachten”. Het betekent vragen hoe organisaties elkaar kunnen aanvullen, in plaats van te concurreren om middelen of honderd procent consensus te eisen.

“We hebben moeten uitzoeken hoe we op nieuwe en andere manieren kunnen samenwerken, altijd met respect voor de autonomie van elke organisatie”, legde Nammacher uit. “Maar door dat harde werk van coördinatie tussen die sectoren, tussen die vakbonden, tussen de gemeenschap en de arbeidersbeweging… kunnen we echt iets bereiken dat veel meer is dan wanneer we het alleen zouden doen.”

Dit netwerk van relaties in Minnesota is in het afgelopen decennium langzaam en methodisch opgebouwd, nu vakbonden steeds meer leunen op strategieën van sociale bewegingen en er gemeenschapsgroepen zijn opgericht en opgebloeid op het snijvlak van arbeid, migratierechten en de strijd voor raciale rechtvaardigheid.

“Ik denk dat de arbeidersbeweging te lang de fout heeft gemaakt om zich te laten isoleren en zich te focussen alsof onderhandelingen alleen maar gaan over vooruitgang voor een kleine club mensen”, zei Nammacher. “En ik denk dat het cruciaal is voor een krachtige arbeidersbeweging om schouder aan schouder te staan met andere vakbonden, met andere maatschappelijke organisaties, want dat is de enige manier waarop we zichtbaar zullen worden.”

Een van de vroegste samenwerkingen in dit ecosysteem was die tussen Local 26 en Centro de Trabajadores Unidos en La Lucha (Centrum van in de Strijd Verenigde Arbeiders, CTUL), een arbeiderscentrum dat zich voornamelijk organiseert in Latinx-gemeenschappen. Volgens het model van de befaamde SEIU Justice for Janitors-campagne slaagden ze erin schoonmakers bij Target en andere grote winkelketens te organiseren binnen de vakbond. Dit deden ze door druk uit te oefenen op de bedrijven aan de top om betere normen te eisen van de onderaannemers – schoonmaakbedrijven zoals Carlson, waar Villanueva werkt. Sindsdien, en ook recentelijk, heeft CTUL op dat model voortgebouwd en samengewerkt met de North Central States Regional Council of Carpenters en andere bouwvakbonden om een vergelijkbaar model in de bouwsector op te zetten, waar arbeidsmigranten op eenzelfde manier worden uitgebuit.

Douglas Guerra is een van die bouwvakkers. Hij werkt al zestien jaar in de sector en, zo zei hij in het Spaans, “Of ik nu per dag betaald werd, per uur, of als zelfstandige werkte, de rode draad was dat er overal sprake was van loondiefstal.” Het was deze wijdverbreide loondiefstal die hem naar CTUL leidde, die hem hielp een deel van zijn achterstallig loon terug te krijgen. “Het lijkt gewoon alsof het systeem is gebouwd om de bazen te steunen en niet de arbeiders.” Hij besloot te blijven en andere arbeiders te helpen.

Tijdens de komende actieweek keek hij uit naar de leersessies in een “leiderschapsschool” met andere arbeiders, om verhalen over hun campagnes te delen en om een actie te leiden waarin ontwikkelaar Solhem wordt opgeroepen om zich aan te sluiten bij het Building Dignity and Respect-programma (Bouw Waardigheid en Respect).

“Ik wil gewoon een heel duidelijke boodschap overbrengen, zodat iedereen weet dat we niet alleen zijn”, zei Guerra. “Het maakt niet uit wat je ras is, het maakt niet uit wat je gender is, het maakt niet uit waar je vandaan komt. We hebben allemaal het recht om op te staan en te vechten.”

Estela Tirado, een restaurantwerker en moeder die in het centrum van Minneapolis werkt, is ook lid van CTUL en heeft, net als Guerra, contact opgenomen omdat haar loon was gestolen. Ze is al twee jaar betrokken bij CTUL en was medeorganisator van een actie om de stad Minneapolis onder druk te zetten om een raad voor arbeidsnormen op te richten. Twee dagen na de deadline van vandaag, 2 maart, zal ze op 4 maart bij de gemeenteraad inspreken over waarom de raad, die zou kunnen helpen bij het reguleren van moeilijk te organiseren sectoren zoals de horeca, zo noodzakelijk is. Veel werkers in restaurants, zei Tirado in het Spaans, “zijn bang om voor hun rechten op te komen, want wat zou je dan zonder baan moeten? Maar ik denk dat het belangrijk is dat we opstaan, we moeten ons uitspreken.”

De raad voor arbeidsnormen en het programma Building Dignity and Respect zijn slechts twee voorbeelden van manieren waarop niet-vakbondsleden macht kunnen verwerven en invloed kunnen uitoefenen buiten hun eigen werkplek. Het zijn wat Nunes “strategische gokken” noemde, pogingen om plannen voor transformatie te bedenken en uit te voeren die misschien niet altijd slagen, maar die wel herhaalbare modellen voor innovatie bieden waarop kan worden voortgebouwd. Het programma is nieuw; de raad voor arbeidsnormen bestaat nog niet, maar of ze uiteindelijk slagen of falen, het zal CTUL en haar partners iets leren over hun algemene richting en welke tactieken ze hierna moeten proberen.

Ecologisch denken over bewegingen hoeft niet te betekenen dat je aan de klimaatcrisis denkt, maar klimaat is een van de vier speerpunten van de Minnesota-alliantie, zegt Unidos MN, een andere partnerorganisatie die haar wortels heeft in de DREAMer-beweging en zich richt op milieurechtvaardigheid. Een van hun belangrijkste eisen, volgens de leidende klimaatorganisator Ulla Nilsen, is “een blok-voor-blok transitie naar schone energie voor woningen” en dat deze blok-voor-blok transitie zou betekenen dat banen in de schone energiesector vakbondsbanen zouden zijn. De leden van Unidos MN zijn zeer bekend met de slechte omstandigheden in de bouw die Guerra beschreef, en ze willen ervoor zorgen dat werk in de groene transitie beter werk is.

Maar naast de banenkwestie denken ze ook na over hoe de transitie het dagelijks leven van mensen kan verbeteren. “We willen ervoor zorgen dat elke inwoner van Minneapolis toegang heeft tot gezonde, schone energie in huis, want… een van de grootste vervuilers in Minnesota zijn gebouwen”, legde Lupe Tejada Díaz uit, een leider bij Unidos MN. “En om ervoor te zorgen dat we gezondere lucht en gewoon gezondere plekken hebben om te zijn, moeten we thuis beginnen.”

Veel van de recente migranten in de Twin Cities, zei Díaz, zijn zelf klimaatvluchtelingen en zien daarom het voordeel van klimaatmitigatiewerk als een manier om betrokken te zijn bij “het voorkomen dat de klimaatcrisis verder escaleert en hen opnieuw ontheemt”. En dus brengt Unidos MN leden die werken in bedrijven zonder vakbond, samen met huurders en andere leden van de Just Transition Fund Coalition als onderdeel van deze Actieweek, waarbij ze hun overwinningen in het veiligstellen van publieke financiering voor klimaatrechtvaardigheid benadrukken, en méér eisen. Als, zei Nilsen, het federale beleid het staats- en lokale beleid volgt, dan kan een stad als Minneapolis “een model creëren dat vervolgens een inspiratie kan zijn voor andere plaatsen en laten zien dat, zelfs als je niet om het klimaat gaf, dit kostenbesparingen oplevert. Dit pakt langdurige raciale ongelijkheden aan. Dit zorgt voor een gezonder ecosysteem, een sociaal ecosysteem voor de stad.”

De bewegingsecologie die dit allemaal mogelijk heeft gemaakt en die deze week haar kracht toont, zei Díaz, geeft de gemeenschap een hernieuwd gevoel van hoop.

Zaden en getijden

De diversiteit van de organisaties – zowel in leden als in doelen – die deel uitmaken van de alliantie in Minnesota, zei Nammacher, is ook een deel van hun kracht. “We vertegenwoordigen eigenlijk een ongelooflijke dwarsdoorsnede van de samenleving. ’s Nachts om 02:00 uur, als we aan het onderhandelen zijn om tot een akkoord te komen, hebben we hiphop, country, en traditionele muziek uit Oost-Afrika, salsa opstaan.”

Het is een ecosysteem dat ik volg sinds de dagen van Occupy Wall Street en de Minnesota-variant ervan: Occupy Homes. Toen ik in mijn eerste boek, “Necessary Trouble”, over Occupy Homes publiceerde, omschreef Cat Salonek, uitvoerend directeur van de Tending the Soil-coalitie (De Bodem Verzorgen) waartoe Unidos MN, Local 26, CTUL en anderen behoren, Occupy als “een paardenbloem die door de wind werd meegeblazen”.

Die zaadjes groeiden uit tot nieuwe bewegingen, nieuwe organisaties, die op hun beurt weer naar buiten waaiden en nieuwe initiatieven lanceerden. Salonek suggereerde later ook dat sociale rechtvaardigheidsorganisaties en vakbonden de energie van een beweging kunnen vasthouden, zoals een getijdenpoel water vasthoudt en leven laat ontstaan tussen de vloedgolven door. “Na Occupy Wall Street of na Black Lives Matter overspoelt die vloedgolf het land en trekt zich dan weer terug, en we proberen daarvan zoveel mogelijk te behouden. We trainen en we ontwikkelen, en als de volgende golf komt, zijn we zoveel groter en zoveel sterker, en kunnen we die zoveel verder duwen en meer opvangen als hij zich terugtrekt.”

Salonek was bij Tending the Soil toen ik in mei 2023 Minneapolis bezocht, en ze stelde me voor aan twee andere lidorganisaties in die coalitie: New Justice Project, een door zwarte mensen geleide organisatie die werkt met voormalig gedetineerden en in gemeenschappen met een laag of geen inkomen, en Inquilinxs Unidxs Por Justicia (Verenigde Huurders voor Rechtvaardigheid, of IX). IX is ook, als een paardenbloem, voortgekomen uit Occupy Homes, en haar leden komen deze week ook in actie. De oprichters, Jennifer Arnold en Roberto Edward de la Riva Rojas, wilden een huurdersbond opbouwen die de strijd kon aangaan met de machtigste huisbazen van de stad.

In een artikel uit 2021 in The Forge schreef de la Riva Rojas dat de “campagne die begon in de keukens en woonkamers van huurders, uiteindelijk meer dan dertien miljoen aan collectieve rijkdom voor huurders opleverde, meer dan duizend huisuitzettingen stopzette en betaalbare huisvesting in Minneapolis op de kaart zette. De campagne culmineerde erin dat de huisbaas ons vijf gebouwen verkocht om de Sky Without Limits-wooncoöperatie (Hemel zonder Grenzen) op te richten.”

Voor IX, zo vertelde Arnold me vorig voorjaar, is autonomie een kernwaarde. “We hebben het gevoel dat we er een lading aan geven die draait om: ‘Hoe kunnen we dit overnemen en het zelf runnen?’” Democratie heeft geen betekenis als de arbeidersklasse die niet voor zichzelf opbouwt. De Sky Without Limits-wooncoöperatie is een onderdeel van dit proces, en hoewel IX nog steeds huurders organiseert, heeft het ook zijn zinnen gezet op een andere doel: sociale huisvesting.

Alibella Rodriguez is betrokken bij IX sinds de organisatoren zo’n zeven jaar geleden op de deur van haar appartement klopten. Ze had te maken met wat de organisatoren van IX beschouwen als “de cyclus”, waarbij huisbazen weigeren reparaties uit te voeren, huurders de schuld geven van zaken als kakkerlakkenplagen, en vervolgens, wanneer ze geconfronteerd worden met gevolgen van de stad of de rechtbank, mensen uitzetten of het gebouw verkopen. Ze belde IX toen ze midden in een winter in Minnesota een uitzettingsbevel kreeg. Zij en haar buren besloten terug te vechten.

“Sinds hun rechtszaak is de situatie verbeterd”, vertelde Rodriguez me via een tolk. “De huisbaas gedraagt zich iets beter. Het duurt even voordat hij reparaties uitvoert, maar hij doet het wel.” Maar ze kent zo veel mensen die nog steeds in diezelfde cirkel vastzitten. Daarom neemt ze deze Actieweek deel aan een forum met de districtscommissarissen om sociale huisvesting te bespreken.

“Wat we willen, is het gesprek aangaan met het district, zodat zij panden kunnen kopen en in eigendom kunnen nemen”, lichtte Edain Altamirano, een organisator bij IX, verder toe. Wat ze willen is lokaal beheerde sociale huisvesting, die voor iedereen toegankelijk is, ongeacht inkomen of migratiestatus, en die democratisch wordt bestuurd. “De bewoners van het pand kunnen beslissen wat er nodig is en afspraken maken over hoe we het gaan onderhouden en hoe we dat model kunnen uitbreiden.”

Deel uitmaken van deze beweging, aldus Altamirano, gaat erom duidelijk te maken dat huisvesting ieders probleem is, dat alle arbeiders fatsoenlijke huisvesting nodig hebben, en dat als de huren blijven stijgen, elke loonsverhoging aan de onderhandelingstafel opgaat aan huur. Huurdersbonden die zich op specifieke verhuurders richten, werken op een vergelijkbare manier als een vakbond: ze organiseren de mensen die door het kapitaal (de verhuurder, de ‘werkgever’) bijeen zijn gebracht, in plaats van mensen die zichzelf hebben aangemeld. Dit soort organiseren is in veel opzichten moeilijker, maar de organisatoren in Minnesota laten zien wat er mogelijk is als je het goed aanpakt.

Morgen publiceren we het tweede en laatste deel van deze vertaling.

Dit artikel van Sarah Jaffe verscheen op 2 maart 2024 bij In These Times onder de titel: “The Most Important Labor Story Right Now Is in Minnesota—It Might Be the Model We All Need”. Eerder vertaalden we haar artikel “Tegen het liefhebben van je baan” en schreven we over haar podcast.