Over de krachtige alliantie van autonome bonden en bewegingen achter de algemene staking tegen ICE in Minnesota (deel 2)

Vrijdag 23 januari vindt er in het Amerikaanse Minnesota een algemene staking plaats tegen de bezetting door de fascistische ICE-troepen van president Trump. Achter de stakingsoproep zit een krachtige alliantie waaraan al langere tijd gebouwd wordt, van een groeiende reeks autonome vakbonden en sociale organisaties, waarbij de grote landelijke bewegingen als Occupy, Black Lives Matter en die rond de klimaatcrisis ook een grote rol spelen. “Het belangrijkste verhaal van de arbeidersbeweging dit moment speelt zich af in Minnesota – het zou weleens het model kunnen zijn dat we allemaal nodig hebben”, zo luidt de titel van een artikel uit maart 2024 van Sarah Jaffe dat we hieronder vertaald hebben (hier deel 1). Dat verhaal gaat over de “strategische samenwerking van grote netwerken van vakbonden en maatschappelijke groeperingen in Minnesota die al meer dan tien jaar samenwerken om hun collectieve kracht te benutten”.
Opstanden en onderhandelen voor het algemeen belang
Minneapolis was het epicentrum van de George Floyd-opstand; dat weet waarschijnlijk iedereen in de VS. Wat men echter waarschijnlijk niet weet, is dat Floyd om het leven kwam vlakbij het kantoorgebouw dat CTUL deelt met IX. Dit gebouw werd tijdens de opstand een cruciaal knooppunt voor de beweging, waar men terechtkon voor alles: van voedseldistributie tot een veilige plek tegen het traangas.
Ongeveer vijf jaar voordat Floyd werd gedood, vermoordde de politie van Minneapolis Jamar Clark. Activisten reageerden daarop door twee weken lang het vierde politiedistrict te bezetten. De relaties die tijdens die bezetting werden opgebouwd, zouden leiden tot meer acties toen Philando Castile, een toezichthouder in de kantine van een school in St. Paul, in juli 2016 door een politieagent werd vermoord in een voorstad van St. Paul. Castile was geliefd bij de leerlingen van de school waar hij werkte, en zijn dood zette de lerarenvakbonden aan tot actie: tijdens de zomer van 2016, toen de American Federation of Teachers (Amerikaanse Leraren Federatie) haar jaarlijkse congres in de Twin Cities hield, hielp de St. Paul Federation of Educators (SPFE, toen nog de St. Paul Federation of Teachers) een mars te organiseren die leidde tot de bezetting van de straat voor het hoofdkantoor van US Bank en tot eenentwintig arrestaties. Destijds schreef ik dat dit “een zeldzaam moment was waarop vakbondsleden als vakbondsleden tegen de politie ingingen”.
De breedte en diepte van de George Floyd-opstand werden mede mogelijk gemaakt door een bewegingsecosysteem in de Twin Cities, waar vertrouwen en relaties waren opgebouwd die standhielden te midden van de vlammen en het gas. CTUL en andere bonden zijn de opstand niet begonnen of hebben die niet geleid, maar ze boden ruimte en ondersteuning terwijl die zich ontvouwde. De inwoners van Minnesota hadden door de jaren heen hun begrip van politiegeweld opgebouwd, deels door protest en directe actie, wat de opstand kracht bijzette. Zoals Nunes opmerkte: “Hoe geïmproviseerd en spontaan een demonstratie of een rel ook is, het komt nooit echt overeen met de mythe van een menigte van losse individuen die plotseling samenkomen, als een koor in een musical dat op magische wijze in zang uitbarst.”

“Je moet dat vertrouwen blijven opbouwen”, zei Greg Nammacher. “Je kunt het verleden niet als vanzelfsprekend beschouwen. Al onze organisaties zien veel verandering, en naarmate er nieuwe leden en leiders in de organisaties komen, wat een gezonde, geweldige zaak is, betekent het wel dat we de kansen moeten blijven creëren voor organisaties om dat vertrouwen opnieuw op te bouwen en te verdiepen, terwijl we nadenken over steeds ambitieuzere strijden.”
Marcia Howard, vicevoorzitter van de Minneapolis Federation of Teachers (MFT), was ook nauw betrokken bij wat bekend werd als George Floyd Square. Raciale rechtvaardigheid was een sleutelthema tijdens de staking van de MFT in 2022, de eerste grote lerarenstaking van het coronatijdperk, waarbij de SPFE en MFT hun stakingsdeadlines hadden gecoördineerd voor een mogelijke staking die de scholen in beide steden zou treffen. De leraren en het schoolpersoneel richtten zich specifiek op de laagstbetaalde werkers op de scholen, die vaak ook werkers van kleur waren. Ma-Riah Roberson Moody, een onderwijsassistent voor speciaal onderwijs aan de Roosevelt High School in Minneapolis en eerste vicevoorzitter van de afdeling Onderwijsondersteunend Personeel van de MFT, vertelde me destijds: “We hebben deze gedeelde problemen, vooral tussen de districten. St. Paul heeft een aantal dingen waarvoor ze hebben onderhandeld, ze zijn in staking gegaan, en we hebben bewondering voor sommige dingen die ze via dat proces hebben kunnen veiligstellen.”
Ook dit keer zijn de leraren weer tegelijkertijd aan het onderhandelen. SPFE heeft een staking goedgekeurd, en MFT zou dat ook kunnen doen als ze geen akkoord bereiken in hun mediatieproces.
Shanaz Padamsee is een specialist in gedragsinterventie op de online school van St. Paul en lid van het onderhandelingsteam van SPFE. De online school is slechts een van de vele gespecialiseerde leeromgevingen die St. Paul aanbiedt, aldus Padamsee, variërend van een nieuwe Oost-Afrikaanse magneetschool en andere tweetalige scholen tot Montessori- en International Baccalaureate-scholen.

“We hebben docenten en onderwijzers die zeer goed op de hoogte moeten zijn van al deze verschillende lesmethoden”, zei ze. “We willen ervoor zorgen dat we dit talent op onze scholen behouden.” Maar het district blijft hen onderbieden op het gebied van loon en secundaire arbeidsvoorwaarden – net als bijna iedereen die ik voor dit verhaal sprak, maakt ze zich zorgen over de kosten van de gezondheidszorg.
Wat Padamsee fijn vindt aan SPFE, is dat de vakbond meer prioriteit geeft dan alleen lonen en secundaire arbeidsvoorwaarden. “Er is een heel scala aan verschillende zaken waar de leraren zich zorgen over maken – hoe maken we onze scholen beter? Niet alleen hoe we ons eigen leven verbeteren, maar ook hoe kunnen we de dingen voor onze leerlingen verbeteren?”
Dit is een strategie die nu bekendstaat als “Bargaining for the Common Good” (BCG, Onderhandelen voor het Algemeen Belang), die begon bij lerarenvakbonden, eerst in Chicago tijdens hun historische staking in 2012 en zich vervolgens verspreidde naar plaatsen als Los Angeles en St. Paul, waar leraren een verscheidenheid aan gemeenschapseisen op de onderhandelingstafel hebben gelegd.
“De komende stakingen en de Actieweek in Minnesota beginnen met de vraag: wat kunnen we samen bereiken?”, vertelde Marilyn Sneiderman, de uitvoerend directeur van het Center for Innovation in Worker Organization (CIWO) aan de Rutgers University, dat BCG-initiatieven met vakbonden door het hele land ondersteunt. “Door een diepgaande samenwerking met leden van verschillende vakbonden en maatschappelijke organisaties, het ontwikkelen van eisen die breed aanslaan bij werkers en de gemeenschap als geheel, en het centraal stellen van raciale rechtvaardigheid en de rechten van migranten, laat Minnesota zien hoe BCG-campagnes de kracht kunnen opbouwen die nodig is om de vakbeweging te hernieuwen, gemeenschappen te versterken en transformationele verandering te bewerkstelligen.”
De leraren in St. Paul hebben overwinningen behaald op het gebied van kleinere klassen en minder gestandaardiseerde toetsen, en ze hebben ook een baanbrekend initiatief opgezet voor rechtvaardige oplossingen van conflicten en incidenten op de scholen. Door zich samen met leerlingen, ouders en ander schoolpersoneel in de Twin Cities te organiseren, hebben ze meer kunnen bereiken op de scholen en de steun van de gemeenschap behouden wanneer ze staken. Het motto van BCG op de scholen is: “De werkomstandigheden van leraren zijn de leeromstandigheden van leerlingen”, en de geplande acties van deze week in Minnesota laten zien hoe het eruitziet als die filosofie wordt uitgebreid naar veel meer groepen werkers.

Bijna alle werkers die deelnamen aan de Actieweek waren zogenaamde “essentiële” werkers tijdens de corona-lockdown. Volgens Nammacher was een van de kwesties die hun verbondenheid versterkte de strijd voor een loon voor essentieel personeel op staatsniveau. Een andere kwestie was huurstabilisatie, want, zoals Edain Altamirano van IX opmerkt, elke werker heeft ook een thuis nodig.
Maar het vertrouwen dat ze hebben opgebouwd, gaat verder dan beleidsdoelen. Dat komt deels, zei Nammacher, doordat de beweging ruimten heeft gecreëerd waar werkende mensen met hun hele hebben en houden, inclusief hun leed, terecht kunnen. “Natuurlijk is dat heel moeilijk, maar keer op keer hebben we gemerkt dat als we de democratische ruimten creëren waar leden hun problemen op tafel kunnen leggen, gehoord worden en gezamenlijk beslissen hoe we die persoonlijke pijn omzetten in publieke eisen – gericht aan onze overheid of onze ‘werkgevers’ – dat mensen een ongelooflijk vermogen hebben om empathie voor elkaar te vinden en op buitengewoon krachtige manieren samen te komen.”
Hij vervolgde: “Alleen als we de tijd nemen om dat te doen, om mensen die pijn in de ruimte te laten brengen en dat proces te doorlopen om die gemeenschappelijke basis te vinden, kunnen we samen vechten. Alleen als we dat doen, kunnen we standhouden op de moeilijke momenten waarop de ‘werkgevers’ of de politici ons proberen te verdelen. Als we dat werk niet hebben gedaan, zijn we veel kwetsbaarder voor die verdeeldheid.”
De staking is echter cruciaal voor de strategieën van BCG. Het is het moment waarop werkers maximale invloed hebben en die invloed kunnen aanwenden voor een verscheidenheid aan kwesties die niet als geldige onderhandelingsonderwerpen werden beschouwd (en, zou ik kunnen toevoegen, die door een deel van links vaak worden afgedaan als geen echte werkersproblemen). Local 26 heeft zelfs de eerste door een vakbond ondersteunde klimaatstaking van het land gehouden, waarmee ze loonsverhogingen en financiering voor educatie over groene schoonmaakmethoden hebben binnengehaald.
En dus, toen Padamsee en ik spraken, was ze zich aan het voorbereiden op een mogelijke staking op 11 maart.

Wat kunnen we samen bereiken?
Niet elke strategische gok zal winst opleveren, maar van de verliezen kan geleerd worden, en door ze eerlijk onder ogen te zien kan vertrouwen worden opgebouwd. De campagne om de politie van Minneapolis te vervangen door een afdeling voor openbare veiligheid is mislukt, maar, zo merkte JaNae Bates van de interreligieuze rechtvaardigheidsgroep ISAIAH op, organisaties zoals ISAIAH en het New Justice Project hebben van die inspanning geleerd waar en hoe ze hun organisatorische werk moeten concentreren.
Elke poging, zelfs als die mislukt, leert nuttige vaardigheden die vervolgens worden opgenomen in de gereedschapskist van het ecosysteem van de beweging. Terwijl werd toegewerkt naar de deadline van 2 maart, zei Nammacher, “hebben we meerdere trainingen gehad voor meer dan honderdvijftig leiders aan het front en gewone leden uit de verschillende vakbonden en maatschappelijke organisaties. In oktober waren we met duizend mensen samen.”
Interne hervormingen binnen de vakbonden en organisaties spelen ook een rol.
AJ Lange is de nieuwe zaakwaarnemer van LIUNA Local 363, die, zo vertelde hij me, “een soort slapende afdeling was die nooit veel aan de basis had georganiseerd”. Leden zagen de vakbond eerder als zo’n verkoopautomaat dan als een organisatie om collectieve macht op te bouwen en te gebruiken. Maar nu hebben arbeiders van de openbare werken van de stad Minneapolis, leden van de afdeling, met 99 procent gestemd voor een staking als onderdeel van de gezamenlijke actie, mogelijk al op 5 maart. MFT en Local 26 hebben hen bij de samenwerking betrokken en Lange ondersteund terwijl hij de kneepjes van het vak leerde, en, zo merkte hij op, het was eigenlijk heel logisch dat zijn vakbond erbij betrokken was.
Local 363 vertegenwoordigt zo’n duizend werkers in de publieke sector in de Twin Cities en omgeving. Dit zijn de werkers die, volgens Lange, de “onbezongen helden zijn, de ruggengraat, de lijm die de stad bij elkaar houdt en laat functioneren”. Het zijn de werkers die we vaak vergeten totdat er iets kapot gaat: ze onderhouden rioleringen en waterzuiveringsinstallaties, straten, de reinigingsdienst, parken en meer. Lonen zijn voor hen een belangrijk punt, net als voor, nou ja, iedereen, evenals de personeelsbezetting, maar ze hebben ook diepgaande belangen bij de andere kwesties die spelen.

Zijn leden, zo zei Lange, werden opgeroepen om op te ruimen na de George Floyd Opstand, en om schoon te maken nadat de stad daklozenkampen ontruimt – iets dat geen probleem zou zijn als de stad rechtvaardigheid en huisvesting serieus zou nemen. “Dit is een falen van het stadsbestuur, de planning en een aantal verschillende actoren die betrokken zijn bij het besluitvormingsproces”, zei hij. “Dat is een probleem waarvan wij echt in de frontlinie staan wat de negatieve gevolgen betreft, en we hebben er ook in ons persoonlijk leven mee te maken.” De stad, merkte hij op, betaalt “lonen die hen in een positie brengen waarin ze moeite zouden hebben om betaalbare huisvesting te vinden.”
Als het gaat om de klimaatcrisis, heeft Local 363 daar ook belangen, zei Lange. Zij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van bomen en groenvoorzieningen in de stad, en ook voor het regenwatersysteem. En ze onderhouden de recreatiecentra, de parken waar kinderen spelen als ze niet op school zijn. “We zijn ook een onderdeel van de bredere component van goede scholen”, zei hij. Hun werk draagt in grote mate bij aan wat hij noemde “een leefbare gemeenschap, een plek om op te groeien, een gezin te stichten en een fatsoenlijk leven te leiden dat we allemaal verdienen.”
Kijken we verder dan de acties van komende week, dan is het de moeite waard om op te merken dat de United Auto Workers (UAW) onlangs andere vakbonden heeft uitgenodigd om het aflopen van hun cao’s te coördineren met het einde van de contracten van de UAW met de Grote Drie, op 1 mei 2028. Wat er nu in Minnesota gebeurt, is een indicatie van hoe het eruit zou kunnen zien als vakbonden, maatschappelijke groeperingen en sociale bewegingen die zich bezighouden met klimaat- en raciale rechtvaardigheid hun doelen breed op elkaar afstemmen en koppelen aan de mogelijkheid van meerdere stakingen. Het is een ecologie waarin werkende mensen in de loop der jaren hun collectieve capaciteit hebben opgebouwd; het herinnert ons eraan dat het coördineren van een staking niet zo eenvoudig is als een datum prikken, maar ook dat het prikken van een datum de arbeidersklasse een doel kan geven om naartoe te werken.
De deadline van 2 maart vandaag, zei Nammacher, heeft al zijn vruchten afgeworpen: werkers kregen loonsverhogingen van zeventien, twintig en tweeëntwintig procent, en voor het eerst feestdagen en betaalbare gezondheidszorg. En er komt nog meer aan.
“Uiteraard zijn we nog maar net begonnen, de overgrote meerderheid van zowel onze leden als de andere coalitieleden heeft nog geen akkoord bereikt. Als het nodig mocht zijn, zijn we uiteraard zeer bereid om te staken”, zei Nammacher.
Duizenden werkers in Minnesota zullen volgende week de straat op gaan en eisen stellen voor arbeidsnormencommissies en eerlijk bouwwerk, sociale huisvesting en klimaatparaatheid, scholen voor iedereen en gezonde parken en bomen.
Wat zouden ze, na deze machtsvertoning, nog meer samen kunnen bereiken?
(Dit artikel is een gezamenlijke publicatie van In These Times en Workday Magazine, een non-profit nieuwsredactie die zich toelegt op het ter verantwoording roepen van de machtigen vanuit het perspectief van werkers.)
Dit artikel van Sarah Jaffe verscheen op 2 maart 2024 bij In These Times onder de titel: “The Most Important Labor Story Right Now Is in Minnesota—It Might Be the Model We All Need”. Eerder vertaalden we haar artikel “Tegen het liefhebben van je baan” en schreven we over haar podcast.
