Wanneer mensenrechten niet langer menselijk zijn

Bij de Move-demonstratie van 15 juni 2024 in Amsterdam.

Op 10 december, nota bene de Dag van de Mensenrechten, heeft Malta zich aangesloten bij de 26 andere lidstaten van de Raad van Europa (belangrijke mensenrechtenorganisatie van Europese landen) en een gezamenlijke verklaring ondertekend die gericht is aan de Conferentie van Ministers van Justitie. In de tekst bevestigen de lidstaten dat zij zich blijven inzetten voor het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook pleiten ze voor “evenwichtigheid” en “evenredigheid” en benadrukken ze dat ze de mensenrechten niet afwijzen, maar die juist willen aanpassen aan de “moderne uitdagingen”.

Toch betekent de verklaring voor veel mensenrechtenorganisaties, waaronder een brede coalitie in Malta, iets zeer verontrustends: een politieke zet om de reikwijdte van de mensenrechten te beperken, met name wanneer het gaat om vluchtelingen en migranten. Volgens deze verklaring zouden de mensenrechten namelijk niet langer meer moeten gelden voor alle mensen, maar zouden regeringen ze mogen afwegen tegen staatsbelangen. Het gaat hier dus niet om bepaalde formuleringen, of over juridische details. De aard van de mensenrechten is hier in het geding!

Het belangrijkste argument van de verklaring is dat dit Europees verdrag is geschreven in een ander tijdperk, waarin de huidige problemen niet te voorzien waren: onwettige migratie, internationale criminaliteit en het gebruik van mensen als politiek instrument. De boodschap is duidelijk. Het verdrag, zo opperen de initiatiefnemers van de verklaring, is tot stand gekomen in een onschuldiger, misschien zelfs naïeve tijd en moeten we aanpassen aan een hardere werkelijkheid.

Deze uitleg van de geschiedenis is niet alleen onjuist, maar ook absurd. Het EVRM is niet opgesteld door onnozele idealisten. Het is gesmeed door overlevenden van de donkerste tijden van Europa. De opstellers waren tijdgenoten en vaak directe getuigen van de Holocaust, de Neurenberger rassenwetten, officiële discriminatie, massale deportaties en ‘beschaafde’ regeringen die mensen aan hun grenzen weigerden, zogenaamd vanwege “recht en orde”, en hen terugstuurden naar een vrijwel zekere dood.

Het verdrag is niet voortgekomen uit naïviteit, maar uit trauma. Het is speciaal opgesteld om staten in toom te houden wanneer angst, onzekerheid en politieke druk wreedheid en officiële discriminatie aantrekkelijk maken. Het bestaat omdat de eenvoudigste manier voor regeringen om grote problemen aan te pakken (lees: uit de weg te gaan) altijd is geweest om de ‘ander’ aan te wijzen, zijn of haar bescherming te ontnemen en haar uitsluiting te rechtvaardigen als “noodzakelijk voor het algemeen belang”.

Bij mensenrechten gaat het, zoals het woord al zegt, om de rechten van mensen, van iedereen die een mens is. Het is niet iets dat regeringen al dan niet kunnen toekennen. Je hoeft deze rechten niet te verdienen met goed gedrag of via een bepaalde juridische status. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met het mens-zijn. Dat is niet zomaar een fraai principe, het is de hoeksteen van een waarlijk democratische samenleving.

Dit idee dateert van lang vóór het EVRM uit 1948. Al in 1789 stond in de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens dat mensen vrij en gelijk in rechten worden geboren en dat ook blijven. Dat is onafscheidelijk verbonden met ons mens-zijn, en geldt voor iedereen. Hoe dan ook. Daar zijn geen voorwaarden aan verbonden. Ze zijn niet afhankelijk van grenzen, documenten of politieke willekeur. Die algemene geldigheid is niet alleen een kenmerk van mensenrechten, het is hun fundamentele doel. Een recht dat politici of rechters kunnen intrekken wanneer iemand impopulair wordt, is geen echt recht. Een recht dat verdwijnt wanneer dat politiek ongemakkelijk wordt, is gewoon een privilege, een voorrecht. Een rechtskundig systeem dat de meest kwetsbaren uitsluit – migranten op zee, vluchtelingen zonder papieren, mensen zonder stemrecht – is geen mensenrechtensysteem, maar schept een stelsel van eerste- en tweederangs mensen.

Daarom heeft de verklaring zoveel bezorgdheid gewekt. Ze schaft rechten niet uitdrukkelijk af. In plaats daarvan doet ze iets dat veel minder erg lijkt, maar in feite veel gevaarlijker is. Ze spreekt fijntjes over “herbalanceren” van rechten ten opzichte van het algemeen belang, over het versmallen van de interpretatie van bescherming tegen onmenselijke of vernederende behandeling en over het uitbreiden van de bevoegdheid van ministers bij uitzettingen.

Afzonderlijk klinken deze argumenten misschien redelijk. Maar samen vormen ze een grote verschuiving. Bij “rechten” gaat het hier niet langer om het beperken van de bevoegdheden van machthebbers, maar om het afwegen van beleid. Dat is een principieel verschil. Want mensenrechten hebben alleen betekenis als ze degenen beschermen wier rechten de machthebbers het gemakkelijkst kunnen onderdrukken. Migranten en vluchtelingen zijn belangrijk in deze kwestie, niet omdat ze bijzonder fatsoenlijk of verdienstelijk zijn, maar omdat ze erg kwetsbaar zijn.

Regeringen beweren dat uitzonderlijke situaties ‘flexibiliteit’ vereisen. De geschiedenis leert ons dat juist in zulke tijden rechten verdwijnen. Het is goed om te bedenken dat de grootste misdaden van de twintigste eeuw niet in een juridisch vacuüm zijn gepleegd. Ze zijn gepleegd met de wet in de hand. De Neurenberger wetten waren volgens de regels aangenomen. De Duitse overheid legaliseerde, bureaucratiseerde en normaliseerde discriminatie. Alles gebeurde met het benodigde papierwerk, de correcte procedures en de vereiste parlementaire instemming.

Maar dat maakte deze verschrikkelijke wetten nog niet goed. Dit is de ongemakkelijke waarheid waar juridische debatten vaak voor terugdeinzen: wettigheid en juistheid zijn niet hetzelfde. Regeringen kunnen onrechtvaardigheid wettig maken, maar schendingen van de menselijke waardigheid houden niet op misdaden te zijn, omdat ze bij wet zijn toegestaan. Daarom is uitholling van de mensenrechten zo gevaarlijk. Zodra sommige daarvan niet meer gelden voor alle mensen, is de volgende stap ontmenselijking. De ‘ander’ moet worden vastgesteld, gemerkt en daarna uitgesloten. In het verleden was dat een gele ster die Joden op hun kleding moesten naaien. Tegenwoordig is dat de juridische status, de geboorteplaats of het ontbreken van de “juiste” documenten. Het systeem is veranderd, de aanpak – vaststellen, merken, uitsluiten – is hetzelfde gebleven.

We houden onszelf voor dat dit soort vergelijkingen met het verleden overdreven en nietszeggend zijn. Maar het ongemakkelijke gevoel bij het bespreken van dit soort overeenkomsten maakt deel uit van het probleem. We weigeren patronen te herkennen, omdat we dan zouden moeten handelen. Tientallen jaren hebben we onszelf getroost met het idee dat vijandigheid tegenover mensenrechten een onbelangrijk verschijnsel was en zou blijven: halfdronken mannen die in de kroeg tekeer gaan tegen buitenlanders. We geloofden dat we als samenleving discriminatie te boven waren gekomen.

Dat blijkt dus niet zo te zijn. Discriminatie vinden we nu terug in gezamenlijke ministeriële verklaringen, vertaald in beleidsvoorstellen en verdedigd als “een praktische aanpak”. Het zijn niet langer alleen maar luidruchtige extremisten die gevaarlijk zijn, maar nu ook keurige mensen die stap voor stap wreedheden “noodzakelijk” noemen en uitsluiting “realistisch”. Het EVRM bestaat juist omdat Europa zich bewust is geworden van de gevolgen als we die weg opgaan. Het bestaat omdat overlevenden erop hebben aangedrongen dat staten nooit meer mogen bepalen wiens menselijkheid waardevol is.

De eigenlijke vraag waar we nu voor staan, is niet hoe we met migratie en vluchten omgaan. De vraag is of we nog steeds geloven dat het feit dat iemand gewoon een mens is, voldoende is om een aantal belangrijke rechten te hebben.

Manuel Delia

(Manuel Delia is activist en directeur van Repubblika, een organisatie voor mensenrechten en democratie in Malta.)

Het oorspronkelijke artikel “When human rights stop being human” verscheen eind december in de Times of Malta. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.