Deep canvassing, culturele hegemonie en strategie

Recent publiceerde Jacobin het artikel “Deep canvassing is net masturberen: lekker, maar veel zin heeft het niet” van Savriël Dillingh. Ik kreeg het van meerdere mensen doorgestuurd en ik hoorde dat het vrij veel werd gedeeld. In grote lijnen ben ik het wel met Dillingh eens, maar ik heb ook wat kanttekeningen.
“De deep canvas-beweging viert haar hoogtijdagen: een groep gelijkgestemden trekt als Jehova’s Getuigen een buurt of gebied in en voert massaal gesprekjes van 10 tot 20 minuten. Tijdens deze gesprekjes wordt er vooral geluisterd. Bewust zonder oordeel. Partijen van de SP tot GL-PvdA tuigen grootschalige deep canvassing-operaties op”, aldus Dillingh. Maar dat deep canvassing zou niet bijzonder effectief zijn, vooral in vergelijking met hoe massaal extreem-rechtsen en neo-liberalen hun standpunten via talkshows, social media, hun kranten en rapporten weten te verspreiden. Daardoor slaagt extreem-rechts erin om te veranderen wat mensen normaal vinden, en wat ze normaal vinden maakt onderdeel uit van de culturele hegemonie. “Migranten zijn de oorzaak van de wooncrisis”, “bezuinigen is nu eenmaal nodig voor een goed draaiende economie”, “uitkeringsgerechtigden zijn lui” en “Rusland is een gevaar en we moeten meer in defensie investeren”. Dit lijken nu voor meer en meer mensen heel normale uitspraken, die kloppend voelen. Deep canvassing zou geen zoden aan de dijk zetten bij de strijd daartegen. In plaats daarvan, zo betoogt Dillingh, is het effectiever om een linkse culturele hegemonie op te bouwen, door meer sociale instellingen, zoals bijvoorbeeld vakbonden, voedselbanken of zorgorganisaties een expliciete linkse politieke doelstelling te laten oppakken. Het idee daarachter is dat de meeste mensen die aan deze instellingen verbonden zijn die linkse waarden en normen dan gaan overnemen.
Ik ben het eens met Dillingh dat deep canvassing als politieke hoofdstrategie onvoldoende is. En ik denk dat het kijken naar grotere verbanden, onder meer door het streven naar een linkse hegemonie centraal te stellen, inderdaad een beter voorstel is. Maar ik denk ook dat Dillingh niet helemaal eerlijk is over wat deep canvassing wél kan, en wat precies het verband met de strategievraag is. Daarnaast heb ik ook nog een kleine opmerking over het taalgebruik van het 1-op-1 gesprek. Dus laten we even mijn kanttekeningen langsgaan.
Wat is deep canvassing?
Dillingh omschrijft deep canvassing wel, maar mist enkele belangrijke punten waardoor het stuk misschien wat te negatief is in het oordeel.
Deep canvassing is een strategie om vooroordelen van mensen weg te nemen en komt uit de VS. In verkiezingstijden is het heel gebruikelijk dat in de VS medewerkers van de twee partijen bij mensen op de deur kloppen om even hun standpunten te introduceren, in de hoop dat ze op hen gaan stemmen. Dat zijn heel korte gesprekjes en dat wordt dus canvassing genoemd. Deep canvassing gebruikt daarentegen iets langere gesprekken, en het gaat hierbij niet om het vertellen van standpunten, maar om het wegnemen van vooroordelen door te luisteren zonder oordeel en het delen van verhalen. Dit is gebaseerd op het inzicht dat mensen over het algemeen in verhalen denken en emoties vaak een grote rol spelen in wat mensen vinden. Door mensen serieus te nemen en hun zegje te laten doen staan ze open voor verhalen en ervaringen van anderen op basis waarvan ze hun wereldbeeld bij kunnen stellen.
Strategie
Een beweging als Deep Canvassing Nederland probeert met deze gesprekken om polarisatie tegen te gaan en de democratie te herstellen. Zo gaan ze in tegen de verdeel- en heerspolitiek van (extreem-)rechts, en proberen ze sociale rechtvaardigheid te versterken. Ik ben het met Dillingh eens dat hier een probleembewustzijn ontbreekt (hoe stopt deep canvassing bijvoorbeeld de invloed van extreem-rechtse media als die gewoon maar door blijven gaan?) en dat het als strategie wat stappen lijkt te missen (hoe kom je van het veranderde bewustzijn naar sociale verandering?). Hier mist denk ik wat strategie.
Wat deep canvassing wél doet, is weerstand tegen linkse projecten verzwakken, maar die moeten natuurlijk wel bestaan om doorgezet te kunnen worden. Deep canvassing zou dus wel een optie kunnen zijn als deel van een bredere strategie. Om maar iets te noemen: stel, je wil veranderen wat mensen normaal vinden. Dan kan je natuurlijk proberen om ervoor te zorgen dat sociale instellingen linkse standpunten innemen. Vaak is daar natuurlijk wel weerstand. Die zou je dan met de gesprekstechnieken van deep canvassing kunnen verzwakken.
Maar wacht eens even? Is het normaliseren van linkse standpunten niet onderdeel van linkse culturele hegemonie opbouwen? Zou het mogelijk kunnen zijn om deep canvassing en linkse culturele hegemonie opbouwen als iets te zien dat kan samengaan, elkaar versterken? In tegenstelling tot wat Dillingh lijkt te vinden, denk ik van wel. En dat ligt er vooral aan dat ik denk dat deep canvassing een manier van actievoeren is. Het is zeker geen hoofdstrategie, of tenminste niet een die ik overtuigend vind. Maar het kan wel een nuttig onderdeel vormen van een bredere linkse strijd. In dat geval zou ik de bredere strategievraag wel prioriteit geven. Dus eerst op een rijtje zetten hoe je denkt (fundamentele) sociale verandering teweeg te gaan brengen en dan kijken of deep canvassing wellicht nuttig kan zijn.
Nog even wat noten over het opbouwen van een linkse culturele hegemonie. Dat is inderdaad een concretere doelstelling dan wat deep canvassing voor ogen heeft. Maar ook dat vind ik niet bevredigend als revolutionaire strategie. Stel, we hebben allemaal instellingen die linkse dingen vinden en vertegenwoordigen: hoe breekt dat de macht van het kapitaal? Daarvoor lijkt uiteindelijk toch strijd nodig, bijvoorbeeld om kapitalisten te onteigenen of om openbaar vervoer een gemeenschappelijk goed te maken. Een linkse culturele hegemonie kan hierbij helpen, doordat wellicht meer mensen eraan mee willen werken of het tenminste niet tegenwerken, maar op zichzelf zie ik het nog niet grote verandering kunnen brengen.
Aangenomen dat we überhaupt een linkse culturele hegemonie kunnen opbouwen, want dat is best een grote doelstelling en zal veel strijd vereisen. Dillingh oppert dat banken en zorgorganisaties op een linkse manier gerund zouden kunnen worden, maar dat lijkt me niet erg waarschijnlijk. Althans, het kan wel, maar op een bepaald punt zal de overheid in dienst van het kapitaal je zeker tegenwerken door bijvoorbeeld regelgeving op te leggen. Groot dromen is zeker goed, maar neem het ook serieus als strijd die veel capaciteiten zal vragen en dan wil je wel op ideeën inzetten die echt iets veranderen om te voorkomen dat je je tijd verspilt.
En dan nog even over een klein taalding in het stuk. Dillingh lijkt het 1-op-1 gesprek en deep canvassing door elkaar te gebruiken. Dat is niet per se verkeerd, maar ik vind het wel wat onhandig. Ik verbind het idee van het 1-op-1 gesprek vooral aan bewegingsopbouw (organizing), en dat werkt echt anders dan deep canvassing. Bewegingsopbouw (en ik bedoel hier specifiek de organizingtraditie uit de VS) gebruikt het 1-op-1 gesprek om mensen te motiveren om tegen onrecht op te staan. Zo heeft de FNV bijvoorbeeld organizers die bij werkplekken langsgaan om met arbeiders in gesprek te gaan en ze te overtuigen om voor betere werkomstandigheden op te komen. Zo was de recente staking van uitzendkrachten, die vanwege het hoge aantal Poolse uitzendkrachten als Polski Strajk bekend stond, een resultaat van organizing. Een van de belangrijkste manieren om dat te doen is het 1-op-1 gesprek. Aangezien Dillingh het 1-op-1 gesprek als in vergelijking matig effectief vindt, wilde ik wel nog even benoemen dat het zeker een belangrijke rol speelt bij links, en niet onderschat moet worden. Wij hebben nu eenmaal geen massamedia in handen op dezelfde manier als de kapitalisten. Dus we doen het met wat we zelf hebben totdat we meer hebben, en vaak zal dat nu eenmaal het 1-op-1 gesprek zijn. Daar begint het.
Conclusie
In het kort herhaal ik een conclusie die ik bij een eerder stuk over het kleur-klasse verhaal al had getrokken. Ik denk in eerste instantie aan revolutionaire strategie. Deep canvassing (net als andere technieken uit de bewegingsopbouw, zoals bijvoorbeeld het kleur-klasse verhaal) kan een nuttig werktuig zijn in de strijd voor fundamentele sociale verandering, maar alleen als we een lange termijn-strategie hebben en goed kijken naar wat deep canvassing wél en wat het níet kan bereiken.
Nickname
PS Vandaag publiceerde Jacobin zelf ook een reactie op het artikel van Savriël Dillingh: “Het een-op-eengesprek is een essentiële tactiek voor links” van Peter Kodde van de Stroomversnellers.
