Mustapha (Woonopstand) tijdens Haagse woonstrijdactie: “De toekomst is een stad waarin iedereen telt”

Afgelopen zondag deden zo’n tachtig mensen mee aan de protestactie in Den Haag die werd georganiseerd door de Bond Precaire Woonvormen (BPW) en anderen in de woonstrijdbeweging. De actie vond plaats op het Spuiplein, met tal van sprekers die strijdbare en scherpe toespraken hielden over dakloosheid, woningnood, slecht onderhouden huurwoningen, louche huisbazen, flexhuurcontracten en meer ellende die het gevolg is van de al jarenlang voortgaande wooncrisis.

De organisatoren van de actie hadden zeven eisen opgesteld richting de gemeente Den Haag. Die eisen zijn: 1. bij nieuwbouw moet zeventig procent sociale huur zijn, 2. pak leegstand keihard aan en verplicht zelfbewoning, 3. dakloosheid is een woonprobleem, huizen boven opvang, 4. bescherm huurders pro-actief, 5. verban schimmel uit de stad, 6. stop sloop, zet in op renovatie, 7. gedoog krakers.

De toespraken maakten stuk voor stuk duidelijk hoe noodzakelijk het is om deze eisen op tafel te leggen en ervoor te zorgen dat ze ook worden ingewilligd. Want het water staat veel huurders, woningzoekenden en daklozen aan de lippen, de leegstand neemt toe, het aantal daklozen ook, de huren stijgen, en het aantal sociale huurwoningen neemt verhoudingsgewijs steeds meer af. Dat leidt ertoe dat veel mensen die precair wonen, de strijd aangaan tegen hun slechte woonomstandigheden. De toespraak van Mustapha (zie hieronder) van Woonopstand ging dieper in op de achtergronden van de wooncrisis. Gisteren publiceerden we al de speech van Koen.

Harry Westerink

Mustapha (Woonopstand):

Goedemiddag allemaal,

Mijn verhaal is een verhaal van hoop. Hoop is in deze tijd geen luxe maar een noodzakelijkheid. Wij zijn hier vandaag niet alleen om te praten over stenen. Wij zijn hier om te praten over mensen. Wij zijn hier om te praten over waardigheid. Wij zijn hier om te praten over radicale liefde voor radicale verandering.

Want wanneer zij een huis slopen, slopen zij nooit alleen bakstenen. Toen onze Tweebosbuurt werd gesloopt in Rotterdam, werd niet alleen een wijk weggevaagd. Er werd een gemeenschap uit elkaar getrokken. Er werden verhalen gebroken. Er werd een netwerk van zorg, van groeten op straat, van samen koffie drinken, van elkaars kinderen in de gaten houden, simpelweg uitgewist.

Mijn verhaal is geen individueel verhaal. Het is een collectief verhaal. In de Tweebosbuurt zorgden we voor elkaar. Als iemand ziek was, werd er aangebeld. Als iemand zijn baan verloor, werd er geluisterd. Als een kind op straat speelde, hield de straat een oogje in het zeil. Dat is geen romantiek. Dat is gemeenschap. Dat is beschaving.

Maar mijn verhaal is geen uniek verhaal. Dit verhaal hoor je in vele buurten en in vele steden, ook hier in Den Haag en Scheveningen. En wanneer je zo’n buurt sloopt, sloop je een levend organisme. Je sloopt vertrouwen. Je sloopt geschiedenis. Je sloopt sociale samenhang. Je sloopt hoop. Je sloopt een gemeenschap

Ze noemen het vooruitgang. Maar wat voor vooruitgang vernietigt wat werkt? Wat voor vooruitgang breekt wat mensen bijeenhoudt? En laten we eerlijk zijn: renoveren is duurzamer dan sloop gevolgd door nieuwbouw. We leven in een tijd van klimaatcrisis. Elke gesloopte woning is een berg verspilde materialen, een explosie van CO2, een ontkenning van onze verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties. Renovatie respecteert niet alleen het verleden, maar beschermt ook de toekomst. Dat woningen van de sloop gered kunnen worden, daarvan hebben jullie hier in Den Haag het mooiste en beste bewijs van, namelijk de Roggeveenstraat. Daar zien we dat wat zogenaamd “afgeschreven” was, nieuw leven kan krijgen. Dat wat men had opgegeven, gered kan worden. Dat wat kapot werd verklaard, kan bloeien.

En dat brengt mij bij een diepere waarheid. De wooncrisis is niet alleen een crisis van stenen. Het is een crisis van belangrijke kernwaarden. We zijn terechtgekomen in een geïndividualiseerde samenleving waarin het “ik” het “wij” heeft verdrongen. Maar wat verdrongen is, kunnen we weer terugkrijgen. Want, zoals men zegt: whatever the problem, community is the answer. And it takes a village to raise a child. Zo ben ik opgegroeid. Niet alleen door mijn ouders, maar door een buurt. Door mensen die mij corrigeerden, mij aanmoedigden, mij beschermden.

Maar vandaag de dag hebben we te maken met een stille epidemie: eenzaamheid. Mensen wonen dichter op elkaar dan ooit, maar voelen zich meer alleen dan ooit. Dat is geen toeval. Dat is het gevolg van een systeem dat huizen als handelswaar ziet en niet als thuis. Daarom ben ik een groot voorstander van de wooncoöperatie. De wooncoöperatie is geen technisch model. Het is een morele kijk op de samenleving. De wooncoöperatie zegt: wij nemen de regie over onze woon- en leefomgeving terug. Wij organiseren ons. Wij bouwen niet alleen betaalbare huurwoningen, wij bouwen gemeenschappen en dat doen we niet alleen voor onszelf, maar ook voor de vele toekomstige generaties na ons. Wonen zonder winst. Eeuwigdurend betaalbare huurwoningen, want de woningen worden nooit verkocht. Er is geen speculatie. Dat is een systeem dat wonen niet als handelswaar ziet, maar als een thuis

In een wooncoöperatie staat de gemeenschap centraal. Je woont niet langs elkaar heen, maar met elkaar. Je deelt verantwoordelijkheid. Je deelt zorg. Je deelt toekomst. En daarmee pak je niet alleen de wooncrisis aan, maar ook de crisis van eenzaamheid, van vervreemding, van machteloosheid en de crisis van toegenomen racisme en discriminatie en dus van zondebokpolitiek.

Meer woon- en leefgeluk ontstaat wanneer mensen zeggenschap hebben. Wanneer zij niet overgeleverd zijn aan speculatie, maar samen beslissen. Wanneer zij samen investeren in hun straat, hun buurt, hun stad. Ik geloof heilig in een toekomst van wonen die coöperatief is. En die toekomst begint niet morgen. Die begint vandaag. Hier. Met jullie.

Kijk naar wat er in Rotterdam en in Utrecht gebeurt. Daar hebben mensen de handen ineengeslagen. Zij hebben panden opnieuw in gebruik genomen. Niet uit eigenbelang. Niet voor prestige. Maar voor mensen die dakloos of ongedocumenteerd zijn.

Dat is solidariteit. Dat is empathisch vermogen. Dat is de overtuiging dat jouw waardigheid verbonden is met die van een ander. Dat zijn begrippen waar we vroeger mee grootgebracht zijn. Medemenselijkheid. Compassie. Zorg voor elkaar. Geen loze woorden, maar dagelijkse praktijk.

Blijf hoopvol, maar hoop is niet afwachten, maar doen wat eerlijk is. En wees nooit onverschillig. Want onverschilligheid is gevaarlijker dan haat. Onverschilligheid zegt: het raakt mij niet. Maar radicale liefde voor radicale verandering zegt: jouw lot is met het mijne verbonden en daarom kom ik in verzet. Die wil en die moed hebben we nodig om uit radicale liefde voor de stad de stad te veranderen. Liefde niet als sentiment, maar als daadkracht. Liefde die zich organiseert. Liefde die vergadert. Liefde die plannen maakt. Liefde die weerstand biedt. Liefde die tegen onrecht opstaat. Liefde die bouwt en liefde die verzet pleegt.

Onderschat medemenselijkheid, compassie en radicale liefde niet. Het zijn geen zachte waarden. Het zijn revolutionaire krachten. Want wanneer mensen zich organiseren rondom solidariteit, verandert de machtsbalans. De vraag is niet of wij de stad kunnen veranderen. De vraag is of wij de moed hebben om dat samen te doen. Laat ons kiezen voor renovatie boven sloop. Laat ons kiezen voor gemeenschap boven winst. Laat ons kiezen voor coöperatie boven eenzaamheid. Laat ons kiezen voor solidariteit boven onverschilligheid.

Want de toekomst van wonen staat op het spel. Die toekomst is een straat waar kinderen veilig spelen. Is een buurvrouw die aanbelt als het licht drie dagen uit is. Is een vergadering waarin bewoners samen beslissen. Is een stad waarin iedereen telt. En die toekomst begint met één overtuiging: wij horen bij elkaar. Wij laten ons niet tegen elkaar uitspelen. Zondebokpolitiek is nooit maar dan ook nooit de oplossing.

Dus sta op. Organiseer je. Bouw. Bescherm wat waardevol is. Red wat gered kan worden. En heb de moed om uit liefde voor de stad deze radicaal te veranderen. Want als wij voor elkaar zorgen, als wij samen bouwen, als wij weigeren onverschillig te zijn, dan slopen zij misschien onze huizen, maar nooit onze gemeenschap.

Dank jullie wel.