Het verzonnen onderscheid tussen radicaal- en extreem-rechts

“In Italië is de lijn tussen radicaal-rechtse politici en neo-fascisten soms heel dun”, kopte de NRC gisteren. Nederlandse journalistiek rond extreem-rechts is geobsedeerd met het onderscheid tussen “radicaal-rechts” en “extreem-rechts”. Maar een zoektocht naar de oorsprong van dat onderscheid laat zien dat dat onderscheid eigenlijk niet bestaat.
De vraag of een partij radicaal-rechts of extreem-rechts is, wordt meestal gesteld als bepaalde rechtse partijen weer in opspraak komen. PVV en FvD passeren vaak de revue, maar de term wordt ook gebruikt voor buitenlandse partijen als AfD en Fratelli d’Italia.
Wat is het verschil tussen de twee? Volgens de NOS bevinden radicaal-rechtse partijen zich binnen de grenzen van de rechtsstaat. Ze willen hun doel bereiken via democratische middelen en houden zich aan de wet. Extreem-rechtse partijen propageren geweld als geoorloofd middel.

In het stuk over de PVV stelt historicus Koen Vossen dat er wetenschappelijke consensus is over de categorisering als PVV als radicaal-rechtse partij. Dat viel me op. Wetenschappelijke consensus over moderne politiek lijkt me zeldzaam. Maar wetenschap kan je altijd controleren, dus ging ik op zoek.

Het onderscheid kom je heel vaak tegen als je gaat zoeken, zoals in dit stuk uit 2019. De Correspondent geeft hier echter geen voetnoten of bibliografie, dus het is niet duidelijk of dit wetenschappelijk is, of de mening van de schrijver.
Op de Wikipediapagina over extreem-rechts wordt deze column van Dr. Léonie de Jonge aangehaald als bron. Deze column geeft voor het onderscheid tussen extreem-rechts en radicaal-rechts ook geen bron. Wel verwijst ze naar een artikel van Andrea Pirro.
In dat artikel wordt een goed overzicht gegeven van de geschiedenis van bepaalde termen, waaronder radicaal- en extreem-rechts. Volgens Pirro komt dit onderscheid van origine voort uit de Duitse Grondwet, waarin anti-democratische partijen worden verboden.

Het onderscheid is dus belangrijk omdat het bepaalt welke partijen in Duitsland wel en niet verboden mogen worden. Een te brede interpretatie zou de staat te veel macht geven om politieke partijen te verbieden, en zou dus juist een gevaar zijn voor de democratie.

Hier zien we het eerste probleem in het onderscheid tussen radicaal- en extreem-rechts. Het is een juridisch onderscheid dat bedoeld is voor één specifiek geval: de vraag of Duitse partijen verboden mogen worden of niet. Het is ontworpen zodat Duitse rechters en advocaten ermee kunnen werken.
Dat is echter niet hoe de NOS het onderscheid gebruikt. De NOS (en andere journalistieke media) gebruiken de term juist als een brede classificatie van een partij. Met als implicatie: extreem-rechtse partijen kunnen fascistisch genoemd worden, radicaal-rechtse partijen niet.
Dit is echter niet handig, zoals de eerder genoemde historicus Vossen zegt: de politiek is geen wetenschappelijk debat. Politici en media zijn niet gebonden aan bepaalde wetenschappelijke definities. Dat geldt zeker als definities beladen zijn.

Daar komt bij dat de politieke wetenschap zelf het onderscheid meer los is gaan laten. Volgens politicoloog Léonie de Jonge is er geen harde scheidslijn tussen extreem- en radicaal-rechts, en kan onderscheid juist gebruikt worden om uiterst rechtse partijen te legitimeren.
(Hier moet opgemerkt worden dat professor Léonie de Jonge in het stuk dat op Wikipedia als bron wordt aangehaald kritisch is op het onderscheid tussen extreem-rechts en radicaal-rechts. Terwijl Wikipedia het aanhaalt om het onderscheid te rechtvaardigen.)
Daarbij is het belangrijk om op te merken dat politieke wetenschap omschrijvend is. Het is bedoeld om de politiek te bestuderen en te analyseren, niet per se om een moreel oordeel te vellen. Het is niet aan politicologen om ons voor te schrijven hoe we met bepaalde partijen om moeten gaan.
Dat het onderscheid oorspronkelijk voortkomt uit een Grondwet creëert ook een tweede probleem met het onderscheid, namelijk dat het heel staat-centrisch is. Het maakt een scherp onderscheid tussen geweld buiten de wet om en wettig geweld, waarbij wettig geweld wél is toegestaan.
Bij de zaak rond AfD verklaarde de Duitse rechter bijvoorbeeld dat de plannen van AfD onvoldoende concreet onwettig waren om de partij aan te merken als extreem-rechts. Terwijl: wettig of niet, AfD wil mensen geweld aandoen.

Dat zien we ook in Nederland. Hier worden de gewelddadige voorstellen van Geert Wilders soms niet zo herkend omdat hij ze via een wettelijke route wil invoeren. Maar is racistisch staatsgeweld iets fundamenteel anders dan geweld zonder wettig mandaat?
Het paradoxale is dat de Duitse Grondwet, de oorsprong van het onderscheid, juist bedoeld is om een machtsgreep zoals die van Hitler te voorkomen. Dit, terwijl Hitler op wettige wijze bondskanselier is geworden en eerdere verkiezingsuitslagen erkende.
Dus als het onderscheid tussen extreem- en radicaal-rechts praktisch en wetenschappelijk weinig nuttig is, waarom zien we het zo vaak terug? Mijn vermoeden is dat het een makkelijke uitvlucht is. Als een medium als de NOS een partij extreem-rechts zou noemen, betekent dat ook wat voor hun positie.
Die verantwoordelijkheid gaat de NOS liever uit de weg, daarom grijpen ze het onderscheid tussen radicaal- en extreem-rechts aan om de PVV aan de ‘goede’ kant te laten vallen. Tegelijkertijd legitimeren ze daarmee de PVV door hun fascisme te verhullen.
Dit gaat zelfs zo ver dat de definitie soms wordt gebruikt als doelredenering. Toen Wilders vorig jaar, te midden van een golf van anti-azc-geweld, riep dat zijn achterban de baas was, kon men wijzen naar zijn reputatie als radicaal-rechts om te stellen dat hij vóór de democratie was.

We zien hier dus dat een zogenaamd wetenschappelijke definitie niet meer dient als een omschrijving, maar als een schild om Wilders te beschermen tegen kritiek. Dat is wellicht niet de bedoeling van de NOS, maar het is wel de uitwerking van het hameren op dat valse onderscheid.
En niet alleen de NOS gebruikt dit onderscheid. Door veel organisaties wordt de vraag gesteld of bepaalde groepen geweerd moeten worden, zoals PVV en FvD, maar ook GNSV en Geuzenbond. En elke keer wordt gewezen naar dit onderscheid als excuus om geen actie te ondernemen.
Zo kan het gebeuren dat GNSV, een handpop van de fascistische Geuzenbond, welkom is op de informatiemarkt van de Universiteit Leiden puur omdat GNSV niet verboden is; een maatstaf die de universiteit zichzelf oplegt.
Mijn oproep is dan ook dat iedereen het valse onderscheid tussen radicaal- en extreem-rechts moet loslaten. Het zijn twee takken van dezelfde boom, en onderscheid maken tussen de twee kan niet. Ze zijn allemaal gewelddadig, alleen op andere manieren, en dat onderscheid hoeven we niet te honoreren.
Benoem fascisten voor wat ze zijn, en spreek hun collaborateurs aan op hun verantwoordelijkheid. En laat ze niet wegkomen met een onderscheid dat ze aanhouden om vooral niets te hoeven doen.
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)
