Opstand in Bolivia

Drie weken zijn verstreken sinds het begin van een grote, algemene opstand in Bolivia en die bevindt zich nu in een kritieke fase. Sinds begin mei is Bolivia het toneel van protesten tegen de regering van Rodrigo Paz Pereira, die pas zes maanden aan de macht is, met massale demonstraties en wegblokkades, die in feite een belegering van de hoofdstad zijn. De actievoerders roepen nu ook op tot het aftreden van de president.
Op 20 mei hield president Rodrigo Paz een persconferentie van vijftig minuten om de spanningen te verminderen. Hij riep op tot dialoog met de verschillende groepen die kritiek hebben op zijn beleid, en beloofde een commissie in te stellen met vertegenwoordigers die maandelijks bijeen zouden komen om de economische en sociale problemen te bespreken. Verder deed hij geen duidelijke toezeggingen om de huidige, omvangrijke conflicten op te lossen. Na twee dagen van relatieve rust in de straten van de hoofdstad riep de Central Obrera Boliviana (COB, Boliviaanse Vakcentrale) op tot een massale mars “voor democratie” in de hoofdstad La Paz, die een enorm aantal demonstranten op de been bracht. Het conflict bleek zich verder verspreid te hebben: wat zich eerst alleen in La Paz afspeelde, had zich nu over het hele land uitgebreid, met bijna vijftig wegblokkades op de belangrijkste snelwegen, die het verkeer tussen de verschillend delen van het land lamlegden.

Het conflict was begin april begonnen met een grote mars van kleine inheemse boeren, die vanuit het Amazonegebied in het noorden van het land naar La Paz optrokken om te protesteren tegen Wet 1720. Die maakt het namelijk mogelijk om landbouwgrond van kleine boeren af te pakken als ze een bepaalde schuld niet kunnen aflossen. Iets wat tot dan toe bij wet verboden was. Op die manier zouden grootgrondbezitters hun gebied kunnen uitbreiden, ten koste van de kleine boeren. Begin mei trok de regering de gehate wet gedeeltelijk in. Dat was een belangrijke eerste overwinning op de de regering.
Voor 1 mei had de COB een algemene staking uitgeroepen en wierpen actievoerders vijftien wegblokkades op rond La Paz, waardoor brandstof en voedsel de hoofdstad nog maar moeilijk konden bereiken. Ondertussen hebben mijnwerkers, mijnbouwcoöperaties, leraren, werkers van het openbaar vervoer, buurtverenigingen in El Alto (voorstad van La Paz), studenten, de Rode Poncho’s (inheemse strijders), zorgmedewerkers, kleine stadswinkeliers en coca-verbouwers uit de regio’s Chapare en Yungas (beide midden Bolivia) zich aangesloten bij de demonstranten. Gezamenlijk oefenen zij druk uit op de regering om de bezuinigingsmaatregelen van de afgelopen maanden terug te draaien, een oplossing te vinden voor het alsmaar voortdurende tekort aan benzine en diesel, en de inflatie te stoppen. Beginnend met een grote actie van inheemse mensen uit het noorden van het land heeft de onvrede over de regering zich ver verspreid en eisen de actievoerders ondertussen dat de president opstapt.

De regering, de ambassade van de VS, en de rechtse media beweren dat Evo Morales, de voormalige inheemse president (2006-2019), achter de acties zit, om zo opnieuw aan de macht te komen. Maar in werkelijkheid heeft iedere groep actievoerders zijn eigen eisen. De COB verzet zich tegen de sluiting van staatsbedrijven en eist een loonsverhoging van twintig procent. Leraren eisen meer geld voor het onderwijs. Vrachtwagenchauffeurs vragen om een goede kwaliteit brandstof en eisen compensatie voor de schade die ze hebben geleden door de slechte brandstof van de afgelopen tijd. Daarnaast eisen groepen rond Morales een einde aan de volgens hen onrechtvaardige rechtszaken tegen hem. Degenen die vandaag demonstreren en het ontslag van Paz eisen, zijn dezelfde mensen die in oktober 2025 op hem stemden, overtuigd door zijn beloftes van “kapitalisme voor iedereen”.

Zes maanden neo-liberale regering
Toen Paz in november 2025 aantrad, erfde hij een land met een inflatie van ruim twintig procent en een begrotingstekort van twaalf procent van het bbp (bruto binnenlands product, de waarde van alle diensten en producten van het land in een jaar) en de internationale reserves (totale hoeveelheid buitenlands geld waar de banken over beschikken) op een historisch dieptepunt. Een land dat olie en gas produceert, maar niettemin meer dan tachtig procent van zijn diesel en zestig procent van zijn benzine importeert door gebrek aan raffinaderijen. Een zwakke staat, sterk afhankelijk van grote bedrijven en geteisterd door de economische crisis die het land erfde van de regering-Luis Arce (2020-2025) en door de ineenstorting van de Movimiento al Socialismo (MAS, Beweging naar Socialisme, onder leiding van voormalig president Evo Morales). Door het interne conflict tussen Arce en Morales besloten veel kiezers bij de presidentsverkiezing niet langer op de MAS te stemmen, maar op Paz, die minder rechts was dan de conservatieve kandidaat Tuto Quiroga.
Toen Paz eenmaal aan de macht was kwam hij met een economisch programma dat gunstig was voor mijnbouwbedrijven, grote boeren en multinationals. Hij verlaagde de belasting voor buitenlandse bedrijven, versoepelde milieuregels en beperkte inspraak van de bevolking. Daarnaast schafte hij voor de bevolking brandstofsubsidies af, die al meer dan twee decennia van kracht waren, waardoor de transportkosten stegen en alles duurder werd in de winkels. Verder importeerde zijn regering brandstoffen van slechte kwaliteit die duizenden voertuigen beschadigden.

Omdat de staat verlamd was door wanbeheer en corruptie, greep Paz naar het bekende neo-liberale recept: drastische verlaging van de overheidsuitgaven (onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer), afwentelen van de crisis op de gewone mensen, en het in de watten leggen van de grote bedrijven. Daarnaast herstelde Paz direct het contact met de VS, die hun ambassade in La Paz weer mochten openen, en knoopte hij opnieuw contacten aan met Israël, die de vorige regering in 2023 had verbroken vanwege de genocide in Gaza. Als klap op de vuurpijl kwam Paz ook met de beruchte wet 1720 waardoor kleine inheemse boeren makkelijk hun grond kunnen verliezen als zij in de schulden zitten. Maar als zij hun grond kwijt zijn, als zij niet meer bij andere kleine boeren die er iets beter voorstaan kunnen werken als landarbeider, zit er voor hen niks anders op dan hun geboortestreek te verlaten om in de stad werk te gaan zoeken. Dit schrikbeeld bracht hen ertoe met een grote groep duizend kilometer naar de hoofdstad te gaan lopen, om die wet tegen te houden.
De reactie van de regering op het conflict
De regering van Paz reageerde op drie manieren op het conflict. Ten eerste onderhandelde ze over overeenkomsten met bepaalde groepen van de beweging om verdeeldheid te zaaien. Zo lukte het de organisatie van coöperatieve bedrijven een schuld van 95 miljoen boliviano (ruim elf miljoen euro) aan het Nationaal Zorgfonds kwijt gescholden te krijgen en ontvingen deze bedrijven weer brandstofsubsidie. De regering sprak ook met verschillende vakbonden van El Alto en tekende een overeenkomst met de leiders van de Rode Poncho’s van La Paz. Deze groepen trokken zich geleidelijk terug uit het conflict, maar in sommige gevallen zetten de gewone leden hun leiders af omdat ze een overeenkomst voor hun organisatie hadden ondertekend en de algemene eisen hadden laten varen.

De tweede maatregel was harde onderdrukking van demonstranten en degenen die de barricades bemensen. Vier personen zijn inmiddels omgekomen, terwijl er ook heel wat gewond zijn geraakt of gevangen gezet. De regering vaardigde arrestatiebevelen uit tegen de belangrijkste leiders van de COB. Op 18 mei liet ze politieagenten en soldaten wegversperringen opruimen, maar het heftige verzet dwong de politie en het leger zich terug te trekken. Andere neo-liberale regeringen, zoals die van Argentinië en Ecuador, steunden Paz en stuurden chemische middelen waarmee de politie demonstranten uiteen kon drijven. De Organisatie van Amerikaanse Staten en Israël stuurden steunbetuigingen aan Paz, en de linkse Colombiaanse president Gustavo Petro bood aan te bemiddelen, waarop Paz hem beschuldigde van inmenging. De twee landen sloten daarop hun wederzijdse ambassades.
De derde maatregel was een heftige propagandacampagne, die de protesten toeschrijft aan Morales en de drugshandelaren om het land te ontwrichten. De Boliviaanse en buitenlandse burgerlijke pers verspreidt dit smakelijke verhaal maar wat graag op grote schaal. Overigens gelooft niemand dat de demonstraties en barricades het resultaat zijn van een complot van Morales, zelfs conservatieve kringen niet. Maar dit verhaal dient om de druk uit te oefenen op de regering om de voormalige president te arresteren. De woordvoerder van Paz benadrukte dat er politici zijn die met geweld proberen te grijpen wat ze niet bij de verkiezingen konden winnen, en zei dat de regering niet zal toestaan dat drugshandel en politici die daar banden mee hebben het land overnemen.
In zijn wekelijkse programma op Radio Kawsachun Coca stelde Morales voor om binnen negentig dagen verkiezingen te houden om de rust terug te laten keren in Bolivia, omdat de regering overduidelijk niet in staat is het land te besturen. De COB en andere organisaties die zich verbonden voelen met Morales steunden het voorstel; de president wees het resoluut af. Tijdens een persconferentie op 24 mei beloofde Paz dat hij de voormalige president Morales te zijner tijd voor de rechter zal brengen. Hij zal dit waarschijnlijk pas doen nadat de crisis is opgelost, om niet nog meer woede op te roepen bij de demonstranten.

Laatste ontwikkelingen
De vierde week van de grootschalige acties zal doorslaggevend zijn. Het tekort aan brandstof, levensmiddelen en medicijnen verergert door de blokkades. De demonstratie van maandag 25 mei, georganiseerd door de COB en de Centrale Unie van Boerenarbeiders, bracht duizenden demonstranten en boeren uit alle provincies van het departement La Paz bijeen, die later weer naar hun gemeenschappen terugkeerden.
Op 26 mei keurde de Kamer van Afgevaardigden een nieuwe wet goed die de regering in staat om gemakkelijker de noodtoestand uit te roepen, oproer heftiger te bestrijden zonder parlementaire goedkeuring en het leger in te zetten tegen demonstraties en wegblokkades.
Op 27 mei organiseerde de regering de eerste bijeenkomst van de Economische en Sociale Raad met vertegenwoordigers van sociale bewegingen, in een poging tot gesprek. De katholieke kerk bood haar diensten aan om te bemiddelen bij onderhandelingen. In een telefoongesprek met Paz riep de Braziliaanse president Lula op tot respect voor de democratische regels en gaf hij opdracht tot het sturen van humanitaire hulp aan Bolivia.
Hoe nu verder?
Dit conflict laat zien dat de bevolking in het algemeen deze regering niet accepteert. Weliswaar steunen de rijken haar bij gebrek aan beter, net als de grote, welvarende boeren in Santa Cruz (tamelijk rijk departement in Oost-Bolivia). Maar meeste mensen hebben het vertrouwen in de president verloren, omdat hij stabiliteit en economisch herstel had beloofd en dat niet waar weet te maken. In die zin is Paz het slachtoffer van zijn eigen fraaie beloften.
De regering overweegt de noodtoestand uit te roepen, maar wil tegelijkertijd de bevolking niet verder tegen zich in het harnas jagen. Ze zit in een impasse. Hoe het conflict zich nu verder gaat ontwikkelen valt niet te zeggen. Verschillende groepen zijn teruggekeerd naar huis, terwijl andere zich juist hebben aangesloten bij de demonstraties, die onder leiding van de COB doorgaan en zich nu over het hele land aan het uitbreiden zijn, waarbij lokale groepen mee gaan doen en hun eigen eisen toevoegen.
Door de recente ineenstorting van de MAS ontbreekt het de Boliviaanse beweging aan een degelijke leiding om nieuw beleid te ontwikkelen. Bolivia’s lange traditie van klassenstrijd heeft altijd een enorm vermogen tot verzet met een sterk anti-imperialistisch karakter getoond, en al heel wat verrassingen opgeleverd. Uit de huidige strijd zal ongetwijfeld de leiding voortkomen die nodig is om een nieuw politiek blok op te bouwen.
Chantal Liégeois
De oorspronkelijke tekst “¿Por qué arde Bolivia?” verscheen op 30 mei in Jacobin. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit. De foto’s zijn screenshots van reportages op Al-Jazeera en Democracy Now!.
Verder lezen
“Workers, Students, Indigenous Movements Shut Down Bolivia in Popular Rebellion”.
