De regering wil macht verbieden. Maar alleen slechte macht.

De regering is bezig met een wetsvoorstel om zogenaamd “psychisch geweld” tegen te gaan. Met “psychisch geweld” wordt bijvoorbeeld partnergeweld en mentaal geweld door sekteleiders bedoeld. Een nieuwe wet, die op 29 juni ter internetconsultatie is voorgelegd, wil psychisch geweld strafbaar stellen. In een poging om dat te doen, heeft de regering hele interessante dingen opgeschreven over de aard van macht, die besproken moeten worden.
Psychisch geweld
Wat de regering omschrijft als “psychisch geweld” is een daadwerkelijk probleem, en ik zou zelfs zeggen dat het één van de grootste problemen in onze maatschappij is. We zien het in zowel misbruikende interpersoonlijke relaties als in sektes, waar sekteleiders manipulerende mentale trucjes gebruiken om mensen compleet te beheersen. Vaak zijn de slachtoffers mensen die net een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt, zoals het verlies van een geliefde, een verhuizing naar een andere stad of het verlies van hun betaalde werk (en alle zekerheid die daarvan afhing). Die mensen zijn vaak op zoek naar geborgenheid, die een psychische mishandelaar in eerste instantie kan geven. Daarna probeert zo’n psychisch mishandelaar het slachtoffer te isoleren van vrienden en familie. Hierdoor wordt het slachtoffer emotioneel afhankelijk van de persoon die hen emotioneel misbruikt.
Het bestrijden van psychisch en sektarisch geweld (waarmee ik bedoel: het geweld van een sekteleider richting slachtoffers) is dus van groot belang. Dat gaat natuurlijk om de bescherming van personen, maar óók om het beschermen van de maatschappij. Sekteleiders en misbruikende mensen (vaak mannen) vormen een constant gevaar voor de gezondheid van de hele samenleving. Het meest extreme voorbeeld is het fascisme, dat gebruik maakt van sektarische dynamieken om mensen te werven voor hun gewelddadige samenzweringstheorieën.
Macht strafbaar?
Wat doet het wetsvoorstel om een bijdrage te leveren aan de strijd tegen dit soort psychisch geweld? Het wetsvoorstel zou een aantal dingen veranderen in het wetboek van strafrecht. Ten eerste komt er een nieuw artikel 285aa in het Wetboek van Strafrecht, waarvan het eerste lid als volgt komt te luiden:
“Degene die met het oogmerk macht over een persoon uit te oefenen die persoon stelselmatig vernedert, vrees aanjaagt, in diens vrijheid belemmert, misleidt of anderszins stelselmatig invloed uitoefent op die persoon, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.”
Veel van de wetsvoorstellen waar ik over schrijf zijn kwaadaardig, in de zin dat ze de macht van de regering of de politie willen uitbreiden. Sommige wetsvoorstellen zijn bedoeld om de rechten van arbeiders uit te kleden. Er zijn echter weinig wetsvoorstellen die simpelweg raar zijn, zoals dit wetsvoorstel.
Want wat staat hier nu eigenlijk? Materieel gezien bestaat de strafbaarstelling uit twee elementen, die allebei moeten gebeuren voordat een gedraging strafbaar is. Iemand moet:
1. een persoon stelselmatig vernederen, vrees aanjagen, in diens vrijheid belemmeren, misleiden of anderszins stelselmatig invloed uitoefenen, en;
2. hierbij het oogmerk hebben macht over die persoon uit te oefenen.
Om te beginnen met het eerste element: de voorgestelde gedragen zijn breed tot in het extreme. Dat is vooral zo bij het “anderszins stelselmatig invloed uitoefenen”. De Memorie van Toelichting, de officiële uitleg van de wet, legt “stelselmatig invloed uitoefenen” als volgt uit:
“Dit kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld door kwaad te spreken over vrienden of familie, zodat het slachtoffer afstand van hen neemt, of over het werk dat het slachtoffer doet (dat is bijvoorbeeld slecht betaald, er zijn onvriendelijke collega’s, of er is een te hoge werkdruk) totdat het slachtoffer erin gaat geloven dat het niet de moeite waard is om dat werk te blijven doen.”
De kritische lezers onder ons zullen dit gedrag herkennen als compleet normaal, of ten minste, het kan heel normaal zijn. Natuurlijk zijn er slechte vormen van invloed uitoefenen, bijvoorbeeld wanneer het bedoeld is om een persoon te isoleren van hun omgeving of op een andere manier psychisch te schaden. Tegelijkertijd is het heel gewoon, en juist gezond om je vrienden ertoe te bewegen gezondere keuzes voor zichzelf te maken. Het lastige aan psychisch geweld is dat (net zoals bij hondenfluitjes), normaal lijkend gedrag onderdeel kan zijn van interpersoonlijke onderdrukking.
Daarom moet er altijd sprake zijn van het tweede element. Wat is nu het verschil tussen compleet normaal gedrag en psychisch geweld? Volgens dit wetsvoorstel is het verschil gelegen in “het oogmerk om macht uit te oefenen op het slachtoffer”. Dit element is extreem belangrijk, want dit is wat volgens de wet het onderscheid maakt tussen een toegestane gedraging, en iets waarvoor je vier jaar de bak indraait.
Bij wijze van hoge uitzondering ben ik het een keer (inhoudelijk) eens met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, maar niet om de redenen die zij zouden willen. Ik ben het ermee eens dat machtsuitoefening het verschil vormt tussen normale handelingen (waarmee ik bedoel: gedrag waar niets mis mee is) en ongewenste handelingen. Macht is datgene waarmee een machthebber ervoor kan zorgen dat een slachtoffer niet hun eigen belang voorop stelt, maar dat van de machthebber. Dat is een heldere definitie, en die macht verbieden klinkt een anarchist als ondergetekende natuurlijk als muziek in de oren. Gaan we inderdaad elke machtsuitoefening verbieden?
Alle macht? Nee…
Er is namelijk nog veel meer ongewenste macht in onze samenleving: als vakbondsjurist krijg ik veel te maken met vele vormen van machtsuitoefening door ‘werkgevers’. De kern van de arbeidsverhouding is dat de baas de arbeider geld betaalt, als die arbeider doet wat de baas zegt. Dat is een belemmering in iemands vrijheid en het stelselmatig uitoefenen van invloed, met als doel om de belangen van de ‘werkgever’ te laten prevaleren boven die van de werkende.
Daarom bevat het wetsvoorstel een wel heel bijzondere definitie van macht. Volgens de Memorie van Toelichting:
“Met ‘macht uitoefenen’ wordt bedoeld het op ongeoorloofde wijze controleren van het doen en laten van de ander, zodat die ander ernstig wordt beperkt in de uitoefening van diens vrije wil. De introductie van het bestanddeel ‘macht’ maakt duidelijk dat het gaat om het uitoefenen van controle over de ander op niet geoorloofde wijze.” (dikgedrukt door BS)
De VVD-minister Van Weel zal zeggen dat de machtsuitoefening door de ‘werkgever’ compleet geoorloofd is. Dat is immers de kern van onze kapitalistische samenzwering. Ook dit wetsvoorstel zal hij een geoorloofde machtsuitoefening vinden. Elke strafwet is een dreiging van geweld om iemands gedrag aan te passen. Alleen zal men dit als “geoorloofd” beoordelen. Het Openbaar Ministerie zal in ieder geval niet de rechterlijke macht (of zichzelf) gaan vervolgen als een criminele organisatie, waarvan het hele bestaan een machtsuitoefening is.
Dit is wat mij betreft één van de interessantste zaken aan het bestuderen van macht: het is overal. Het patriarchaat en kapitalisme zijn niet voor niets nauw verweven. Dat een gewelddadige dader een slachtoffer geweld aan kan doen door bijvoorbeeld diens bankrekening te beheersen, komt doordat onze maatschappij geld vereist om toegang te hebben tot basale levensbehoeften. Dat is dezelfde macht die de ‘werkgever’ gebruikt. Het psychische geweld dat een sekte gebruikt om volgelingen te beheersen is hetzelfde geweld dat rechtse partijen gebruiken om hun achterban te laten geloven in allerlei hatelijke samenzweringstheorieën.
Tegelijkertijd moet de staat een onderscheid maken tussen wat zij “goede macht” en “slechte macht” vinden, waarbij de regering vanzelfsprekend aansluit bij de status quo. Natuurlijk vindt de staat, een orgaan dat bestaat puur om macht uit te oefenen, dat niet alle macht slecht is. Daarom komt men met zo’n vreemde definitie van macht, die compleet subjectief is en afhankelijk van wat op enig moment als “normaal” en “abnormaal” wordt gezien.
Dat is dan ook gevaarlijk als het gaat om een nieuwe strafwet. Het is dan ook niet zomaar een strafbaarstelling; omdat het strafmaximum vier jaar is, is psychisch geweld een zogenaamd “ernstig delict” waarbij de politie allemaal aanvullende bevoegdheden heeft om mensen te vervolgen. Een vage delictsomschrijving, waarbij we af moeten gaan op “gezond verstand”, is een slechte delictsomschrijving. Want op wiens “gezond verstand” varen we dan?
Die vage definitie van “geoorloofd” en “ongeoorloofd” maakt dit wetsvoorstel extreem ideologisch. Het laat de definitie van “geoorloofde” en “ongeoorloofde” macht in het midden, en doet daarmee alsof er een soort inherent, bijna natuurkundig verschil is tussen verschillende vormen van macht. Niet alleen anarchisten kunnen daarover van mening verschillen. Je zou kunnen stellen dat de vraag welke macht geoorloofd of ongeoorloofd is, de centrale vraag is die politieke ideologieën van elkaar onderscheidt, waarbij anarchisten de positie innemen dat geen enkele machtsuitoefening geoorloofd is, en dat fascisten vinden dat macht geoorloofd is zolang ze het zelf hebben. Een bepaalde definitie van macht als vanzelfsprekend aannemen is daarmee een bepaalde politieke ideologie als vanzelfsprekend aannemen, waarbij OM, politie en rechter in de praktijk samen bepalen welke ideologie dat is.
Sommigen zullen zeggen dat je de wet als ijkpunt kan nemen: onwettige macht is ongeoorloofd, en wettelijke macht is geoorloofd. Ik hoef natuurlijk niet uit te leggen waar dit soort “de wet is de wet”-logica logischerwijs toe leidt. Wie de wet als moreel standaard neemt, besteedt het maken van morele keuzes uit. We kunnen niet anders dan concluderen dat sommige (of alle) wettige machtsuitoefeningen immoreel zijn. Er zijn ook onwettige machtsuitoefeningen die wel moreel zijn. Als bepaalde vormen van activisme als machtsuitoefening worden gezien, zoals bijvoorbeeld een wegblokkade, is dat zowel legitiem als onrechtmatig. Maar willen we dat de VVD-regering dat onderscheid gaat bepalen?
Ik wil niet te veel ingaan op de mogelijkheden voor misbruik van deze bepaling, want die zijn in dit wetsvoorstel vermoedelijk beperkt, maar toch zit er een mogelijkheid in. Een zeer brede lezing van “ongeoorloofde machtsuitoefening”, die bijvoorbeeld ook druk op politici omvat, kan gebruikt worden om onwelgevallige activisten of journalisten de mond te snoeren. Bijvoorbeeld toen Caroline van der Plas aangifte deed omdat zij als genocidair werd aangemerkt door The Rights Forum. Wat is politiek, ook buitenparlementaire politiek, anders dan een poging om macht toe te passen?
Echte problemen, valse oplossingen
De delictsomschrijving zoals opgenomen in artikel 285aa Sr is niet eens zo slecht als een academische of praktische definitie van psychisch geweld (hoewel ik, zoals hierboven omschreven, macht zelf anders zou definiëren). In de Memorie van Toelichting staan ook veel verwijzingen naar academische literatuur over partnergeweld en sekten. Als iemand die sektarische macht van dichtbij heeft meegemaakt, begrijp ik wat in de basis wordt bedoeld. De definitie faalt echter op twee punten: het laat te veel ruimte voor “geoorloofde macht”, en het is een strafbepaling. Een academische definitie met wat vaagheden en open eindjes doet uiteindelijk niemand kwaad, maar een strafbaarstelling (zeker bij een strafmaximum van vier jaar) doet dat zeker wel. Een strafbaarstelling geeft enorme macht aan het Openbaar Ministerie, de politie en de strafrechter om over het leven van mensen te bepalen.
Daarnaast is maar de vraag in hoeverre het strafrecht echt een oplossing is voor psychisch geweld. Allereerst is het opsluiten van mensen op zichzelf een probleem. Niemand wordt een beter mens in de gevangenis, en al zou dat wél zo zijn, dan nog is het een enorme ingreep in iemands leven. Daarnaast bestaan er al strafbepalingen voor partnergeweld die nauwelijks worden nageleefd. Nu al wordt huiselijk geweld nauwelijks vervolgd. Politie neemt partner- en seksueel geweld weinig serieus. Een nieuwe strafbaarstelling verandert daar niets aan.
Bovendien hebben slachtoffers van partnergeweld en sektarisch geweld veel meer baat bij bijvoorbeeld opvang, psychologische ondersteuning en andere vormen van hulp, waarin dit wetsvoorstel niet voorziet. Zeker sekteleden hebben baat bij een emotioneel warm bad, een plek waar ze afgescheiden kunnen worden van de sekte en waar ze liefdevol behandeld worden, ondanks dat ze zullen proberen om hun hulpverleners weg te duwen. Iemand uit een sekte halen kost ongelofelijk veel tijd en moeite, maar in plaats van daar moeite in steken, richt deze wet zich vooral op de daders.
Dit is geen nieuwe ontwikkeling. Het strafrecht, dat in de liberale juridische theorie altijd pas het laatste redmiddel zou moeten zijn, wordt nu als eerste (en laatste, en enige) middel ingezet. Politici kunnen met dit zware middel doen alsof ze het daadwerkelijke probleem zeer serieus nemen. En als die aanpak niet werkt (zoals hier ook het geval zal zijn), kunnen ze altijd stoer doen met nóg zwaardere straffen, nóg meer bevoegdheden voor politie, of nóg bredere strafbaarstellingen. Wie is daar precies bij gebaat, anders dan de politici die stoer kunnen doen met hun zogenaamd “harde aanpak”? Het strafrecht is wat Sara Ahmed noemt non-performative: door iets strafbaar te stellen, leidt de regering af van wat er écht zou moeten gebeuren om slachtoffers van partnergeweld en sektarisch geweld te helpen.
Conclusie
Dit maakt het wetsvoorstel zo vreemd, of eerder: incongruent. Het is in abstracto geen slecht beginsel om macht te verbieden. Het probleem zit hem in de hypocrisie, dat de grote machtsuitoefenaar mag bepalen welke macht wel en niet geoorloofd is. Het woord “hypocriet” is toepasselijk, maar ook niet compleet. Het wetsvoorstel geeft blijk van een ambtenarenapparaat dat heel goed begrijpt wat macht is, en waarom macht zo schadelijk is, maar die ook om ideologische (of eerlijker: om pragmatische redenen) dat niet op zichzelf en haar kapitalistische bondgenoten wil toepassen. Het gevolg is een wetsvoorstel dat onleesbaar slecht is voor iedereen die niet precies hetzelfde denkt over de geoorloofdheid van macht als de indieners van de wet. Soms zijn wetsvoorstellen kwaadaardig, maar het komt weinig voor dat een wetsvoorstel oprecht bizar is.
Bo Salomons
