De wereld verkinden (deel 1)

De huidige opstand in Frankrijk begon met protest van scholieren. In reactie op hun demonstraties en blokkades van schoolgebouwen zeiden politici en opiniemakers in eerste instantie dat het maar om kinderen ging, die nog niet echt wisten wat ze deden. En die dus niet zo serieus genomen hoefden te worden. Toby Rollo neemt in dit tweedelige artikel van vier jaar geleden een fundamenteel ander standpunt in: we moeten juist wél luisteren naar kinderen. Ja, we zouden de wereld zelfs moeten verkinden. Dat wil zeggen: kinderen centraal moeten stellen!

I. Kinderen centraal stellen

In dit artikel wil ik een aantal kritische vragen stellen over het huidige activisme en emancipatieonderzoek.(1) Ik wil laten zien dat vrede en rechtvaardigheid projecten zijn die zich afspelen tussen generaties onderling. In deze projecten moeten kinderen centraal komen te staan. Dit proces van het centraal stellen van het kind in de emancipatoire theorie en praktijk noem ik “verkinden”.

Ik begin met de stelling dat we met een andere blik naar kinderen moeten gaan kijken. Daarna bespreek ik hoe de onderdrukking van kinderen op allerlei manieren diep verankerd zit in onze cultuur en in de machtssystemen. Die systemen proberen activisten die zich bezighouden met vrede, rechtvaardigheid en het milieu af te breken.

Er zijn verschillende assen van onderdrukking, die elkaar snijden

Vrijwel elk kind heeft te maken gehad met discriminatie, uitsluiting, dwang of geweld, alleen omdat het een kind is. In de intersectionele benadering zie je dat factoren zoals afkomst (2), ‘ras’ (3), sociale klasse, gender (4), en bekwaamheid elkaar overlappen en beïnvloeden. Daarom worden deze factoren “intersecties” genoemd. Mensen ervaren onderdrukking op verschillende manieren. Mensen weten dat hun ervaringen en identiteit opgebouwd zijn uit heel veel verschillende dingen. En één ding hebben we allemaal gemeen: iedereen is ooit kind geweest. Zelfs mensen met de meest bevoorrechte posities in de samenleving zijn kind geweest.

Als kind leer je…

Het is als kind dat je leert dat je je moet schamen omdat je klein, zwak, onhandig, onwetend en afhankelijk van volwassenen bent. Als kind leer je dat je deze ‘tekortkomingen’ moet overwinnen om een ‘volwaardig’ mens te zijn. Als kind leer je dat degenen die groot, sterk, verstandig en zelfstandig zijn, kinderen met dwang uit hun minderwaardige dierlijke staat moeten leiden. Als kind leer je dat verzet tegen de bevelen en regels zinloos en slecht is. Als kind leer je dat het jouw eigen schuld is als je de ‘heilige norm’ van volwassenheid niet bereikt, dat er dan iets mis is met je.

Als kind ervaar je dat je onderdrukt wordt omdát je een kind bent. Dit is een traumatische vernedering en ontmenselijking die je eigenwaarde aantast en je empathievermogen vermindert. Je gaat onderdrukking en uitbuiting zien als iets dat normaal, natuurlijk en noodzakelijk is.

Discriminatie van kinderen is de basisvorm van onderdrukking

De kindertijd is dus het beginpunt van alle systemen van onderdrukking. Het is de plek waar elke vorm van onderdrukking ontstaat en opnieuw wordt voortgebracht. De Amerikaanse psychiater Chester Pierce (hij bedacht de termen microagressie (5) en kindisme (6)) beschouwt de discriminatie van kinderen als: “de basisvorm van onderdrukking in onze maatschappij en de oorzaak van alle vervreemding en geweld. Het leert iedereen namelijk hoe je een onderdrukker moet zijn. Het leert je dat het belangrijker is om macht uit te oefenen dan menselijke waardigheid te tonen.”(7)

Het trauma van het kind-zijn zit in de ontmenselijkte manier waarop we praten over afkomst (8) ‘ras’, sociale klasse, gender en bekwaamheid. Alle vormen van onderdrukking lijken op de manier waarop kinderen worden onderdrukt – zowel qua vorm (hoe het gebeurt) als inhoud (waarom het gebeurt en wat er gezegd of gedacht wordt).

Behandel kinderen als volwaardig

Als je dus een kind als volwaardig mens behandelt, pak je de oorzaak van onderdrukking aan. Het is een radicale, revolutionaire eerste stap in elke strijd voor vrijheid waarin zorg en onderlinge afhankelijkheid centraal staan in plaats van geweld en hiërarchie.

Als we geen rekening houden met kinderen en het kind-zijn, dan zullen onze overwinningen tijdelijk blijven en zal elke politieke en sociale vooruitgang smelten als sneeuw voor de zon. We lopen zelfs het risico nóg schadelijker vormen van onderdrukking creëren.

Moreel beroep van het kind

Vanaf hun geboorte doen kinderen nadrukkelijk een moreel beroep op hun omgeving voor zorg en onderlinge afhankelijkheid. Tegelijkertijd verzetten ze zich op creatieve manieren tegen mensen en systemen die hierin niet voorzien. In de praktijk ‘verkindt’ het kind de wereld dus altijd al. Ook volwassenen kunnen verkinden, door zich open te stellen voor het creatieve, nieuwsgierige, spontane en niet-hiërarchische denken en doen dat hen als kind zo eigen was.

Verkinden kan ook een kritische manier van denken zijn, die zich richt op de vraag hoe ideeën, ideologieën en wereldbeelden in elkaar zitten. Zo leggen queerkritiek en cripkritiek (9) de machtsverhoudingen bloot die ten grondslag liggen aan heteronormativiteit (heteroseksualiteit als norm te beschouwen) en validisme (de discriminatie van personen met een beperking). Ook verkinden onthult machtsverhoudingen. Het richt zich op het kind en laat daarmee zien waar en hoe de onderdrukking van kinderen onze relaties, instituties en culturen vormt.

II. Het kind-zijn heroverwegen

Verkinden als kritische manier van denken begint met een radicale verschuiving in hoe we naar kinderen kijken. Het kind-zijn is niet zomaar een tijdelijke fase in de ontwikkeling naar iets ‘hogers’. Kinderen bevinden zich niet in een toestand waarin ze minder dier en meer mens worden. Een kind is niet onvolkomen en niet onvolwaardig. Het is niet een minder-dan-volledig-menselijk wezen dat in ontwikkeling is.

Nee, het kind-zijn is een manier van mens-zijn waarin bepaalde vormen van menselijk handelen het sterkst naar voren komen. Denk aan de open, onderzoekende en speelse houding van kinderen. Het kind-zijn is dus geen periode die we achter ons laten. Het is een andere manier van zijn, en niet een die is voorbehouden aan de kindertijd. We raken onze kinderlijke eigenschappen nooit kwijt. Die dragen we ons hele leven met ons mee.

Volwassenheid is niet het hoger gelegen eindpunt van een ontwikkeling waarin we ons moeten zien los te maken van het lage aardse of lichamelijke. Naarmate mensen ouder worden, kunnen ze tegelijk leven op zowel een directe manier, als op een meer denkende manier. Op de directe manier ervaar je de wereld meteen. Op de meer denkende manier vorm je ideeën over de wereld. We kunnen dus denken over de wereld en tegelijk de wereld ervaren en verkennen.

Als je bijvoorbeeld weet hoe iets moet, zonder er steeds bij na te denken, zoals fietsen, dan handel je als een kind. Als je weet dat een fiets een verzameling eenvoudige materialen en mechanismen is, dan denk je als een volwassene. Meestal doen we min of meer beide. Maar de ene manier van zijn is niet beter of waardevoller dan de andere. Beide zijn belangrijk voor een goed en betrokken leven.

Kinderen en volwassenen in de westerse geschiedenis

In de westerse geschiedenis is volwassenheid vaak neergezet als het ideaal, en het kind-zijn als iets dat je achter je moest zien te laten. Vrijheid en “het goede leven” hoorden bij het volwassen-zijn. Orde en rechtvaardigheid werden nadrukkelijk gekoppeld aan volwassen eigenschappen, zoals goed kunnen oordelen en vroom, gelovig en rationeel zijn.

Kinderen zouden niet in het bezit zijn van die bijna-goddelijke eigenschappen. Zij werden gezien als bron van chaos, zonde en irrationaliteit. Kind-zijn was het tegenovergestelde van vrijheid en goedheid. Daarom werd de directe manier van leven van kinderen afgewezen, evenals hun zorg en onderlinge afhankelijkheid. Dit heeft rampzalige gevolgen gehad, voor ons mensen en de wereld waarin wij leven.

Als we het kind-zijn centraal stellen

Het kind-zijn centraal stellen maakt ons ervan bewust dat we van nature gericht zijn op zorg en aandacht voor anderen en de wereld. Onze lichamen herinneren zich nog hoe we konden opgaan in het leven, geborgen tussen twee takken van een boom of in de armen van een liefhebbende volwassene. Wij herinneren ons de verbondenheid tussen ons lichaam en de wereld om ons heen.

Naarmate we ouder worden, leren we meestal om abstracte ideeën te ontwikkelen over deze manieren van zijn. We drukken ons daarover uit in taal en symbolen, voor onszelf en anderen. Maar zelfs filosofen zijn meestal niet de hele tijd zo moeilijk aan het denken. De meeste tijd zijn we niet bezig met nadenken, maar met doen – als kinderen, dus niet als volwassenen – wanneer we ons door onze omgeving bewegen en communiceren met en zorgen voor anderen.

Het verkinden van het denken over het kind

Het verkinden van historische denkbeelden over het kind betekent dat we onze basisopvattingen grondig herzien. Die basisopvattingen gaan over vrijheid, autonomie (10) en het vermogen tot zelfstandig handelen. Dit vraagt van ons dat we nog eens goed kijken naar ons mensbeeld.

Het is belangrijk dat we het idee loslaten dat alleen spraak en rede (taal en redelijkheid) ons tot mens maken, iets dat vanzelf zou gebeuren als we aan onze kindertijd ontsnappen. In plaats daarvan kunnen we de mens juist leren zien als meervoudig en verschillend.

III. Klasse, politieke economie (11) en het milieu

Kinderen zijn de allereerste sociale klasse die werd uitgebuit. Zover we kunnen nagaan in de westerse geschiedenis, zagen volwassenen kinderlichamen en kinderarbeid als hun eigendom. Kinderen waren ook het eerste soort eigendom. Kinderarbeid was heel normaal en stond aan de basis van elke agrarische en industriële revolutie.

Door kinderarbeid ontstonden overschotten en machtscentra, en werden er rijkdommen vergaard. Dankzij kinderarbeid kregen volwassenen de tijd en middelen om zich bezig te houden met kunst, wetenschap en filosofie. Kortom, de westerse beschaving is gebouwd op bloed, zweet en tranen van kinderen.

Kinderen als werkkracht afstaan

In de bloeiperiode van de Griekse en Romeinse beschavingen (circa 700 voor de jaartelling tot 476 na het begin van de jaartelling) waren kinderen onmisbaar voor het vergaren van rijkdom. Hoe groter de familie of clan, hoe meer land er kon worden bewerkt en verdedigd, en hoe meer bezit je verzamelde. Rijke clans groeiden uit tot zogenoemde chiefdoms (12), die uitgroeiden tot koninkrijken, die vervolgens samensmolten tot (keizer)rijken. Ook keizerrijken vergaarden hun rijkdommen met kinderarbeid.

In het oude Rome werden de mensen die te arm waren om belasting te betalen proletariërs genoemd. Zij konden namelijk alleen hun kinderen – de proles, “kroost” – als werkkracht geven aan het rijk.(13)

Kinderarbeid ook motor achter feodalisme

Na de val van het West-Romeinse Rijk ontwikkelde zich in de middeleeuwen (circa 500 tot 1500) een landbouwsysteem in Europa dat feodalisme heet. Bij dit feodale stelsel gaven leenheren stukken grond in bruikleen aan leenmannen. De bedoeling was daarmee een band te vormen tussen de gever (leenheer) en de ontvanger (vazal).

Kinderarbeid was ook de motor achter het feodalisme en de ontwikkeling van oorlogsvoering. Later stimuleerde kinderarbeid de economische overgang naar het industriële kapitalisme. Opnieuw hadden de proletariërs niets anders dan hun arbeid en de arbeid van hun kinderen om op te offeren aan de kapitalisten.

Hedendaagse wereldeconomie zou instorten zonder kinderarbeid

Ook nu nog zou de wereldeconomie instorten zonder kinderarbeid in de ‘ontwikkelingslanden’.(14) Op grote schaal werken kinderen daar in de landbouw, kledingindustrie en fabrieken – en niet te vergeten de mijnen voor het winnen van de zeldzame metalen die we nodig hebben voor onze digitale apparaten.

Inheemse community’s gericht op de behoeftes van kinderen

We kunnen het verkinden ook toepassen op de economische geschiedenis en de politieke economie. Zo begrijpen we beter waarom Europese maatschappijen zijn uitgegroeid tot kapitalistische staten, terwijl veel Inheemse (15) culturen ‘primitief’ en staatloos zijn gebleven.

Een belangrijk verschil is dat in veel Inheemse culturen kinderen niet werden gezien als eigendom om te gebruiken en uit te buiten. Er hebben zich daar om die reden geen vergelijkbare gewelddadige processen voorgedaan zoals bij de westerse landbouwrevoluties, de gigantische overproductie, de extreme vermogensverschillen en de opbouw van de grote, machtige staten. Daardoor kon er ook geen tijd en rijkdom worden geïnvesteerd in oorlogs- en uitbuitingstechnologieën.

Veel Inheemse gemeenschappen wilden hun kinderen en de wereld die zij zouden erven simpelweg niet kapotmaken. Ze zagen dieren en planten als wezens met een ziel, die net zoveel waarde hadden als mensen. In die culturen vind je geen hiërarchie waarbij de goddelijke mens boven de ‘lagere’ natuur staat. Opgroeien betekent dan ook niet dat je je luie dierlijkheid achter je moet laten om een steeds hoger of ‘goddelijker’ mens te worden.

Dus terwijl Europese economische systemen ‘zich ontwikkelden’ door steeds te voorzien in de behoeften van de volwassenen, bleven veel Inheemse systemen Inheems omdat ze gericht waren op de behoeften van kinderen en toekomstige generaties.

Theorieën om kapotmaken kinderen en natuur goed te praten

Het verkinden van de politieke economie laat zien dat onze beschaving, in theorie en praktijk, gebouwd is op de uitbuiting en vernietiging van kinderen ten gunste van volwassenen. In het westen zijn er allerlei morele en filosofische theorieën bedacht om het kapotmaken van kinderen en de natuur goed te praten. Of het nu Gods wil was of het allesomvattende verstand (de Rede), de conclusie was dat de mens met zijn gezonde verstand het kind en de natuur moet onderwerpen.

Zo ontstond een cultuur waarin de overheersing door het verstand werd gezien als normaal, natuurlijk en noodzakelijk. Maar het resultaat daarvan is vernietigend: soorten sterven uit en de schade aan het klimaat en ecosystemen is misschien onherstelbaar.

Verkinden van de economie: het kind centraal stellen

Het enige antwoord daarop is het verkinden van onze economische systemen: dus door de stem en het perspectief van het kind centraal te stellen. Dat brengt ons dichterbij een meer Inheemse economie en ecologie, die gebaseerd zijn op zorg en onderlinge afhankelijkheid. Het verkinden van hoe we ons handhaven in de wereld helpt ons om lokale, kleinschalige en duurzame dingen te doen. De wereld heeft altijd ruimte genoeg voor de voetafdrukken van kinderen.

In de verkinding-aanpak staan zorg en onderlinge afhankelijkheid centraal. Hierdoor kunnen we nadenken over onze verantwoordelijkheden om kinderen te beschermen tegen dwang, manipulatie, pesterij, uitbuiting en geweld. Dit is vooral belangrijk omdat kinderen, zodra ze eenmaal zijn gezien en gebruikt als voorwerpen waarmee je mag doen wat je wilt, altijd het gevaar blijven lopen om op zo’n manier behandeld te worden – als object, niet als mens.

Deel twee verschijnt binnenkort.

Toby Rollo

Dit artikel verscheen eerder onder de titel “Childing the World” in het boek “Trust Kids! Stories on Youth Autonomy and Confronting Adult Supremacy” van Carla Bergman uit 2022. Het is vertaald door Omar Antifah en ook te lezen in The Anarchist Library.

Noten

  • 1. Emancipatie is het bevrijden van bijvoorbeeld sociale, politieke en wettelijke belemmeringen (noot vertaler).
  • 2. “’Afkomst’ is op zich geen controversiële term, maar de term wordt vaak gebruikt om aan iemand te vragen waar hij of zij geboren is. Omdat de vraag vaak gesteld wordt aan mensen waarvan op basis van hun uiterlijk aangenomen wordt dat zij ergens anders vandaan komen dan uit Nederland, kan de term in deze context wel als gevoelig ervaren worden.” (“Words Matter”) (noot vertaler).
  • 3. “’Ras’ is een veelbesproken term die verwijst naar de indeling van mensen op basis van fysieke kenmerken, zoals huidskleur. In raciaal denken wordt de kleur van iemands huid beschouwd als een teken van onvergelijkbare verschillen tussen groepen, met een hiërarchie in aanleg, vaardigheden, zelfs gedrag en ontwikkeling” (“Words Matter”) (noot vertaler).
  • 4. Gender is het geheel van de sociale en culturele kenmerken van een sekse. Sekse (of geslacht) is het natuurlijke onderscheid tussen mannen en vrouwen. Je gender is het geslacht waarvan je het gevoel hebt deel uit te maken.
  • 5. Microagressie is (subtiele) verbale agressie waarbij iemand beledigende of racistische vragen krijgt (noot vertaler).
  • 6 Kindisme is discriminatie van en vooroordelen tegen kinderen. Childism in het Engels (noot vertaler).
  • 7. “Childism”, Chester M. Pierce en Gail B. Allen (1975). In: Psychiatric Annals 5, p. 266–270.
  • 8. “’Allochtoon’ wordt in het Nederlands gebruikt sinds de twintigste eeuw, oorspronkelijk als een geologische term. Het woord (waarvan het antoniem ‘autochtoon’ is) betekent letterlijk ‘van een andere grond/ locatie’. Het werd in de jaren 1970 in Nederland geïntroduceerd als identiteitscategorie, ter vervanging voor ‘immigrant’ dat in die tijd een steeds negatievere connotatie kreeg. De term was bedoeld als generieke term om iemand te benoemen die zelf, of waarvan een ouder buiten Nederland geboren was. De term werd echter gesplitst in de subcategorieën ‘westerse’ en ‘niet-westerse’ allochtonen, waarmee een onderscheid gemaakt werd tussen verschillende categorieën buitenstaanders. De term is geleidelijk aan meer en meer gebruikt als synoniem voor mensen die zichtbaar anders lijken, bijvoorbeeld niet-witte mensen. De term is impopulair geworden bij zowel beleidsmakers als het publiek en sommige gemeentes hebben zelfs besloten om het woord niet meer te gebruiken (“Words Matter”) (noot vertaler).
  • 9. Crip is een verkorting van het Engelse cripple, dat kreupel betekent. Het woord cripple werd in de Engelstalige wereld vooral als scheldwoord gebruikt voor mensen met een handicap. Crip wordt als geuzennaam gebruikt. Crip-kritiek (of crippen) is een benadering vanuit het perspectief van een beperking of een afwijking van de norm (noot vertaler).
  • 10. Autonoom zijn betekent dat je leeft volgens je eigen normen.
  • 11. “Politieke economie is een interdisciplinaire sociale wetenschap, die maatschappelijke vraagstukken benadert met methoden uit de economie, politicologie en sociologie. De naam, in ouderwets Nederlands ook staathuishoudkunde, was de oorspronkelijke benaming voor het vakgebied, dat sinds eind negentiende eeuw economie of algemene economie is gaan heten. (…) Tegenwoordig verwijst de term politieke economie naar een grote variëteit in de studie van economie en politiek gedrag” (Wikipedia) (noot vertaler).
  • 12 Een “chiefdom” is een samenleving waarin één of meerdere groepen mensen onder leiding staan van een erfelijke leider (een chief). Zo’n leider heeft vaak meer macht en bezit dan anderen in de groep, maar er zijn nog geen wetten of een centraal bestuur zoals in een staat (noot vertaler).
  • 13 “Proles” is het Latijnse woord voor kroost en proletarius voor proletariër, een persoon uit de laagste, armste bevolkingsgroep die geen productiemiddelen bezit. Een productiemiddel is een hulpmiddel bij het produceren (bijvoorbeeld een stuk grond, een fabriek, een mens, een machine).
  • 14 Een zogenaamd ontwikkelingsland is een verzachtende/verbloemende term voor een land (met name in Azië, Afrika, en Zuid-Amerika) dat gesteund wordt door rijkere landen (de industrielanden) ter bestrijding van voedselschaarste, verbetering van het onderwijs en ter economische ontplooiing.
  • 15. “De term ‘Inheems’ beschrijft een bepaalde groep mensen die de oorspronkelijke bewoners zijn van een bepaalde plek en daar lange tradities hebben ontwikkeld. Tijdens diverse koloniale projecten werd hen hun land ontnomen, wat vaak leidde tot (culturele) genocide. De term ‘inheems’ is een geëmancipeerde term, deels dankzij de Verklaring over de Rechten van Inheemse Volkeren door de VN in 2007. ‘Inheems’ heeft onder meer betrekking op die mensen die gezien worden als ‘Aboriginals’, ‘First Nations’ en ‘Indianen’” (“Words Matter”) (noot vertaler).