Extreem-rechts werkzekerheidsprogramma 5: de opportunisten die over “woke” liegen

In het (zogenaamde) maatschappelijke debat voelen opportunisten dat het tij keert. Je kan een hoop furore maken door je te presenteren als een ‘rebel tegen woke’. Ook als ze hun verhaal bij elkaar moeten liegen.

Het “extreem-rechtse werkzekerheidsprogramma” omschrijft een fenomeen waarbij allerlei figuren, van politici tot schrijvers tot academici tot ceo’s, fascistische denkbeelden verspreiden omdat je daar makkelijk geld mee kan verdienen. Extreem-rechts vraagt namelijk geen kwaliteit, alleen loyaliteit.

Zo ook het recente stuk van Jolande Withuis over “woke”. Daarin sluit ze aan bij een recente opkomst in anti-”woke”-stukken: een interview met George Packer in De Volkskrant en een met Thomas Chatterton Williams in het NRC, allebei gericht tegen “woke”.

Dat is voor Withuis overigens niets nieuws, laat Saida Derrazi al zien. Het zogenaamde ‘feminisme’ van Withuis is doordrenkt met islamofobie, en vooral gestoeld is op leugens (een “losse omgang met de feiten”). Dat doet Withuis ook met zogenaamd “woke”.

“Woke” tussen aanhalingstekens, want de term zoals die door Withuis, Packer en Williams wordt gebruikt staat ver af van een nuttige betekenis. Van oorsprong is het een woord dat werd gebruikt door de zwarte gemeenschap in de VS. Wie “woke” is, herkent systemisch racisme.

De term is veel ouder dan de meeste mensen weten. Het is al meer dan honderd jaar diep verbonden met de zwarte anti-racisme beweging in de VS. Pas later, tijdens de Black Lives Matter-beweging en de verspreiding van de term op Twitter, werd de term deels gekaapt door witte activisten en kreeg het een bredere betekenis.

“Woke” is echter nooit op zichzelf een beweging geweest. De term “woke movement” is een makkelijk woord dat journalisten gebruikten om een brede beweging van anti-racisten, anti-fascisten, feministen, disability advocates en queer activisten te omschrijven. Toen ging rechts er met de term vandoor.

Amerikaanse fascisten begonnen “woke” te gebruiken als een hondenfluitje voor “cultuur-marxisme”, een verzamelnaam voor alle denkbeelden (anti-racisme, anti-kapitalisme, gendergelijkheid) die hen niet bevielen. Waaronder hun schrikbeeld, “critical race theory”.

Critical race theory” is een term uit de Amerikaanse juridische wetenschap, die omschrijft hoe huidskleur in het Amerikaanse systeem verschillende directe en indirecte juridische effecten heeft, die diep verbonden zijn met sociaal-economische klasse.

Withuis definieert “woke” als een ideologie die puur en alleen geeft om huidskleur. Dat is een stropop waartegen Withuis makkelijk kan argumenteren, maar het is niet waar. Critical race theory is intersectioneel, en kijkt dus naar hoe economische, racistische en andere ongelijkheden samenvallen.

Withuis staat dus in de rechtse traditie in haar gebruik van “woke”: het woord gebruiken als een ongrijpbaar fenomeen zonder definitie, waar je alle labels maar op kan plakken. Een schrikbeeld waartegen je makkelijk mensen kan opjutten, zonder dat iemand je tegenspreekt.

Dat schrikbeeld versterkt ze door het te vergelijken met communistische dictaturen (hier komt de samenzweringstheorie van het “cultuurmarxisme” de hoek om), door het te hebben over “taalzuivering”, “morele intimidatie” en “gedachtenpolitie”. Allemaal zaken die niet zijn gebeurd.

Waar Withuis naar verwijst is het feit dat de groeiende anti-racisme beweging mensen begonnen te wijzen op racistisch taalgebruik. Dat heet dan “morele intimidatie”, wat een eng dysfemisme is voor iemand bekritiseren. Een kritiek zonder institutionele macht, dus ook “gedachtepolitie” is een dysfemisme.

Die discrepantie blijkt ook uit het werk van George Packer, die moet erkennen dat wat hij “woke” noemt helemaal niet de macht heeft die het Trump-fascisme heeft. Het is dan ook bizar om “woke”-activisme als een enorm gevaar af te beelden, en te vergelijken met fascisme.

Gelukkig laat Withuis een voorbeeld zien van die “morele intimidatie”, namelijk dat je Zwarte Piet racistisch vindt, en dat je denkt dat “buitenlanders” vrouwen en kinderen opsluiten. Als je anno 2026 nog steeds Zwarte Piet verdedigt, dan moet je het ook accepteren dat je racist genoemd wordt.

Nadat Withuis zelf een definitie van “woke” heeft bedacht waarin klasse geen rol speelt (ondanks dat klasse-ongelijkheid een centraal onderdeel is van critical race theory), kan ze anti-racisme vervolgens bekritiseren vanwege het gebrek van een klasse-narratief.

Deze bewering klopt maar in één optiek, namelijk dat witte Nederlanders in politieke partijen in hun activisme soms vooral de nadruk leggen op interpersoonlijk racisme, en veel minder kijken naar institutioneel en structureel racisme. Dat is een terechte kritiek.

Daar komt waarschijnlijk ook de kritiek vandaan dat “woke” te veel let op taal: nadat de Black Lives Matter-beweging meer aanhang kreeg onder witte mensen (die zelf nooit racisme hadden ervaren) gingen veel van hen vooral op taal letten, uit onwetendheid. Zelf ben ik daar ook schuldig aan geweest.

Het is het soort niet-linkse progressivisme dat ook uit de wereld van de bedrijven en marketing voortkomt. Een wereldbeeld waarin racisme een interpersoonlijk wantrouwen is dat met een suikerdrankje kan worden opgelost.

Maar dat is het probleem van elke vorm van anti-racisme in één grote doos stoppen en daar de sticker “woke” op plakken. Die term is betekenisloos als het op zo veel verschillende en tegenstrijdige theorieën en praktijken worden geplakt. Waarvan sommige praktijken juist voorkomen uit racisme.

Maar al die genuanceerde kritieken gaan aan Withuis voorbij, want zij wil een narratief kweken van “elite anti-racisten” tegenover de “witte werkende klasse”. Ze eindigt haar stuk met lof voor de CPN-dienstweigeraars in Indonesië, en presenteert dat als het échte anti-racisme.

Hier bijt de slang die Withuis heeft geschapen de eigen staart. Die CPN-dienstweigeraars werden geïnspireerd door dezelfde analyse als die achter bijvoorbeeld critical race theory zit: dat kapitalisme leidt tot ongelijkheid in klasse én tot (koloniaal) racisme en fascisme.

Withuis sluit af met de impliciete stelling dat de PVV-groei onder witte Nederlanders te verklaren is door anti-racisme. Hierin volgt ze Thomas Chatterton Williams, die progressieven direct de schuld geeft van de opkomst van het Trump-fascisme.

Dat is allereerst historisch incorrect. Trump werd voor het eerst verkozen in 2016, George Floyd werd in 2020 vermoord. De Black Lives Matter-beweging is ouder dan dat, maar de enorme groei van Black Lives Matter in 2020 is een reactie op Trump, geen oorzaak. Dit laat ook zien hoe oud en uitgekauwd deze anti-”woke” onzin is.

Ten tweede zijn deze schrijvers meer schuldig aan de groei van extreem-rechts dan de links-progressieve beweging zelf. Immers hebben ze meegewerkt aan het schrikbeeld van “woke” dat door extreem-rechtse ideologen als de Heritage Foundation wordt gebruikt.

Het is dat schrikbeeld dat relevanter is dan “woke” zelf. Want ik ken niemand die zichzelf identificeert als een “woke”-activist. Al jaren is die term niet meer in gebruik op de manier waarop Williams en Withuis hem gebruiken. Ze schaduwboksen tegen een niet-bestaande vijand.

Al is het maar door te stellen dat er een ideologie is die alle witte mensen als dader ziet, en alle mensen van kleur als slachtoffer, en het daarbij laat. Dat gebrek aan begrip van Withuis maakt ze tot haar belangrijkste punt, terwijl niemand dit zegt.

Wat wél wordt gezegd, is dat witte mensen in Nederland een bepaalde baat hebben bij Nederlands imperialisme, bijvoorbeeld door het kunnen pompen van goedkope benzine. Het willen sluiten van Nederlandse grenzen is een ander voorbeeld van veelvoorkomend racisme.

DIe leugens maakt dat schaduwboksen natuurlijk wel zo makkelijk, want ze omschrijven in feite niemand. En toch omschrijven ze iets, want in het hoofd van veel lezers is “woke” die wolk die Wilders, De Vos en Eerdmans omschrijven: de cultuur-marxisten die witte mensen alles willen “afpakken”.

Withuis, Williams en Packer vinden gretig publiek onder witte mensen in Nederland die zich “moreel geïntimideerd” voelen. Mensen die niet racistisch genoemd willen worden, en die zoeken naar een filosofisch excuus. Een column of een boek waar ze naar kunnen wijzen.

Zo creëren en verspreiden columnisten als Withuis dus “nuttige leugens”, gebaseerd op moedwillige onwaarheden of simpelweg een gebrek aan kennis. En De Volkskrant post het gewoon, wellicht vanwege eigen gebrek aan kennis, of omdat het de opinieredactie gewoon niets kan schelen.

Het zijn uiteindelijk deze opportunisten (columnisten en redacties) die de weg voorbereiden voor het fascisme. Want Wilders, De Vos en Eerdmans (en de SGP-fanaten, de BBB-fascisten, de VVD-autocraten enzovoorts enzovoorts) kunnen dit gebruiken om hun eigen politiek te steunen. En vice-versa.

Bo Salomons

(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)

Meer over het extreem-rechtse werkgelegenheidsprogramma lees je hier. Andere deelnemers die al aan bod gekomen zijn: Jan van de Beek, Indepen en Mees Wijnants.