Hoe migranten en vluchtelingen “wapens” werden: de verdere escalatie van het Europese grensbeleid

Bordje dat een NN-graf – het graf van een niet-geïdentificeerde persoon – aanduidt op de Tataars-islamitische begraafplaats (bekend als een ‘mizar’) van Bohoniki. Het laat zien hoe bij verdwijningen aan de grens vaak geen spoor achterblijft van iemands identiteit. (Foto: Maciej Moskwa, 2024.)

Minstens 102 doden, talrijke vermisten en een grensgebied dat migranten en vluchtelingen zelf de “dodenzone” noemen. Dat is volgens nieuw onderzoek de prijs van het Poolse grensbeleid aan de grens met Belarus, een aanpak die premier Donald Tusk nu als succesverhaal aan de rest van Europa aanprijst.

Het rapport “The Death Zone: The Making of a Lethal Pushback Regime Across the Polish-Belarusian Borderlands” is gepubliceerd door het onderzoeksbureau Border Forensics. In samenwerking met ngo’s, activisten en academici reconstrueert het onderzoeksbureau hoe een grens die werd voorgesteld als frontlinie van Belarussische “hybride oorlogsvoering” uitgroeide tot een laboratorium voor steeds gewelddadiger grensbeleid. Vijf jaar nadat Polen een “crisis” aan zijn grens uitriep als reactie op het faciliteren door Belarus van migranten en vluchtelingen om de grens over te steken, heeft de Poolse premier Donald Tusk de Poolse aanpak tot een succes verklaard. Hij heeft Spanje opgeroepen om het Poolse voorbeeld te volgen naar aanleiding van de recente gebeurtenissen aan de grensovergang bij Ceuta. Dat zogenaamde succes komt met hoge financiële en menselijke kosten.

Screenshot van The Death Zone, een platform van Border Forensics dat het geweld in het Pools-Belarussische grensgebied visualiseert. Rode punten zijn gedocumenteerde doden, oranje punten gedocumenteerde pushbacks en gele punten noodoproepen van migranten en vluchtelingen.

Van bedreiging naar wapen

In het centrum van de kapitalistische wereld, zoals de EU en de VS, wordt migratie al decennialang als bedreiging geframed. Een centraal beleidsinstrument daarbij is grensexternalisatie: het uitbesteden van grenscontrole aan landen buiten deze economische centra. Die landen krijgen geld, materieel en training om migranten en vluchtelingen tegen te houden voordat zij de grens van Europa bereiken. Bekende voorbeelden zijn Turkije, Libië en Marokko, maar ook Belarus ontving EU-steun voor grensbeheer. En deze logica keert nu om.

In februari 2020 zei de president van Turkije, Tayyip Erdoğan, dat hij de grens met de EU niet meer zou controleren en liet hij duizenden mensen doorreizen naar Griekenland. Hij deed dat omdat Turkije vond dat de EU en de NAVO te weinig steun boden voor zijn imperialistische oorlogszucht in Idlib. In mei 2021 liepen en zwommen duizenden mensen vanuit Marokko naar de Spaanse enclave Ceuta. Dat gebeurde midden in een diplomatieke crisis, nadat Spanje de leider van Polisario, de West-Saharaanse onafhankelijkheidsbeweging, had binnen gelaten voor een medische behandeling. In datzelfde jaar liet het Belarussische regime, in reactie op EU-sancties, als politiek drukmiddel bewust migranten en vluchtelingen doorreizen naar de Poolse en Litouwse grens. Migranten en vluchtelingen werden met grof geweld teruggestuurd. Ze werden geslagen met knuppels en bespoten met pepperspray, hun telefoons, geld en andere bezittingen werden afgepakt of vernietigd, en er werd op hen geschoten. Door sociaal-democraten, groene liberalen, en alles op de rechterflank en daartussen wordt gewelddadig grensbeleid ondersteund en gefinancierd. Miljoenen euro’s gaan naar hekken, drones, camera’s, AI-technologie en andere surveillancetechnologie, naar een grensindustrie die verdient aan het weren van mensen. Dat heeft inmiddels al duizenden levens gekost sinds 1990.

Het rapport van Border Forensics laat zien dat er in Polen een verdere escalatie is in de manier waarop migratie wordt benaderd: van een beleidsprobleem naar een militaire dreiging. Wat we zien aan de Poolse grens is een externalisatiebeleid met een meer uitgesproken militair karakter. Mensen die bescherming zoeken, worden neergezet als “wapens” in handen van een vijandige staat, en het oversteken van een grens wordt gezien als onderdeel van “hybride oorlogsvoering”.

Grensinfrastructuur aan de Pools-Belarussische grens, deels gefinancierd door de Europese Unie. (Foto: Border Forensics, 2026.)

Militarisering van de buitengrenzen

Die verschuiving heeft vergaande gevolgen. Door migranten en vluchtelingen als militaire dreiging te framen, wordt het grensgebied verder gemilitariseerd, wordt solidariteit gecriminaliseerd en wordt het asielrecht opgeschort in naam van de verdediging van “de staat”. De gevolgen zijn dodelijk. Het rapport baseert zich op gegevens van Poolse ngo’s en activisten, die sinds 2021 ten minste 102 doden aan de grens hebben gedocumenteerd en geïdentificeerd. Het werkelijke aantal ligt vermoedelijk hoger, aangezien talrijke mensen nog altijd worden vermist.

Deze sterfgevallen zijn het gevolg van een systeem van geweld aan beide kanten van de grens. Polen en de EU willen migranten en vluchtelingen buiten houden, en de EU heeft in de jaren voor 2020 het regime van Loekasjenko financieel gesteund bij de grenscontrole. Toen de spanningen tussen Belarus en de EU opliepen na de verkiezingen van 2020 en de sancties die volgden, begon Belarus migratie naar Polen, Litouwen en Letland te faciliteren om druk uit te oefenen. Poolse grenswachters duwen mensen terug naar Belarus (pushbacks), waarna Belarussische troepen hen opnieuw richting de grens dwingen (pushforwards). Zo raken migranten en vluchtelingen soms dagen of zelfs wekenlang gevangen in de grensstrook, heen en weer geduwd tussen twee staten. Activisten en ngo’s worden door militairen en grenswachters tegengehouden, met dodelijke gevolgen: mensen in nood blijven achter zonder water, voedsel of medische hulp. Door de jaren heen zijn er langs de grens voor miljoenen euro’s hekken, camera’s, bewegingssensoren en AI-gestuurde observatiesystemen geplaatst om migranten en vluchtelingen op te sporen. Die raken gewond aan het grenshek en worden blootgesteld aan geweld tijdens pushbacks, aan uitputting en onderkoeling, en aan extreme omstandigheden in de bossen, rivieren en moerassen.

Het uitzonderlijke wordt normaal

Opvallend is dat het Poolse grensregime bleef bestaan na de regeringswissel van 2023, toen de centrumcoalitie van Tusk de rechtse PiS-regering opvolgde, ondanks Tusks campagnebelofte om een einde te maken aan de schendingen van de rechten van migranten en vluchtelingen. Volgens de onderzoekers is het geweld uit het publieke zicht verdwenen, is verantwoording ontlopen en is de Poolse wetgeving hervormd, met als dieptepunt de wet van 2025 die het asielrecht opschort. Wat in 2021 begon als een ‘uitzonderlijke’ reactie, is genormaliseerd.

De logica van het Poolse model wordt steeds meer zichtbaar in het Europese migratiebeleid. Sinds 12 juni geldt in alle lidstaten, ook in Nederland, het EU-Migratiepact, met nieuwe mechanismen om te reageren op vermeende “instrumentalisering” en “grenscrises”. Dat zijn precies de begrippen waarmee Polen het asielrecht opschortte, solidariteit criminaliseerde, en staatsgeweld verder normaliseerde. Wat begon als een zogenaamde uitzondering, wordt stilletjes de regel.

Koloniale boemerang

Dat blijft bovendien niet bij de grens. De technologie en praktijken die daar zijn ontwikkeld, vinden hun weg terug naar het centrum van Europa, waar dezelfde surveillancemiddelen worden ingezet. Waar drones migranten en vluchtelingen, veelal uit de voormalige koloniën, aan de buitengrenzen opspoorde en gemaskerde mannen migranten en vluchtelingen in elkaar sloegen, zien we nu in Nederland gemaskerde politieagenten inslaan op bijvoorbeeld het Woonprotest, Extinction Rebellion en de Palestina-beweging. Dat wordt ook wel de koloniale boemerang genoemd: technieken die eerst in de koloniën werden ingezet, keren terug naar het centrum. Aimé Césaire zag het fascisme al als een terugkeer naar Europa van methoden die eerder op gekoloniseerde mensen waren toegepast.

Hier is de militarisering van grenzen onlosmakelijk verbonden met de oorlogslogica die steeds meer samenlevingen vormgeeft. Wat het rapport laat zien, is hoe geweld wordt genormaliseerd, gefinancierd en ondersteund, en hoe de angst voor migratie wordt “geïnstrumentaliseerd”. Hervorming van grenscontrole zal geen einde maken aan dat geweld, omdat het probleem schuilt in het grensregime zelf: een structuur die bepaalt wiens leven bescherming verdient en wie gewelddadig kan worden teruggedrongen naar het bos of de zee. De vraag is daarom niet of Europa dat kan hervormen, maar hoe lang we dat geweld nog accepteren.

Serap Göçer