“Naar het museum!” Tweede van tien demonstraties tegen J.P. Coen beeld in Hoorn

Zaterdag was de tweede van een reeks van tien demonstraties dit jaar voor het verwijderen van het standbeeld van genocidepleger J.P. Coen uit de openbare ruimte. Het kan naar het op dertig meter liggende Westfries Museum, of anders in de gracht, zoals werd geopperd in een van de leuzen die tijdens het protest werden geroepen. Er deden tegen de veertig mensen mee. Hier een verslag dat Marisella de Cuba van We Promise dezelfde dag nog schreef op Facebook.

Vandaag vond de tweede demonstratie plaats voor het verplaatsen van het standbeeld van J.P. Coen naar het museum. De sfeer was opnieuw positief: vastberaden, warm en verbonden. Wat meteen opviel, was dat er duidelijk meer mensen aanwezig waren dan de vorige keer. Nieuwe gezichten sloten zich aan, en veel mensen die er de eerste keer bij waren, stonden er weer dit keer nog zichtbaarder en luider.

Onderweg merkten we hoe verschillend mensen reageerden. Sommige voorbijgangers staken een duim omhoog of glimlachten om hun steun te tonen. Tegelijkertijd waren er ook mensen die ons met afkeuring en haat in de ogen aankeken.

Eén persoon die in Hoorn bekend staat om zijn inzet tegen armoede, riep tijdens onze demonstratie racistische opmerkingen naar een deelnemer. Hij maakte een zwarte man uit voor Zwarte Piet en zei dat hij weg moest. Dat moment liet zien hoe complex mensen kunnen zijn: iemand kan zich selectief inzetten voor de gemeenschap en tegelijkertijd racistisch gedrag vertonen dat anderen kwetst en uitsluit.

Ook ikzelf kreeg te maken met racistische opmerkingen. Er werd naar mij geroepen dat ik “terug moest” naar de plek waar mijn familiegeschiedenis ligt – terwijl ik hier ben omdat Nederland daar ooit was. “De Cuba, ga terug naar Aruba” werd er geroepen door de volwassen man.

Het was een pijnlijk voorbeeld van hoe snel je Nederlanderschap voorwaardelijk wordt gemaakt zodra je een boodschap uitdraagt die niet iedereen bevalt. Het liet zien hoe gemakkelijk sommige mensen terugvallen op racisme wanneer ze geconfronteerd worden met een kritisch geluid, zelfs in een stad die zichzelf graag ziet als welvarend en beschaafd, maar vergeet dat in een beschaafd land er geen genocideplegers worden vereerd.

Wat extra spanning gaf, was dat sommige mensen heel dichtbij kwamen. De politie en boa’s hielden afstand, ondanks de gewelddadige aanval tijdens de vorige demonstratie – een incident waarvoor wij als organisatoren aangifte hebben moeten doen. Die combinatie van nabijheid van omstanders en beperkte handhaving maakte duidelijk hoe kwetsbaar een vreedzame demonstratie kan zijn, en hoe belangrijk het is dat veiligheid serieus genomen wordt.

Toch overheerste het gevoel van groei. De chants en speeches waren inhoudelijk, respectvol en hoopvol. Mensen deelden verhalen, wisselden informatie uit en lieten zien dat dit onderwerp leeft. De energie was niet alleen protesterend, maar ook opbouwend: een gezamenlijke wens om de stad eerlijker, inclusiever en historisch bewuster te maken.

Zoals we al chantend richtig het station terug liepen:

We komen terug, met nog veel meer.
J.P. Coen is het waard, geef hem een Westfries Museum-kaart.

Marisella de Cuba

Voorstander van de verering van de genocidepleger: de Delftse fascist Jasper Ruijtenbeek, die ook vaak bij extreem-rechtse anti-azc protesten aanwezig is.