Racistisch geweld en bedreigingen tegen demonstratie “Verplaats het standbeeld van J.P. Coen naar het Westfries Museum” (beeldverslag)

Zo’n dertig mensen deden gisteren mee aan de eerste demonstratie in een reeks van tien protestacties in 2026 om het standbeeld van de genocidepleger Jan Pieterszoon op het plein Roode Steen in Hoorn verplaatst te krijgen naar het Westfries Museum. Deze tien demonstraties maken deel uit van een campagne van de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn (WSH), die ook nog een petitie (die door organisaties ondersteund kan worden) en een officiële verplaatsingsprocedure omvat. De dekoloniale activisten werden geconfronteerd met geweld en bedreigingen, zowel online als tijdens de actie.

De protestactie had een strijdbaar, energiek en inspirerend karakter. De demonstranten wisten van tevoren terdege waar ze aan begonnen. Gaan demonstreren tegen de koloniale verheerlijking van Coen in het centrum van Hoorn betekent elke keer weer dat je vijandelijk gebied intrekt, middelvingers van omstanders opgestoken ziet, vuile en boze blikken toegeworpen krijgt en uitermate waakzaam moet zijn op extreem-rechtse lieden en de politie. In aanloop naar de protestactie waren er op sociale media alweer dreigementen geuit en leek het erop dat er een tegendemonstratie gehouden zou gaan worden. We waren op onze hoede.

Verzamelen bij het station

Ter gelegenheid van de tien demonstraties, vanaf maart tot en met december, heeft de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn nieuw actiemateriaal laten maken (flyers, posters en stickers). “Jan Pieterszoon Coen was verantwoordelijk voor extreem koloniaal geweld, waaronder de genocide op de Banda-eilanden in 1621”, aldus de tekst op de flyer die werd uitgedeeld. “Een metershoog standbeeld van een genocidepleger op een centraal plein in Hoorn is geen neutrale herinnering, maar een eerbetoon. Het is tijd! Verplaats het standbeeld en geef het een plek waar de geschiedenis niet wordt vergeten, maar waar het ons helpt om te leren, te reflecteren en samen vooruit te kijken. Steun de campagne voor verplaatsing en spreek je uit tegen koloniale verheerlijking.”

Nadat we vanaf station Hoorn waren vertrokken, liepen we door drukbezochte winkelstraten en werden we volop aangestaard door voorbijgangers die in hun stad zelden zo’n bonte stoet demonstranten voorbij zien komen. De sfeer werd hectischer toen we opvallend en luidkeels langs de kraampjes van de lokale verkiezingsmarkt liepen. Daar stonden al die partijen zichzelf te feliciteren die zich in en buiten de gemeenteraad een voorstander hebben getoond van het blijven voortzetten van de verering van een koloniale misdadiger. Gelukkig hebben sommige raadsleden zich inmiddels – al dan niet schoorvoetend – geschaard achter de eis van de WSH om het standbeeld te verplaatsen naar het Westfries Museum en dus te verwijderen uit de openbare ruimte. Het was dan ook verheugend dat leden van de SP en de Partij voor de Dieren met ons mee demonstreerden. Zowel Partij voor de Dieren als GroenLinks-PvdA staan inmiddels op de lijst van organisaties die de petitie voor verplaatsing van het standbeeld ondersteunen.

Racistisch geweld

Vier mensen van ons waren onophoudelijk leuzen aan het roepen, naast en voor de rest van de groep. Plotseling werd een van hen, een vrouw van kleur, aangevallen door een witte oudere man. Hij greep haar vast en wilde haar de mond snoeren, zo leek het. Nadat twee andere demonstranten de activist te hulp waren geschoten, voerde de politie de geweldpleger af. Het nare incident bevestigde onze ervaring dat Hoorn een stad is met volop koloniale, racistische en stadschauvinistische sentimenten, wat al snel kan uitmonden in agressie en intimidatie. Onze leuzenroeper heeft inmiddels bij de politie aangifte gedaan van het racistische geweld. En de WSH heeft een verklaring over het geweld uitgebracht (zie hieronder).

We liepen vervolgens verder, achter het kopspandoek “Genocide verdient geen standbeeld“. We waren zichtbaar, hoorbaar en voelbaar. Niemand op de verkiezingsmarkt kon om ons heen. “J.P. weg ermee”, “Stop met het eren van foute heren”, “Hoorn, schaam je, politiek, schaam je”, zo scandeerden we. Er waren ook wat nieuwere leuzen bij, zoals “1, 2, 3, 4, we willen J.P. Coen niet hier, 5, 6, 7, 8, in het museum of in de gracht”.

Nonchalante politie

Toen we op het plein Roode Steen aankwamen, zagen we een stuk of vijf tegendemonstranten staan die zich om het standbeeld van Coen hadden verzameld. Ze stonden daar op een lachwekkende en tegelijkertijd ergerlijke manier een genocidepleger te beschermen. Een van hen bleek de beruchte Coen-fan Trudy van Veen te zijn, die haar actiebord “Handen af van J.P. Coen! Hij hoort bij onze geschiedenis” weer eens van stal had gehaald. Een van haar bondgenoten probeerde via een piepklein ander bordje, met de tekst “Leren van het verleden”, een soort koloniale schoolmeester uit te hangen, zoals de Hoornse docent maatschappijleer Paul Lassooij dat ook pleegt te doen. Het is bijzonder irritant dat mensen die Coen vereren, tegelijkertijd anderen aansporen om te leren van het verleden. Wij verhinderden dat de schoolmeesterachtige Coen-verheerlijker mooi weer kon gaan spelen door zelf te scanderen “Leren van het verleden, dus weg met J.P. Coen!”.

We gaan op weg

Hoewel de politie er van tevoren al over was ingelicht dat men rekening moest houden met een tegenactie, bleken de agenten en boa’s bij het standbeeld geen duidelijke fysieke scheiding aan te kunnen of te willen brengen tussen voorstanders en tegenstanders van Coen. Daarmee nam de politie na het racistische geweld op de verkiezingsmarkt het risico dat extreem-rechtsen opnieuw agressief zouden kunnen worden door dekoloniale activisten aan te vallen. Het aantal tegendemonstranten was gelukkig maar klein, maar bij een hogere rechtse opkomst had het gemakkelijk opnieuw uit de hand kunnen lopen. Nu bleef de agressie van de tegendemonstranten beperkt tot wat schelden en ander provocerend gedrag. De lichtzinnige en nonchalante houding van de politie is des te schrijnender, omdat het zich uitspreken tegen het standbeeld van Coen in Hoorn altijd leidt tot geweld en dreigementen, ze leert de ervaring van dekoloniale activisten.

Uiteindelijk keerden we terug naar het station, waarbij we voortdurend scandeerden dat we de volgende keren met meer mensen zouden terugkomen. Op 18 april vindt de volgende demonstratie van de WSH alweer plaats, en daarna nog op 16 mei, 20 juni, 18 juli, 22 augustus, 19 september, 17 oktober, 14 november en 19 december. De strijd gaat door. Coen moet vallen en voorgoed worden verwijderd uit de openbare ruimte.

Harry Westerink

Statement naar aanleiding van de gebeurtenissen tijdens de demonstratie tegen J.P. Coen in Hoorn op 14 maart 2026

Op 14 maart 2026 hielden wij een vreedzame demonstratie in Hoorn tegen het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. We verzamelden bij het station, waar we iedereen bedankten voor hun aanwezigheid en nogmaals benadrukten dat dit een vreedzame demonstratie was. Vanaf daar begonnen we aan onze mars richting de Roode Steen, waar het standbeeld van J.P. Coen staat.

Op de Grote Noord – waar die middag de verkiezingsmarkt stond – hielden we kort stil om politieke partijen toe te spreken over het nemen van verantwoordelijkheid. Het is tijd: een genocidepleger verdient geen standbeeld in de openbare ruimte. Het beeld hoort thuis in een museum. Met verschillende chants maakten we onze boodschap duidelijk.

Tijdens de mars werden we meerdere keren benaderd door boze omstanders die dicht op de demonstranten afkwamen. Enkelen van hen duwden zelfs deelnemers. Dit is direct gemeld aan de boa’s die meeliepen, maar er werd niet ingegrepen. Omstanders kregen telkens de ruimte om gevaarlijk dicht bij de demonstranten te komen.

Op een gegeven moment ging het mis. Een man stormde op een demonstrant af die een megafoon vasthield en probeerde deze af te pakken. Toen de demonstrant de megafoon wegdraaide, greep de man haar vast en hield haar in een houdgreep. Twee andere demonstranten schoten te hulp, en iemand van de verkiezingsmarkt stapte ertussen. Pas daarna kon de politie ingrijpen om de man te verwijderen.

Op het VOC-logo

Voorafgaand aan de demonstratie circuleerden online al veel bedreigingen met geweld. De politie was hiervan op de hoogte en had opgeschaald. Toch kregen agressieve omstanders vandaag te veel ruimte om ons te intimideren en fysiek te benaderen.

Onze veiligheid is nooit vanzelfsprekend. Voor sommige mensen lijkt het uitspreken tegen racisme, discriminatie en onrecht een rechtvaardiging om geweld tegen ons te gebruiken. Dat is onacceptabel.

We lopen het plein Roode Steen op.

De aangevallen demonstrant heeft dezelfde dag aangifte gedaan, en de politie heeft hiervoor gelukkig tijd vrijgemaakt. Wij, als organisatoren, zullen eveneens aangifte doen: van mishandeling en van het met geweld verstoren van een vreedzame demonstratie. Ook tegen online haat en bedreigingen blijven wij aangifte doen – altijd en elke keer – totdat duidelijk is dat men van vreedzame demonstranten af moet blijven.

Fans van de genocidepleger aan de voet van zijn beeld

Helaas is dit niet de eerste keer dat wij met geweld te maken krijgen tijdens een demonstratie. Eerder werden wij ook aangevallen, maar toen konden we volgens de politie geen aangifte doen omdat we niet gewond waren geraakt en werd de dader door boa’s ter plekke losgelaten. Dit soort situaties draagt eraan bij dat sommige mensen denken dat er geen consequenties staan op het aanvallen van vreedzame demonstranten.

Ondanks alles hebben we ons herpakt en een krachtige demonstratie neergezet. We hebben nog negen demonstraties aangekondigd – maandelijks één tot het einde van het jaar. Sluit je aan en support ons. In grotere aantallen zijn we veiliger. We hebben jullie nodig, want wij zullen niet stoppen of rusten totdat het standbeeld van J.P. Coen naar het Westfries Museum wordt verplaatst.

Werkgroep Slavernijverleden Hoorn

Niet zo blij.
Leuzen bij het beeld en op weg terug naar het station
Stickers