“Zo hoeft het niet te gaan” – klimaatcrisis (Chomsky serie, deel 2)

Bij de klimaatdemonstratie van 6 november 2021 (Foto: Jan Kees Helms).

De initiatiefnemers van de Overeenkomst van Parijs (klimaatverdrag van de Verenigde Naties van 2015) wilden een bindend verdrag, geen vrijwillige overeenkomst. Maar er was een belemmering. En die belemmering heeft een naam. Die heet de Republikeinse Partij van de Verenigde Staten. Het was duidelijk dat deze partij nooit bindende afspraken zou accepteren. Zij is bijna uitsluitend gewijd aan het welzijn van de superrijken en het bedrijfsleven, en geeft absoluut niets om de bevolking of de toekomst van de wereld. De Republikeinse Partij zou nooit een bindend verdrag hebben geaccepteerd. Als reactie daarop deden de organisatoren van de Overeenkomst van Parijs een enorme stap terug en maakte men er een vrijwillige overeenkomst van. Met alle problemen van dien.

Aan het woord is Noam Chomsky, de bekende Amerikaanse taalgeleerde en radicaal-linkse criticus van het beleid van de VS.

We hebben nu (2021) zes jaar verloren. Vier onder de regering Trump, die er openlijk op uit was om het gebruik van fossiele brandstoffen zoveel mogelijk op te jagen en de regelgeving zoveel mogelijk te beperken. Regelgeving die tot op zekere hoogte de bevolking beschermde tegen vervuiling, vooral de arme en gekleurde mensen. Want zij zijn natuurlijk degenen die de grootste last van de vervuiling ondervinden. Het zijn de arme mensen van de wereld, die leven in wat Donald Trump “shithole countries” noemde, die het meest lijden. Zij hebben het minst bijgedragen aan de ramp van de fossiele brandstoffen en zij lijden het meest.

Noam Chomsky-serie
1. “Gewone mensen hebben nog steeds de macht om oorlogen te stoppen”
2. “Zo hoeft het niet te gaan” – klimaatcrisis

Maar zo hoeft het niet te gaan. Er is wel degelijk een pad naar een leefbare toekomst. Het is mogelijk om een verantwoordelijk, verstandig, rechtvaardig en niet racistisch beleid te voeren.Het is aan ons allemaal om dat te eisen, iets dat jonge mensen over de hele wereld al doen.

Als je kijkt naar de meer verstandige parlementsleden van de Democratische Partij, die overigens verre van onschuldig zijn, dan zie je mensen die “gematigd” worden genoemd, zoals senator Joe Manchin. Hij is de grootste ontvanger van verkiezingscampagne-bijdragen van de fossiele brandstoffen-bedrijven. Zijn standpunt is dan ook dat van deze firma’s: tegen het uitbannen van fossiele brandstoffen en voor innovatie. Dat is precies het standpunt van ExxonMobil. “Maak je geen zorgen”, zeggen ze daar, “we zijn een bedrijf met een ziel. We investeren in futuristische manieren om de vervuiling die we in de atmosfeer brengen te verwijderen. Alles is in orde, vertrouw ons maar.” Geen uitbanning van fossiele brandstoffen, alleen innovaties, die er misschien wel komen of misschien niet. En als die er al komen, zullen die waarschijnlijk te laat en te beperkt zijn.

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de VN-organisatie van klimaatwetenschappers, was in haar rapport van 2021 veel somberder dan in eerdere rapporten en zei dat we stap voor stap, elk jaar, het gebruik van fossiele brandstoffen moeten verminderen om er binnen een paar decennia helemaal vanaf te zijn. Een paar dagen nadat het rapport uitkwam, riep Joe Biden het OPEC-oliekartel op om de olieproductie te verhogen, waardoor de gasprijzen in de Verenigde Staten zouden dalen, wat goed zou zijn voor zijn populariteit bij de bevolking. Media van de olie-industrie reageerden meteen razend enthousiast. Inderdaad, er valt veel winst te behalen, maar ten koste van wat? Het is leuk dat de menselijke soort een paar honderdduizend jaar bestaat, maar blijkbaar is dat wel lang genoeg. Tenslotte is de gemiddelde levensduur van een soort op aarde ongeveer honderdduizend jaar. Dus waarom moeten we zo nodig het record breken? Waarom zouden we ons inzetten voor een rechtvaardige toekomst voor iedereen, als we de planeet naar de knoppen kunnen helpen om rijke bedrijven nog rijker te laten worden?

Destructief beleid

We moeten de werkelijkheid onder ogen zien. Ik zelf zou graag een verschuiving zien in de richting van een vrijere en meer rechtvaardige samenleving, productie voor bevrediging van onze behoeften in plaats van productie voor winst, werk dat mensen zelf kunnen organiseren in onderling overleg in plaats van dat ze zich praktisch de hele tijd dat ze wakker zijn moeten onderwerpen aan hun bazen. Maar gezien de huidige klimaatcrisis hebben we niet voldoende tijd om zulke diep ingrijpende veranderingen voor elkaar te krijgen. Dat betekent dat we de klimaatproblemen moeten zien op te lossen binnen het kader van de bestaande instellingen.

Het economische systeem van de afgelopen veertig jaar is bijzonder destructief geweest. Het heeft het grootste deel van de bevolking zwaar getroffen. De ongelijkheid tussen arm en rijk is fors toegenomen, de democratie ligt onder vuur en het milieu is het kind van de rekening. Maar een leefbare toekomst is toch mogelijk. We hoeven niet te leven in een systeem waarin de belastingregels veranderd zijn, zodat miljardairs lagere tarieven betalen dan werkende mensen. We hoeven niet te leven in een vorm van staatskapitalisme waarin de armste negentig procent van de bevolking voor ongeveer vijftigduizend miljard euro beroofd zijn, ten behoeve van de rijkste één procent. Dat is tenminste de schatting van de RAND Corporation (een belangrijk rechts Amerikaans onderzoeksbureau). Het zal vast een ernstige onderschatting zijn, omdat gewone mensen met nog zoveel andere maatregelen te maken hebben gehad, die RAND niet meegenomen heeft in haar berekening.

Er zijn manieren om het bestaande systeem te hervormen binnen de huidige structuur. We moeten die structuur zelf ook veranderen, maar dat zou over een langere periode moeten gebeuren. De vraag is nu: kunnen we een klimaatramp voorkomen binnen het kader van een wat minder woeste vorm van staatskapitalisme? Ik denk dat dat in principe mogelijk is. Voor een bedrag ter grootte van twee of drie procent van het bnp (bruto nationaal product, het totaal van alle inkomsten van een land) is het haalbaar om de klimaatcrisis aan te pakken en tegelijk een leefbare toekomst te scheppen. Een toekomst zonder vervuiling, zonder files en met constructiever, productiever werk en betere banen. Dit is allemaal mogelijk.

Onomkeerbare omslagpunten

Maar er zijn serieuze obstakels. Namelijk: de fossiele brandstofindustrie, de banken en andere grote instellingen, die zijn ontworpen om zoveel mogelijk winst te maken en die zich nergens anders om bekommeren. Dat is namelijk de kern van het neo-liberalisme. Denk bijvoorbeeld aan de uitspraak van de neo-liberale goeroe econoom Milton Friedman dat bedrijven geen verantwoordelijkheid hebben tegenover het publiek of de beroepsbevolking, en dat hun enige verantwoordelijkheid bestaat uit het maximaliseren van de winst voor de enkeling. Fossiele brandstofbedrijven zoals ExxonMobil doen zichzelf vaak voor als welwillend, dag en nacht werkend voor het algemeen belang. Maar dat zijn pr-verhalen, dat is greenwashing, groenwassen.

Het IPCC roept in haar rapport van 2021 op om een einde te maken aan fossiele brandstoffen. De hoop is dat we de ergste klimaatrampen kunnen afwenden en binnen een paar decennia een duurzame economie kunnen bereiken. Als we dat niet doen, zullen we onomkeerbare omslagpunten bereiken en zullen de meest kwetsbare mensen, degenen die het minst verantwoordelijk zijn voor de crisis, het eerst en het zwaarst te lijden hebben onder de gevolgen. Dan gaat het bijvoorbeeld om mensen die in de kustgebieden van Bangladesh wonen, waar krachtige cyclonen enorme schade aanrichten; om mensen in India, waar de temperatuur in de zomer kan oplopen tot meer dan vijftig graden. Velen zullen aan den lijve ondervinden dat delen van de wereld onleefbaar worden.

We hebben niet het recht om de levens van mensen in Zuid-Azië of Afrika, of mensen in kwetsbare gemeenschappen in de Verenigde Staten op het spel te zetten. Er is een opvallend verschil tussen natuurkundigen en economen. Natuurkundigen zeggen niet: “Hé, laten we een experiment doen dat de wereld zou kunnen vernietigen, omdat het interessant is om te zien wat er gaat gebeuren.” Maar economen doen dat wel. Op basis van neo-klassieke theorieën ontketenden ze begin jaren tachtig een grote revolutie in de wereldpolitiek, die begon met Jimmy Carter en versnelde met Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Gezien de macht van de Verenigde Staten ten opzichte van de rest van de wereld had de neo-liberale aanval, een groot experiment in de economische theorie, een verwoestend resultaat. Je hoefde echt niet een genie te zijn om dat op te kunnen merken.

Neo-liberalisme

Het neo-liberale motto was “De overheid is het probleem”. Dat wil zeggen: de overheid kan maar beter zo min mogelijk beslissingen nemen. Maar dat betekent niet dat er in het algemeen minder beslissingen genomen worden. Het betekent alleen dat de beslissingen verplaatst worden. Als de overheid, die in beperkte mate onder invloed staat van de bevolking, de beslissingen niet neemt, dan zullen ze genomen worden door het bedrijfsleven, dat volgens de instructies van Friedman geen verantwoording hoeft af te leggen aan het publiek. Want zijn enige opdracht is volgens hem zelfverrijking.

Dan komt Margaret Thatcher langs en zegt dat er niet zoiets bestaat als een samenleving, alleen maar losse individuen, die op de een of andere manier door het bedrijfsleven worden aangestuurd. Natuurlijk is er best een kleine voetnoot te plaatsen, namelijk dat er voor de rijken en machtigen genoeg samenleving is en blijft. Organisaties zoals de Kamer van Koophandel, de Business Roundtable, ALEC, allerlei andere clubs. Mensen uit de top van het bedrijfsleven komen bij elkaar, ze wisselen ervaringen uit, en ze verdedigen zichzelf. Er is genoeg maatschappij voor hen, alleen niet voor de gewone mensen. De meeste mensen moeten zien te leven met de verwoestingen die het marktdenken aanricht. De rijken natuurlijk niet. Bedrijven kunnen rekenen op een sterke staat om hen uit de problemen te helpen. De rijken hebben de machtige staat en zijn politiemacht nodig om er zeker van te zijn dat niemand hen in de weg loopt.

Hoop

Ik heb mijn hoop gesteld op jonge mensen. In september (2021) was er een internationale klimaatstaking. Honderdduizenden jongeren gingen de straat op om te eisen dat er een einde komt aan de vernietiging van het milieu. Greta Thunberg stond onlangs op tijdens de Davos-bijeenkomst van de groten en machtigen en somde eerst nuchter op wat die allemaal aan het doen zijn. “Hoe durven jullie,” ging ze verder. “Jullie hebben mijn dromen en mijn kindertijd gestolen met jullie lege woorden. Jullie hebben ons verraden.” Dat zijn woorden die diep in ieders bewustzijn gegrift zouden moeten zijn, vooral bij mensen van mijn generatie die de jeugd van de wereld en de landen van de wereld hebben verraden en nog steeds verraden.

We hebben nu te maken met een strijd die we kunnen winnen. Maar hoe langer we dat gevecht uitstellen, hoe moeilijker het zal zijn. Als we het klimaatprobleem tien jaar geleden onder ogen hadden gezien, waren de problemen nu veel minder groot geweest. Als de Verenigde Staten niet als enige land het Kyoto-protocol geweigerd had, zou het allemaal veel gemakkelijker zijn geweest. Hoe langer we wachten, hoe meer we onze kinderen en kleinkinderen verraden. Maar de mogelijkheid van een rechtvaardige en duurzame toekomst bestaat en er is genoeg dat we kunnen doen om die te bereiken voordat het te laat is.

Stan Cox

Dit is een verkorte versie van het interview “Noam Chomsky: ‘It Doesn’t Have to Be This Way’” in Jacobin van oktober 2021. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.