Jetten I: zakelijke autocratie na propagandistisch fascisme

Premier van de meest kapitalistische partij van Nedelrand.

Coalitieakkoord: 19 miljard voor defensie, forse bezuinigingen op zorg, uitkeringen”, kopte de NOS vandaag. Dit is op maar één punt een verbetering ten opzichte van het kabinet-Wilders: de vorm. En daar zit nu juist het venijn. Het kabinet-Jetten kan nog véél meer schade doen dan hun voorgangers, door zich “netjes” en “rechtsstatelijk” te gedragen.

Velen zullen dit kabinet vergelijken met hun voorgangers, voornamelijk de PVV. In dat opzicht verandert er iets. Faber blies hoog van de toren door het “strengste asielregime ooit” te beloven. Aan dit soort borstklopperij komt waarschijnlijk een einde.

Ook komt er waarschijnlijk een einde aan de gretigheid en het openlijke genot waarmee het vorige kabinet haar wreedheden botvierde. Een gretigheid die ook veel tegenstand opriep vanuit de oppositie, waarmee Faber dan ook vaak mee overhoop lag.

Waarom deed de PVV het toch zo? Dat komt door de politiek van de PVV. Zij zijn afhankelijk van hun propaganda om stemmers te trekken. Hun achterban roept om openlijke wreedheid, en daarvoor is geniepige wreedheid onvoldoende. Ze moeten het kunnen marketen.

Dus de propagandistische toon is veranderd. De “scherpe randjes” zijn er vanaf: Jetten staat niet schuimbekkend “vol is vol” te roepen, heeft het niet over een “invasie” of over “gelukszoekers”. Maar op de toon na is er voor de rest weinig veranderd.

Inhoudelijk volgt het kabinet-Jetten namelijk compleet de lijn van hun voorgangers. Ze gaan het tweestatussenstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet van Faber (inclusief de strafbaarstelling van ongedocumenteerd verblijf) gewoon doorvoeren en handhaven. Ze willen ook een “asielstop” in kunnen voeren.

Daarnaast hebben ze ook hun eigen voorstellen: het uitkleden van rechtsbescherming voor vluchtelingen die asiel aanvragen door het afschaffen van beschermende procedurestappen zoals het verplichte medische advies. Het “niet meewerken” (een afspraak missen) wordt een afwijzingsgrond.

Het probleem van het regeerakkoord is de leesbaarheid: in tegenstelling tot de extreem-rechtse beloften van het kabinet-Schoof is dit regeerakkoord ingekleed met ambtelijke, politiek correcte taal. Daarom zijn de gevolgen van voorstellen moeilijker te overzien, maar ze zijn niet minder gevaarlijk.

Neem het voorstel om de politie meer macht te geven om straffen op te leggen. Dat heet dan een “politietransactie” of een “strafbeschikking”, maar het komt erop neer dat de politie meer zelf mag straffen, zelfs bij misdrijven. De belofte van “adequate rechtsbescherming” klinkt dan heel hol.

Of neem het demonstratierecht: compleet tegen het WODC-rapport in (dat adviseert om geen wijzigingen te door te voeren) besluit de coalitie om alsnog strenger te straffen, en burgemeesters meer bevoegdheden te geven om te straffen (handhaven) en voor “bestuurlijke verplaatsing”.

En ook als het gaat om zzp-ers. De “Zelfstandigenwet” waar ze het over hebben is een wet die het héél makkelijk maakt voor werkgevers om zzp-ers aan te nemen. Die hebben niet dezelfde rechten als ‘werknemers’. Daardoor worden de beschermingen uit het arbeidsrecht ondergraven.

Het zijn allemaal ogenschijnlijk kleine aanpassingen in wet- en regelgeving, maar met enorme gevolgen. Dat is het venijnige van het ‘nette’ voorkomen dat Jetten projecteert: met ambtelijke omschrijvingen weet hij gruwelijk beleid te verhullen, zodat men minder snel in opstand komt.

Dat zit ook in het sociale domein. Hier wordt het eufemisme gebruikt dat de loondoorbetaling bij ziekte “meer werkbaar” te maken voor ‘werkgevers’. Dat kan niets anders betekenen dan een inkorting van de loondoorbetaling, waar zieke werkers onder zullen lijden.

Die ambtelijke, eufemistische taal heeft nog een ander effect: de zogenaamd ‘linkse’ oppositie weet zich er niet toe te verhouden. Tegen de propagandistisch-rechtse PVV wisten ze harder van leer te trekken, maar tegen de “zakelijke” Jetten voelen ze zich verplicht tot een “constructieve” houding.

Dit laat zich vergelijken met de “nieuwe zakelijkheid” van de jaren tachtig (een term die ik ken uit het boek van Bram Wellink en Merijn Oudenampsen:: een politiek waarin men pretendeerde dat de neo-liberale orde objectief de juiste was, zonder veel ruimte voor discussie.

Die zakelijkheid is misschien minder ‘flashy’ dan openlijk extreem-rechts beleid, maar juist door die vorm (de “uitgestoken hand”) zien veel mensen het gevaar niet. Nu al zijn er figuren zoals Louis van Gaal die vooral blij zijn dat de zogenaamde “chaos” voorbij is.

De oppositie in de Tweede Kamer heeft hier overigens ook schuld aan. De afgelopen jaren was de grootste beschuldiging naar de PVV dat ze “niets voor elkaar” kregen, en dat ze “niets oplosten”. Er was weinig fundamentele kritiek op de wreedheid.

En wellicht was dat gecalculeerd. GroenLinks/PvdA heeft nu immers de vrijheid om wél samen te werken met een kabinet-Jetten, ook al zijn ze inhoudelijk niet veel anders (en op sommige punten nóg erger) dan hun voorgangers. Daar zijn ze ook niet fundamenteel op tegen.

Dit, terwijl we net de voordelen van politisering en polarisering in Nederland begonnen te voelen. De grote woede over de genocide in Gaza, de angst over de strafbaarstelling van ongedocumenteerden, de wil om vluchtende kinderen te beschermen tegen Faber-beleid

Het risico is dat die depolitisering, die hernieuwde zakelijkheid, mensen weer in slaap sust. Het is het “back to brunch”-moment, dat Amerikanen hadden nadat Biden in 2020 de verkiezing had gewonnen. Het symbool dat de tijd van activisme voorbij zou zijn.

En dat bleek een grote fout, want Biden zette grote delen van het onmenselijke migratiebeleid van de VS voort. Zijn beleid, onder andere het voortzetten van detentiekampen, kon vervolgens door Trump worden overgenomen en verhard.

En hoewel ik er juist op wil letten dat we dit kabinet zelf als voldoende erg zien, zagen we in de VS ook waar Biden-beleid toe leidde: uiteindelijk nam Trump het stokje weer over. Dus grote kans dat na de val van Jetten I er een Wilders II komt, die dat rechtse beleid voortzet.

Daarbij moeten we er in Nederland ook rekening mee houden dat het voor dit kabinet heel makkelijk zal worden om samen te werken met extreem-rechtse partijen als Groep-Markuszower, JA21, SGP, PVV en FvD. Makkelijker, gezien het rechtse beleid, dan met de linkse oppositie.

Daarbij bestaat dan weer het risico dat GroenLinks/PvdA zich laat verleiden tot enorme compromissen (lees: capitulaties) om maar een béétje invloed te hebben. De GroenLinks/PvdA-achterban zal bereid zijn enorme concessies te slikken om extreem-rechts maar te dwarsbomen, maar daarmee helpen ze ze uiteindelijk.

In tijden waarin het kabinet zich “zakelijk” voordoet is er een grote rol weggelegd voor politieke commentatoren: politiseren. Kenners en experts hebben als taak om alle ambtelijke taal door te prikken en de harde waarheid achter het beleid te achterhalen en te openbaren.

En ook polariseren is een belangrijke stap hierin: zorg ervoor dat de regering niet wegkomt met hun verhulde rechtse beleid. Sla de uitgestoken hand van Jetten af. Laat je niet inpakken door zijn diplomatieke taal.

En belangrijk: wees in je omgeving de stem van de rede, zelfs als andere mensen vallen voor het toneelspel van D66, VVD en CDA. Als iemand zegt “hij is tenminste geen Wilders”, leg uit waarom hij zo mogelijk nog erger is. Ook al noemt men je dan “ongezellig”.

Bo Salomons

(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)