We kunnen wel wat luddisme gebruiken

De legendarische Ned Ludd, waar de beweging haar naam aan ontleent.

In het Nederlands wordt de term niet vaak gebruikt, maar in het Engels is de term “luddiet” (luddite) een bekend scheldwoord. Het omschrijft iemand die uit angst, onwetendheid en conservatisme tegen nieuwe technologieën gekant is, een verwijzing naar de luddites die vooral tussen 1811 en 1817 machines in Engelse fabrieken sloopten. Wie voor luddiet wordt uitgemaakt, wordt niet alleen voor dom versleten, maar ook neergezet als een heilloos vechter tegen de bierkaai. Het is een term die weer aan populariteit wint om de critici van cryptomunten, NFT’s en large language models (llm’s, zogenaamd ‘AI’) te omschrijven.

De historische luddieten

Dit alles doet de echte luddieten geen recht. Om hun werkelijke strijd te begrijpen moeten we weten hoe het leven van een arbeider was vóór 1811. De meeste ambachtslieden werkten in een systeem van gildes. Dit waren beroepsorganisaties die bepaalden wie een bepaald beroep mocht hebben, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de kwaliteiten van een gezel of meester. De gildeleden werkten vaak vanuit een werkplaats dichtbij huis, terwijl de gildemeesters het gilde bij stemming bestuurden.

De industriële revolutie veranderde deze machtsverhouding. De stoommachine van James Watt, de spinning jenny van James Hargreaves en nog veel andere machines zorgden ervoor dat (relatief) ongeschoolde arbeiders het werk konden doen dat voorheen door opgeleide ambachtslieden van de gilden gedaan werd. Die ongeschoolde krachten hadden weinig onderhandelingsmacht, en waren al blij dat ze een baan in de fabriek konden krijgen. Ze maakten dan wel producten van slechtere kwaliteit, maar die producten waren wel spotgoedkoop, waardoor de fabrieksbazen de ambachtslieden weg konden concurreren. Het waren voortaan de fabriekseigenaren, niet de gildemeesters, die bepaalden wie welke goederen mocht maken, waardoor ze lage lonen konden afdwingen en opstandige arbeiders konden straffen.

Het was die ontwikkeling die de luddieten in de vroege 19e eeuw tot actie dwong. De eerste luddieten werken in de textielindustrie, en zagen hun werk verdwijnen. Niet alleen dat, maar ze klaagden ook over de slechte kwaliteit van de garen die in fabrieken werden gesponnen. Dat soort wegwerpgoederen waren slecht voor gebruikers, maar zorgen wel dat ze constant nieuwe producten moesten kopen. Daarnaast bekommerden de fabrieksbazen zich weinig om de wegwerparbeid die naar hun fabrieken trokken, met ongezonde arbeidsomstandigheden en ernstige fabrieksongevallen als gevolg. Het was de volwassenwording van een systeem waarin eigendom, niet vaardigheid, de allesbepalende factor zou zijn: het kapitalisme.

De Britse staat toonde zich in haar reactie een bondgenoot van de kapitalistische fabriekseigenaren. Meest in het oog springt de militaire reactie op de luddieten, toen het Britse leger tienduizend soldaten naar het noorden van Engeland stuurde om de golf van sabotage neer te slaan. Maar de Britse overheid beschermde ook het patentrecht van de bedrijven die de machines bouwden, waardoor kapitalisten konden bepalen wie recht had om die machines te gebruiken. Daarnaast voerde die overheid een door Dickens zo levendig beschreven oorlog tegen de armen, waardoor zij gedwongen werden om in de fabrieken te werken. Hierdoor hadden kapitalisten toegang tot nog meer wegwerparbeid.

Een andere technologische ontwikkeling

De luddieten waren ambachtslieden, en daarmee helemaal niet gekant tegen technologische ontwikkeling die hun werk makkelijker zouden maken. Als machines hadden gehad die hun ambachtswerk makkelijker hadden gemaakt, dan hadden ze dat met beide handen aangegrepen. Hun grieven waren niet met mechanische productie op zich, maar dat die ontwikkeling vooral was gericht op het ondergraven van ambachten in plaats van de versterking daarvan. In plaats van machines die ambachtelijke arbeid makkelijker en sneller maakten, werden machines gemaakt waardoor ongeschoolde arbeiders op hoge snelheid laagkwalitatieve producten konden produceren. Dit was iets waar vooral de fabriekseigenaren baat bij hadden, maar de arbeiders en consumenten moesten het ontgelden.

Wij hebben dagelijks te maken met de gevolgen van de overwinning van de kapitalisten en de staat op de luddieten. Dat kapitalistische bazen bepalen hoe, waar en wanneer werk moet gebeuren, in plaats van dat dat wordt afgesproken tussen de arbeider en de klant, is een ontwikkeling van de industriële revolutie. De tirannie van de klok is afkomstig uit dezelfde tijd. Waar ambachtslieden hun eigen werktijden konden bepalen, moesten fabrieksarbeiders werken wanneer hun baas besloot dat de machine aanging.

Andere gevolgen op mens en milieu volgen uit de aard van industriële productie. Het maken van veel goedkope wegwerpgoederen in plaats van een kleiner aantal kwalitatieve producten vergt veel meer grondstoffen, waarvan de winning óók werd vergemakkelijkt door de industriële revolutie. De groeiende vraag naar katoen, suiker en tabak joeg in de Amerika’s, India en Indonesië het plantagesysteem aan, waar tot slaaf gemaakten en horigen werden doodgewerkt om de Europese honger naar grondstoffen te stillen. Daarbij werd de natuur ook niet gespaard, iets dat niet alleen doorklinkt in ontbossing en vergiftiging van rivieren, maar ook in de klimaatverandering die de fossiele industrie voor lief neemt.

Zelfs de term ‘luddiet’ als scheldwoord is een overblijfsel van deze tijd. Het staat symbool voor de culturele consensus rond kapitalisme die met bloed, zweet en tranen is ingesteld. Het idee dat elke technologische ontwikkeling goed is, ongeacht wiens macht het vergroot, ongeacht hoeveel grondstoffen het kost, en ongeacht of het daadwerkelijk nuttig is voor grote groepen mensen. Dit soort ‘kapitalistisch realisme’, zoals Mark Fisher het omschreef, is waardoor het voor veel media nu zo lastig is om kritisch te schrijven over ontwikkelingen rond llm’s, sociale media, zelfrijdende auto’s en surveillancetechnologieën.

Technologie is niet puur een kwestie van wetenschappelijke kennis toegepast op apparatuur. De proliferatie van technologie vereist ook maatschappelijke verandering, en brengt maatschappelijke verandering teweeg. We zien het nu met de auto, die ooit werd gezien als het toppunt van technologische innovatie. Nu bedenken we ons echter steeds meer dat individueel personentransport in auto’s wellicht een verkeerde maatschappelijke afslag was, en dat technologie zich ook heel anders had kunnen ontwikkelen, met minder schade voor mens en planeet.

Nieuw luddisme

Wij zien vandaag de dag eenzelfde ontwikkeling als in de vroege 19e eeuw. Zoals de kapitalisten van toen fysiek werk automatiseerden, zijn de kapitalisten van vandaag bezig met schrijf- en denkwerk automatiseren. We kunnen zeggen dat llm’s nooit zo goed zullen worden als échte mensen, en dat is wellicht zo, maar een gebrek aan kwaliteit hield de kapitalisten van de 19e eeuw ook niet tegen. De universitair geschoolde klasse, die tot nu toe heeft kunnen opereren onder gilde-achtige toestanden, zal snel veel begrip kweken voor de strijd van de luddieten van ooit.

Maar we kunnen niet alleen inspiratie trekken. Onze strijd lijkt niet alleen op de strijd van de luddieten, het is dezelfde strijd. Het is de strijd tegen de gecentraliseerde macht van kapitalisten die zonder enige democratische verantwoording mogen bepalen wie mag werken, hoe er gewerkt wordt, en wat die persoon daarvoor terugkrijgt. Het is een strijd tegen kapitalisme zelf. Daarom is kritiek op AI, zoals op de kwaliteit van het werk of het watergebruik, onvoldoende. Het moet gepaard gaan met kritiek op het feit dat kapitalisten überhaupt de macht hebben om ons collectief denken te verpesten.

En als we toch net als de luddieten de strijd aangaan, kunnen we terugkomen op die maatschappelijke ordening die tweehonderd jaar geleden te vuur en te zwaard is afgedwongen.

Bo Salomons

(Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl)