18 april, Hoorn: tweede van tien demonstraties “Verplaats het standbeeld van J.P. Coen naar het Westfries Museum”

Maar liefst tien demonstraties gaan We Promise en de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn in 2026 organiseren om ervoor te zorgen dat het standbeeld van de genocidepleger Jan Pieterszoon Coen wordt verwijderd uit de openbare ruimte en verplaatst naar het Westfries Museum. De demonstraties maken deel uit van een bredere verplaatsingscampagne rond het standbeeld. De tweede demonstratie van de reeks vindt plaats op 18 april, de laatste op 19 december.
Andere onderdelen van die campagne zijn: een petitie die op 12 februari is gelanceerd, een oproep aan organisaties om die petitie te ondersteunen, en een officiële verplaatsingsprocedure die nog in gang moet worden gezet.
Uit de oproeptekst: “Jan Pieterszoon Coen was verantwoordelijk voor extreem koloniaal geweld, waaronder de genocide op de Banda-eilanden in 1621. Een metershoog standbeeld van genocidepleger op een centraal plein in Hoorn is geen neutrale herinnering, maar een eerbetoon.
Zaterdag 18 april
Vanaf 13:00 uur
Station Hoorn, Hoorn
Het is tijd! Verplaats het standbeeld en geef het een plek waar de geschiedenis niet wordt vergeten, maar waar het ons helpt om te leren, te reflecteren en samen vooruit te kijken. Steun de campagne voor verplaatsing en spreek je uit tegen koloniale verheerlijking.”

De reeks van tien demonstraties vindt plaats op 14 maart, 18 april, 16 mei, 20 juni, 18 juli, 22 augustus, 19 september, 17 oktober, 14 november en 19 december. Het vertrekpunt van de demonstraties is steeds station Hoorn. Vandaar lopen we naar het plein Roode Steen, waar het standbeeld van Coen staat.
Hier kunnen individuen de petitie voor verplaatsing van het standbeeld ondertekenen. Hier kunnen organisaties een ondersteuningsverklaring ondertekenen. Organisaties kunnen dat ook laten weten via e-mail: werkgroepslavernijverleden@gmail.com
Harry Westerink


Als het standbeeld weg moet zijn de gebouwen waarin de handelswaar werd opgeslagen dan het volgende die er aan moeten geloven? Straatnamen aangepast? Historische herkenningspunten weg? Door het te plaatsen in de tijdsgeest is er niets verkeerds gebeurt maar heeft hij gehandeld naar wat er van hem verwacht werd. Niet verwijderen maar in gesprek blijven, zo blijven we in verbinding met elkaar…
Je hebt niet begrepen (of wil niet begrijpen) waar het om gaat: dat een koloniale genocidale vent geëerd wordt met een beeld. En dat daar een einde aan moet komen.
Je bent wijs gemaakt (en wil mogelijk graag geloven, en promoot via je reactie) dat het anti-racisten erom gaat de geschiedenis uit te wissen, maar dat is natuurlijk onzin. Feitelijk wist het Coen-beeld juist de geschiedenis uit: het doet denken dat hij een gast was die goeie dingen deed, anders zouden we hem immers niet eren met een beeld precies in het centrum van de stad, op een sokkel. En dat was precies de bedoeling van de mensen die het beeld plaatsten, eeuwen na zijn dood: een vals geschiedenisverhaal vertellen, om een positief zelfbeeld van Nederland te schetsen waar we ons allemaal samen, arm en rijk, omheen konden scharen.
Als je echt in verbinding wilt staan dan stop je met het pleiten voor het behoud van een beeld dat een kerel vereert die duizenden bruine mensen heeft vermoord. Want daarmee wordt immers de suggestie gewekt dat we dat helemaal niet erg vinden, dat het immers maar bruine mensen waren. Hoe kan je verbinden als je zo over de ander denkt? Dat die wel dood mochten (en dus ook mogen?), om de rijken hier nog rijker maken via de VOC-moordmachine.
Dus gewoon dat beeld naar het museum, en dan kunnen we ter plekke aan de hand daarvan uitleggen waarom negentiende eeuwse nationalisten zo nodig zo’n beeld wilden. Waarom ze zo idolaat waren van koloniale moordenaars. Dan blijft het beeld bewaard (alleen niet op een sokkel) en kunnen we ervan leren.
Dan nog iets. JP Coen was in zijn eigen tijd al omstreden wegens zijn hardvochtigheid. Doen alsof genocide toen “paste in de tijd”, alsof niemand er toen bezwaar tegen maakte, is onzin. Om te beginnen maakte de bevolking van Banda zelf bezwaar. En hij handelde (nóg!) veel wreder dan “naar van hem verwacht werd”, zelfs in wat dit betreft niet erg fijnzinnige VOC-kringen.