Werkgroep Slavernijverleden Hoorn veegt tijdens demonstratie vloer aan met keuze van nieuw college om Coen-beeld te laten staan

Gisteren vond in Hoorn de vierde demonstratie plaats in een reeks van tien acties voor verplaatsing van het standbeeld van de genocidepleger Jan Pieterszoon Coen naar het Westfries Museum. Deze demonstraties worden georganiseerd door We Promise en de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn (WSH), met als doel om het standbeeld van Coen uit de openbare ruimte te verwijderen en in een museum te plaatsen, voorzien van de juiste historische context. Het eerbetoon aan de koloniale misdadiger moet immers eindelijk eens gaan stoppen.
Ook deze keer baarde de stoet van energieke dekoloniale activisten weer veel opzien onder voorbijgangers en winkelend publiek. Middelvingers werden opgestoken, wegwerpgebaren werden gemaakt en met geschreeuw werd geprobeerd om de actieleuzen te overstemmen. Maar er was ook bijval. Sommigen staken hun duim op en enkelen sloten zich spontaan bij de demonstratie aan. De activisten waren zich er terdege van bewust dat ze in een overwegend vijandelijk gebied rondliepen en pasten hun leuzen daarbij aan. Ze riepen bijvoorbeeld “Je bent wat je verdedigt”, wat een prikkelende boodschap is voor iedereen die de genocidepleger Coen blijft vereren.

Aan het begin van de demonstratie bleven we vlakbij station Hoorn stil staan bij de publieke foto-expositie ter gelegenheid van Wereldvluchtelingendag, die jaarlijks op 20 juni plaatsvindt. Merve, een van de leden van We Promise, hield bij die expositie een gloedvolle toespraak. Aangekomen bij het VOC-embleem dat in een drukke winkelstraat tussen de straatstenen is aangelegd, sprak Enseline met woede en afschuw over dat koloniale staatsbedrijf dat in de zeventiende en achttiende eeuw roofde, plunderde, landen bezette en inpikte, in mensen handelde, hen tot slaaf maakte en aan de dwangarbeid zette. Ze maakte duidelijk dat Coen niet de enige rotte appel is in het koloniale verleden van Nederland. Nee, door de eeuwen heen is de hele koloniale fruitmand door en door verrot geweest. En dat gruwelijke verleden werkt nog steeds door, tot op de dag van vandaag.
Laf coalitieakkoord
Toen we op het plein Roode Steen arriveerden, waar het metershoge standbeeld van de schurk Coen staat te pronken, bleek dat de aangemelde tegendemonstratie net als vorige keer opnieuw bestond uit drie of vier beruchte Coen-fans die de genocidepleger met een bord voor hun kop blijven verheerlijken. Ter plekke las Marisella een verklaring van de WSH voor naar aanleiding van het coalitieakkoord dat vijf politieke partijen (PRO, Hoorn Lokaal, D66, VVD en CDA) onlangs hebben opgesteld. Dat akkoord vormt de basis voor het nieuwe college van B en W van Hoorn dat recentelijk is geïnstalleerd. Met betrekking tot het standbeeld van Coen is deze passage te vinden in de samenvatting van het coalitieakkoord: “Ook gaan we zorgvuldig om met het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Uit de stadsgesprekken is gebleken dat veel mensen willen dat het standbeeld blijft staan, maar ook dat veel mensen vinden dat er meer context moet komen. Wij zijn van mening dat wij aandacht moeten hebben voor álle inwoners. We kiezen voor meer context, zichtbare uitleg en educatie over de geschiedenis van Hoorn, verteld vanuit meerdere perspectieven. Daarnaast willen we bij de ingang van het Westfries Museum een nieuw kunstwerk plaatsen dat een ander perspectief laat zien. Zo maken we de geschiedenis zichtbaarder, vollediger en toegankelijker.”

Een laffe, huichelachtige en kapotgepolderde beleidskeuze, waarmee het nieuwe college van twee walletjes probeert te eten en iedereen tevreden probeert te houden. Maar men schuift daarmee de inbreng, de belangen en de eisen van nazaten van gekoloniseerden achteloos terzijde. Men weigert in het coalitieakkoord zelfs te benoemen dat er in Hoorn ook inwoners zijn die al jarenlang strijden voor verwijdering van het Coen-beeld uit de openbare ruimte en voor verplaatsing ervan naar het Westfries Museum. De verklaring van de WSH (zie hieronder) veegt dan ook de vloer aan met de keuze van het nieuwe college om het Coen-beeld op de Roode Steen te laten staan en om een kunstwerk met “een ander perspectief”, een vaag soort “tegenbeeld”, bij de ingang van het Westfries Museum te gaan plaatsen.
Harry Westerink

De speech van Merve
Vandaag, op Wereldvluchtelingendag, staan we stil bij miljoenen mensen die hun huis, hun gemeenschap en vaak hun dierbaren hebben moeten achterlaten op zoek naar veiligheid. Het is een dag van solidariteit, maar ook van bewustwording. Want hoewel vluchtelingen vaak worden gezien als een vraagstuk van onze tijd, is ontheemding zo oud als de geschiedenis zelf.
Door de eeuwen heen zijn mensen gedwongen te vluchten door oorlog, onderdrukking en uitbuiting. Slavernij en kolonialisme hebben hele bevolkingen ontworteld en gemeenschappen vernietigd. Mensen werden van hun land verdreven, van hun vrijheid beroofd en gedwongen een nieuw bestaan op te bouwen onder de meest onmenselijke omstandigheden.
Ook hier, in Hoorn, is die geschiedenis zichtbaar. Het koloniale verleden van deze stad en de rol van genocidepleger Jan Pieterszoon Coen herinneren ons eraan dat geweld, onderwerping en de ontkenning van menselijke waardigheid niet losstaan van de wereld waarin wij vandaag leven. De daden waarvoor Coen verantwoordelijk is, laten zien hoe macht en winst vaak belangrijker worden geacht dan mensenrechten.
Juist daarom zijn het koloniale verleden van Hoorn en Wereldvluchtelingendag meer met elkaar verbonden dan op het eerste gezicht misschien lijkt. Beide gaan over mensen die hun thuis verliezen, over systemen van ongelijkheid en over de vraag aan welke kant van de geschiedenis wij willen staan.

De strijd voor mensenrechten stopt niet bij landsgrenzen, continenten of tijdperken. De strijd voor rechtvaardigheid vandaag is ook een strijd voor rechtvaardigheid voor hen die gisteren werden onderdrukt en voor hen die vandaag bescherming zoeken. Solidariteit met de meest kwetsbaren moet daarin altijd centraal staan.
Laten we daarom nooit wegkijken en altijd verantwoordelijkheid nemen. Voor een wereld waarin menselijke waardigheid, vrijheid en veiligheid niet het voorrecht van enkelen zijn, maar het recht van iedereen.
Dank jullie wel.
De verklaring van de WSH, voorgelezen door Marisella
De Werkgroep Slavernijverleden Hoorn (WSH) heeft kennisgenomen van het nieuwe coalitieakkoord. Hoewel de coalitie spreekt over “meerdere perspectieven” en een nieuw kunstwerk bij de ingang van het Westfries Museum, blijft één feit overeind: het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen blijft op de Roode Steen staan. Daarmee blijft Hoorn een symbool van koloniaal geweld en genocide centraal in de stad verheerlijken. Laat er geen misverstand over bestaan: de WSH zal actie blijven voeren zolang het standbeeld van Coen op de Roode Steen staat. Meerdere perspectieven mogen nooit betekenen dat dader en slachtoffer moreel gelijk worden gezet.

Verbinding kan niet worden gevraagd terwijl je mensen bewust in hun bestaansrecht raakt
Het coalitieakkoord stelt dat “verbinding onze primaire kernwaarde is: een zichtbare en merkbare verbinding met onze inwoners”. Maar verbinding is geen vrijblijvende ambitie. Je kunt geen verbinding vragen van mensen die je dagelijks en bewust in hun bestaansrecht raakt. Zolang Hoorn ervoor kiest om een koloniale dader op een sokkel te eren, kiest de gemeente voor verdeeldheid – niet voor verbinding. Zolang het symbool van koloniaal geweld centraal in de stad staat, worden nazaten en getroffen gemeenschappen niet verbinden, maar buitengesloten. Een tegenbeeld verandert daar niets aan. Een “tegenbeeld” is geen verbinding. Het is een bestuurlijke afleiding en uitvlucht. Een tegenbeeld is dus geen oplossing.
Wij gaan niet akkoord met het plan voor een tegenbeeld bij de ingang van het Westfries Museum. Een tegenbeeld verandert niets aan het feit dat Coen op zijn sokkel blijft staan als held, als eerbetoon, als icoon van koloniale macht. Een tegenbeeld:
- haalt de verheerlijking van Coen niet weg
- herstelt geen historisch onrecht
- erkent geen pijn
- en biedt geen rechtvaardigheid.
Het is vergelijkbaar met de discussie over “Witte Piet” toevoegen aan een intocht met de racistische karikatuur Zwarte Piet: zolang Zwarte Piet blijft bestaan, blijft het racisme bestaan. Cosmetische oplossingen lossen structurele problemen niet op. Wij komen niet hier om een kunstwerk/tegenbeeld te bespreken. Wij komen om te bespreken of Hoorn bereid is om koloniale verheerlijking bestuurlijk eerlijk te behandelen.

Verplaatsing naar het museum was al een compromis
De getroffen gemeenschappen – Banda, Molukse, Indonesische, Caribische en bredere nazatengemeenschappen – hebben zich altijd met betrekking tot het koloniale verleden van Hoorn proactief en constructief opgesteld. Het voorstel om het beeld naar het Westfries Museum te verplaatsen was al water bij de wijn doen.
Het was een compromis dat:
- de geschiedenis zichtbaar houdt
- educatie mogelijk maakt
- en de publieke opinie bevrijdt van koloniale verheerlijking.
Dat zelfs dat compromis nu wordt genegeerd, is pijnlijk en bestuurlijk onrechtvaardig.
Wij gaan het gesprek aan, maar niet op basis van een opgelegd eindpunt. De coalitie presenteert haar keuze als “zorgvuldig”, maar het eindpunt staat al vast voor hen: Coen blijft staan. Dat is geen dialoog, dat is een mededeling. De WSH gaat graag wel de dialoog aan, maar wij accepteren niet dat het eindpunt al bepaald is.

Drie bestuurlijke kernvragen
Om te voorkomen dat het coalitieakkoord een uitvlucht wordt, leggen wij drie vragen op tafel:
- 1. Is verplaatsing van het standbeeld nog bespreekbaar binnen deze coalitie, ja of nee?
- 2. Is het nieuwe kunstwerk bedoeld als erkenning of als afkoop?
- 3. Krijgen nazaten in dit coalitieakkoord echte invloed of slechts spreektijd zonder macht?
Zonder duidelijke antwoorden is er geen eerlijk proces.
Onderhandelingsladder
De WSH werkt niet met één eis, maar met een onderhandelingsladder. De ondergrens is helder en niet onderhandelbaar: Coen hoort niet op een sokkel. Coen hoort in het museum.

Bestuurlijke druk wordt opgebouwd
Wij zullen gesprekken aanvragen met:
- de directeur van het Westfries Museum
- de burgemeester
- de wethouder cultuur/erfgoed
- de fractievoorzitters van de coalitie
- vertegenwoordigers van nazaten
- Molukse wijken en gemeenschappen in Noord-Holland (Wormerveer, Den Helder, Hoofddorp, Amsterdam, Haarlem, Huizen)
Dit kost tijd, maar is noodzakelijk. De bestuurlijke druk zal worden opgebouwd, stap voor stap, consequent en zichtbaar. Wij zullen de druk zowel lokaal, nationaal als internationaal opvoeren. De gruweldaden van J.P. Coen hebben ver buiten de grenzen van Hoorn impact gehad.
Slot
Het coalitieakkoord biedt een opening, maar ook een risico: dat Hoorn opnieuw kiest voor symboliek in plaats van rechtvaardigheid. De WSH kiest voor duidelijkheid. Zolang Coen op de Roode Steen staat, blijft Hoorn koloniale verheerlijking normaliseren. Zolang dat zo is, blijven wij ons verzetten. Coen hoort niet op een sokkel. Coen hoort in het museum, waar de volledige, pijnlijke en eerlijke geschiedenis verteld kan worden.
