De VVD is alleen via buitenparlementaire weg te verslaan

Hoe komt Nederland af van zijn VVD-verslaving? En wie durft nog te dromen van politiek zonder de VVD?” Dat vroeg Nadia Boeras zich af, gisteren op Bluesky. Ik ga proberen de vraag van Nadia te beantwoorden op mijn eigen manier. Eerst hoe Nederland aan de VVD-verslaving (of: dominantie) is gekomen, en dan hoe je er volgens mij vanaf komt. En waarom ik denk dat er geen parlementaire politiek meer mogelijk is zonder VVD. Maar er is hoop.

Nadia gebruikt de term “VVD-verslaving” van Nederland, maar ik denk dat het nuttiger is om ernaar te kijken als een VVD-dominantie. In 2025 heeft de VVD 1,5 miljoen stemmen behaald. Er zijn in Nederland ongeveer 2,4 miljoen bedrijven. Dus grote kans dat die 1,5 miljoen gewoon de harde VVD-kern is.

Maar hoewel ze dus geen grote verkiezingswinsten meer halen, blijven ze elke keer dicht bij de macht. Hoe komt dat? Bij de huidige formatie komt dat door de ijzersterke positie van de VVD in de onderhandelingen. Zij zijn in de praktijk, met hun meerderheid in de ministerraad, de regering.

Dat maakt dat de VVD geen nieuwe verkiezingen hoeft te vrezen. Sterker nog, hun huidige demissionaire positie is klaarblijkelijk zo comfortabel dat hun voorkeur wellicht nieuwe verkiezingen was. D66 en CDA hebben die luxe niet. Zij roeien wat dat betreft tegen de stroom in.

Recente verkiezingen in de VS en Europa laten zien dat uitslagen meer willekeurig zijn geworden. Kiezers zijn boos op zittende regeringen en stemmen daarom sneller op een andere partij die toevallig als de “grote tegenhanger” wordt gezien, zoals nu in het VK gebeurt.

Een nieuwe verkiezing had waarschijnlijk weer een winst van extreem-rechts betekend, en dan waren de kansen voor een premierschap van Jetten vervlogen. Tegelijkertijd had de VVD in het geheim een veto op een minderheidskabinet. De ministerraad benoemt namelijk haar eigen opvolgers.

Dus als de VVD fel gekant was tegen een minderheidskabinet, dan hadden ze gewoon kunnen weigeren het te benoemen. Ze hadden in feite de mogelijkheid om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Of om de formatie aan de PVV over te dragen.

De VVD staat namelijk met één been in beide werelden: zowel die van de klassieke politiek van D66 en CDA, als die van de extreem-rechtse politiek van PVV, JA21, Markuszower en FvD. De VVD kan daarmee de een bedreigen door samen te werken met de ander. Dit is precies de positie van de confessionelen in de twintigste eeuw.

Dit is, gok ik, de Yeşilgöz-doctrine: prioriteer deelname aan een kabinet. Maakt niet uit of het met centrum-rechtse of met extreem-rechtse partijen is. Zorg ervoor dat je de ministerposten koste wat het kost blijft behouden. Deze doctrine komt voor de VVD met twee grote voordelen.

Allereerst kan de VVD altijd dreigen met het opblazen van een kabinet. D66 en CDA zullen blijven vrezen voor nieuwe verkiezingen, maar de VVD zal lange tijd “kingmaker” blijven. Zonder hen kan geen centrum-rechts en geen extreem-rechts kabinet geformeerd worden.

Ten tweede: als een andere partij uit electorale noodzaak uit een kabinet stapt, zoals PVV en NSC hebben gedaan, dan kan de VVD demissionair door blijven regeren, en zijn we weer terug bij af: de VVD in een sterke, demissionaire positie die de volgende formatie kan beheersen.

Dus, die Yeşilgöz-doctrine verklaart, samen met hun middenpositie, de dominantie van de VVD. Maar dat is slechts de helft van het verhaal. De vraag is: waarom kan de VVD zo schaamteloos dit soort machtspolitiek voeren? Waarom worden zij nooit electoraal gedwongen een kabinet te laten vallen?

Dat laat zich verklaren door de VVD-achterban. Nederlandse ‘ondernemers’ en vooral de kleinburgers, de petite bourgeoisie, zijn geradicaliseerd en gepolariseerd. Ze kennen hun eigen belang, schamen zich er niet voor, en willen de macht om het waar te maken.

Daarmee onderscheiden ze zich van de “zakelijke” politiek waar GL/PvdA, D66 en CDA in geloven: dat politiek een wetenschap is waarin je objectief “goed” of “slecht” kan besturen. Dat het gaat over “verantwoordelijkheid nemen” en “problemen oplossen”.

De CDA- en D66-achterban hebben nog een loyaliteit aan die zakelijkheid, afgedwongen door hun (goedgelovige) achterbannen. De VVD-achterban wil vooral macht. Daardoor kent de VVD veel minder schaamte, en verliezen ze bij hun achterban geen geloofwaardigheid door macht na te streven.

De Yeşilgöz-doctrine werkt voor de VVD, maar onder één voorwaarde: dat verkiezingsuitslagen blijven wisselen tussen centrum-rechts en extreem-rechts. Als extreem-rechts ooit duurzaam als overwinnaar uit de verkiezingen komt, dan verliest de VVD alle onderhandelingskracht die ze hebben.

Sterker nog, dan wordt de jager de prooi: de PVV-achterban is nóg meer gepolariseerd dan de VVD-achterban. De VVD-achterban heeft nog bepaalde specifieke beleidswensen, de PVV-achterban kan puur op propaganda vertoeven. Dus dan kan de PVV de VVD uit een demissionair kabinet drukken.

Dat is ook gelijk het gevaar dat hier sluimert. De VVD-strategie heeft extreem-rechts groot gemaakt, maar als de huidige politiek zo doorgaat zal extreem-rechts weldra zonder de VVD kunnen. En dan wordt de VVD terzijde geschoven.

Op de vraag wat er parlementair zou kunnen gebeuren: GroenLinks/PvdA zou zélf kunnen gaan polariseren. Laat die zakelijkheid vallen, en streef een radicale linkse politiek na waarmee je (extreem-)rechts neerzet als de zelfzuchtige dieven die het zijn. Met andere woorden: pak de klassenstrijd weer op.

Die strategie zou ertoe kunnen leiden dat de grote tweedeling in de Nederlandse politiek niet meer tussen centrum-rechts en extreem-rechts is, maar tussen links en rechts. Daartoe zou GL/PvdA óók radicalere partijen aan de linkerflank moeten steunen.

Maar al zou het werken: het gaat niet gebeuren. GroenLinks/PvdA is té veel een bestuurderspartij. Ze zijn getrouwd met de “nieuwe zakelijkheid”, verslaafd aan het presenteren van “professionaliteit” en willen té graag de zogenaamde “middenklasse” nastreven. Ze zitten vast aan die zelfdestructieve politiek.

Maar polariseren kan alsnog. Niet vanuit de Kamer, maar uit de maatschappij. Door vanuit activisme radicale politiek na te streven kunnen we de maatschappij zelf polariseren. Die polarisering is wat in Minneapolis nu zo succesvol werkt.

Zelfs zo erg dat de Democraten zich nu gedwongen voelen om hardere actie te nemen. Maar dat is niet het doel, slechts een bijkomstigheid. Het doel kan niet zijn om partijen een bepaalde kant op te schuiven. Het doel is om bepaalde resultaten te halen.

Met andere woorden: het doel is om een actiebeweging te bouwen die zo krachtig is dat het niet uitmaakt wie er in een kabinet zitten. Zo krachtig dat elke regering moet capituleren voor onze eisen. Alleen zo komen we uiteindelijk af van de VVD-dominantie.


“Maar waar zit de hoop dan, Bo?”, vroeg iemand zojuist op Bluesky.

Dat we kunnen stoppen met zoveel energie steken in al die parlementaire verkiezingen en ons vol kunnen storten op het bouwen van een activistische, maatschappelijke oppositie. De ene hoop vergaat, een andere hoop wordt geboren.

Bo Salomons

(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)