Hoe activisten de bevrijding van Angola op de agenda zetten
De meest sensationele actie was het verstoren van de NAVO-taptoe in het Amsterdamse stadion op 5 juli 1963. Op het moment dat de Portugese militaire kapel kwam aanmarcheren, sprongen Angola-activisten over de omheining, gingen languit voor de aanmarcherende soldaten liggen en strooiden knikkers. De demonstranten werden met zeer harde hand door de politie weggeslagen. Zowel de actie van het comité als het harde optreden van de politie was dagenlang het gesprek onder Amsterdammers. Amsterdam was nog niet vergeten hoeveel politieagenten tijdens de oorlog willige helpers werden bij het ophalen van joden. Maar al met al, het koloniale beleid ten aanzien van Angola stond nu duidelijk op de agenda en via allerlei acties, petities en demonstraties werd de kennis hierover verder verspreid. In 1972 achtte het comité de tijd rijp voor een grote landelijke campagne. Dat werd de actie “Boycot koffie uit Angola”; de winst gemaakt uit de verkoop werd gebruikt voor het kopen van wapens die gebruikt werden tegen de bevolking en daarom moesten Nederlanders geen Angolese koffie meer kopen en winkels mochten het niet meer aanbieden. Grote bedrijven zoals Albert Heijn en De Gruyter stemden al in met stopzetting nog voor de actie begon. Douwe Egberts, toen nog een patriarchaal familiebedrijf, was woedend over de bemoeienis van jongens uit de grote stad met hun bedrijf.
Hans Beerends in Hoe activisten de bevrijding van Angola op de agenda zetten (Joop)
