Sugrofobie

Zeg eens eerlijk: hoe wordt er in jouw sociale kring (vrienden, familie, mede-moslims) gesproken over niet-moslims, kufars, ongelovigen, christenhonden, onreinen? Schrijf dáár eens over?”, zo reageerde onderzoeksjournalist Sjors van Beek op columnist Emine Uğur op Twitter. Dit is een schoolvoorbeeld van sugrofobie, een van de kernbegrippen van modern fascisme.

Sugrofobie is de angst dat je belazerd wordt; dat er achter je rug misbruik gemaakt wordt van je goedgelovigheid. Het resultaat is een wantrouwen en venijn dat je niet kan ontkrachten.

Die angst gaat ver. Moslims die achter je rug je zouden uitschelden. Demonstranten die “misbruik” maken van het demonstratierecht. Vluchtelingen en uitkeringsgerechtigden die gebruik maken van publieke voorzieningen. Criminelen met strafprocesrechten. Allen zijn verdacht.

De sugrofoob is in feite bang voor een samenzwering, en valt voor dezelfde mentale valkuilen. Iedereen die de samenzwering niet ziet, is naïef of zelfs kwaadaardig. Het is een zelfbeschermende gedachte die elke kritiek kan overleven.

Het politiek gevolg is dat men vertrouwen legt in de persoon die wél zegt te geloven in de samenzwering. Vaak de grootste zwendelaar van allemaal.

De belofte is dat hij de zwendelaars zal aanpakken: grondrechten uitkleden, moslims en vluchtelingen het land uit.

De tragiek is dat de grootste daadwerkelijke zwendelaars, zoals politici en bedrijven, zichzelf adequaat en publiekelijk kunnen verdedigen tegen beschuldigingen. Dus de doelwitten van sugrofoben zijn juist zij zonder institutionele representatie.

En daarom kan je niet met fascisten als Wilders in debat.

Bo Salomons

(Dit artikel verscheen eerder als een draadje op Twitter.)