De anti-fascist Renfrew Christie is overleden. Hij speelde een grote rol bij het saboteren van het kernwapenprogramma van de apartheidsstaat Zuid-Afrika

Hij speelde een sleutelrol in de beëindiging van het geheime wapenprogramma van Zuid-Afrika tijdens de apartheid in de jaren tachtig door het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) te helpen bij aanslagen op cruciale installaties.

Renfrew Christie, een Zuid-Afrikaanse academicus wiens undercoverwerk voor het ANC cruciaal was om het geheime kernwapenprogramma van de apartheidsregering in de jaren tachtig te dwarsbomen, is op 21 december in zijn huis in Kaapstad overleden. Hij was 76 jaar.

De doodsoorzaak was een longontsteking, aldus zijn dochter Camilla Christie.

President Cyril Ramaphosa van Zuid-Afrika bracht na zijn dood hulde aan dr. Christie en zei dat zijn “onvermoeibare en onbevreesde inzet voor onze vrijheid onze waardering verdient”.

Het ANC noemde in een verklaring de rol van dr. Christie “in het verstoren en blootleggen van het clandestiene kernwapenprogramma van de apartheidsstaat” een “daad van diepgaande revolutionaire betekenis”.

Vanuit zijn proefschrift, dat hij aan de Universiteit van Oxford had geschreven over de geschiedenis van elektriciteit in Zuid-Afrika, leverde dr. Christie het onderzoek dat nodig was om de kerncentrale van Koeberg op te blazen; de kolencentrale van Arnot; de Sasol-installaties voor olie-uit-kolen die het zware water produceerden dat essentieel was voor de productie van kernwapens; en andere kritieke locaties.

De explosies wierpen het ontluikende kernwapenprogramma van Zuid-Afrika jaren terug en kostten de regering meer dan 1 miljard dollar, zo schatte dr. Christie later.

Tegen de tijd dat de bommen, die door zijn collega’s van Umkhonto we Sizwe, de paramilitaire vleugel van het ANC, waren geplaatst, begonnen af te gaan, zat dr. Christie al in de gevangenis. Hij werd in oktober 1979 door de Zuid-Afrikaanse autoriteiten gearresteerd op beschuldiging van “terrorisme”, drie maanden nadat hij zijn studie in Oxford had afgerond, en bracht de daaropvolgende zeven jaar in de gevangenis door, deels in de dodencel en in eenzame opsluiting.

“Terwijl ik in de gevangenis zat, werd alles dat ik ooit had onderzocht opgeblazen”, zei hij in een toespraak in 2023.

Op terrorisme stond de doodstraf, en dr. Christie ontsnapte ternauwernood aan de galg. Maar zoals hij later vertelde, werd hij opzettelijk in de dodencel geplaatst die het dichtst bij de galg in de Pretoria Maximum Security Prison was. Tweeënhalf jaar lang werd hij gedwongen om te luisteren naar de ophangingen van meer dan driehonderd gevangenen.

“De hele gevangenis zong twee of drie dagen voor de ophanging, om de angst van de slachtoffers te verzachten”, herinnerde dr. Christie zich op een conferentie in 2013 aan de Universiteit van West-Kaapland over wetten betreffende marteling.

Daarna droeg hij de tekst voor van een anti-apartheidsvolkslied dat door de gevangenis galmde: “‘Senzeni-na? Senzeni-na? Wat hebben we gedaan? Wat hebben we gedaan?’ Het was de mooiste muziek op aarde, gezongen op een afschuwelijke plek.”

“Om 00:00 uur ’s nachts”, vervolgde hij, “kwam het executiepeloton door de gangen naar de galg, de poorten achter zich dichtsmijtend op de weg naar de dood. Eenmaal bij de galg was er een lange stilte. Dan – krak! – openden de valluiken en brak de nek of nekken van de veroordeelden. Even later klonk er gehamer, vermoedelijk van spijkers in de doodskisten.”

In een interview jaren later met de BBC zei hij dat de “gruwelijke” ervaring hem de rest van zijn leven had beïnvloed.

Dr. Christie ontwikkelde zijn felle afkeer van apartheid al op jonge leeftijd, toen hij opgroeide in een arm gezin in Johannesburg.

Veel van zijn familieleden vochten in de Tweede Wereldoorlog met de geallieerde strijdkrachten tegen de Duitsers, en “ik leerde al heel vroeg van hen dat wat je met nazi’s doet, is ze doden”, zei hij op een conferentie over anti-nucleair activisme in Johannesburg in 2023. “Ik ben geen pacifist.”

Op zeventienjarige leeftijd werd hij opgeroepen voor het Zuid-Afrikaanse leger. Een periode als wachtpost bij het munitiedepot van Lenz, ten zuiden van Johannesburg, bevestigde zijn vermoedens dat de regering kernwapens aan het bouwen was. “Vanaf mijn zeventiende was ik op jacht naar de Zuid-Afrikaanse bom”, zei hij op de conferentie.

Na zijn studie aan de Universiteit van Witwatersrand kreeg hij een beurs voor Oxford, wat hem in staat stelde om zijn zoektocht voort te zetten. Voor zijn proefschrift koos hij ervoor de geschiedenis van de elektrificatie van Zuid-Afrika te bestuderen, “zodat ik toegang kon krijgen tot de bibliotheek en archieven van de elektriciteitscommissie, en kon uitzoeken hoeveel elektriciteit ze gebruikten om uranium te verrijken”, vertelde hij aan de BBC.

Het was mogelijk om van daaruit te berekenen hoeveel kernbommen er geproduceerd konden worden. Naar verluidt waren er aan het einde van de apartheid, begin jaren negentig, zes van dergelijke bommen gemaakt; de Verenigde Staten hadden het kernwapenprogramma van het regime aanvankelijk ondersteund. Dankzij het systeem van dwangarbeid “produceerde Zuid-Afrika de goedkoopste elektriciteit ter wereld”, aldus dr. Christie, wat het proces van uraniumverrijking bevorderde en het kernwapenprogramma van het land tot een magneet voor westerse steun maakte (Zuid-Afrika profiteerde ook van zijn status als bondgenoot in de Koude Oorlog tegen de Sovjet-Unie).

Dr. Christie overhandigde zijn bevindingen aan het ANC. In plaats van te kiezen voor de veiligheid van Engeland – er was een mogelijkheid voor een docentenpositie aan Oxford – keerde hij terug naar huis en werd hij gearresteerd door de Zuid-Afrikaanse veiligheidspolitie. Hij was verraden door Craig Williamson, een medestudent aan Witwatersrand, die een spion voor de veiligheidsdiensten was geworden en later amnestie kreeg van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie.

Na 48 uur marteling schreef dr. Christie een gedwongen bekentenis – “het beste wat ik ooit heb geschreven”, vertelde hij later aan de BBC, waarbij hij opmerkte dat hij ervoor had gezorgd dat de bekentenis “al mijn aanbevelingen aan het Afrikaans Nationaal Congres” bevatte over de beste manier om Koeberg en andere faciliteiten te saboteren.

“En, glorieus, de rechter las het voor in de rechtbank”, voegde dr. Christie eraan toe. “Dus mijn aanbevelingen gingen rechtstreeks uit de mond van de rechter” naar het ANC.

Twee jaar later, in december 1982, werd Koeberg gebombardeerd door witte ANC-activisten die een baan hadden gekregen bij de faciliteit. Ze volgden de instructies van dr. Christie tot op de letter.

“Van alle prestaties van de gewapende strijd hoort de bomaanslag op Koeberg erbij”, zei dr. Christie op de conferentie in 2023, waarmee hij het belang ervan benadrukte. “Eerlijk gezegd, toen ik ervan hoorde, maakte dat het verblijf in de gevangenis veel, veel draaglijker.”

Renfrew Leslie Christie werd geboren in Johannesburg op 11 september 1949, als enig kind van Frederick Christie, een accountant, en Lindsay (Taylor) Christie, die al snel weduwe werd en haar zoon alleen opvoedde terwijl ze als secretaresse werkte.

Hij ging naar de King Edward VII School in Johannesburg en werd direct na zijn afstuderen opgeroepen voor militaire dienst. Nadat hij uit dienst was getreden, schreef hij zich in aan de Universiteit van Witwatersrand. Hij werd tweemaal gearresteerd na het illegaal bezoeken van zwarte studenten aan de University of the North in Turfloop, en werd ook gearresteerd tijdens een mars naar een politiebureau waar volgens hen anti-apartheidsactiviste Winnie Mandela werd gemarteld.

Hij maakte zijn studie aan Witwatersrand niet af, maar behaalde halverwege de jaren zeventig een bachelor- en masterdiploma aan de Universiteit van Kaapstad voordat hij in Oxford ging studeren. In Kaapstad was hij een leider van de National Union of South African Students, een belangrijke anti-apartheidsorganisatie.

Op 6 juni 1980 werd hij veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf onder de Zuid-Afrikaanse terrorismewet, met vier andere straffen van elk vijf jaar die gelijktijdig liepen.

“Ik heb zeven maanden in eenzame opsluiting gezeten”, zei dr. Christie in de toespraak van 2023. “Laat je niets wijsmaken: niemand komt geestelijk gezond uit eenzame opsluiting. Mijn nachtmerries zijn verschrikkelijk.”

Na zijn jaren in de gevangenis kreeg hij in 1986 amnestie toen het apartheidsregime begon af te brokkelen (Het eindigde officieel in 1994, toen Nelson Mandela de eerste zwarte president van het land werd.). Hij had later een lange academische carrière aan de Universiteit van West-Kaapland, waar hij in 2014 met pensioen ging als decaan van onderzoek en senior professor.

Naast zijn dochter Camilla laat hij zijn vrouw, dr. Menán du Plessis, een taalkundige en romanschrijfster met wie hij in 1990 trouwde, en een andere dochter, Aurora, na.

Toen de BBC hem vroeg of hij blij was dat hij voor het ANC had gespioneerd, aarzelde dr. Christie niet.

“Ik werkte voor Nelson Mandela en Umhkonto we Sizwe”, zei hij. “Daar ben ik erg trots op. We hebben gewonnen. We hebben een democratie gekregen.”

Adam Nossiter

(Met steun van Kirsten Noyes die bijdroeg aan het onderzoek. Nossiter was bureauchef in Kaboel, Parijs, West-Afrika en New Orleans en is nu schrijver voor de overlijdensberichtenredactie.)

Dit artikel verscheen op 14 januari 2026 onder de titel “Renfrew Christie Dies at 76; Sabotaged Racist Regime’s Nuclear Program” in de New York Times.