Werkgroep Slavernijverleden Hoorn: “Wij dienen een officieel verzoek in voor verplaatsing van het standbeeld van de genocidepleger Coen naar het Westfries Museum”

Zolang het eerbetoon aan genocidepleger Jan Pieterszoon CoenCoen op het plein Rode Steen blijft staan, wordt het signaal afgegeven dat dit soort koloniale verheerlijking ook ‘normaal’ is. (Uit een recente story van We Promise op Instagram)

Op 13 januari kwam in de gemeenteraad van Hoorn het “vervolgproces” aan de orde over de toekomst van het beruchte standbeeld van de genocidepleger Jan Pieterszoon Coen op het plein Rode Steen. Volgens de gemeente Hoorn vindt een meerderheid van de deelnemers aan de “stadsgesprekken” die over het beeld zijn gehouden, dat het in de openbare ruimte zou mogen blijven staan, al dan niet in aangepaste vorm. Drie leden van de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn (WSH) hielden tijdens de raadsvergadering een pleidooi om het beeld te verplaatsen naar het Westfries Museum, weg uit de openbare ruimte en voorzien van de juiste historische context. Inmiddels is de WSH gestart met een officiële verplaatsingsprocedure voor het beeld.

In aanloop naar de raadsvergadering werden de leden van de WSH opnieuw geconfronteerd met de nodige tegenwerking van de kant van de gemeente. Zo dreigde WSH-lid Enseline opnieuw niet de mogelijkheid te krijgen om in te spreken tijdens de raadsvergadering. Eerder werd ze al een keer monddood gemaakt door de gemeente. Na klachten daarover kon Enseline deze keer alsnog spreektijd krijgen.

Op 1 november vorig jaar hebben WSH-leden nog een stilteprotest gehouden tegen de gemeentelijke schijnparticipatie over het standbeeld van Coen. “Je kunt praten tot je een ons weegt, Coen is en blijft een genocidepleger”, dat was en is de strekking van de kritiek van de WSH-leden op de “open stadsdialoog” over het beeld onder aanvoering van de gemeente.

Harry Westerink

Hieronder staan de inspreekreacties van de twee WSH-leden Marisella en Enseline.


Marisella:

Mijn naam is Marisella, en ik spreek vandaag namens de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn. Wij pleiten voor het verplaatsen van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen naar het Westfries Museum. Een plek waar al rekening is gehouden met de komst van het beeld, en waar de geschiedenis volledig, eerlijk en in context verteld kan worden.

Het is bijna overbodig om te zeggen dat een standbeeld van iemand die verantwoordelijk was voor massaal geweld en onderdrukking niet thuishoort in de openbare ruimte. Daar staat het elke dag zichtbaar te zijn voor mensen die zich erdoor gekwetst, buitengesloten of niet gezien voelen. Dat is niet het Hoorn dat wij willen zijn.

Er wordt gezegd dat het verplaatsen van het beeld neerkomt op het wissen van geschiedenis. Dat is onjuist. In een museum wordt geschiedenis juist bewaard, onderzocht en uitgelegd, inclusief de delen die pijnlijk zijn. Daar kan het verhaal van Coen volledig worden verteld, met ruimte voor de feiten en reflectie. Een standbeeld in de openbare ruimte doet dat niet. Een standbeeld eert, en genocideplegers moeten niet geëerd worden.

De gemeente Hoorn spreekt steeds vaker de ambitie uit om een inclusieve, veilige en verbindende stad te zijn. Als we dat werkelijk willen, dan moeten we ook durven erkennen dat dit standbeeld daar niet aan bijdraagt. Het past niet bij Hoorn in 2026, en al helemaal niet bij de toekomst die we samen willen bouwen.

Door het beeld te verplaatsen ontstaat er ruimte. Ruimte om iets te creëren waar alle inwoners trots op kunnen zijn. Ruimte om samen te herdenken en te vieren, op 4 en 5 mei, op 1 juli, en op alle momenten waarop we stilstaan bij vrijheid, gelijkwaardigheid en menselijkheid.

De mensen die het standbeeld willen behouden, houden vast aan een tijdperk van geweld en onderdrukking. Maar wij leven nu in een tijd waarin we mogen kiezen voor empathie, voor verbinding, voor een samenleving die niemand buitensluit. Het is tijd om los te laten wat ons niet dient.

Daarom heeft de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn een officieel verzoek ingediend om de procedure te starten voor het verplaatsen van het standbeeld naar het Westfries Museum. In 2026 richten wij ons op een landelijke campagne en een landelijke petitie om dit te ondersteunen.

Het is tijd. Tijd om menselijkheid, empathie en begrip centraal te zetten. Tijd om te kiezen voor een Hoorn dat recht doet aan iedereen.


Enseline:

Dank u wel dat ik hier vandaag mag spreken. Laat mij meteen helder zijn. Ik vraag u niet om geschiedenis uit te wissen. Ik vraag u om geschiedenis op de juiste plek te zetten. Het verhaal van Jan Pieterszoon Coen hoeft niet te verdwijnen. Zijn rol in de geschiedenis van Hoorn blijft bestaan. Maar vandaag staat zijn beeld op een sokkel in de openbare ruimte. En een sokkel eert. Een sokkel verheft. Daarmee vertelt Hoorn elke dag opnieuw welk verhaal centraal staat.

Voor mijn voorouders, Molukse mensen die slachtoffer zijn geworden van Coens handelen, bestaat die eer niet. Hun menselijkheid, hun verzet en hun verlies zijn onzichtbaar in het straatbeeld. En daardoor is de publieke ruimte uit balans. Goed bestuur gaat over het bewaken van die balans. Balans betekent ook dit: dat erkenning van het ene verhaal geen ontkenning is van het andere. Inwoners die het standbeeld willen behouden, verliezen niets wanneer het beeld wordt verplaatst naar het Westfries Museum. Ze verliezen geen geschiedenis. Ze verliezen geen identiteit. Ze verliezen geen waardigheid. Het verhaal blijft. Maar het wordt zorgvuldig geplaatst.

Zelfs met een QR-code blijft de boodschap van een standbeeld in de openbare ruimte eenzijdig. Context is optioneel. Verheerlijking is permanent. Het Westfries Museum biedt geen verlies, maar winst. Daar kan Coen worden getoond als historisch figuur mét gevolgen. Daar kan zijn verhaal naast dat van pijn, verzet en menselijke waardigheid worden geplaatst. Niet verheerlijkt. Niet uitgewist. Maar volledig verteld.

Dit besluit gaat niet over het verleden. Dat ligt vast. Het gaat over de toekomst. Over wat voor stad Hoorn wil zijn. Polarisatie ontstaat niet door meerdere perspectieven, maar door het vasthouden aan één dominant verhaal in een gedeelde publieke ruimte. Daarom drie redenen voor verplaatsing. Ten eerste: de openbare ruimte is normatief. Wat wij daar plaatsen, zegt wie wij eren. Ten tweede: verplaatsing herstelt balans. Het erkent pijn zonder te beschuldigen. Ten derde: u toont leiderschap dat past bij deze tijd. Leiderschap dat verbindt en verantwoordelijkheid neemt voor de toekomst van Hoorn. Ik vraag u daarom niet alleen als bestuurders, maar ook als mensen om in uw hart te kijken. De tijd om die balans te herstellen is nu. Niemand hoeft te verliezen om rechtvaardigheid te winnen.