Het daadwerkelijke gevaar van de Participatiewet en de sancties

Gerard van Schijndel schreef eerder hoe hij zich jarenlang kapot werkte en nu wordt bezig gehouden in een participatiecentrum. Inmiddels wordt hij geconfronteerd met kortingen op zijn uitkering. Hieronder zijn verhaal.

Uitkeringsgerechtigden kunnen onder de Participatiewet sancties krijgen opgelegd. Een voorgeschreven standaardsanctie is honderd procent korting voor één tot drie maanden.

Niet iedereen heeft reserves, maar toch menen consulenten bij Sociale Zaken dat de uitkeringsgerechtigde alsnog wel kan reizen naar een door hen voorgeschreven bestemming. Ook al heb je daar geen geen budget meer voor. Het restant van wat je nog aan geld hebt, gaat immers naar de rekeningen die normaal binnen blijven komen, maar een consulent ziet dat blijkbaar anders.

Het echte resultaat van een sanctie, waar geen rekening mee wordt gehouden, is dat je geen inkomsten meer hebt om je rekeningen mee te betalen. Dat je achterstallige rekeningen krijgt omdat je ook moet eten. Dat je schulden opbouwt omdat je wellicht moet lenen om te kunnen blijven bestaan. Als je al kan of mag lenen. Ik ben zelf pas schuldvrij sinds 2023, en dus te vers om weer te mogen lenen.

Je raakt ook nog verder in een isolement omdat je verder ook niets meer kan, omdat daar geen budget voor is. Dat is inclusief gestuurd worden door je consulent. En het leven is al behoorlijk duur tegenwoordig. Je huidige stand en staat van leven, huidige kosten, huidige situaties… het maakt een consulent allemaal niets uit, want ze voelen het zelf toch niet.

De “menselijke maat” zou momenteel prioriteit hebben binnen de Participatiewet, maar die maat is weg. In plaats daarvan verschuilen ze zich liever achter de sanctieregelgeving. Het is alsof het hen allemaal voldoening geeft. Het schenden van de bestaanszekerheid en het sociaal minimum is daarbij kennelijk te verwaarlozen.

Daarmee kom ik bij het volgende punt: de onschendbaarheid van de consulent. Naar mijn mening is er teveel macht in handen van consulenten. Ze kunnen te makkelijk beweren: “mijn wil is wet”. Ze kunnen zelf beslissen of iets een gegronde reden zou zijn voor een uitkeringsgerechtigde om een afspraak af te zeggen. Aangeven dat men de consulent niet vertrouwt, is dat in hun ogen niet. Ik noem dit machtsmisbruik.

Zelfs als een consulent fouten maakt, geldt de onschendbaarheid en is de burger de klos. Zo kan een consulent op eigen houtje beslissen om bij een gesprek een collega erbij te halen, terwijl op de gemeentelijke website duidelijk wordt aangegeven dat beide partijen het daarmee eens moeten zijn. En daarmee worden natuurlijk niet de consulent en diens collega bedoeld, maar de consulent en de burger. Bij mij gebeurde dat. Mij werd niets gevraagd. Maar daarom afzeggen werd niet als gegronde reden geaccepteerd.

Maar consulenten horen uiteindelijk in dienst te zijn van de burger, in plaats van dat ze ingezet worden tégen de burger. Wat ik zelf zie, is eenrichtingsverkeer met maar één doel: subsidies binnenharken voor allerhande trajecten in het kader van de Participatiewet (bij normale bedrijven zou dit al snel worden aangemerkt als een mogelijke aanduiding van subsidiefraude).

Consulenten ondermijnen het bestaansrecht van burgers door sancties blindelings uit te voeren. Er schuilt een zeker machtsmisbruik onder de Participatiewet, en consulenten ondernemen soms met hun slavendrijversmentaliteit ‘wraakacties’ tegen burgerlijke ongehoorzaamheid en burgerlijke zelfbescherming van uitkeringsgerechtigden. Immers: ’s consulents wil en inzicht zijn wet.

Voor jezelf opkomen en pogen jezelf en je financiën te beschermen is uiteindelijk nog het enige dat je kunt proberen (dat is ook de reden waarom ik dit stukje schrijf). Met als resultaat dat ik ook geestelijk een wrak word. Lichamelijk was ik dat al. En natuurlijk kan het zijn dat ik door de verwarring dingen verkeerd zie of opvat, wat op zich dan ook wel weer genoeg zegt.

Mijn hoop is dat dit beleid snel verandert, maar dat kost sowieso helaas teveel tijd. Ook de gemeenten zelf, die artikel 20 van de Grondwet over bestaanszekerheid hanteren, vaak in combinatie met beleid over armoedebestrijding, komen hiermee in de knoei.

En natuurlijk mag ik de super lieve mensen niet vergeten die ook bij de gemeente werken, en die heel graag de burgers écht willen helpen, maar dat vaak niet kunnen omdat ook zij met de rug tegen de muur worden gedrukt vanwege dat machtsblok onder Sociale Zaken.

Gerard van Schijndel