Verzet in Minneapolis tegen ICE – een terugblik (deel 2)

Minneapolis, 20 januari 2026. (Foto: Fibonacci Blue/CC: BY 4.0)

Veel inwoners van de stad Minneapolis in het noorden van de Verenigde Staten kwamen van december tot half februari in opstand tegen het willekeurig arresteren van bruine en zwarte mensen door ICE (Immigration and Customs Enforcement, Immigratie- en Douanedienst) en dwongen de regering-Trump om deze politiedienst terug te trekken en zijn voorman, Greg Bovino, te degraderen. In andere steden, zoals Chicago en Los Angeles, waren al eerder protesten, maar de massale uitbarsting in Minneapolis was een stuk heftiger en effectiever. In een vijftal interviews met lokale organisatoren bespreken we dit inspirerende en succesvolle verzet. Gisteren de eerste twee, vandaag de rest.

3. Lex Horan: “Mensen die het meeste voor je kunnen doen om je te beschermen, zijn degenen die zich binnen gehoorsafstand van een fluitje bevinden”

Ik woon in de wijk Phillips in Zuid-Minneapolis. Onze wijk bevat een van de grootste migrantengemeenschappen van de stad – voornamelijk mensen met een Latijns-Amerikaanse of een Somalische achtergrond. Ook wonen er veel mensen van inheemse gemeenschappen. Phillips is een van de armste en meest vervuilde wijken, waar migranten vaak hun eerste woning vinden. De mensen hier houden zich al heel lang bezig met het bedenken van manieren om problemen op te lossen en elkaar te helpen.

In november hebben we een grote buurtbijeenkomst georganiseerd om ons voor te bereiden op ICE, nog voordat we wisten dat ze in december zouden komen. We nodigden mensen uit om hun buren te ontmoeten en te leren hoe ze konden reageren als ze ICE-agenten zouden zien. We hebben toen ook een fluitcursus gegeven.

Uit de opstand van 2020 hadden we geleerd dat de mensen die het meeste voor je kunnen doen om je te beschermen, degenen zijn die zich binnen gehoorsafstand van een fluitje bevinden, op een paar straten afstand van waar je woont. Dat geldt natuurlijk wanneer ICE iemand wil oppakken. Maar ook als je een lift naar je werk nodig hebt, om bepaalde boodschappen verlegen zit, of je je ongerust maakt over een verdachte auto. In al die gevallen heb je het meest aan de mensen die vlakbij wonen.

Het mooiste is als mensen om zich heen gaan kijken, zich gaan afvragen wat er nodig is, wat ze zouden kunnen doen om te helpen. Dan komt het aan op hun eigen creativiteit. Dat is belangrijker dan volgens een algemeen systeem te werk te gaan. Dit betekent dat de hulp er in verschillende buurten anders uitziet, afhankelijk van wat mensen nodig hebben en hoeveel vrijwilligers er zijn.

Het werkt heel goed om per straat te organiseren, want met de mensen in je eigen straat kun je contact blijven houden. Maar zodra het gebied groter wordt, is het moeilijker om aan iedereen te denken. Zelf maak ik geregeld een praatje met de mensen in mijn straat en kijk ik wie er deze week ergens naartoe moet. Voor boodschappen had mijn blok een adres waar van alles al klaar stond. Als ik binnen ons blok niet alles kon krijgen, nam ik contact op met mensen in minder getroffen buurten om de mensen in mijn blok te ondersteunen. In buurten waar ICE minder vaak opdook, was het makkelijker om te zorgen dat iedereen alles kreeg wat die nodig had.

Het mooiste was wel dat zoveel mensen op zoveel verschillende manieren met elkaar verbonden waren. Er was niet één enkele groep in mijn buurt, maar je had straat-groepen, carpool-groepen, voedselbezorg-groepen, bescherm-groepen die de wacht hielden bij scholen, moskeeën en kerken, en zorgverleners-groepen. Soms kwamen groepen voort uit al langer bestaande organisaties, zoals bijvoorbeeld de voedselbank, andere ontstonden ter plekke.

Sommige van die groepen hielden contact via Signal. Andere vergaderden bij een van de groepsleden thuis, weer andere kwamen elke donderdag bijeen om voedselpakketten samen te stellen. Dus de werkwijze, de organisatie verschilde per taak. Maar de rode draad was dat mensen een behoefte zagen, bedachten hoe ze het beste zouden kunnen helpen en samenkwamen om de zaken te regelen.

Er was zoveel te doen, zoals bijvoorbeeld ICE in de gaten houden. Gauw naar buiten hollen om te fluiten en te toeteren als ICE-agenten een van onze buren wilden arresteren. Maar onze groep buurtactivisten moest ook heel veel regelen. Bijvoorbeeld: hoe kunnen we de mensen die nu zonder inkomen zitten, helpen om hun huur te betalen? Daarvoor moesten we persoonlijk bij elkaar komen. Het viel niet mee om daar tijd voor te vinden, maar het moest toch. We deden een beroep op het gemeentebestuur om bij te springen, we eisten een moratorium op uitzettingen, we benaderden fondsen om te helpen, we zetten een crowdfundingscampagne op… Al die dingen moesten nu meteen en tegelijkertijd gebeuren.

Daarnaast probeerde ik ook nog om zo nu en dan met mijn buren te praten, om te horen hoe het met hen ging. Voor de inval van ICE zagen we elkaar op straat. Maar nu kwamen veel van mijn zwarte en bruine buren hun huis niet meer uit. Dus zocht ik hen op, zo gauw ik even tijd had.

Deze periode van verzet bouwde voort op wat verschillende organisaties de afgelopen jaren opgebouwd hadden. Maar er moest ook van alles gebeuren waar we nog geen afspraken en regelingen voor hadden bedacht. Het is prachtig om te zien wat er buiten de al langer bestaande structuren is gegroeid, improviserend vanuit het besef: we hebben dat allemaal nodig.

Lex Horan

(Horan is fitnesscoach en conflictbemiddelaar. Hij zet zich al twintig jaar in voor bewegingen die streven naar een wereld zonder politie en gevangenissen.)

Lawaaidemonstratie voor Hiltonhotel Minneapolis waar ICE-agenten proberen te slapen. (Foto: Fibonacci Blue/CC: BY 4.0)

4. Aru Shiney-Ajay: “We hebben ICE en de hotels die hen onderdak boden, wakker geschud”

De Sunrise-beweging wilde graag in de aanval gaan en zich richten op bedrijven die ICE ondersteunden. Ik bedoel niet financieel, maar praktisch. Bedrijven die auto’s verhuurden aan ICE, restaurants waar de agenten aten, hotels waar ze sliepen. Sunrise lanceerde begin december een hotelcampagne, net toen de regering de ICE-golf aankondigde. We verwachtten dat ICE zich zou richten op Somalische migranten en dat het geweld zou escaleren. We vroegen hotels om ICE geen onderdak te verlenen. Er waren veel mensen die het Bishop Henry Whipple Federal Building (heel groot kantoorgebouw van de overheid, waar onder ander ICE zit) in de gaten hielden waar ICE mensen vasthield. We vroegen een chatgroep die kentekens van ICE-auto’s verzamelde om hulp. Als we merkten dat een auto met een bepaald kenteken zowel bij Whipple was gezien als bij een bepaald hotel, dan was dat voor ons het bewijs dat een ICE-agent daar logeerde. Later hebben we tiplijnen geopend voor hotelmedewerkers. We hingen affiches op met: “ICE in jouw hotel? Ga naar deze website en vul het formulier in.” Hoe populairder onze protesten werden, hoe meer tips we kregen via Instagram. We organiseerden ongeveer één of twee keer per week protesten bij zo’n hotel. Allerlei lokale groepen hielpen Sunrise daarbij. In het begin moesten we ICE-agenten in hotels zelf opsporen. Maar tegen eind december kregen we al behoorlijk wat tips.

Rond 2 januari weigerde een Hiltonhotel om ICE onderdak te bieden, nadat we hen hierom hadden gevraagd. We hadden mensen die met onze actie mee wilden doen, verzocht om de receptie te bellen en de manager te spreken te vragen. De weigering werd een paar dagen later algemeen bekend toen het DHS (Department of Homeland Security, ministerie van Binnenlandse Veiligheid, waar ICE onder valt) Hilton beschuldigde van “een gecoördineerde campagne in Minneapolis om dienstverlening aan wetshandhavers van het DHS te weigeren”. Dat bericht ging viraal!

Minneapolis, 23 januari 2026. (Foto: Chad Davis/CC: BY 4.0)

Toen de ICE-aanvallen in januari heftiger werden, vonden we dat we onze acties moesten uitbreiden. Nadat Renée Good was vermoord, wilden plotseling enorm veel mensen meedoen. We hadden twee soorten “wide awakes” (helemaal wakker liggen), acties waarbij we luide muziek speelden buiten hotels waar ICE-agenten sliepen. Aan de ene kant acties die vóór tien uur ’s avonds plaatsvonden, voordat het wettelijk verboden is om lawaai te maken. Die kondigden we openbaar aan om zoveel mogelijk mensen erbij te betrekken en hen bekend te maken met de actievorm. En aan de andere kant lawaaiprotesten midden in de nacht, die we niet van tevoren bekend maakten. We vertrokken als de politie kwam. Bij deze campagne is niemand gearresteerd. De “wide awakes” waren erg leuk, vol gezang en gelach. Soms duurden ze maar tien minuten, en andere keren wel een uur. Een enkele keer hadden we een compleet rockconcert. Andere keren maakten we herrie door op pannen te slaan, gebruikten we koebellen en megafoons, toeterden we of lieten we ons autoalarm afgaan.

Naast Sunrise, die zich richtte op hotels, en speciaal op Hilton, was ook de groep Free Minnesota actief met acties bij autoverhuurbedrijven en restaurants. De beide groepen gaven trainingen om mensen te leren hoe ze op eigen houtje dit soort acties konden organiseren. We bedachten ook telkens weer wat anders: sing-ins in ontvangsthallen van hotels, social media van hotels overstelpen met kritiek, slechte recensies geven op websites van hotels, en kamers boeken en dan weer annuleren. Sommige tactieken verspreidden zich naar andere steden. Ik schat dat er gemiddeld vijf protesten per week waren, met een maximum van vijftien. Mensen in andere steden benaderden hotelmanagers van tevoren, nog voordat ICE kamers reserveerde, om hen te vragen daar niet op in te gaan. We hadden het plan om tankstations te verzoeken om ICE geen brandstof te geven. Zij kunnen namelijk vanuit hun kantoortje of winkeltje een bepaalde pomp afsluiten, als ze weten dat daar een auto van ICE staat.

We beseften dat decentralisatie heel belangrijk is om zoveel mogelijk mensen actief te laten worden in onze strijd tegen ICE. Je denkt al snel dat het enige dat je kunt doen is deelnemen aan een demonstratie. Maar dat voelt niet echt zinvol in een land waar de democratie steeds verder afbrokkelt. Het was goed dat er een hele lijst was van zinvolle dingen waar je aan kon deelnemen, zoals patrouilleren in je buurt of eten bezorgen of ‘s nachts lawaai gaan maken bij een hotel. Op die manier groeide het protest uit tot een georganiseerd massaal verzet.

Aru Shiney-Ajay

(Shiney-Ajay is directeur van Sunrise Movement, een beweging van jongeren die zich inzet om autoritair gedrag van de overheid een halt toe te roepen en een Green New Deal tot stand te brengen.)

Schaf ICE af! (Foto: Fibonacci Blue/CC: BY 4.0)

5. Amina Adan: “Wij Somaliërs zijn altijd een gemeenschap geweest van mensen die voor elkaar opkwamen”

Ik schat dat er sinds november zo’n tweehonderd Somalische gezinnen hun huis niet meer uit durfden. Zij hadden geldzorgen, omdat de kostwinners – vertalers, chauffeurs, winkeliers – niet meer naar hun werk konden gaan. Tijdens de ramadan (18 februari – 19 maart) zagen we dat er minder mensen naar onze moskee kwamen, en hetzelfde bij onze vrijdaggebeden. Zo triest. Maar onze moskee zendt live uit op sociale media, zodat mensen thuis hun geloof kunnen beleven en betrokken kunnen blijven. Onze cultuur is geworteld in ons persoonlijk leven, maar aan de andere kant ook gericht op de mensen om ons heen. We zijn altijd een gemeenschap geweest van mensen die zich om elkaar bekommeren.

Onze eerste zorgvraag was altijd: heb je genoeg eten in de koelkast? We namen wekelijks contact op met een heleboel gezinnen die sinds begin november hun huis niet meer hadden verlaten. We zorgden er elke week voor dat ze eten hadden. Buren, familie en vrienden schonken voedsel, of gaven geld, zodat hulpverleners daarvan inkopen konden doen. We hielpen ook de huur te betalen, problemen te bespreken en hadden aandacht voor hun gezondheid. Somalische zorgverleners zochten mensen zo nodig thuis op.

We eten halal en gebruiken speciale kruiden en soorten rijst. Daarom onderhielden we goede contacten met Somalische kruideniers. Als de gezinnen niet in staat waren om te koken, brachten we hen in contact met mensen die warme maaltijden klaarmaakten en thuis bezorgden. Luiers en babyvoeding zijn duur, dus daar hielpen we ook bij. Elke dag was anders, en elk gezin verschillend.

Toen Renée Good stierf, wilden we op onze manier steun betuigen aan mensen die in verzet kwamen, zonder zelf al te veel risico te lopen. We deelden daarom elke zaterdag Somalische sambusa’s uit (lijken op Indiase samoza’s, maar dan met rundvlees), en deelden koffie en andere drankjes uit, om te laten merken hoe betrokken we ons voelden bij het verzet.

Mijn rol binnen de Somalische gemeenschap was het versterken van zorgsystemen. Ik stimuleerde mensen in de buurt om actief te worden. Ik werkte samen met een paar andere organisaties om ervoor te zorgen dat moskeeën voedsel kregen. In reactie op de onjuiste berichten van de extreem-rechtse social media-influencer Nick Shirley over fraude bij de Somalische kinderopvang, hebben we een documentaire laten maken over hoe Somalische kinderopvangwerkers voor de kinderen zorgen. Het was zo mooi om ouders te horen zeggen hoeveel liefde en steun hun kinderen van hen kregen.

Amina Adan

(Adan is een gemeenschapsactiviste die opvoeders en migrantengemeenschappen stimuleert voor hun belangen op te komen.)

De oorspronkelijke tekst van “Why Was Minnesota’s Resistance to ICE the Strongest Yet?” verscheen voorjaar 2026 bij Hammer&Hope. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.

Zie ook