“Willig onze eisen in!” – arbeidersopstand in India

In de week van 13 april woedde er een massale arbeidersopstand in de zuidelijke industriegebieden van New Delhi. Dat was een directe reactie op de stijgende kosten van het levensonderhoud als gevolg van de oorlog in Iran. Maar het had ook alles te maken met een reeks van stakingen en demonstraties sinds het begin van dit jaar in allerlei industriegebieden in het grote land. De arbeiders van New Delhi eisten net als hun collega’s elders in het land kortere werktijden, hogere minimumlonen, hogere overwerkvergoedingen, uitbetaling van achterstallig loon en gelijke regels en vergoedingen voor vast en tijdelijk personeel.
Gele helmen en inflatie
In januari, februari en maart vonden er in heel India minstens 28 grote stakingen en arbeidersprotesten plaats. Een brochure van het Migrant Workers Solidarity Network beschrijft deze beweging als de “Gele Helmen”, omdat de demonstranten en stakers voornamelijk bouw-, olie- en staalarbeiders zijn die gele helmen dragen. Hun belangrijkste eisen waren: loonsverhoging, uitbetaling van achterstallige lonen, betere veiligheidsmaatregelen en werkdagen van acht uur in plaats van twaalf. In Panipat (Noord-India) gingen bijvoorbeeld dertigduizend arbeiders met een tijdelijk contract bij de grootste olieraffinaderij van India de straat op, na een ongeluk waarbij twee werkers om het leven kwamen. Ze bekogelden de veiligheidstroepen met stenen en beschadigden hun auto’s. In Hazara (Noordwest-India) gingen meer dan tweeduizend staalarbeiders in staking, geïnspireerd door de strijd in Panipat. De eisen voor hogere lonen en een achturige werkdag spraken met name bouwvakkers aan, maar ook arbeiders van textielfabrieken en van elektriciteitsbedrijven gingen in staking, bijvoorbeeld bij Alok Textile en bij de enorme Mundra kolencentrale, beide in Gujarat (West-India).
De oorlog in Iran heeft in Azië een crisis veroorzaakt. De toch al lage lonen van de arbeidsmigranten zijn nu niet meer voldoende om van te leven, omdat van alles duurder is geworden: van het gas waar ze op koken tot de huur van de kamer waar ze slapen. Regeringen van verschillende deelstaten hadden beloofd om het minimumloon met ingang van 1 april met 35 procent te verhogen, maar dat hebben ze soms gewoonweg niet gedaan, of de verhoging was veel te gering om de kostenstijging van de afgelopen tijd op te vangen. Al in maart, kort na het uitbreken van de oorlog in Iran, gingen duizenden verpleegkundigen in de zuidelijke deelstaat Kerala in staking. Zij eisten een verdubbeling van het minimumloon. Op 3 april demonstreerden werkers van Honda in Manesar (Noord-India) voor een hoger minimumloon.

Opstand in Noida
Op 8 april sloten werkers in Noida, een zuidoostelijke voorstad van New Delhi met 650.000 inwoners, zich bij de protesten aan. Met duizenden bedrijven die bijvoorbeeld auto- of elektronica onderdelen maken, is Noida en de rest van de industriële gordel van New Delhi een van de grootste productiecentra van Azië. De arbeiders eisten een verhoging van het minimumloon met 35 procent. Een week lang negeerden de bedrijven en de media hen.
Op maandag 13 april barstte hun woede los. Tussen de 40 en 45 duizend arbeiders gingen de straat op. “Fabrieksarbeiders uit tientallen fabrieken in het industriegebied van Noida protesteerden maandag met geweld voor betere lonen en arbeidsomstandigheden. Ze gooiden stenen, vernielden voertuigen en staken er verschillende in brand”, schreef The Indian Express. Ook fabrieksgebouwen gingen in vlammen op. In veel gevallen voelde de politie zich gedwongen te vluchten. In video’s die de arbeiders zelf op bijvoorbeeld Instagram plaatsten, is te zien hoe een demonstratie door een fabriekshal trekt, terwijl arbeiders roepen: “Willig onze eisen in!” In een andere video slopen bouwvakkers een gebouw. Weer een andere toont een staking bij een callcenter.
Op 14 april sloten huishoudelijke hulpen zich aan; op 15 april kwamen flexwerkers (platformwerkers) bijeen en stelden ook looneisen. De opstand breidde zich uit naar andere gebieden – van Gurgaon (zuidwestelijke voorstad van New Delhi) via Faridabad (zuidoostelijke voorstad van New Delhi) tot Noida, overal gingen arbeiders de strijd aan. Het was de grootste stakingsgolf in deze regio sinds 2014/15. En in tegenstelling tot toen bleef deze niet beperkt tot de textielfabrieken en bedrijven die auto onderdelen maken.
Een van de verschillen tussen 2014/15 en nu is dat we nog geen langdurige fabrieksbezettingen hebben gezien, maar wel straatblokkades. Omdat een aantal bedrijven fabrieken hebben in verschillende, vaak vrij ver uit elkaar liggende industriegebieden sloeg de stakingsgolf van de ene voorstad van New Delhi naar de andere over. Toen bijvoorbeeld arbeiders van de kledingfabriek Richa in staking gingen, en de politie hen in Manesar (zuidwestelijke voorstad van New Delhi) aanviel, besloten de werkers van de Richa-fabriek in Noida uit protest ook het werk neer te leggen. Bij het bedrijf Motherson gebeurde hetzelfde: eerst gingen de arbeiders in Noida in staking, en daarna die van Motherson in Faridabad en Bhiwadi (zuidwestelijke voorstad van New Delhi), op zo’n negentig kilometer afstand.
Veel werkers hebben geen vaste aanstelling, maar zijn contractarbeiders die de manager makkelijk kan ontslaan. Tijdens de acties mopperden zij: “Wij (contractarbeiders) doen het werk in de fabrieken, maar waarom loopt het ‘personeel’ (management, medewerkers met een vaste aanstelling) dan met al het geld weg?” Zij vroegen zich ook af: “Waarom verschilt het minimumloon per staat?” (De New Delhi agglomeratie is enorm groot. Een gedeelte daarvan ligt in de deelstaat Delhi, en andere delen liggen in de deelstaten Haryana, Uttar Pradesh of Rajasthan. Al die deelstaten hebben hun eigen minimumlonen, en die verschillen behoorlijk.)
Al vrij snel kondigden de verschillende deelstaten aan het minimumloon te zullen verhogen. Maar een stuk minder dan de stakers eisten. Ook hebben zij het houden van bijeenkomsten verboden “op grond van artikel 163”. Maar de werkers trokken zich daar niks van aan. Daarnaast probeerden de verschillende overheden het gebruik van de sociale media te beperken, waaronder Instagram, waarvan de video’s behoorlijk populair en stimulerend bleken te zijn. Ook dit heeft slechts beperkt succes gehad. Onder politiebegeleiding lazen managers loonsverhogingen en de verbeteringen die zij zullen doorvoeren voor aan de arbeiders. Vakbonden hadden moeite om de rust te herstellen. Marxistisch-leninistische organisaties riepen de werkers op vreedzaam te blijven en “geen anarchie te verspreiden”.
“Geproduceerd in India”?
Deze arbeidersopstand – met name de eis voor kortere werktijden – vormt een hoogtepunt in een belangrijke ontwikkeling. Sinds de Corona-stakingen van Foxconn-arbeiders in China in 2022 probeert met name Apple steeds meer van zijn productie van China naar India te verplaatsen, met steun van de Amerikaanse en Indiase regering. Al in 2024/25 lieten de eerste successen van de arbeidsstrijd in de Indiase elektronica-industrie zien dat de Indiase werkers zich flink zullen verzetten tegen de “wereldwijde race naar de bodem”!
Angry Workers
Het oorspronkelijke artikel “‘Meet our demands!’ – Workers’ uprising in India” verscheen half april bij Angry Workers naar het Duitse artikel “Erfüllt unsere Forderungen!” van Wildcat. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.
Verder lezen
- Korte beschrijvingen van 28 stakingen en demonstraties over heel India in de periode 14 januari tot 21 maart: “Strike and riots of construction / temp workers in India”.
- “Workers’ Protest Are a Symptom, Not the Disease”
